• Jurisprudentie
  • Bron: Rechtbank Amsterdam
  • 21 november 2016
  • ECLI:NL:RBAMS:2016:8451
  • Zaaknummer: CV 16-12207

Rb: werkgever aansprakelijk voor knieletsel door struikelen over gereedschap op bodem bak hoogwerker

Werknemer struikelt over gereedschap op de grond in bak van hoogwerker en loopt knieletsel op. De kantonrechter acht de werkgever aansprakelijk ex art 7:658 BW. Vast staat dat werknemer werkte met verschillende gereedschappen, waaronder de accuboor, die hij nergens anders kwijt kon dan op de grond van de bak. Dat levert een struikelrisico op en in zoverre was de werkplek onvoldoende veilig. De voortdurende aandacht voor orde en netheid op de werkplek doet er niet aan af dat van een normaal handelende medewerker niet kan worden verwacht dat hij zich er telkens weer rekenschap van geeft dat er misschien nog een stuk gereedschap op de vloer ligt. Werkgever heeft onvoldoende duidelijk gemaakt waarom een gereedschapsriem of een haak om de boor aan de broekriem te hangen geen oplossing zouden bieden bij het probleem van rondslingerend gereedschap.

ECLI:NL:RBAMS:2016:8451

 

Instantie Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak12-12-2016
Datum publicatie 19-12-2016
Zaaknummer CV 16-12207
Rechtsgebieden Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg – enkelvoudig

Inhoudsindicatie

 

Aansprakelijkheid werkgever op grond van artikel 7:658 BW. Werknemer struikelt over gereedschap op de grond in bak van hoogwerker en loopt knieletsel op. Verweer werkgever dat werknemer zich onvoldoende heeft gehouden aan de duidelijke instructie om netjes en de werkplaats opgeruimd te houden. te werken. De kantonrechter oordeelt dat de werkplek onvoldoende veilig is en dat werkgever daardoor niet aan haar zorgplicht heeft voldaan.

VindplaatsenRechtspraak.nl

AR-Updates.nl 2016-1468

PS-Updates.nl 2017-0001

 

 

Uitspraak

 

 

 

 

  .   .vonnis

 

 

RECHTBANK AMSTERDAM

 

 

Afdeling privaatrecht

 

 

 

 

zaaknummer: CV 16-12207

 

vonnis van: 12 december 2016

 

fno.: 25

 

 

 

vonnis van de kantonrechter

 

 

I n z a k e

 

 

 

[eiser]

 

 

wonende te [woonplaats]

 

eiser

 

nader te noemen: [eiser]

 

gemachtigde: mr. V.J. den Bouw (Arag)

 

 

 

 

t e g e n

 

 

 

  1. de vennootschap naar buitenlands recht Amlin Insurance SE

 

gevestigd te Amstelveen

 

  1. de besloten vennootschap Neptunus B.V.

 

 

gevestigd te Kessel

 

gedaagden

 

nader te noemen: Amlin en Neptunus

 

gemachtigden: mr. W.A.M. Rupert/mr. P.C. Knijp/mr. M.Y. Hilten

 

 

 

VERLOOP VAN DE PROCEDURE

 

 

– dagvaarding van 4 april 2016 met bijlagen;

– antwoord met bijlagen;

– instructievonnis;

– dagbepaling comparitie.

 

 

 

 

De comparitie heeft plaatsgevonden op 12 augustus 2016. [eiser] heeft op voorhand nog producties met foto’s ingediend. [eiser] is verschenen in persoon, vergezeld door zijn gemachtigde. Voor Amlin en Neptunus zijn verschenen [naam 1] en [naam 2] , vergezeld door gemachtigden. Partijen zijn gehoord en hebben vragen van de kantonrechter beantwoord. Ten slotte is vonnis gevraagd en is een datum voor vonnis bepaald.

 

 

 

 

GRONDEN VAN DE BESLISSING

 

 

 

 

Feiten

 

 

 

 

  1. Als enerzijds gesteld en anderzijds erkend of niet (voldoende) weersproken, alsmede op grond van de overgelegde en in zoverre niet bestreden inhoud van de bewijsstukken, staat in dit geding het volgende vast:

 

1.1.

