• Jurisprudentie
  • Bron: Ongepubl. jurisprudentie, Rechtbank Zwolle-Lelystad
  • 30 december 2017
  • Zaaknummer: C/08/190149 / HA RK 16-116

Rb: verzoek om voorlopig deskundigenbericht naast bodemprocedure afgewezen

Benadeelde verzoekt – naast de al lopende bodemprocedure- om een voorlopig deskundigenbericht door één of meer deskundigen. De rechtbank is van oordeel dat het verzoek wegens strijd met de goede procesorde moet worden afgewezen. De vraag of in de bodemprocedure bewijslevering door middel van het bevelen van deskundigenonderzoek(en) geboden zal zijn zal naar het oordeel van de rechtbank genoegzaam door de rechter in de bodemprocedure in de beoordeling worden betrokken. De rechtbank oordeelt dat verzoeker daaraan voorafgaand geen gewichtig belang heeft bij een afzonderlijke beoordeling door de rechter in de verzoekschriftprocedure. Verzoek afgewezen.

RECHTBANK OVERIJSSEL

 

Team kanton en handelsrecht Zittingsplaats Zwolle

zaaknummer / rekestnummer: C/08/190149 / HA RK 16-116 Beschikking van 30 december 2016 in de zaak van

 

[Verzoeker],

wonende te Zwolle, verzoeker,

advocaat mr. V. Dolderman te Utrecht,

 

tegen

 

de naamloze vennootschap

ALLIANZ BENELUX N.V., handelend onder de naam LONDON VERZEKERINGEN,

statutair gevestigd te Brussel (België) en kantoorhoudende te Rotterdam, verweerster,

advocaat mr. H.A. Kragt te Arnhem.

 

Partijen zullen hierna [Verzoeker] en London worden genoemd.

 

  1. De procedure

Het verloop van de procedure blijkt uit:

–           het verzoekschrift (met producties)

–           het verweerschrift (met producties)

–           de brief van [Verzoeker] van 9 november 2016 met producties 40 tot en met 43

–           de brieven van London van 16 en 17 november 2016 met producties 15 tot en met 17

–           de mondelinge behandeling

–           de pleitnota van London.

 

  1. De beoordeling

2.1.      Het verzoekschrift strekt ertoe dat de rechtbank een voorlopig deskundigenbericht zal bevelen door vier, althans drie, althans twee, althans een deskundige(n), te weten een psychiater, verzekeringsarts, arbeidsdeskundige en rekenkundige.

 

2.2.      Als belang voor het doen verrichten van deze deskundigenexpertise heeft [Verzoeker] in het verzoekschrift aangevoerd dat onderzoek nodig is om te kunnen komen tot beantwoording van de vraag of het verkeersongeval dat [Verzoeker] op 21 januari 2004 is overkomen heeft geleid tot (blijvende) fysieke en psychische klachten bij [Verzoeker].

Tijdens de mondelinge behandeling heeft [Verzoeker] gesteld dat de exacte reden voor het verzoek erin is gelegen dat hij met de te bevelen deskundigenberichten de gelegenheid moet krijgen om zijn procespositie te bepalen in de bodemprocedure die jegens hem is ingesteld door London ten aanzien van de schadevergoedingsclaim van [Verzoeker] in verband met bedoeld ongeval.

 

2.3.      Die bodemprocedure (met zaaknummer C/OS/184625/ HA ZA 16-138) is (op 6 april 2016) ingesteld vóórdat [Verzoeker] het voorliggende verzoek (ontvangen op 9 augustus 2016) heeft gedaan. De vordering van London in die procedure strekt er – kort samengevat – toe dat wordt beslist dat een causaal verband tussen het ongeval en het door [Verzoeker]gestelde letsel als gevolg daarvan medisch niet is aangetoond en dat de door [Verzoeker] geclaimde (materiële en immateriële) schade (met buitengerechtelijke kosten) is vergoed met het reeds door London aan [Verzoeker] betaalde bedrag van € 59.141,47. [Verzoeker] heeft in die procedure een reconventionele vordering ingesteld, strekkende tot het schatten van de geleden en te lijden schade als gevolg van het ongeval op het bedrag van € 1.000.000,00 en tot het veroordelen van London tot betaling van dit bedrag.

 

2.4.      Deze rechtbank heeft in een eerdere deelgeschilprocedure (ex artikel 1019w Rv) (met zaaknummer C/08/195023/ HZ RK12-6) tussen partijen bij beschikking van

5 november 2012 – kort gezegd – onder afwijzing van het verzoek van [Verzoeker] geoordeeld dat deze zijn gestelde verlies aan verdienvermogen bij gebreke van onderzoek door onafhankelijke deskundigen vooralsnog medisch en arbeidsdeskundig onvoldoende heeft onderbouwd. Voorts heeft de rechtbank toentertijd geoordeeld dat nadere onderbouwing van de stellingen van [Verzoeker] in een bodemprocedure aan de orde zou moeten komen.

 

2.5.      In de conclusie van antwoord in conventie in de aanhangige bodemprocedure heeft [Verzoeker] de rechtbank verzocht om de nodige onderzoeken te bevelen, namelijk een psychiatrisch onderzoek, een verzekeringsgeneeskundig onderzoek, een arbeidsdeskundig onderzoek en een actuarieel onderzoek.

