• Jurisprudentie
  • Bron: Rechtbank Limburg
  • 30 november 2016
  • ECLI:NL:RBLIM:2016:10506
  • Zaaknummer: C/03/214423 / HA ZA 15-715

Rb: persoonlijk onderzoek niet onrechtmatig, benadeelde moet schadevergoeding terugbetalen

Gedragscode Persoonlijk Onderzoek (GPO). Terugvordering door aansprakelijkheidsverzekeraar van uitgekeerde schadevergoeding. Rechtbank oordeelt dat besluit van verzekeraar tot het instellen van een persoonlijk onderzoek niet onrechtmatig was, noch dat de wijze waarop het onderzoek is uitgevoerd onrechtmatig was. Uit de in dat kader geobserveerde gedragingen blijkt volgens de rechtbank dat de door het slachtoffer tegenover behandelende en expertiserende medici aangegeven klachten en beperkingen niet consistent zijn met de geobserveerde gedragingen van het slachtoffer. Voorts blijkt naar het oordeel van de rechtbank uit de resultaten van een tweetal neuropsychologische onderzoeken, dat het slachtoffer bewust heeft ondergepresteerd, nu de resultaten van die onderzoeken slechter zijn dan wanneer de tests volstrekt willekeurig zouden zijn ingevuld en voorts slechter zijn dan die wanneer deze door dementen zouden zijn ingevuld. Ten slotte blijkt ook uit de gegevens van een tankpas (aan het slachtoffer verstrekt door diens voormalig werkgever), alsmede uit gegevens van het aantal kilometers dat met de auto van het slachtoffer is gereden sedert zijn auto-ongeval, dat het slachtoffer veel auto heeft gereden sedert zijn ongeval, terwijl hij claimt als gevolg van zijn ongeval nauwelijks meer te kunnen autorijden. Benadeelde moet € 248.676,16 (+ rente) terugbetalen.

 

 

(samenvatting van rechtspraak.nl)

 

ECLI:NL:RBLIM:2016:10506

 

Instantie Rechtbank Limburg

Datum uitspraak 30-11-2016

Datum publicatie 05-12-2016

Zaaknummer C/03/214423 / HA ZA 15-715

Rechtsgebieden Civiel recht

Bijzondere kenmerken Eerste aanleg – meervoudig

Inhoudsindicatie

 

Gedragscode Persoonlijk Onderzoek (GPO). Terugvordering door aansprakelijkheidsverzekeraar van uitgekeerde schadevergoeding. Rechtbank oordeelt dat besluit van verzekeraar tot het instellen van een persoonlijk onderzoek niet onrechtmatig was, noch dat de wijze waarop het onderzoek is uitgevoerd onrechtmatig was. Uit de in dat kader geobserveerde gedragingen blijkt volgens de rechtbank dat de door het slachtoffer tegenover behandelende en expertiserende medici aangegeven klachten en beperkingen niet consistent zijn met de geobserveerde gedragingen van het slachtoffer. Voorts blijkt naar het oordeel van de rechtbank uit de resultaten van een tweetal neuropsychologische onderzoeken, dat het slachtoffer bewust heeft ondergepresteerd, nu de resultaten van die onderzoeken slechter zijn dan wanneer de tests volstrekt willekeurig zouden zijn ingevuld en voorts slechter zijn dan die wanneer deze door dementen zouden zijn ingevuld. Ten slotte blijkt ook uit de gegevens van een tankpas (aan het slachtoffer verstrekt door diens voormalig werkgever), alsmede uit gegevens van het aantal kilometers dat met de auto van het slachtoffer is gereden sedert zijn auto-ongeval, dat het slachtoffer veel auto heeft gereden sedert zijn ongeval, terwijl hij claimt als gevolg van zijn ongeval nauwelijks meer te kunnen autorijden.

VindplaatsenRechtspraak.nl

 

 

Uitspraak

 

 

 

 

  .   .vonnis

 

RECHTBANK LIMBURG

 

 

Burgerlijk recht

 

 

 

 

Zittingsplaats Maastricht

 

 

 

 

zaaknummer: C/03/214423 / HA ZA 15-715

 

 

 

 

Vonnis van 30 november 2016

 

 

 

 

in de zaak van

 

 

 

 

de naamloze vennootschap

 

ASR SCHADEVERZEKERING N.V.,

 

gevestigd te Utrecht,

 

eiseres in conventie, verweerster in reconventie,

 

advocaat mr. W.E. Noordhoorn Boelen;

 

 

 

 

tegen:

 

 

 

 

1 [gedaagde in conventie, eiser in reconventie sub 1] ,

 

 

en

 

  1. [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie sub 2],

 

beiden wonend te [woonplaats] ,

 

gedaagden in conventie, eisers in reconventie,

 

advocaat mr. D.S.G. Lie te Heerlen.

 

 

 

 

Eiseres in conventie zal hierna ASR genoemd worden en gedaagden in conventie zullen hierna [gedaagde in conventie, eiser in reconventie sub 1] en [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie sub 2] genoemd worden. Gezamenlijk zullen gedaagden in conventie [gedaagden in conventie, eisers in reconventie] c.s. genoemd worden.

 

 

 

 

1 Het verdere verloop van de procedure

 

1.1.

Het verdere verloop van de procedure blijkt uit:

de dagvaarding;

 

de conclusie van antwoord in conventie, tevens eis in reconventie;

 

de dagbepaling van de comparitie na antwoord;

 

de conclusie van antwoord in reconventie;

 

de door ASR ingediende producties 21 tot en met 24;

 

de door [gedaagde in conventie, eiser in reconventie sub 1] en [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie sub 2] ingediende 81 en 82;

 

het proces-verbaal van comparitie van 31 mei 2016;

 

de reactie van [gedaagde in conventie, eiser in reconventie sub 1] en [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie sub 2] van 9 juni 2016 op het proces-verbaal;

 

de brief van de griffier van 13 juni 2016 aan partijen naar aanleiding van de reacties op het proces-verbaal.

 

 

1.2.

Ten slotte is vonnis bepaald.

 

 

 

2 De feiten

 

2.1.

[gedaagde in conventie, eiser in reconventie sub 1] is op 4 november 2008 betrokken geraakt bij een verkeersongeval op grond waarvan hij letselschade heeft geclaimd. Op 12 mei 2009 heeft [gedaagde in conventie, eiser in reconventie sub 1] ASR, de WAM-verzekeraar van de voor het ongeval aansprakelijke partij, aansprakelijk gesteld. ASR heeft aansprakelijkheid erkend.

 

 

2.2.

Toen hem het ongeluk overkwam zat [gedaagde in conventie, eiser in reconventie sub 1] twee dagen in een proeftijd van zijn nieuwe baan. Na het ongeval heeft [gedaagde in conventie, eiser in reconventie sub 1] nog tot 20 maart 2009 gewerkt. [gedaagde in conventie, eiser in reconventie sub 1] heeft zich op die dag arbeidsongeschikt gemeld. Het UWV heeft de mate van arbeidsongeschiktheid van [gedaagde in conventie, eiser in reconventie sub 1] bepaald op 80-100%.

 

 

2.3.

Bij gelegenheid van een bezoek van een door ASR ingeschakelde schaderegelaar heeft [gedaagde in conventie, eiser in reconventie sub 1] verklaard dat hij tot niets in staat is. De minste inspanning zorgde volgens hem voor een totale uitval. Tegenover een door ASR ingeschakelde arbeidsdeskundige heeft [gedaagde in conventie, eiser in reconventie sub 1] de volgende klachten aangegeven: zich niet goed kunnen concentreren, tekortschieten van het kortetermijngeheugen, niet goed tegen drukte en geluiden kunnen, last hebben van inschatten van diepte, slechte nachtrust, vermoeidheid na fysieke inspanning, hoofdpijn, continue pijn in onderrug en bekken, duizeligheid, en emotionele en psychische problemen.

 

 

2.4.

Omdat volgens ASR voor de vele klachten en het beleefde onvermogen geen somatische verklaring bestond, heeft ASR in overleg met de medisch adviseur van [gedaagde in conventie, eiser in reconventie sub 1] in 2011 besloten een psychiatrische expertise te laten uitvoeren.

 

 

2.5.

Op 16 mei 2012 heeft een psychiatrisch onderzoek van [gedaagde in conventie, eiser in reconventie sub 1] plaatsgevonden ten behoeve van het opstellen van die expertise (productie 31 bij de conclusie van antwoord in conventie) door psychiater dr. [naam deskundige 1] (verder te noemen: [naam deskundige 1] ). Zakelijk weergegeven concludeert [naam deskundige 1] dat bij [gedaagde in conventie, eiser in reconventie sub 1] op dat moment geen sprake was van een psychiatrische stoornis welke een medisch causaal verband kent met de gevolgen van het ongeval van 4 november 2008. [gedaagde in conventie, eiser in reconventie sub 1] heeft volgens [naam deskundige 1] een soms wat opvallende presentatie van onvermogen met directe en accurate correctie en daarbij verder geen aanwijzingen voor neurologische functiestoornissen. [naam deskundige 1] vermeldt in zijn rapport een soms wat ostentatieve presentatie door [gedaagde in conventie, eiser in reconventie sub 1] van zijn klachten, welke presentatie toeneemt nadat hij na afloop van zijn gesprek met [naam deskundige 1] nog in de onderzoekskamer neurologisch wordt onderzocht. Wanneer [gedaagde in conventie, eiser in reconventie sub 1] wordt geconfronteerd met deze mogelijke discrepanties en inconsistenties, geeft hij aan de reden hiervoor niet te weten en benadrukt hij de mening van anderen en dat er volgens hem geen psychisch probleem is.

 

 

2.6.

Omdat de medisch adviseurs van ASR het gedrag en de extreme klachtenpresentatie hadden bestempeld als “opvallend” en “niet passend”, volgens ASR gebleken was dat er geen medische grond voor de gestelde klachten aanwezig was en ook [naam deskundige 1] inconsistenties en discrepanties constateerde, is het dossier binnen ASR op 13 november 2012 overgedragen aan haar afdeling Speciale Zaken.

 

 

2.7.

De gehele combinatie van de extreme klachtenpresentatie, het ontbreken van medisch objectiveerbare klachten en de ook bij de medische adviseur van ASR gerezen vermoedens van het bestaan van “bewuste gedragscomponenten”, waardoor simulatie niet kon worden uitgesloten, heeft ASR doen besluiten over te gaan tot het instellen van een persoonlijk onderzoek naar [gedaagde in conventie, eiser in reconventie sub 1] , bestaande in een observatie van [gedaagde in conventie, eiser in reconventie sub 1] door bedrijfsrecherchebureau SecureAdvance gedurende de periode dat [gedaagde in conventie, eiser in reconventie sub 1] neurologische en neuropsychologische onderzoeken zou ondergaan.

 

 

2.8.

Partijen waren overeengekomen dat [gedaagde in conventie, eiser in reconventie sub 1] aan een tweetal neurologische onderzoeken zou worden onderworpen – één door neuroloog dr. [naam deskundige 2] (hierna te noemen: [naam deskundige 2] ), namens ASR, en één door neuroloog dr. [naam deskundige 3] (hierna te noemen: [naam deskundige 3] ), namens [gedaagde in conventie, eiser in reconventie sub 1] – en een neuropsychologisch onderzoek door neuropsycholoog dr. [naam deskundige 4] (verder te noemen: [naam deskundige 4] ).

