• Jurisprudentie
  • Bron: Ongepubl. jurisprudentie, Rechtbank Overijssel
  • 13 februari 2017
  • Zaaknummer: C/08/194999 / HA RK 16-185

Rb: voorlopig deskundigenbericht door verzekeringsgeneeskundige als te prematuur afgewezen

Benadeelde verzoekt om een voorlopig deskundigenbericht door verzekeringsgeneeskundige. De rechtbank wijst het verzoek af. De rechtbank oordeelt dat de verzekeraar terecht heeft aangevoerd dat uit het op gezamenlijk verzoek gedane neurologische expertiseonderzoek volgt dat er geen (neurologische) beperkingen zijn vastgesteld. Gelet hierop is er dan ook nog geen overeenstemming over het al dan niet bestaan van ongevalsgerelateerde klachten en beperkingen, met andere woorden: het causaal verband tussen de door benadeelde gestelde klachten en beperkingen en het ongeval staan (nog) niet vast en daarmee is het benoemen van een verzekeringsarts als deskundige prematuur te noemen. Het belang van benadeelde bij een voorlopig deskundigenbericht ontbreekt derhalve in dit stadium.

Beschikking

 

RECHTBANK OVERIJSSEL

Team kanton en handelsrecht Zittingsplaats Almelo

zaaknummer : C/08/194999 / HA RK 16-185

 

Beschikking van 13 februari 2017

 

in de zaak van

 

[VERZOEKER],

wonende te Enschede,

verzoekende partij, hierna te noemen [VERZOEKER],

advocaat: mr. G. Yousef te Enschede,

 

tegen

 

de naamloze vennootschap ALLIANZ BENELUX N.V., gevestigd en kantoorhoudende te Rotterdam, verwerende partij, hierna te noemen Allianz, advocaat: mr. H.A. Kragt te Arnhem.

 

  1. De procedure

1.1.        Het verloop van de procedure blijkt uit:

– het verzoekschrift

– het verweerschrift

– de mondelinge behandeling.

1.2.        De beschikking is bepaald op vandaag.

 

  1. De beoordeling

2.1.        Het verzoekschrift strekt ertoe dat de rechtbank een voorlopig deskundigenbericht zal bevelen ter beantwoording van de in het verzoekschrift opgenomen vraagstelling ten aanzien van de vraag of, en zo ja welke beperkingen [VERZOEKER] heeft opgelopen ten gevolge van het hem overkomen ongeval op 6 februari 2011, met benoeming van een door de rechtbank aan te wijzen verzekeringsarts als deskundige.

2.2.        Allianz verzet zich tegen inwilliging van het verzoek en voert daartoe het volgende aan.

2.3.        Allianz heeft aansprakelijkheid voor het ontstaan van de aanrijding erkend aangezien sprake was van een verkeersfout van de bestuurder van de bij Allianz verzekerde personenauto. Allianz betwist daarentegen de door [VERZOEKER] gestelde gevolgen van de aanrijding. Kort gezegd stelt Allianz dat [VERZOEKER] ten onrechte vraagt om een verzekeringsgeneeskundig onderzoek terwijl partijen nog principieel van standpunt verschillen over de uitgangspunten benodigd voor dat verzekeringsgeneeskundig onderzoek. Meer in het bijzonder stelt Allianz dat eerst dient te worden vastgesteld of er überhaupt sprake is van ongevalsgerelateerde klachten en beperkingen voordat verzekeringsgeneeskundig onderzoek dient plaats te vinden, zodat het verzoek van [VERZOEKER] op dit moment geen enkel belang dient en aldus in strijd met de goede procesorde dient te worden afgewezen.

2.4.        Een voorlopig deskundigenonderzoek als bedoeld in artikel. 203 jo. 202 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) kan ertoe dienen een partij de mogelijkheid te verschaffen aan de hand van het uit te brengen deskundigenbericht zekerheid te verkrijgen omtrent de voor de beslissing van het geschil relevante feiten en omstandigheden om aldus beter te kunnen beoordelen of het raadzaam is een procedure te beginnen. De rechter die op het verzoek dient te beslissen komt geen discretionaire bevoegdheid toe. Hij dient het onderzoek in beginsel te gelasten, mits het daartoe strekkende verzoek ter zake dienend en voldoende concreet is en feiten betreft die met het deskundigenonderzoek bewezen kunnen worden. Dit is anders indien de rechter op grond van in zijn beslissing vermelde feiten en omstandigheden van oordeel is dat het verzoek in strijd is met een goede procesorde, dat van de bevoegdheid toepassing van dit middel te verlangen, misbruik wordt gemaakt – bijvoorbeeld omdat verzoeker wegens onevenredigheid van de over en weer betrokken belangen in redelijkheid niet tot het uitoefenen van die bevoegdheid kan worden toegelaten – of dat het verzoek moet afstuiten op een ander door de rechter zwaarwichtig geoordeeld bezwaar.

2.5.        De rechtbank is van oordeel dat [VERZOEKER] onvoldoende feiten heeft gesteld, die een toewijzing van het verzoek kunnen rechtvaardigen. Weliswaar heeft [VERZOEKER] voldoende duidelijk gesteld welke actie hij tegen Allianz overweegt en op welke feiten en omstandigheden een dergelijke actie zou zijn gegrond, alsmede is door hem voldoende duidelijk gesteld op welke wijze een deskundigenonderzoek daaraan iets zou kunnen bijdragen, maar laat dit onverlet dat het verweer van Allianz slaagt. Meer specifiek is de rechtbank van oordeel dat Allianz terecht heeft aangevoerd dat uit het op gezamenlijk verzoek gedane neurologische expertiseonderzoek door dr. [ARTS] volgt dat er geen (neurologische) beperkingen zijn vastgesteld. Gelet hierop is er dan ook nog geen overeenstemming over het al dan niet bestaan van ongevalsgerelateerde klachten en beperkingen, met andere woorden: het causaal verband tussen de door [VERZOEKER] gestelde klachten en beperkingen en het ongeval staan (nog) niet vast en daarmee is het benoemen van een verzekeringsarts als deskundige prematuur te noemen. Het belang van [VERZOEKER] bij een voorlopig deskundigenbericht ontbreekt derhalve in dit stadium.

2.6.        [VERZOEKER] zal als de in het ongelijk gestelde partij worden veroordeeld in de kosten van de procedure.

 

  1. De beslissing

De rechtbank

3.1.        wijst het verzoek af;

3.2.        veroordeelt [VERZOEKER] in de proceskosten, aan de zijde van Allianz tot op heden begroot op € 619,- aan verschotten en € 452,- aan salaris voor de advocaat,

3.3.        verklaart deze proceskostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.

Deze beschikking is gegeven door mr. M.L.J. Koopmans en in het openbaar uitgesproken op 13 februari 2017.