[eiser] , geboren [geboortedatum] 1986, is in dienst bij Neptunus als 1e monteur.

 

1.2.

Neptunus is een internationaal tentenbouwbedrijf.

 

1.3.

Neptunus is verzekerd tegen aansprakelijkheid bij Amlin.

 

1.4.

Op 10 februari 2015 was [eiser] voor Neptunus werkzaam op de Maasvlakte in Rotterdam. Neptunus werkte daar mee aan de opbouw van een tent op het dek van een (groot) zeeschip.

 

1.5.

[eiser] was die dag vanuit een schaarhoogwerker (hierna: de hoogwerker) bezig met het aanbrengen van traptreden in een trap. Hij gebruikte daarbij diverse gereedschappen, waaronder inbussleutels en een accuboor. Deze gereedschappen legde hij na gebruik los in de bak van de hoogwerker. Deze bak bevatte geen opbergruimte voor gereedschappen.

 

1.6.

Op enig moment is [eiser] gaan staan op de accuboor die zich op de grond van de bak bevond.

 

1.7.

[eiser] heeft als gevolg daarvan zijn knie verdraaid. Inmiddels heeft hij een kijkoperatie en een reguliere operatie ondergaan.

 

1.8.

Op 10 februari 2015 heeft [eiser] het ongeval gemeld bij [naam 1] van Neptunus, hierna: [naam 1] ). [naam 1] heeft het voorval als volgt beschreven (productie 1 bij conclusie van antwoord):

“Werkzaamheden: montage van houten traptreden in een vaste verdiepingsvloer-trap naar Mezzanine. Vanuit de hoogwerker worden de traptreden aan de buienzijde vastgeschroefd.

[eiser] wilde in het bakje van de schaarhoogwerker stappen.

Op de vloer van de schaarhoogwerker lag de accuboormachine.

Tijdens het instappen in het bakje van de schaarhoogwerker stapte [eiser] op een accu boormachine. [eiser] gleed weg en daarbij verdraaide hij zijn Linker-knie. Hij voelde 2x knak tijdens het verdraaien van de knie. Niemand heeft verdraaien van de knie zien gebeuren. (…) [eiser] wordt door [naam 3] naar ziekenhuis in Rotterdam gebracht waar een Rontgenfoto wordt gemaakt van de l-knie. Oorzaak van het incident: Uitglijden/struikelen over accuboormachine.

hoe had het incident voorkomen kunnen worden?”

Bij de situatietekening staat (onder meer) handmatig geschreven:

“Als de boormachine niet op die plaats had gelegen. [eiser] heeft boormachine zelf in hoogwerker laten liggen (ging doosje schroeven halen). (…) [eiser] was tijdens het instappen naar boven aankijken (wat te gaan doen). Als hij de boormachine had zien liggen was hij er niet op gaan staan”.

 

1.9.

Bij brief van zijn gemachtigde van 13 november 2015 heeft [eiser] Neptunus aansprakelijk gesteld voor de door hem geleden schade als gevolg van het ongeval van 10 februari 2015.

 

1.10.

Per brief van 28 november 2015 heeft Amlin zich gemeld als de aansprakelijkheidsverzekeraar van Neptunus. Ondanks rappel van de kant van [eiser] heeft Amlin geen inhoudelijke reactie gegeven.

 

 

 

Vordering en verweer

 

 

 

  1. [eiser] vordert bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad:
  2. een verklaring voor recht dat Neptunus in de hoedanigheid van zijn werkgever aansprakelijk is voor het bedrijfsongeval van 10 februari 2015 op grond van artikel 7:658 BW;
  3. veroordeling van Amlin of Neptunus tot vergoeding van de nader bij staat op te maken en volgens de wet te vereffenen schade, te vermeerderen met de wettelijke rente over het toegewezen bedrag vanaf de datum van het ontstaan van de schade;
  4. hoofdelijke veroordeling van Amlin en Neptunus in de kosten van de procedure.