 

 

2.9.

Op 15 september 2014 heeft [naam deskundige 3] , naar aanleiding van een op 31 maart 2014 uitgevoerd neurologisch onderzoek van [gedaagde in conventie, eiser in reconventie sub 1] – zakelijk weergegeven – het volgende gerapporteerd (productie 60 bij conclusie van antwoord in conventie). [naam deskundige 3] concludeert tot een post whiplashsyndroom na een hoogenergetisch trauma. Gezien de anamnese (concentratie-, spraak- en woordvindingsproblemen, dubbelbeelden bij omhoog kijken, wazig zien, spel- en schrijffouten) zijn beschadigingen van de hersenfuncties van [gedaagde in conventie, eiser in reconventie sub 1] niet uit te sluiten. Aangezien het neuropsychologisch onderzoek niet is uit te voeren, kan er geen uitspraak worden gedaan over een mogelijk cerebraal disfunctioneren. [gedaagde in conventie, eiser in reconventie sub 1] klachten kunnen hier wel bij passen, maar [naam deskundige 3] stelt over te weinig gegevens te beschikken om hier een uitspraak over te doen.

 

 

2.10.

 

Op 16 april 2014 heeft een neurologisch onderzoek plaatsgevonden van [gedaagde in conventie, eiser in reconventie sub 1] door [naam deskundige 2] , die daarover op 14 augustus 2014 – zakelijk weergegeven – in concept als volgt rapporteert (productie 58 bij conclusie van antwoord in conventie). Tijdens het gesprek met [naam deskundige 2] heeft [gedaagde in conventie, eiser in reconventie sub 1] verklaard dat hij liever geen auto rijdt, dat hij vorige maand een keer geprobeerd heeft te rijden, maar schrikachtig is en problemen heeft met het inschatten van afstanden, en dat hij na het ongeval maar enkele keren heeft gereden. [naam deskundige 2] observeert dat [gedaagde in conventie, eiser in reconventie sub 1] tijdens het vertellen van zijn verhaal kreunt en dan stopt met praten. Hij houdt afwisselend zijn hoofd en zijn nek vast. Hij begint herhaaldelijk te snikken. [gedaagde in conventie, eiser in reconventie sub 1] houdt gedurende een groot deel van de anamnese en onderzoek zijn ogen dicht. Aan het eind van het onderzoek zijn de ogen open en is de mimiek minder gedeprimeerd. Hij vindt het prettig als de jaloezieën worden gesloten vanwege het invallende licht waarvan hij last heeft. Tijdens het gesprek gaat [gedaagde in conventie, eiser in reconventie sub 1] enkele malen even staan om de rugpijn te laten zakken. [gedaagde in conventie, eiser in reconventie sub 1] vertelt snikkend (tranen zijn aanwezig) een groot deel van zijn verhaal. De antwoorden op de vragen komen vaak langzaam, na een zucht en gesnik. [gedaagde in conventie, eiser in reconventie sub 1] zit voorovergebogen met de handen in zijn nek of op zijn slapen. Hij verkeert in een goede voedingstoestand en heeft een forse musculaire ontwikkeling. Aan het uiterlijk zijn tekenen van pijnlijden of spanning te ontwaren. [gedaagde in conventie, eiser in reconventie sub 1] ontziet zich in bewegingen en beweegt langzaam en behoedzaam. [naam deskundige 2] merkt nog op dat tijdens de observatie blijkt dat [gedaagde in conventie, eiser in reconventie sub 1] zijn shirt en broek niet zelfstandig kan aantrekken. Zijn vrouw komt erbij om hem te helpen.

 

Gebaseerd op de diagnose werden geobserveerde gedragingen gescoord tussen -10 (overdreven, niet-fysiologisch) 0 (gemengd en dubbelzinnig) en +10 (gepast en bevestigend voor klinische bevindingen). Gezien het ontbreken van neurologische afwijkingen werd het pijngedrag gescoord op -10.

 

Onder het kopje “Neurologisch onderzoek” vermeldt [naam deskundige 2] onder andere dat de prestaties ten aanzien van registratie en actieve reproductie van woorden als abnormaal moeten worden beschouwd, dat rekenopdrachten op niveau van lagere school zeer traag worden uitgevoerd met vele fouten en met matige aandachtconcentratie. Met betrekking tot de prestatie op de Amsterdamse Korte Termijn Geheugen test constateert [naam deskundige 2] evident onderpresteren met een score onder de random score. Bij de SIMS-test (Structured Inventory of Malingered Symptomatology) was er een indicatie voor onderpresteren.

 

Bij de waargenomen presentatie van klachten, en de onderzoeksbevindingen zonder neurologische en psychiatrische afwijkingen dienen de diagnoses aggravatie en simulatie volgens [naam deskundige 2] te worden overwogen. Dit zijn volgens [naam deskundige 2] geen neurologische of medisch pathologische diagnoses en deze liggen niet op zijn vakgebied. [naam deskundige 2] geeft aan geen diagnose te kunnen stellen. Er is volgens hem geen sprake geweest van een licht of zwaar traumatisch hersenletsel gezien het ontbreken van retrograde en posttraumatische amnesie. Evenmin is er sprake van objectiveerbare cognitieve stoornissen. [naam deskundige 2] acht geen neuropsychologisch onderzoek gewenst gezien het evident onderpresteren op twee SVT’s (systeemvaliditeitstesten). De resultaten van dit neuropsychologisch onderzoek dienen net als het neuropsychologisch onderzoek in het verleden als onbetrouwbaar te worden beoordeeld.

 

 

 

2.11.

 

Naar aanleiding van het onderzoek dat op 16 mei 2014 heeft plaatsgevonden, rapporteert [naam deskundige 4] bij rapport van 2 juni 2014 – zakelijk weergegeven – het volgende (productie 56 bij de conclusie van antwoord in conventie). [naam deskundige 4] observeert dat [gedaagde in conventie, eiser in reconventie sub 1] al direct aan het begin van het onderzoek duidelijk is dat het onderzoek [gedaagde in conventie, eiser in reconventie sub 1] erg zwaar valt; bij elke mentale inspanning is dit uit het gedrag en de reacties af te leiden. Het lezen van enkele woorden maar ook de uitvoering van andere taken gaat gepaard met zuchten en in de nek of op het hoofd wrijven. Tijdens het gesprek gaat [gedaagde in conventie, eiser in reconventie sub 1] regelmatig even staan om zijn rug te bewegen. [gedaagde in conventie, eiser in reconventie sub 1] vindt het prettig als de lamellen van de zonwering dicht gaan, omdat het naar binnen vallende licht als erg hinderlijk wordt ervaren. De concentratie is matig. [gedaagde in conventie, eiser in reconventie sub 1] wordt erg afgeleid, mede door zijn lichamelijke klachten. Het werktempo is uitzonderlijk laag. Op grond hiervan is volgens [naam deskundige 4] onmogelijk een gebruikelijk uitgebreid neuropsychologisch onderzoek uit te voeren. Na ongeveer drie kwartier bezig te zijn geweest is reeds een lange pauze ingelast nadat [gedaagde in conventie, eiser in reconventie sub 1] erg emotioneel was geworden. Na deze pauze zijn nog enkele tests afgenomen, waarna is besloten het onderzoek te beëindigen. Er zijn volgens [naam deskundige 4] slechts enkele onderdelen afgenomen.

 

De resultaten van de Amsterdamse Korte Termijn Geheugen test laten volgens [naam deskundige 4] het beeld zien van fors onderpresteren. Op een test voor de visuele inprenting wordt zeer slecht gepresteerd. Een Tien Woorden Leertest met auditieve aanbieding laat een zeer gering leereffect zien. Op een taak voor visuele herkenning wordt zeer onvoldoende gepresteerd. Dat betekent volgens hem dat er redenen of omstandigheden zijn die er voor zorgen dat niet optimaal wordt gepresenteerd. Over die redenen of omstandigheden kan volgens hem geen uitspraak worden gedaan. Gezien de observaties en de klachten vermoedt hij dat zowel fysieke klachten als psychische problemen een rol spelen.

 

[naam deskundige 4] concludeert dat [gedaagde in conventie, eiser in reconventie sub 1] in zijn reacties zeer traag is en zijn werktempo uiterst laag is. Iedere inspanning lijkt teveel gevraagd. Door zijn klachten en gedrag is [gedaagde in conventie, eiser in reconventie sub 1] vrijwel niet te onderzoeken. Doordat het neuropsychologisch onderzoek in feite niet is uit te voeren, kunnen geen uitspraken worden gedaan over een mogelijk cerebraal disfunctioneren, behalve dat er, voor zover na te gaan, geen dusdanige specifieke afwijkingen op neuropsychologisch gebied zij die de focale cerebrale stoornissen waarschijnlijk zouden maken.

 

 

 

2.12.

In het kader van het in 2.7. bedoelde persoonlijk onderzoek is [gedaagde in conventie, eiser in reconventie sub 1] door medewerkers van het bedrijfsrecherchebureau SecureAdvance in opdracht van ASR geobserveerd, en wel op de volgende dagen: 29 en 31 maart 2014, 1 en 5 april 2014, 15, 16 en 17 april 2014, en 15 en 16 mei 2014.

 

 

2.13.

Zakelijk weergegeven en voor zover relevant hebben deze medewerkers het volgens geobserveerd en gerapporteerd:

Zaterdag 29 maart 2014: [gedaagde in conventie, eiser in reconventie sub 1] rijdt met zijn auto van zijn woonadres – [adres] te [woonplaats] – om 11.26 uur naar de Hoofdstraat in Hoensbroek waar de auto wordt geparkeerd. Om 12.08 uur rijdt de auto weer weg. Om 12.13 uur wordt de auto op de oprit van de woning van [gedaagde in conventie, eiser in reconventie sub 1] geparkeerd.

 

Maandag 31 maart 2014: om 09.05 uur rijdt [gedaagde in conventie, eiser in reconventie sub 1] als bestuurder weg met zijn auto vanaf zijn woning en rijdt naar de parkeerplaats van de medische instelling aan de Zandbergsweg 111 te Hoensbroek, waar [gedaagde in conventie, eiser in reconventie sub 1] zijn auto om 09.09 uur parkeert. Om 12.25 uur rijdt [gedaagde in conventie, eiser in reconventie sub 1] als bestuurder weg van de parkeerplaats naar zijn woning, waar hij op 12.29 uur zijn auto op de oprit van zijn woning parkeert.