 

2.6.      Parallel hieraan doet [Verzoeker] thans in de onderhavige procedure hetzelfde verzoek als gedaan in de al aanhangige bodemzaak.

 

2.7.      London verzet zich tegen inwilliging van het verzoek en voert daartoe primair aan dat [Verzoeker] geen belang heeft bij zijn voorliggende verzoek(en) terwijl dat (die) verzoek(en) in strijd is (zijn) met de goede procesorde. Dit laatste is volgens London het geval omdat de rechter in de bodemprocedure zal moeten beslissen ten aanzien van (de wijze van) bewijslevering ter zake van de stellingen van partijen en die beoordeling op onredelijke en onnodige wijze wordt doorkruist door het gedane verzoek. Een dringend belang om dat verzoek tegen deze achtergrond te doen, acht London niet aanwezig. Het eerst later toegevoegd verzoek om een psychiatrisch onderzoek acht London juridisch niet ter zake dienend, omdat [Verzoeker] zich eerst dit jaar in het behandelcircuit heeft gemeld. Subsidiair verzet London zich tegen de door [Verzoeker] voorgestelde personen van de deskundigen en tegen de vraagstellingen, bij gebreke van een volledige medisch dossier.

 

2.8.      [Verzoeker] heeft betoogd dat de beoordeling door de rechter in de bodemprocedure of benoeming van een of meer deskundigen geboden is en welke vraagstelling(en) hun zou moeten worden voorgelegd van andere aard is dan de beoordeling van het verzoek in de verzoekschriftprocedure. Het verschil is er volgens [Verzoeker] in gelegen dat in de bodemzaak onderzoek dient ter instructie van de rechtbank terwijl met het verzoek wordt beoogd om zijn kansen in de bodemzaak in te schatten, waar zijn reconventionele vordering om de schade te schatten praktisch alleen is gebaseerd op kale stellingen, alsook om niet het risico te lopen dat die vordering onder die omstandigheid als onvoldoende onderbouwd zonder meer wordt afgewezen.

 

2.9.      Ten tijde van de mondelinge behandeling van het verzoek stond in de bodemprocedure de zaak op de rol voor beraad comparitie voor 30 november 2016. Inmiddels staat de zaak op de rol voor comparitie op 10 maart 2017, alsmede voor 4 januari 2017 voor antwoord in reconventie.

 

2.10.    De rechtbank is van oordeel dat het verzoek wegens strijd met de goede procesorde moet worden afgewezen. Die strijd acht zij er in gelegen dat de vraag of in verband met de vorderingen van London en [Verzoeker] in de bodemprocedure bewijslevering door middel van het bevelen van een of meer deskundigenonderzoeken geboden zal zijn naar haar oordeel genoegzaam door de rechter in de bodemprocedure in de beoordeling zal worden betrokken. Zij vermag niet in te zien dat [Verzoeker] voorafgaand aan die fase van het geding gewichtig belang zou hebben bij een afzonderlijke beoordeling door de rechter in de verzoekschriftprocedure van het verzoek om deskundigenberichten te bevelen. Voorzover het belang geldt om met (een) thans te bevelen deskundigenonderzoek(en) te doen uitwijzen dat een causaal verband tussen ongeval en schade wel of niet voldoende moet worden aangenomen, zal dat belang in de bodemprocedure niet in een ander daglicht staan. De vrees van [Verzoeker] dat hem in de bodemprocedure in zoverre een onvoldoende rechtsbedeling ten deel zou (kunnen) vallen in verband met zijn reconventionele vordering acht de rechtbank onvoldoende onderbouwd.

Bovendien kan in het debat ter gelegenheid van de aanstaande comparitie de benoeming van deskundigen aan de orde komen, in welk kader partijen hun standpunten hieromtrent (nog) kunnen afstemmen. Ook in dit licht acht de rechtbank het inwilligen van het voorliggende verzoek niet dienstig aan de bodemprocedure, die daarmee naar haar oordeel onnodig zou worden doorkruist. Bovendien geldt daarbij dat, gezien het inmiddels opgetreden tijdsverloop in het onderliggend geschil tussen partijen, dat die doorkruising temeer als inefficiënt ongewenst is, waar [Verzoeker] reeds veel eerder, en voorafgaande aan de bodemprocedure, die door London is ingesteld, een verzoek als thans gedaan, had kunnen doen. De proceseconomie wordt gediend met het (in de bodemprocedure) spoedig in rechte komen tot een beëindiging van het reeds jaren slepende geschil tussen partijen.

 

2.11.    De in verweer door London verzochte proceskostenveroordeling van [Verzoeker] zal worden toegewezen. De kosten aan de zijde van London worden tot op heden begroot op:

 -griffierecht          € 619,00

– salaris advocaat €  904.00 (2 punten x tarief € 452,00)

Totaal                     € 1.523,00

 

  1. De beslissing

 

De rechtbank

3.1.      wijst het verzoek af,

3.2.      veroordeelt [Verzoeker] in de kosten van deze procedure, aan de zijde van London tot heden begroot op € 1.523,00.

Deze beschikking is gegeven door mr. M.H.S. Lebens – de Mug en in het openbaar uitgesproken op 30 december 2016.