 

  1. [eiser] stelt dat hij als gevolg van het ongeval op 10 februari 2015 letsel heeft opgelopen tijdens de uitoefening van zijn werkzaamheden. Met een beroep op het bepaalde in artikel 7:658 BW houdt hij Neptunus als werkgever en Amlin als haar verzekeraar daarvoor aansprakelijk wegens schending van de zorgplicht. Zo heeft Neptunus nagelaten om eenvoudige en weinig kostbare veiligheidsmaatregelen te treffen waardoor het ongeval voorkomen had kunnen worden, zoals het aanbrengen van een gereedschapsbakje in de bak van de hoogwerker of het ter beschikking stellen van een gereedschapsriem.

 

  1. Amlin en Neptunus voeren gemotiveerd verweer. Dit verweer zal hierna aan de orde komen.

 

 

 

Beoordeling

 

  1. Kern van het geschil is de vraag of Amlin en/of Neptunus aansprakelijk zijn voor schade die [eiser] stelt te hebben geleden en te lijden als gevolg van het hem op 10 februari 2015 tijdens de uitvoering van zijn werkzaamheden overkomen ongeval.

 

  1. Artikel 7:658 lid 2 BW bepaalt dat de werkgever jegens de werknemer aansprakelijk is voor de schade die de werknemer in de uitoefening van zijn werkzaamheden lijdt, tenzij de werkgever aantoont dat hij aan de in lid 1 omschreven zorgplicht heeft voldaan of de schade in belangrijke mate het gevolg is van opzet of bewuste roekeloosheid van de werknemer. Artikel 7:658 lid 1 BW bepaalt dat de werkgever verplicht is de lokalen, werktuigen en gereedschappen waarin of waarmee hij de arbeid doet verrichten op zodanige wijze in te richten en te onderhouden alsmede voor het verrichten van de arbeid zodanige maatregelen te treffen en aanwijzingen te verstrekken als redelijkerwijs nodig is om te voorkomen dat de werknemer in de uitoefening van zijn werkzaamheden schade lijdt.

 

  1. In de eerste plaats wordt vastgesteld dat [eiser] een ongeval is overkomen op de werkplek in de uitoefening van zijn werkzaamheden. Voorts is ter zitting gebleken dat partijen het eens zijn over de toedracht. Anders dan in de dagvaarding, waarin [eiser] heeft gesteld dat hij bezig was met het bevestigen van een traptreden, waarbij hij op de boor ging staan en zijn knie vervolgens verdraaide, heeft [eiser] op de dag van het ongeval jegens [naam 1] verklaard dat hij bij het instappen in het bakje van de hoogwerker op de boor is gaan staan. [eiser] heeft ter zitting toegelicht dat hij ten tijde van het opstellen van de dagvaarding niet meer helemaal helder voor ogen had hoe het ongeval zich precies had voltrokken, maar dat hij zich het voorval weer herinnerde na het lezen van de door [naam 1] opgestelde beschrijving. Nu partijen ter zitting hebben verklaard dat de lezing als beschreven door [naam 1] de juiste is, zal hiervan worden uitgegaan. Dat geldt tevens voor de stelling van [eiser] dat hij als gevolg van het ongeval schade heeft geleden, aangezien Amlin dat niet heeft betwist.

 

  1. Amlin en Neptunus hebben als verweer aangevoerd dat Neptunus alle redelijkerwijs van haar te verwachten maatregelen heeft getroffen om te voorkomen dat haar werknemers schade lijden in de uitoefening van hun werkzaamheden. Amlin en Neptunus voeren – samengevat – aan dat indien [eiser] zich aan de door Neptunus meermaals gegeven instructies terzake netheid op de werkplek had gehouden, het ongeval niet zou hebben plaatsgehad.