 

Dinsdag 1 april 2014: [gedaagde in conventie, eiser in reconventie sub 1] loopt om 08.18 uur met zijn vrouw en een kind naar school. [gedaagde in conventie, eiser in reconventie sub 1] draagt twee tassen over zijn rechterschouder. Nadat [gedaagde in conventie, eiser in reconventie sub 1] en zijn vrouw naar huis zijn gelopen, vertrekken zij vervolgens met de auto, bestuurd door [gedaagde in conventie, eiser in reconventie sub 1] , om 08.29 uur naar het centrum van Maastricht. De echtgenote stapt om 09.21 uur op Het Bat uit. [gedaagde in conventie, eiser in reconventie sub 1] rijdt vervolgens terug naar de woning en parkeert zijn auto daar om 09.47 uur op de oprit. Om 10.28 uur vertrekt [gedaagde in conventie, eiser in reconventie sub 1] als bestuurder van zijn auto naar de parkeerplaats van de Albert Heijn aan de Kouvenderstraat 100 te Hoensbroek waar [gedaagde in conventie, eiser in reconventie sub 1] om 10.29 uur zijn auto parkeert en de supermarkt binnenloopt. Om 10.41 uur komt [gedaagde in conventie, eiser in reconventie sub 1] uit de supermarkt gelopen met in zijn rechterhand een goedgevulde boodschappentas die hij tijdens het lopen overpakt in zijn linkerhand. Bij het voertuig aangekomen neemt [gedaagde in conventie, eiser in reconventie sub 1] de tas in zijn rechterhand en opent de achterdeur aan de bestuurderszijde en plaatst de tas in het voertuig. Aansluitend stapt [gedaagde in conventie, eiser in reconventie sub 1] als bestuurder in zijn auto en vertrekt. Om 10.45 uur parkeert [gedaagde in conventie, eiser in reconventie sub 1] vervolgens de auto op de oprit van zijn woning. Daar stapt [gedaagde in conventie, eiser in reconventie sub 1] uit, tilt met zijn linkerhand de boodschappentas uit zijn auto, pakt deze over in zijn rechterhand en loopt in de richting van de woning. Om 13.54 uur vertrekt [gedaagde in conventie, eiser in reconventie sub 1] als bestuurder van zijn auto en rijdt vervolgens naar de school, waar de auto wordt geparkeerd. Om 14.22 uur vertrekt de auto, bestuurd door [gedaagde in conventie, eiser in reconventie sub 1] , in de richting van de Hoofdstraat te Hoensbroek. Om 14.43 uur vertrekt de auto met [gedaagde in conventie, eiser in reconventie sub 1] als bestuurder vanaf het perceel 219B te Hoensbroek. Om 14.46 parkeert [gedaagde in conventie, eiser in reconventie sub 1] zijn auto op de oprit van zijn woning. [gedaagde in conventie, eiser in reconventie sub 1] stapt om 16.29 uur weer in zijn auto en vertrekt eerst naar de Sporthal M.F.C. Gebrook, waar hij blijft van 16.45 tot 17.12 uur, en vervolgens naar Maastricht. Om 18.54 uur keert [gedaagde in conventie, eiser in reconventie sub 1] met de auto terug bij de woning.

 

Zaterdag 5 april 2014: Op de oprit van de woning staat de auto van [gedaagde in conventie, eiser in reconventie sub 1] geparkeerd. Om 07.57 uur draagt [gedaagde in conventie, eiser in reconventie sub 1] , na al meermaals verschillende objecten in de auto te hebben gelegd, met beide handen een grote langwerpige kartonnen doos, die hij via de rechter achterportier in de zijn auto plaatst. Om 07.58 uur draagt [gedaagde in conventie, eiser in reconventie sub 1] in zijn rechterhand een stofzuiger, in zijn linkerhand draagt hij een stofzuigerslang. Hij tilt de stofzuiger met één hand omhoog de kofferruimte in. Hierna staat hij enige tijd voorovergebogen in de kofferruimte. Om 07.59 uur draagt [gedaagde in conventie, eiser in reconventie sub 1] in beide handen een voorwerp, lijkend op een ton of een gasfles. Dit voorwerp plaatst [gedaagde in conventie, eiser in reconventie sub 1] in de kofferbak. Daarna loopt hij opnieuw zijn woning binnen en komt even later terug met een doos die hij met beide handen draagt en in de kofferbak plaatst. Hierbij bukt hij schuin naar links voorover en staat daarna enige tijd licht gebukt voorover. Hierna rijkt hij opnieuw met zijn linkerhand naar de bovenzijde van het kofferdeksel, trekt dit omlaag en sluit het met een duwende beweging. Om 08.05 uur komt [gedaagde in conventie, eiser in reconventie sub 1] opnieuw uit zijn woning en stapt als bestuurder in zijn auto. [gedaagde in conventie, eiser in reconventie sub 1] vertrekt vervolgens met zijn auto en rijdt allereerst naar het Essotankstation aan de N78 te Maasmechelen, waar hij tankt. Om 08.27 uur vertrekt [gedaagde in conventie, eiser in reconventie sub 1] van het tankstation en rijdt naar de Eikenweg te Zonhoven, waar hij om 08.44 uur arriveert. Hierna verliest SecureAdvance het zicht op de auto en wordt de Mercedes niet meer aangetroffen.

 

Dinsdag 15 april 2014: om 08.25 uur, nadat [gedaagde in conventie, eiser in reconventie sub 1] en zijn vrouw hun dochter lopend naar school hebben gebracht, vertrekt [gedaagde in conventie, eiser in reconventie sub 1] vanaf zijn woning als bestuurder van zijn auto, met zijn vrouw als bijrijder, en rijdt via de Graanmarkt naar Het Bat te Maastricht, waar zijn vrouw uitstapt. De door [gedaagde in conventie, eiser in reconventie sub 1] bestuurde auto rijdt vervolgens naar de Lidl te Hoensbroek, waar [gedaagde in conventie, eiser in reconventie sub 1] om 09.18 uur zijn auto parkeert. [gedaagde in conventie, eiser in reconventie sub 1] stapt uit en gaat de winkel binnen. Om 09.28 uur verlaat [gedaagde in conventie, eiser in reconventie sub 1] de winkel met enkele kleine boodschappen, die hij op de bijrijdersstoel plaatst. Vervolgens rijdt hij om 09.31 uur weg naar zijn woning, waar hij zijn auto om 09.33 uur op de oprit parkeert. Vervolgens maakt [gedaagde in conventie, eiser in reconventie sub 1] tussen ongeveer 14.00 uur en 16.00 uur nog meerdere ritjes en uiteindelijk haalt hij rond 17.00 uur zijn vrouw weer op uit Maastricht.

 

Woensdag 16 april 2014 [rechtbank: de dag van het onderzoek door [naam deskundige 2] ]: om 08.15 vertrekt [gedaagde in conventie, eiser in reconventie sub 1] als bestuurder met zijn auto. Om 09.20 uur stopt hij op de provinciale weg in Veldhoven bij een parkeerplaats. Om 09.21 uur zit [gedaagde in conventie, eiser in reconventie sub 1] op de bijrijdersstoel en zit zijn vrouw achter het stuur. De auto blijft enige tijd op de parkeerplaats staan. De auto vertrekt, bestuurd door [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie sub 2] , om 09.25 uur vanaf de parkeerplaats. Om 09.28 uur rijdt de auto de parkeerplaats op van het perceel Provinciale weg 44 te Veldhoven, waar het Medisch Expertise Centrum is gevestigd. [gedaagde in conventie, eiser in reconventie sub 1] zit dan op de bijrijdersstoel. Om 14.08 vertrekt de auto, bestuurd door [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie sub 2] vanaf de parkeerplaats het Medisch Expertise. Nadat de auto ongeveer 750 m heeft gereden, wordt de auto half het trottoir opgereden en stilgezet. [gedaagde in conventie, eiser in reconventie sub 1] stapt uit vanaf de bijrijderskant, loopt om de auto heen en stapt vervolgens in als bestuurder van de auto. [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie sub 2] stapt in aan de bijrijderskant van de auto. Vervolgens vertrekt de auto en om 15.02 uur wordt de auto geparkeerd tegenover perceel 219B aan de Hoofdstraat te Hoensbroek. [gedaagde in conventie, eiser in reconventie sub 1] en zijn echtgenote lopen in de richting van de woning. [gedaagde in conventie, eiser in reconventie sub 1] en zijn echtgenote lopen om 15.33 uur naar de auto. [gedaagde in conventie, eiser in reconventie sub 1] stapt in als bestuurder en [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie sub 2] neemt plaats op de bijrijdersplaats, waarna de auto vertrekt. Om 15.36 uur wordt de auto aan de woning van het echtpaar [gedaagde in conventie, eiser in reconventie sub 1] tot stilstand gebracht en wordt de auto achterwaarts de oprit opgereden.

 

Donderdag 17 april 2014: om 08.23 uur verlaat [gedaagde in conventie, eiser in reconventie sub 1] zijn woning en stapt als bestuurder in zijn auto; [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie sub 2] stapt in als bijrijder. Vervolgens rijdt [gedaagde in conventie, eiser in reconventie sub 1] om 08.56 uur naar het Het Bat te Maastricht. Om 09.20 rijdt de auto in de richting van perceel Hoofdstraat 219B te Hoensbroek. Om 09.22 vertrekt de auto, bestuurd door [gedaagde in conventie, eiser in reconventie sub 1] , weer. [gedaagde in conventie, eiser in reconventie sub 1] parkeert om 09.25 uur zijn auto op het terrein van supermarkt Lidl, gelegen aan de Hoofdstraat 656 te Hoensbroek. [gedaagde in conventie, eiser in reconventie sub 1] stapt uit zijn auto en loopt in de richting van de stalling van winkelwagentjes en pakt een winkelwagen. Vervolgens gaat [gedaagde in conventie, eiser in reconventie sub 1] de winkel binnen. Om 09.49 uur komt [gedaagde in conventie, eiser in reconventie sub 1] uit de winkel gelopen met een gevulde winkelwagen en loopt in de richting van zijn auto. Om 09.50 uur tilt [gedaagde in conventie, eiser in reconventie sub 1] met beide handen een grote boodschappentas in de kofferbak van zijn auto. Aansluitend pakt hij nog een tweede boodschappentas en plaatst deze met dezelfde vloeiende beweging in de kofferbak. Vervolgens pakt hij met zijn rechterhand een sixpack met 1,5 literflessen frisdrank uit de winkelwagen en plaatst deze in de kofferbak. [gedaagde in conventie, eiser in reconventie sub 1] rijdt vervolgens om 09.51 uur weg en parkeert de auto om 09.54 uur op het parkeerterrein van de Albert Heijn aan de Kouvenderstraat 100 te Hoensbroek, waar hij naar binnen loopt. Om 10.01 uur komt [gedaagde in conventie, eiser in reconventie sub 1] weer naar buiten met een tas in zijn hand, die hij op de bijrijdersstoel plaatst. Daarna vertrekt [gedaagde in conventie, eiser in reconventie sub 1] met zijn auto, die hij op 10.05 uur parkeert op de oprit bij zijn woning. Hij tilt de twee grote boodschappentassen uit zijn kofferbak. Hij pakt één tas met zijn rechterhand en daarna één tas met zijn linkerhand. Daarna pakt [gedaagde in conventie, eiser in reconventie sub 1] een groot, op een biervat gelijkend voorwerp uit de kofferbak. Om 10.28 uur vertrekt [gedaagde in conventie, eiser in reconventie sub 1] met zijn auto. Om 10.36 uur staat de auto van [gedaagde in conventie, eiser in reconventie sub 1] geparkeerd op de parkeerplaats van de Ikeavestiging gelegen aan het adres Cramer 142 te Heerlen. Daar plaatst [gedaagde in conventie, eiser in reconventie sub 1] een langwerpig voorwerp in de geopende kofferbak van zijn auto. Om 10.48 uur vertrekt [gedaagde in conventie, eiser in reconventie sub 1] met zijn auto en parkeert deze om 10.55 uur op de oprit van zijn woning. Om 16.34 uur vertrekt [gedaagde in conventie, eiser in reconventie sub 1] met zijn auto. Om 17.26 uur parkeert [gedaagde in conventie, eiser in reconventie sub 1] zijn auto in de Eksterstraat in Maastricht. Om 18.35 uur vertrekt [gedaagde in conventie, eiser in reconventie sub 1] met zijn auto en stopt om 18.37 uur op een parkeerplaats aan de Maasboulevard. Om 19.00 uur rijdt [gedaagde in conventie, eiser in reconventie sub 1] in de richting van perceel Hoofdstraat 219B te Hoensbroek.

 

Donderdag 15 mei 2014: om 11.58 uur wordt de auto van [gedaagde in conventie, eiser in reconventie sub 1] geparkeerd in de Hoofdstraat te Hoensbroek. [gedaagde in conventie, eiser in reconventie sub 1] stapt uit en opent de kofferbak van zijn auto en loopt in de richting van pand 219b. Om 12.03 uur stapt [gedaagde in conventie, eiser in reconventie sub 1] als bestuurder in zijn auto en vertrekt. [gedaagde in conventie, eiser in reconventie sub 1] parkeert om 12.06 uur zijn auto op het terrein van de Lidl supermarkt, gelegen aan de Hoofdstraat 656 te Hoensbroek. [gedaagde in conventie, eiser in reconventie sub 1] stapt uit en loopt naar de stalling van de winkelwagentjes, pakt een winkelwagen en loopt de supermarkt naar binnen. Om 12.17 uur verlaat [gedaagde in conventie, eiser in reconventie sub 1] de supermarkt met een winkelwagentje en loopt hij naar de Mercedes. Hij opent de achterzijde, bukt licht voorover en pakt een blauwe AH tas en plaatst het in de kofferbak. Vervolgens pakt hij met zijn linkerhand een sixpack 1,5 liter flessen uit de winkelwagen en plaatst deze ondersteund met zijn rechterhand in de kofferbak. Vervolgens pakt hij ongeveer zeven keer losse boodschappen en plaatst deze in de AH tas die in de kofferbak staat. Hij maakt hierbij gebruik van beide handen en moet hierbij licht vooroverbukken en met een roterende beweging de artikelen vanuit de winkelwagen plaatsen. Om 12.23 uur parkeert hij de auto weer bij de woning. Om 17.50 uur vertrekt [gedaagde in conventie, eiser in reconventie sub 1] met de auto naar Maastricht, waarna rond 18.00 uur het zicht op de auto wordt verloren. Om 21.55 uur wordt gezien dat de Mercedes onbemand op de parkeerplaats bij Hotel Van der Valk Avifauna te Alphen aan de Rijn staat.

 

Vrijdag 16 mei 2014 [rechtbank: de dag van het onderzoek door [naam deskundige 4] ]: De observatie vangt aan in de directe omgeving van hotel Van der Valk Avifauna te Alphen aan de Rijn. Om 08.48 uur stapt [gedaagde in conventie, eiser in reconventie sub 1] als bestuurder in de auto. Zijn echtgenote is bijrijder. Om 08.53 uur vertrekt de auto, bestuurd door [gedaagde in conventie, eiser in reconventie sub 1] , en rijdt naar het parkeerterrein van het Rijnlandziekenhuis te Alphen aan de Rijn. Om 12.49 uur rijdt de auto, bestuurd door [gedaagde in conventie, eiser in reconventie sub 1] , weg van de parkeerplaats. De echtgenote van [gedaagde in conventie, eiser in reconventie sub 1] is bijrijder. Om 14.49 uur wordt de auto op de oprit van de woning van [gedaagde in conventie, eiser in reconventie sub 1] geparkeerd. [gedaagde in conventie, eiser in reconventie sub 1] en zijn echtgenote gaan vervolgens hun woning binnen. Om 15.07 uur komen beiden uit hun woning en vertrekken vervolgens met de auto, bestuurd door [gedaagde in conventie, eiser in reconventie sub 1] . Om 15.35 uur vertrekt de auto, bestuurd door [gedaagde in conventie, eiser in reconventie sub 1] , en om 15.53 uur passeert de auto over de A76 de grens met België.

 

 

De observant, [naam observant] , concludeert uit de diverse observaties dat [gedaagde in conventie, eiser in reconventie sub 1] gedurende de periode van observatie in staat is gebleken om regelmatig een voertuig over langere afstanden te besturen: op 16 april 2014 heeft [gedaagde in conventie, eiser in reconventie sub 1] zijn auto bestuurd van Hoensbroek naar Veldhoven over een afstand van 90 kilometer. Duur van de reis was ongeveer 1 uur. Op diezelfde dag heeft [gedaagde in conventie, eiser in reconventie sub 1] zijn auto bestuurd van Veldhoven naar Hoensbroek, na een medische expertise. De reistijd op de terugreis bedroeg ongeveer 50 minuten. Op 16 mei 2014 heeft [gedaagde in conventie, eiser in reconventie sub 1] zijn auto over een afstand van 200 kilometer (tussen Alphen aan de Rijn en Hoensbroek) bestuurd na het ondergaan van een medische expertise. [gedaagde in conventie, eiser in reconventie sub 1] brengt verder zijn echtgenote regelmatig in de ochtend van Hoensbroek naar het centrum van Maastricht en haalt haar in de middag weer op. [gedaagde in conventie, eiser in reconventie sub 1] heeft verschillende keren boodschappen gedaan en heeft daarbij gevulde boodschappentassen getild en sixpacks met zes 1,5 literflessen. Het is de observant voorts opgevallen dat [gedaagde in conventie, eiser in reconventie sub 1] op 16 april 2014 zowel op de heenweg als op de terugweg bijna de volledige route heeft gereden en dat de echtgenote van [gedaagde in conventie, eiser in reconventie sub 1] vlak voor de aankomst op de plaats waar het onderzoek zou plaastsvinden en bij vertrek van die plaats de auto heeft bestuurd.

 

 

2.14.

 

[gedaagde in conventie, eiser in reconventie sub 1] en diens echtgenote zijn door ASR uitgenodigd om de resultaten van de concept medische rapportages te bespreken op het kantoor van ASR op 17 december 2014. Nadat in dat gesprek aan [gedaagde in conventie, eiser in reconventie sub 1] bekend was gemaakt dat hij in het kader van een persoonlijk onderzoek is geobserveerd, zijn in dat gesprek voorts de hiervoor gemelde observaties, van welke observaties [gedaagde in conventie, eiser in reconventie sub 1] op dat moment nog niet op de hoogte was, aan hem getoond en besproken.

 

Voordat [gedaagde in conventie, eiser in reconventie sub 1] werd geconfronteerd met het gegeven dat hij was geobserveerd en wat daarbij werd waargenomen, heeft [gedaagde in conventie, eiser in reconventie sub 1] – zakelijk weergegeven – het volgende verklaard. Zijn echtgenote heeft op de terugweg van het onderzoek bij [naam deskundige 4] , dat in Velthoven heeft plaatsgevonden, de auto bestuurd. [gedaagde in conventie, eiser in reconventie sub 1] zou nog enkele dagen last hebben gehad van de expertises, waarbij hij veelvuldig in bed zou hebben gelegen. [gedaagde in conventie, eiser in reconventie sub 1] rijdt geen auto meer, omdat hij geen snelheden en afstanden meer kan inschatten; hij rijdt alleen nog maar af en toe naar oma en terug over een afstand van twee kilometer. [gedaagde in conventie, eiser in reconventie sub 1] gaat alleen nog maar naar de winkel op rustige momenten en kan wel een tas tillen, maar niet over een afstand van meer dan 20 meter, maar dan is het klaar voor de hele dag.

 

Na geconfronteerd te zijn met inhoud van de observaties, welke door [gedaagde in conventie, eiser in reconventie sub 1] niet worden betwist, erkent [gedaagde in conventie, eiser in reconventie sub 1] gelogen te hebben over het autorijden. Hij stelt daarover te hebben gelogen uit angst niet te worden geloofd.

 

 

 

2.15.

Naar aanleiding van het gesprek van 17 december 2014 heeft [gedaagde in conventie, eiser in reconventie sub 1] zich bij e-mail van 18 december 2014 tot zijn belangenhartiger gewend (productie 14 bij de dagvaarding), die de e-mail heeft doorgezonden naar ASR. In de bedoelde e-mail stelt [gedaagde in conventie, eiser in reconventie sub 1] – zakelijk weergegeven – dat hij en zijn vrouw hebben geconcludeerd dat de meeste observaties op dinsdagen en donderdagen hebben plaatsgevonden, de dagen waarop [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie sub 2] werkt en waarop zij hem verplicht mee op te staan en deel te nemen aan het normale leven. [gedaagde in conventie, eiser in reconventie sub 1] heeft de eerste jaren niet of nauwelijks gereden, maar door rug- en zenuwklachten van zijn vrouw is hij hiermee noodgedwongen weer begonnen, waardoor hij meer vertrouwen kreeg achter het stuur en de auto weer zijn “comfort zone” werd. Uit angst niet geloofd te worden, is deze verandering niet gemeld. Vanwege die angst zijn [gedaagde in conventie, eiser in reconventie sub 1] en zijn vrouw op de dag van het onderzoek van [naam deskundige 2] van plaats gewisseld. Het gegeven dat [gedaagde in conventie, eiser in reconventie sub 1] tijdens gesprekken en onderzoeken anders is dan de beelden aangeven, komt door de opgebouwde spanning, frustratie dat dingen niet lukken en angst, waardoor hij op dat soort momenten totaal overprikkeld is. De waargenomen activiteiten van [gedaagde in conventie, eiser in reconventie sub 1] zijn enkel het gevolg van stimulatie door zijn echtgenote.

 

 

2.16.

ASR heeft de resultaten van het persoonlijk onderzoek en het verslag van het gesprek op 17 december 2014 met medeweten van [gedaagde in conventie, eiser in reconventie sub 1] toegezonden aan [naam deskundige 3] en [naam deskundige 2] bij schrijven van 19 januari 2015 en hun gevraagd te beoordelen in hoeverre de daarbij verstrekte informatie en de meegestuurde stukken hun aanleiding gaf tot een toelichting, aanvulling of wijziging van de conclusies uit hun concept-expertiserapporten.

 

 

2.17.