 

  1. Ter onderbouwing van de stelling dat Neptunus aan haar zorgplicht heeft voldaan, hebben Amlin en Neptunus het volgende aangevoerd:

– Neptunus is sinds 2003 door TÜV Nederland gecertificeerd volgens het veiligheidssysteem voor het toepassingsgebied “het monteren en demonteren van demontabele gebouwen”;

– door Neptunus worden verschillende veiligheidsmiddelen ter beschikking gesteld, zoals een helm en valharnas;

– er wordt uitsluitend met deugdelijke, goedgekeurde materialen gewerkt;

– Neptunus biedt haar werknemers een groot aantal opleidingen aan, zo is [eiser] in het bezit van een aantal terzake doende veiligheidsdiploma’s;

Daarnaast besteedt Neptunus veel aandacht aan het netjes opgeruimd houden van de werkplek, juist om struikelen zoals dat zich hier heeft voorgedaan te voorkomen. Gewezen wordt op het als productie 6 overgelegde “Functie risico profiel monteur tentmontage”, waarin als maatregel wordt genoemd: “Looppad en werkplek vrijhouden van obstakels, denk aan tentvloer en in bakje hoogwerker”. Neptunus zorgt ervoor dat haar werknemers geregeld op dit risico en de te nemen maatregelen worden gewezen. Zij doet dit onder andere door het geven van cursussen en het organiseren van Toolboxmeetings. Op 30 januari 2015, slechts 11 dagen voor het ongeval, heeft er nog een “Orde en netheid/LMRA” Toolboxmeeting plaatsgevonden, waarbij opnieuw is gewezen op het belang van het opruimen van de werkplek en het uitvoeren van de Laatste Minuut Risico Analyse, vlak voor aanvang van de werkzaamheden, aldus steeds Amlin en Neptunus.

 

  1. Amlin en Neptunus betwisten voorts dat het ter beschikking stellen van een gereedschapsriem zou hebben uitgemaakt. De betreffende accuboor is te groot voor een dergelijke riem en de medewerkers hebben in het verleden nooit te kennen gegeven belangstelling te hebben voor het gebruik van zo’n riem. Dat de gebruikte hoogwerker niet voorzien was van een gereedschapsbak kan hen voorts niet worden tegengeworpen. Een dergelijke aan de binnenzijde bevestigde bak brengt het risico met zich mee dat de valbeveiliging aan de bak blijft hangen. Het aan de buitenzijde aanbrengen van een gereedschapsbakje is niet toegestaan. De – gehuurde – hoogwerker was goedgekeurd conform de Richtlijn arbeidsmiddelen en een dergelijke bak is niet voorgeschreven, aldus – steeds – Amlin en Neptunus. Daarnaast is het de vraag of een op de grond geplaatste bak niet op zichzelf weer struikelgevaar zou opleveren.

 

  1. Geoordeeld wordt als volgt. Vast staat dat [eiser] in de bak van de hoogwerker werkte met verschillende gereedschappen, waaronder de accuboor, die hij nergens anders kwijt kon dan op de grond van de bak als hij ze niet gebruikte. Dat levert een struikelrisico op en in zoverre was de werkplek onvoldoende veilig. De door Amlin en Neptunus gestelde voortdurende aandacht voor orde en netheid op de werkplek, welke aandacht door [eiser] op zichzelf niet is betwist, doet er niet aan af dat van een normaal handelende medewerker, die geconcentreerd aan het werk is, niet kan worden verwacht dat hij zich er telkens weer rekenschap van geeft dat er misschien nog een zojuist door hem gebruikt stuk gereedschap op de vloer ligt. Dit geldt nog meer bij het in- (en uitstappen) van het bakje van de hoogwerker, temeer nu is gebleken dat [eiser] daarbij ook nog onder een stang door moest kruipen, zodat hij gedwongen was zijn blik bij het instappen naar boven te richten. Het betoog van Amlin en Neptunus dat de instructie om de werkplek opgeruimd te houden voldoende soelaas biedt en dat [eiser] door de boor te laten “slingeren” het ongeval eigenlijk aan zijn eigen slordigheid te wijten heeft, wordt derhalve niet gevolgd. Daarnaast kan eventuele slordigheid van een werknemer niet gelijk gesteld worden aan opzet of bewuste roekeloosheid, wat een grond had kunnen zijn om geen aansprakelijkheid van de werkgever aan te nemen. Voor een beroep op eigen schuld biedt het bepaalde in artikel 7:658 BW bovendien geen ruimte.