 

[naam deskundige 3] heeft op 23 maart 2015 aanvullend gerapporteerd (productie 68 bij conclusie van antwoord). Hij antwoordt dat de bedoelde aanvullende informatie aanleiding geeft tot een wijziging en aanvulling van zijn conclusies in zijn concept-expertiserapport: de beperkingen die [gedaagde in conventie, eiser in reconventie sub 1] in aanwezigheid van zijn echtgenote tegenover [naam deskundige 3] heeft gemeld, komen volgens hem niet overeen met de werkelijkheid zoals gemeld en te zien is volgens het observatierapport van SecureAdvance. Er is volgens [naam deskundige 3] geen sprake van een onderlinge samenhang als het gaat om de informatie die is verkregen van [gedaagde in conventie, eiser in reconventie sub 1] , de feiten zoals die in het medisch dossier naar voren zijn gekomen, de waarnemingen tijdens het observatieonderzoek, de informatie uit het gespreksverslag, de informatie uit de door de heer en [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie sub 2] toegestuurde e-mail van 18 december 2014, de resultaten van het neurologisch expertise onderzoek door [naam deskundige 2] en de bevindingen van [naam deskundige 3] van onderzoek en eventueel hulponderzoek.

 

Het is volgens [naam deskundige 3] niet mogelijk onafgebroken 200 kilometer met de auto te rijden in twee uur met klachten als aangegeven in de anamnese en het beperkingenpatroon (concentratiestoornissen, wazig zien en dubbelbeelden, maximaal 30 minuten zitten, lage rugklachten en snel optredende vermoeidheid) van 31 maart 2014. De cognitieve functies moeten dan intact zijn en er kunnen geen stoornissen zijn van het geïntegreerde mentale functioneren. De gegevens van een neuropsychologisch onderzoek zijn op grond van het vorenstaande voor de beoordeling door hem niet meer vereist. Er zijn op neurologisch gebied in het geheel geen beperkingen.

 

 

 

2.18.

[naam deskundige 2] heeft op 18 januari 2015 aanvullend gerapporteerd (productie 71 bij conclusie van antwoord). Volgens hem ziet hij op de door SecureAdvance opgenomen beelden een andere [gedaagde in conventie, eiser in reconventie sub 1] . [gedaagde in conventie, eiser in reconventie sub 1] beweegt zich zonder beperkingen. Naar de rechtbank begrijpt, stelt [naam deskundige 2] dat het niet voorstelbaar is dat iemand die diverse zware voorwerpen uit een auto kan tillen niet zijn broek kan aantrekken en hiervoor hulp vraagt van zijn partner. Er is dus een inconsistentie in de presentatie van de [gedaagde in conventie, eiser in reconventie sub 1] tijdens zijn onderzoek en hetgeen wordt waargenomen indien [gedaagde in conventie, eiser in reconventie sub 1] zich niet bespied waant.

 

 

 

3 Het geschil

 

3.1.

ASR stelt dat [gedaagde in conventie, eiser in reconventie sub 1] onrechtmatig heeft gehandeld, door aan ASR en de door deze ingeschakelde deskundigen opzettelijk een onjuiste voorstelling van zaken te geven met betrekking tot de klachten en beperkingen van [gedaagde in conventie, eiser in reconventie sub 1] . [gedaagde in conventie, eiser in reconventie sub 1] erkent volgens ASR ook te hebben gelogen, nu hij ASR en de expertiserende artsen welbewust niet heeft verteld dat hij wel degelijk tot autorijden in staat was. Dat [gedaagde in conventie, eiser in reconventie sub 1] moeite heeft met hetgeen hij onderneemt, blijkt volgens ASR geenszins uit de beeldopnames die in het kader van het persoonlijk onderzoek zijn gemaakt: hij beweegt zich daarop soepel en lijkt niet gehinderd door enige beperking. Direct na het onderzoek door [naam deskundige 4] , dat niet kon worden voltooid omdat [gedaagde in conventie, eiser in reconventie sub 1] beweerdelijk tot niets in staat was en welk onderzoek hij naar eigen zeggen nog dagen moest bijkomen, reed hij gedurende twee uur zonder onderbreking naar huis, om daarna met de auto naar België te vertrekken. Dat rijmt volgens ASR op geen enkele wijze met het beweerdelijke bijkomen en evenmin met de stelling van [gedaagde in conventie, eiser in reconventie sub 1] dat hij enkel dingen onderneemt omdat hij anders zou gaan leven als een kasplantje. Door het opzettelijk verstrekken van onjuiste gegevens aan ASR heeft [gedaagde in conventie, eiser in reconventie sub 1] zijn recht op een schadevergoeding volledig verspeeld. Dit brengt met zich dat [gedaagde in conventie, eiser in reconventie sub 1] geen recht meer heeft op schadevergoeding en van door of namens hem gemaakte kosten. Daarnaast dient [gedaagde in conventie, eiser in reconventie sub 1] volgens ASR op grond van het bepaalde in artikel 6:162 BW de door ASR geleden schade te vergoeden. Die schade bestaat volgens haar in de door ASR ten onrechte gemaakte kosten, de onverschuldigd aan [gedaagde in conventie, eiser in reconventie sub 1] betaalde voorschotten en de ten behoeve van hem betaalde kosten van zijn belangenbehartiger en medisch adviseurs. Daarnaast dient [gedaagde in conventie, eiser in reconventie sub 1] de schade te vergoeden die bestaat in claims van op ASR regres nemende instanties en de kosten die ASR in redelijkheid heeft moeten maken om zich tegen de vordering van [gedaagde in conventie, eiser in reconventie sub 1] te verweren. Het totaal van deze kosten wordt door ASR begroot op € 248.676,16. Nu [gedaagde in conventie, eiser in reconventie sub 1] ten aanzien van de door hem ontvangen uitkering als te kwader trouw in de zin van artikel 6:205 BW moet worden beschouwd, is hij op het moment van het ontvangen daarvan wettelijke rente verschuldigd.

 

 

3.2.

Ook [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie sub 2] heeft volgens ASR onrechtmatig jegens haar gehandeld. Zij was immers op de hoogte van de werkelijke gezondheidssituatie en beperkingen van haar man en heeft in gesprekken met de door ASR ingeschakelde derden en deskundigen opzettelijk een verkeerde voorstelling gegeven van de klachten en beperkingen van haar echtgenoot, althans de door haar echtgenoot gegeven onjuiste voorstelling van zaken in stand gelaten en aan deze instandhouding bewust meegewerkt, teneinde ASR te bewegen schade-uitkeringen te doen waarop [gedaagde in conventie, eiser in reconventie sub 1] geen recht had.

 

 

3.3.

Subsidiair stelt ASR zich op het standpunt dat [gedaagde in conventie, eiser in reconventie sub 1] geen schade heeft geleden, nu uit alle onderzoeken is gebleken dat er geen sprake is van neurologische en psychiatrische afwijkingen en op medische gronden als gevolg van het ongeval geen beperkingen zijn aan te nemen en evenmin sprake is van functionele invaliditeit. De door haar betaalde voorschotten en overige kosten zijn ook om die reden derhalve onverschuldigd betaald en dienen door [gedaagde in conventie, eiser in reconventie sub 1] terugbetaald te worden.

 

 

3.4.

[gedaagde in conventie, eiser in reconventie sub 1] en diens echtgenote zijn op 4 juni 2015 gesommeerd tot betaling van het bedrag van € 248.676,16 binnen twee weken nadien, waaraan zij echter geen gehoor hebben gegeven.

 

 

3.5.

Op grond van het vorenstaande vordert ASR dat de rechtbank bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, [gedaagde in conventie, eiser in reconventie sub 1] en diens echtgenote hoofdelijk veroordeelt:

 

 

A.tot betaling aan ASR van het bedrag van € 248.676,16, te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf 31 juli 2015, althans vanaf de dag der dagvaarding tot aan de dag der algehele betaling;

 

 

 

B.in de kosten van deze procedure, te vermeerderen met de wettelijke rente daarover na veertien dagen na het vonnis, en in de nakosten.

 

 

3.6.

[gedaagde in conventie, eiser in reconventie sub 1] voert verweer. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

 

 

 

in reconventie

 

3.7.

[gedaagde in conventie, eiser in reconventie sub 1] stelt dat ASR bij het instellen van het persoonlijk onderzoek, bestaande in de observatie van hem, heeft gehandeld in strijd met het bepaalde in artikel 1.1 van de Gedragscode Persoonlijk Onderzoek (verder te noemen: GPO). Ten tijde van het verstrekken van de opdracht voor het persoonlijk onderzoek, op 25 maart 2014, was het medisch advies van de adviseur van ASR, dat dateert van 19 maart 2014, net gereed. In dat medisch advies wordt voor het eerst melding gemaakt van mogelijke simulatie of aggravatie van klachten en beperkingen door [gedaagde in conventie, eiser in reconventie sub 1] . Het ingestelde onderzoek van de behandelende en de expertiserende medici was volgens [gedaagde in conventie, eiser in reconventie sub 1] echter nog niet afgerond en nog volop bezig en het tot dan toe uitgevoerde onderzoek gaf wel degelijk duidelijkheid over de (mogelijke) oorzaken van de ernstige klachten en klachtenpresentatie door [gedaagde in conventie, eiser in reconventie sub 1] . De door ASR opgegeven reden voor het instellen van het persoonlijk onderzoek, inhoudende dat het ingestelde feitenonderzoek geen of onvoldoende uitsluitsel kon geven (artikel 1.1 sub a GPO) is volgens [gedaagde in conventie, eiser in reconventie sub 1] derhalve dan ook niet valide. [naam deskundige 3] had immers gesteld dat er mogelijk cerebrale stoornissen waren die neurologisch verklaarbaar zijn door middel van een nadere MRI-scan. De medisch adviseur van [gedaagde in conventie, eiser in reconventie sub 1] opperde een de mogelijkheid van een centrale sensitisatie en het feit dat onderzoeken momentopnamen zijn, waarbij de whiplashpatiënt zich soms goed en soms niet goed voelt. De behandeld psychiater stelde als diagnose een pijnstoornis met somatische en psychische component en een uitputting met HES-kenmerken. Volgens [gedaagde in conventie, eiser in reconventie sub 1] was er ook geen aanleiding om een persoonlijk onderzoek naar hem in te stellen, omdat op 25 maart 2014 nog geen redelijk vermoeden van verzekeringsfraude kan zijn ontstaan jegens hem (artikel 1.1 sub b GPO). Voor zijn klachten en beperkingen waren al mogelijke medische verklaringen gegeven en is eventueel nader medisch onderzoek nodig, hetgeen blijkt uit informatie uit de behandelende sector en het feit dat hij door het UWV volledig arbeidsongeschikt is verklaard. [gedaagde in conventie, eiser in reconventie sub 1] betwist dat ASR het dossier op 13 november 2012 onder de aandacht heeft gebracht van haar afdeling Speciale Zaken naar aanleiding van het door psychiater [naam deskundige 1] geconstateerde inconsistenties en discrepanties.

 

 

3.8.

[gedaagde in conventie, eiser in reconventie sub 1] heeft subsidiair aangevoerd dat ASR in strijd heeft gehandeld met het bepaalde in artikel 2 GPO. Volgens [gedaagde in conventie, eiser in reconventie sub 1] heeft ASR niet voldaan aan de in die bepaling neergelegde proportionaliteitseis, omdat partijen nog druk doende waren om in gezamenlijk overleg de waarheid wat betreft de klachten en beperkingen vast te laten stellen door deskundigen.

 

 

3.9.

ASR heeft volgens [gedaagde in conventie, eiser in reconventie sub 1] ook gehandeld in strijd met de in artikel 3 GPO neergelegde subsidiariteitseis. De uitvoering van dat onderzoek heeft inbreuk gemaakt op zijn persoonlijke levenssfeer. ASR had volgens hem eerst moeten beoordelen of persoonlijk onderzoek het enige haar ten dienste staande middel was, dan wel of er andere mogelijkheden van onderzoek waren die tot minder inbreuk op de persoonlijke levenssfeer van [gedaagde in conventie, eiser in reconventie sub 1] zouden leiden maar wel hetzelfde resultaat zouden opleveren. De door ASR opgegeven grond dat zou zijn voldaan aan het subsidiariteitsbeginsel klopt volgens [gedaagde in conventie, eiser in reconventie sub 1] niet, omdat voor de klachtenpresentatie en de – volgens [gedaagde in conventie, eiser in reconventie sub 1] – vermeende inconsistenties en discrepanties wel degelijk verklaringen zijn gegeven door hemzelf en door de hem behandelende medici.

 

 

3.10.

Ten slotte heeft ASR volgens [gedaagde in conventie, eiser in reconventie sub 1] gehandeld in strijd met artikel 4 GPO, omdat zij niet heeft vastgelegd door wie en op welke gronden het besluit tot het starten van het persoonlijk onderzoek is genomen. Evenmin is de betreffende beslissing genomen door een leidinggevende van de dossierbehandelaar of door de afdeling Veiligheidszaken van ASR. Ook in dit verband betwist [gedaagde in conventie, eiser in reconventie sub 1] dat het dossier in 2012 onder de aandacht is gebracht van de afdeling Speciale Zaken van ASR.

 

 

3.11.

Concluderend stelt [gedaagde in conventie, eiser in reconventie sub 1] dat het persoonlijk onderzoek niet voldoet aan de vereisten van het GPO, zodat het persoonlijk onderzoek als onrechtmatig dient te worden bestempeld en het dientengevolge als onrechtmatig verkregen bewijs niet bij de oordeelsvorming mag worden meegenomen. Het rapport van SecureAdvance dient derhalve bij de beoordeling buiten beschouwing te worden gelaten. Dat betekent volgens [gedaagde in conventie, eiser in reconventie sub 1] dat de neurologische expertiserapporten van 14 augustus 2014 van [naam deskundige 2] en van 15 september 2015 van [naam deskundige 3] als uitgangspunt voor de verdere schaderegeling hebben te gelden. De antwoorden op de aanvullende vragen, die door [naam deskundige 2] en [naam deskundige 3] zijn beantwoord nadat zij hebben kennis genomen van de onrechtmatige rapportage van SecureAdvance, mogen derhalve niet bij de verdere beoordeling worden betrokken.

 

 

3.12.

Op grond van het vorenstaande vordert [gedaagde in conventie, eiser in reconventie sub 1] dat de rechtbank:

 

 

a.voor recht verklaart dat het door onderzoeksbureau SecureAdvance in opdracht van ASR uitgevoerde persoonlijk onderzoek jegens [gedaagde in conventie, eiser in reconventie sub 1] onrechtmatig was, althans dat de uitkomsten van dat persoonlijk onderzoek buiten beschouwing moeten blijven bij de verdere schaderegeling;

 

 

 

b.voor recht verklaart dat [gedaagde in conventie, eiser in reconventie sub 1] niet welbewust onjuiste informatie heeft verstrekt teneinde een uitkering te verkrijgen waarop [gedaagde in conventie, eiser in reconventie sub 1] geen of in mindere mate recht heeft;

 

 

 

c.voor recht verklaart dat het recht van [gedaagde in conventie, eiser in reconventie sub 1] jegens ASR op schadevergoeding niet is vervallen;

 

 

 

d.voor recht verklaart dat het neurologisch expertiserapport van 15 september 2014 van neuroloog [naam deskundige 3] als uitgangspunt moet dienen bij de verdere schaderegeling;

 

 

 

e.ASR veroordeelt in de proceskosten.

 

 

3.13.

ASR voert verweer. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

 

 

 

4 De beoordeling

 

in conventie en in reconventie

 

4.1.

Gelet op de samenhang tussen de vorderingen in conventie en in reconventie, zal de rechtbank die vorderingen hieronder gezamenlijk behandelen.

 

 

4.2.

Het geschil tussen partijen gaat in de kern om de vraag of het ongeval van 4 november 2008 heeft geleid tot objectiveerbare klachten en beperkingen bij [gedaagde in conventie, eiser in reconventie sub 1] .

 

 

4.3.

Voorop moet worden gesteld dat, om te kunnen oordelen dat er sprake is van klachten en beperkingen bij [gedaagde in conventie, eiser in reconventie sub 1] als gevolg van het ongeval, niet noodzakelijk is dat er sprake is van een objectiveerbare medische aandoening, maar dat voldoende is dat van de klachten en beperkingen, die naar hun aard subjectief van aard zijn, objectief kan worden vastgesteld dat deze aanwezig, reëel, niet ingebeeld, niet voorgewend (gesimuleerd) en niet overdreven zijn (geaggraveerd) (vergelijk Hoge Raad: 8 juni 2001, NJ 2001, 432, De Zwolsche Algemeene/De Greef).

 

 

4.4.

Inherent aan de omstreden klachten van [gedaagde in conventie, eiser in reconventie sub 1] is dat deze moeilijk objectiveerbaar zijn, omdat bij deze klachten een anatomisch substraat ontbreekt.

 

 

4.5.

Uit voormeld criterium volgt naar het oordeel van de rechtbank dat, hoewel de klachten en beperkingen wellicht een grote mate van subjectiviteit kennen, er toch een bepaalde mate van objectivering van die klachten en beperkingen mogelijk moet zijn. De klachten moeten immers onder andere “reëel” zijn. Dat betekent naar het oordeel van de rechtbank dat de klachten moeten zijn terug te voeren op daadwerkelijk bestaande (objectieve) fysieke of psychische aandoeningen. Bovendien moeten de klachten volgens het bedoelde criterium “niet ingebeeld” zijn. Ook dat wijst er op dat het niet moet gaan om puur subjectief beleefde klachten en beperkingen, maar dat de klachten objectiveerbaar moeten zijn. Onvoldoende is derhalve dat iemand, hoe oprecht ook – dus zonder te simuleren of aggraveren – klaagt over bepaalde beperkingen, bijvoorbeeld over verlies aan concentratievermogen of vermindering van zijn geheugenfunctie. De bedoelde beperkingen moeten ook objectief kunnen worden vastgesteld: blijkt er inderdaad van een concentratiegebrek of een verminderde geheugenfunctie, of denkt een slachtoffer (te goeder trouw) alleen maar dat daarvan sprake is? Is er wel sprake van fysieke of psychische aandoeningen die oorzaak zijn van de geuite klachten?

 

 

4.6.

Dat betekent dus niet, zoals [gedaagde in conventie, eiser in reconventie sub 1] lijkt te veronderstellen, dat alleen indien er sprake is van gesimuleerde of geaggraveerde klachten of beperkingen het vereiste causale verband ontbreekt en dus geen sprake is van objectiveerbare klachten. Ook klachten of beperkingen die niet zijn gesimuleerd of geaggraveerd kunnen immers niet objectief zijn in voormelde zin. Van belang is immers ook of de klachten reëel en niet ingebeeld zijn. Met andere woorden, men kan oprecht denken dat men klachten of beperkingen heeft, terwijl die klachten en beperkingen er objectief gezien niet zijn (dus niet reëel, maar ingebeeld).

 

 

 

Persoonlijk onderzoek

 

 

 

 

Artikel 1 GPO

 

 

 

4.7.

ASR beroept zich ter onderbouwing van haar stelling, dat de door [gedaagde in conventie, eiser in reconventie sub 1] gestelde klachten en beperkingen niet reëel zijn, onder andere op de resultaten van de observaties van [gedaagde in conventie, eiser in reconventie sub 1] in het kader van het tegen hem ingesteld persoonlijk onderzoek. Volgens ASR kan, ook indien die observaties buiten beschouwing zouden (moeten) worden gehouden, de conclusie worden getrokken dat de beperkingen en klachten van [gedaagde in conventie, eiser in reconventie sub 1] niet reëel zijn. Gelet echter op de inhoud van de onvoorwaardelijke vordering in reconventie zal de rechtbank in ieder geval ook moeten beoordelen of terecht tot persoonlijk onderzoek is besloten en, zo ja, of dit op de juiste wijze is uitgevoerd.

 

 

4.8.

Voorop moet worden gesteld dat, anders dan [gedaagde in conventie, eiser in reconventie sub 1] stelt, ASR het persoonlijk onderzoek niet heeft ingesteld omdat er sprake zou zijn van een redelijk vermoeden van fraude, maar omdat het jarenlange feitenonderzoek onvoldoende uitsluitsel gaf voor het nemen van een beslissing bij een schademelding (artikel 1.1 GPO). ASR heeft als productie 21 in het kader van de comparitie na antwoord een brief van 25 maart 2014 van haar aan SecureAdvance overgelegd waarin de opdracht aan SecureAdvance is verstrekt om [gedaagde in conventie, eiser in reconventie sub 1] in het kader van een persoonlijk onderzoek te observeren. In die opdracht is vermeld dat het ingestelde feitenonderzoek geen of onvoldoende uitsluitsel geeft voor het nemen van een beslissing omtrent de ingebouwde schadeclaim en dat de aanleiding voor het persoonlijk onderzoek is de extreme klachtenpresentatie die volgens [gedaagde in conventie, eiser in reconventie sub 1] niet onderbouwd wordt door medisch objectiveerbare beperkingen.

 

 

4.9.

De rechtbank verwerpt de stelling van [gedaagde in conventie, eiser in reconventie sub 1] , dat de door ASR opgegeven reden voor het instellen van het persoonlijk onderzoek, inhoudende dat het ingestelde feitenonderzoek geen of onvoldoende uitsluitsel kon geven (artikel 1.1 sub a GPO), niet valide is. ASR had voldoende aanleiding om te twijfelen over de vraag of de door [gedaagde in conventie, eiser in reconventie sub 1] gepresenteerde klachten en beperkingen reëel waren. Ter onderbouwing van de stelling dat de door [gedaagde in conventie, eiser in reconventie sub 1] geuite klachten extreem dramatisch waren, verwijst ASR terecht naar de de verklaringen van de volgende deskundige en medici. [gedaagde in conventie, eiser in reconventie sub 1] heeft in 2009 tegenover arbeidsdeskundige Aelmans, blijkens het citaat op pagina 2 van productie productie 2 bij de dagvaarding, verklaard tot niets in staat te zijn en dat de minste inspanning zorgt voor een totale uitval voor meerdere dagen. Ook tegenover geestelijk gezondheidkundige Gijssen (productie 12 bij de conclusie van antwoord in conventie) presenteert [gedaagde in conventie, eiser in reconventie sub 1] in 2009 extreme klachten: hij voelt zich op allerlei fronten beperkt en uiteindelijk komt naar zijn zeggen niets meer uit zijn handen.

 

 

4.10.