 

  1. Daar komt bij dat de risico’s op een ongeval wel degelijk beperkt hadden kunnen worden. Het komt de kantonrechter voor dat het verspreid neerleggen van diverse gereedschappen op de grond een groter struikelrisico vormt dan het bieden van de mogelijkheid om deze bij elkaar in een bak op de grond te doen of in een bak die is bevestigd aan de bak van de hoogwerker. Ter zitting is door partijen ook besproken dat sommige hoogwerkers wel een bakje hebben hangen voor gereedschap. Amlin en Neptunus hebben voorts onvoldoende duidelijk gemaakt waarom een gereedschapsriem of een haak om de boor aan de broekriem te hangen of aangepaste werkkleding (met zakken of haken) geen oplossing zouden bieden bij het probleem van rondslingerend gereedschap. De enkele stelling dat de betreffende boor daarvoor te groot zou zijn, wat door [eiser] gemotiveerd aan de hand van op voorhand toegezonden foto’s (productie 7 en 8) is betwist, is onder de gegeven omstandigheden onvoldoende. Voorts wezen Amlin en Neptunus er ter zitting zelf op dat aan de accuboor een haak zit om aan een broek te hangen, doch hebben zij ter zitting desgevraagd medegedeeld dat dit niet met de werknemers is besproken, die dit immers zelf uit de gebruiksaanwijzing hadden kunnen opmaken. Voorts heeft Neptunus desgevraagd opgemerkt dat het ook niet haar wens is dat deze haak wordt gebruikt, omdat de werknemers nooit hebben aangegeven dat zij dit willen. Het ligt echter op de weg van Neptunus als werkgever om te bepalen wat de meest veilige werkwijze is en haar werknemers niet alleen uit en te na te waarschuwen voor gevaren, maar ook telkens actief te onderzoeken of er niet toch nog andere methoden zijn om de risico’s die in haar branche optreden te verminderen. Door dit na te laten heeft Neptunus onvoldoende aan haar zorgplicht ten aanzien van [eiser] om een veilige werkplek te waarborgen voldaan.

 

  1. Amlin en Neptunus hebben ten slotte nog aangevoerd dat [eiser] reeds vóór het ongeval problemen had met zijn knie, omdat hij een bultje had op zijn linker knieschijf, zodat geenszins vast staat dat het letsel volledig het gevolg is daarvan. Dit verweer zal bij de schadestaat aan de orde komen.

 

  1. Het voorgaande leidt tot de conclusie dat de vorderingen van [eiser] toewijsbaar zijn.

 

  1. Amlin en Neptunus worden als de in het ongelijk gestelde partij veroordeeld in de kosten van de procedure.

 

 

BESLISSING

 

 

 

 

De kantonrechter:

 

 

 

 

verklaart voor recht dat Neptunus in haar hoedanigheid van werkgever van [eiser] aansprakelijk is voor het bedrijfsongeval van 10 februari 2015 op grond van artikel 7:658 BW;

 

 

 

veroordeelt Amlin danwel Neptunus tot vergoeding van de nader bij staat op te maken en volgens de wet te vereffenen schade, te vermeerderen met de wettelijke rente over het toegewezen bedrag vanaf 10 februari 2015;

 

 

 

veroordeelt Amlin en Neptunus hoofdelijk in de kosten van het geding, tot op heden aan de zijde van [eiser] begroot op:

exploot € 101,82

salaris € 1.000,00

griffierecht € 79,00

            —————–

totaal € 1.180,82

voor zover van toepassing, inclusief btw;

 

 

 

veroordeelt Amlin en Neptunus hoofdelijk tot betaling van een bedrag van € 50,00 aan nasalaris, te verhogen met een bedrag van € 68,00 onder de voorwaarde dat betekening van het vonnis heeft plaatsgevonden en Amlin en Neptunus niet binnen 14 dagen na aanschrijving vrijwillig aan het vonnis heeft voldaan, een en ander voor zover van toepassing, inclusief btw;

 

 

 

verklaart de veroordelingen uitvoerbaar bij voorraad;

 

 

 

wijst het meer of anders gevorderde af.

 

 

 

Aldus gewezen door mr. M.E.B. Terwee, kantonrechter, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 21 november 2016 in tegenwoordigheid van de griffier.