Ook uit het advies van de medisch adviseur van ASR van 18 mei 2010 (productie 14 bij de conclusie van antwoord in conventie) volgt naar het oordeel van de rechtbank dat er voor ASR voldoende aanleiding was om te twijfelen over de vraag of de door [gedaagde in conventie, eiser in reconventie sub 1] gepresenteerde klachten en beperkingen reëel waren. De medisch adviseur van ASR concludeert immers in zijn advies dat het gepresenteerde onvermogen wel zeer fors is en niet zo goed past binnen het algemene concept van een postwhiplashsyndroom. In het advies van 2 april 2013 (productie 7 bij de dagvaarding) stelt de medisch adviseur van ASR dat [gedaagde in conventie, eiser in reconventie sub 1] opmerkelijk gedrag vertoont dat niet kan worden verklaard op basis van ongevalsgevolgen. Er is volgens de adviseur geen enkel medisch objectiveerbaar ongevalsgevolg aanwezig. Verder verwijst de medisch adviseur naar de resultaten van een neuropsychologisch onderzoek dat van [gedaagde in conventie, eiser in reconventie sub 1] is afgenomen tijdens zijn revalidatie. De daarbij geconstateerde zeer lage scores pasten niet bij zijn dagelijkse functioneren en komen niet overeen met patronen zoals die kunnen worden gezien bij organische hersenschade, terwijl bij een CT-scan geen afwijkingen in de hersenen werden vastgesteld. In zijn advies van 19 maart 2014 concludeert de medisch adviseur (productie 8 bij de dagvaarding) dat, alles overziend, het hem voorkomt dat zeer vele inconsistenties en discrepanties herkenbaar zijn in zowel de auto-anamnestische mededelingen als het functionerings- en activiteitenniveau terwijl het geclaimde onvermogen zeer fors, niet verklaarbaar noch goed invoelbaar is en het gepresenteerde gedrag nogal opvallend, zelfs bizar is. Daarmee dringt zich volgens hem de vraag op of de gestelde klachten/beperkingen wel reëel, niet ingebeeld, niet voorgewend en/of niet overdreven zijn.

 

 

 

Artikel 4 GPO

 

 

 

4.11.

De stelling van [gedaagde in conventie, eiser in reconventie sub 1] , dat in strijd is gehandeld met het bepaalde in artikel 4 GPO, moet eveneens worden verworpen. Uit het als productie 22 door ASR overgelegde schrijven van 25 maart 2014 van ASR aan SecureAdvance blijkt immers op welke gronden het besluit tot het starten van het persoonlijk onderzoek is genomen. Bovendien volgt uit dit schrijven dat niet de betreffende beslissing niet uitsluitend is genomen door de dossierbehandelaar of de onderzoeker.Zoals bedoeld artikel van het GPO vereist, isdie beslissing is volgens voormeld schrijven genomen door de afdeling Speciale Zaken, in de persoon van mr. [naam medewerker afdeling Speciale Zaken] .

 

 

4.12.

Het verweer dat ASR het dossier op 13 november 2012 niet onder de aandacht heeft gebracht van haar afdeling Speciale Zaken naar aanleiding van het door psychiater [naam deskundige 1] geconstateerde inconsistenties en discrepanties moet eveneens worden verworpen aangezien [gedaagde in conventie, eiser in reconventie sub 1] dit bloot stelt, hetgeen, gelet op het verweer van ASR, onvoldoende is.

 

 

 

Artikel 2 GPO

 

 

 

4.13.

De rechtbank is van oordeel dat ook de stelling van [gedaagde in conventie, eiser in reconventie sub 1] , dat ASR in strijd heeft gehandeld met het bepaalde in artikel 2 GPO, moet worden verworpen. Er is naar het oordeel van de rechtbank voldaan aan het proportionaliteitsvereiste. Tegenover het belang van [gedaagde in conventie, eiser in reconventie sub 1] op de bescherming en eerbiediging van zijn persoonlijke levenssfeer staat het (financiële) belang van ASR om geen uitkeringen te hoeven voldoen aan verzekerden die daar geen recht op hebben. Het financiële belang van ASR in deze zaak is daarbij zeer groot. Zij vordert thans circa € 248.000,– van [gedaagde in conventie, eiser in reconventie sub 1] terug. Ten tijde van de omstreden onderzoeken was dat belang niet wezenlijk minder. Dat de observatie is gestart terwijl deskundigen nog bezig waren of moesten beginnen met hun expertises, betekent niet dat de observatie daardoor onrechtmatig was. De beslissing om [gedaagde in conventie, eiser in reconventie sub 1] te laten observeren, onder andere op dagen dat hij neurologisch en neuropsychologisch zou worden onderzocht, is juist ingegeven door de gedachte dat zodoende kon worden gecontroleerd of de resultaten van die onderzoeken consistent waren met het geobserveerde gedrag van [gedaagde in conventie, eiser in reconventie sub 1] . Het GPO schrijft ook niet voor dat een persoonlijk onderzoek pas mag worden ingesteld nadat een feitenonderzoek is afgerond. Zeker nu ruim vijf jaar nadat [gedaagde in conventie, eiser in reconventie sub 1] ASR aansprakelijk had gesteld nog altijd geen duidelijkheid bestond over de vraag of de klachten van [gedaagde in conventie, eiser in reconventie sub 1] reëel waren.

 

 

4.14.

Gegeven het grote financiële belang, zijn de aard en de duur van de toegepaste onderzoeksmethoden proportioneel te achten. De onderzoeksmethode heeft bestaan in de observatie van de gedragingen van [gedaagde in conventie, eiser in reconventie sub 1] overdag gedurende een negental dagen, verspreid over een periode van ongeveer zes weken. De duur van het uitgevoerde onderzoek acht de rechtbank gegeven het belang van ASR niet disproportioneel, mede ook gelet op de door [gedaagde in conventie, eiser in reconventie sub 1] gepresenteerde klachten. Door middel van de uitgevoerde observaties kon het gedrag van [gedaagde in conventie, eiser in reconventie sub 1] geobserveerd voor en direct na de afgenomen neurologische en neuropsychologische onderzoeken en kon worden getoetst of de geobserveerde gedragingen consistent zijn met de uitkomsten van die onderzoeken.

 

 

4.15.

Ook de wijze van het onderzoek acht de rechtbank niet disproportioneel. De observaties hebben plaatsgevonden vanuit de publieke ruimte, terwijl (vrijwel) alleen het gedrag van [gedaagde in conventie, eiser in reconventie sub 1] in diezelfde publieke ruimte is geobserveerd, en dus niet in ruimtes waar hij zich onbespied mocht wanen en onbevangen zichzelf zou kunnen zijn. Er is dus niet of nauwelijks inbreuk gemaakt op zijn privésfeer, in die zin dat gedrag van [gedaagde in conventie, eiser in reconventie sub 1] in diens privéruimtes is geobserveerd.

 

 

4.16.

Het feit dat iemands handelen of nalaten wordt geobserveerd, ook al vindt dat handelen of nalaten plaats in de publieke ruimte, kan op zich een inbreuk op de privésfeer opleveren, omdat men zich in de wetenschap dat men wordt geobserveerd wellicht niet vrij voelt om zich te gedragen zoals men graag zou willen. De duur, aard en de plaats van de waarnemingen, zoals hierboven omschreven, is echter niet van dien aard dat er sprake is van een onrechtmatige inbreuk op de privésfeer van [gedaagde in conventie, eiser in reconventie sub 1] .

 

 

 

Artikel 3 GPO

 

 

 

4.17.

Ook aan het in artikel 3 GPO neergelegde subsidiariteitsbeginsel is voldaan. De informatie die door middel van de observaties is verkregen zou wellicht op andere wijze kunnen zijn verkregen, bijvoorbeeld door middel van een buurtonderzoek, een getuigenverhoor of iets dergelijks, maar een dergelijke wijze van informatievergaring zou juist schadelijker zijn geweest voor [gedaagde in conventie, eiser in reconventie sub 1] en daarom niet voldoen aan het subsidiariteitsbeginsel. Een buurtonderzoek/getuigenverhoor brengt immers wellicht noodzakelijkerwijs het risico met zich dat men de ondervraagden informeert waarom hun bepaalde vragen worden gesteld (over [gedaagde in conventie, eiser in reconventie sub 1] ), en zou daardoor bij de ondervraagden een negatief beeld kunnen oproepen over de betrouwbaarheid van [gedaagde in conventie, eiser in reconventie sub 1] . In dat geval wordt mogelijk binnen een wijde(re) kring bekend welke bedenkingen er zijn gerezen tegen [gedaagde in conventie, eiser in reconventie sub 1] .

 

 

 

Slotsom

 

 

 

4.18.

Uit het vorenstaande volgt dat de beslissing tot het laten uitvoeren van een persoonlijk onderzoek en de wijze waarop dat is uitgevoerd niet als onrechtmatig jegens [gedaagde in conventie, eiser in reconventie sub 1] kunnen worden gekwalificeerd en de resultaten daarvan kunnen worden gebruikt ter beoordeling van de hieronder geformuleerde kernvraag. Daaruit volgt dat de vordering in reconventie sub a moet worden afgewezen.

 

 

 

De klachten en beperkingen

 

 

 

4.19.

Ten aanzien van de kernvraag van het geschil, namelijk of de door [gedaagde in conventie, eiser in reconventie sub 1] gestelde klachten en beperkingen reëel, niet ingebeeld, niet voorgewend, en niet overdreven zijn, overweegt de rechtbank het volgende.

 

 

4.20.

De rechtbank acht niet geloofwaardig dat [gedaagde in conventie, eiser in reconventie sub 1] lijdt aan de door hem opgevoerde klachten en beperkingen. De algemene conclusie is dat de klachten en beperkingen die [gedaagde in conventie, eiser in reconventie sub 1] tegenover diverse behandelende en expertiserende medici heeft geuit niet zijn te verenigen met zijn gedrag, met name zoals dat is waargenomen tijdens de observaties door SecureAdvance, in momenten waarin hij zich onbespied waande, en dat het geobserveerde gedrag ook niet is te rijmen met de uitslagen van diverse onderzoeken.

 

 

4.21.

 

Allereerst heeft [gedaagde in conventie, eiser in reconventie sub 1] gelogen over zijn vermogen om auto te rijden en de intensiteit waarin hij na het ongeval nog auto heeft gereden. De rechtbank constateert dat [gedaagde in conventie, eiser in reconventie sub 1] daarover tegenover diverse medici ook niet consistent heeft verklaard. Zo heeft hij tegenover Bloemheuvel (productie 1bij de conclusie antwoord in conventie) verklaard dat hij in het geheel niet kan autorijden. Ook tegenover psychiater [naam deskundige 5] van Adelante verklaart hij op 11 mei 2010 (productie 13 bij de conclusie van antwoord in conventie) dat hij bang is om auto te rijden, omdat hij de afstand niet meer kan inschatten. Ook tegenover [naam deskundige 2] heeft hij volgens diens concept-rapport van 14 augustus 2014 (productie 58 bij de conclusie van antwoord in conventie) verklaard dat hij liever geen auto rijdt, dat hij het vorige maand één keer heeft geprobeerd, maar schrikachtig is en problemen heeft met het inschatten van afstanden, en dat hij na het ongeval maar enkele keren auto heeft gereden. Ook heeft hij, voordat hij in het gesprek op 17 december 2014 door ASR werd geconfronteerd met het feit dat hij door SecureAdvance was geobserveerd en wat daarbij is waargenomen, desgevraagd nog verklaard dat hij geen auto meer rijdt, omdat hij geen snelheden en afstanden meer kan inschatten, en alleen nog maar af en toe rijdt naar oma en terug over een afstand van twee kilometer.

 

Tegenover psychiater [naam deskundige 1] heeft [gedaagde in conventie, eiser in reconventie sub 1] , in het kader van het onderzoek dat op 16 mei 2012 heeft plaatsgevonden (productie 31 bij de conclusie van antwoord in conventie), echter verklaard dat hij na verloop van tijd zelf ook weer is gaan autorijden. Dat verliep zonder problemen of ongelukken. Hij maakt alleen kleine ritjes. In zijn omgeving kan hij alleen, zonder problemen en zonder ongelukken auto rijden.

 

 

 

4.22.

Dat [gedaagde in conventie, eiser in reconventie sub 1] niet meer zou kunnen autorijden wordt weersproken door de observaties in het kader van het persoonlijk onderzoek. Dat [gedaagde in conventie, eiser in reconventie sub 1] na het ongeluk nog maar weinig auto heeft gereden, wordt daarnaast weersproken door de – door [gedaagde in conventie, eiser in reconventie sub 1] niet gemotiveerd betwiste – inhoud van het als productie 23 door ASR overlegde overzicht. In dat overzicht is vermeld hoeveel kilometer is gereden met [gedaagde in conventie, eiser in reconventie sub 1] auto in de periode van 14 januari 2009 tot 4 februari 2016. De kilometerstand van diens auto bedroeg op de eerste dag 12.114 en op de laatste dag 140.600. Dat betekent dat met de auto van [gedaagde in conventie, eiser in reconventie sub 1] in een periode van 85 maanden 128.486 km is gereden, hetgeen neerkomt op gemiddeld 1.511 km per maand. Bovendien heeft [gedaagde in conventie, eiser in reconventie sub 1] in de periode van 30 maart 2009 tot 6 juli 2009 diverse malen gebruik gemaakt van een tankpas die hem kennelijk door zijn voormalige werkgever ter beschikking was gesteld en waarvan hij niet heeft aangevoerd dat hij die heeft uitgeleend. De kilometerstand van de door hem bestuurde auto bedroeg volgens de tankpas op eerstgenoemde datum 180.180 en op laatstgenoemde datum 187.550. In de bedoelde periode heeft [gedaagde in conventie, eiser in reconventie sub 1] derhalve 7.370 kilometer gereden, kortom ruim 2.000 km per maand. Dit sluit aan bij het aantal gereden kilometers in de andere maanden. Ook hieruit blijkt dus niet dat [gedaagde in conventie, eiser in reconventie sub 1] na het ongeluk nog maar weinig auto heeft gereden.

 

 

4.23.

[gedaagde in conventie, eiser in reconventie sub 1] heeft weliswaar verklaard dat het aantal ritjes naar de school, supermarkt, huisarts en revalidatieklinieken etc. wordt miskend en dat die geregistreerde gereden kilometers niets zeggen over wie met de auto heeft gereden, maar de rechtbank gaat aan dat verweer voorbij. Nu [gedaagde in conventie, eiser in reconventie sub 1] niet heeft verklaard wie dan wel met de auto zou hebben gereden, terwijl zijn vrouw volgens de eigen verklaring van [gedaagde in conventie, eiser in reconventie sub 1] wegens rugklachten geen auto kan rijden en op de dagen van de observatie hij steeds de enige was die in de auto reed, moet ervan worden uitgegaan dat [gedaagde in conventie, eiser in reconventie sub 1] zélf heeft gereden. [gedaagde in conventie, eiser in reconventie sub 1] heeft ook niet aannemelijk gemaakt dat het aantal gereden kilometers betrekking heeft op een groot aantal ritten over een korte afstand. Daaruit concludeert de rechtbank dat, anders dan hijzelf beweert, [gedaagde in conventie, eiser in reconventie sub 1] na het ongeluk een groot aantal kilometers heeft gereden, die bovendien niet zijn gereden in een groot aantal ritten over telkens een korte afstand. [gedaagde in conventie, eiser in reconventie sub 1] is dus in staat geweest om regelmatig grote afstanden te rijden.

 

 

4.24.

De rechtbank vindt ook niet met elkaar te rijmen dat [gedaagde in conventie, eiser in reconventie sub 1] het neuropsychologisch onderzoek bij [naam deskundige 4] niet heeft kunnen afmaken, omdat dat voor hem een te zware mentale belasting zou hebben opgeleverd, terwijl hij diezelfde dag, van het onderzoeksadres in Alpen aan den Rijn, zonder enige onderbreking naar zijn, op 200 kilometer afstand gelegen, woning is gereden en vervolgens nog naar België. Indien men mentaal niet in staat is een neuropsychologisch onderzoek af te werken, is, zonder nadere onderbouwing door [gedaagde in conventie, eiser in reconventie sub 1] , die ontbreekt, niet te verklaren waarom hij aansluitend wel in staat is geweest als bestuurder van een auto aan het verkeer deel te nemen en een dergelijke rit te maken. Deelname aan het verkeer verlangt volgens ASR, wat de rechtbank aannemelijk voorkomt, veel meer van iemands mentale vermogen dan het afleggen van een neuropsychologische test. Dat autorijden veel van iemands mentale vermogen verlangt wordt ook bevestigd door [naam deskundige 3] (productie 68 bij de conclusie van antwoord in conventie), die verklaart dat het zijns inziens niet mogelijk is 200 kilometer auto te rijden in twee uur, zonder stoppen, met klachten zoals aangeven in de anamnese en het beperkingenpatroon in zijn rapport van 31 maart 2014 (productie 68 bij de conclusie van antwoord). Ook valt niet te rijmen dat hij bij [naam deskundige 2] de hulp van zijn vrouw nodig heeft om zijn kleren dicht te knopen, terwijl hij vervolgens wel in staat is om een auto te besturen.

 

 

4.25.

Dat [gedaagde in conventie, eiser in reconventie sub 1] enkel naar de locaties van de onderzoeken door [naam deskundige 2] en [naam deskundige 4] heeft gereden omdat zijn vrouw vanwege haar rugproblemen niet zou kunnen rijden, acht de rechtbank geen geloofwaardige verklaring. Niet te begrijpen is waarom [gedaagde in conventie, eiser in reconventie sub 1] , gelet op zijn beweerde beperkingen, er niet voor heeft gekozen om per openbaar vervoer te reizen en eventueel daarnaast een taxi te gebruiken. Dat is te meer opmerkelijk nu hij kennelijk eerder (zie de brief van ASR aan [gedaagde in conventie, eiser in reconventie sub 1] en zijn vrouw van 4 juni 2015, productie 20 bij de dagvaarding) al eens gevraagd had of hij per vliegtuig zou mogen reizen naar de plek (Groningen) waar een test zou worden afgenomen. Ook is niet te begrijpen waarom er door [gedaagde in conventie, eiser in reconventie sub 1] , als zijn klachten reëel waren, geen rustpauzes zijn ingelast onderweg.

 

 

4.26.

De erkenning van [gedaagde in conventie, eiser in reconventie sub 1] , dat hij heeft gelogen over de intensiteit waarmee hij auto heeft gereden, maar dat hij dat heeft gedaan omdat hij bang was anders niet te worden geloofd, moet juist als niet geloofwaardig worden gepasseerd. De mate waarin hij auto heeft gereden, zoals hiervoor vastgesteld, duidt net op de afwezigheid van de gepretendeerde klachten en beperkingen. De leugens zijn derhalve bedoeld om te verdoezelen dat [gedaagde in conventie, eiser in reconventie sub 1] met zijn auto normaal aan het verkeer deel kon nemen. Ook de gehanteerde “wisseltruc” tussen [gedaagde in conventie, eiser in reconventie sub 1] en zijn echtgenote bij het autorijden duidt derhalve niet op de angst om niet geloofd te worden, maar om het autogebruik door [gedaagde in conventie, eiser in reconventie sub 1] , waartoe hij kennelijk in staat was, te maskeren.

 

 

4.27.

De verklaringen van [gedaagde in conventie, eiser in reconventie sub 1] tegenover diverse medici en tegenover ASR over de aard en omvang van het autogebruik moeten derhalve als ongeloofwaardig worden gepasseerd.

 

 

4.28.

De rechtbank is verder van oordeel dat [gedaagde in conventie, eiser in reconventie sub 1] meer in het algemeen heeft gelogen over zijn fysieke klachten en beperkingen. Tegenover [naam deskundige 5] (productie 13 bij de conclusie van antwoord in conventie) heeft [gedaagde in conventie, eiser in reconventie sub 1] in 2010 verklaard dat hij zich steeds doodmoe, misselijk en duizelig voelt. Hij komt tot niets: “Een lampje indraaien kost hem drie dagen “van de kaart zijn.”, zoals [gedaagde in conventie, eiser in reconventie sub 1] volgens [naam deskundige 5] tegenover hem zou hebben verklaard. [gedaagde in conventie, eiser in reconventie sub 1] verklaart een draaglast van nul te hebben en dat alles hem teveel is. Dat is niet te rijmen met het geobserveerde gedrag, met name op 15 mei 2014 toen hij ging winkelen. Hij was toen in staat zware boodschappen te dragen en in zijn auto te laden. De dag daarna heeft hij zelfs zonder onderbreking 200 kilometer auto gereden.

 

 

4.29.

Allereerst is daarmee weerlegd het verweer van [gedaagde in conventie, eiser in reconventie sub 1] dat hij nooit tegen zijn belangenbehartiger gezegd zou hebben dat hij een kasplantje is. De verklaring tegenover [naam deskundige 5] heeft immers dezelfde strekking.

 

 

4.30.

Dat [gedaagde in conventie, eiser in reconventie sub 1] heeft gelogen over zijn fysieke beperkingen blijkt ook uit het aanvullende rapport van [naam deskundige 2] van 18 januari 2015. Volgens deze ziet hij op de door SecureAdvance opgenomen beelden een andere heer [gedaagde in conventie, eiser in reconventie sub 1] (dan tijdens zijn onderzoek). [gedaagde in conventie, eiser in reconventie sub 1] beweegt zich zonder beperkingen. Naar de rechtbank begrijpt, stelt [naam deskundige 2] dat het niet voorstelbaar is dat iemand die diverse zware voorwerpen uit een auto kan tillen, bij gelegenheid van het onderzoek door [naam deskundige 2] niet zijn broek kan aantrekken en hiervoor hulp vraagt van zijn partner. Er is dus een inconsistentie in de presentatie van de [gedaagde in conventie, eiser in reconventie sub 1] tijdens zijn onderzoek en hetgeen wordt waargenomen indien [gedaagde in conventie, eiser in reconventie sub 1] zich niet bespied waant.

 

 

4.31.

Dat de door [gedaagde in conventie, eiser in reconventie sub 1] gepresenteerde mentale klachten en beperkingen niet reëel zijn, en zelfs voorgewend, blijkt naar het oordeel van de rechtbank ook uit de resultaten van de door hem ondergane neuropsychologische onderzoeken. In zijn verslag van 3 september 2010 aan de huisarts van [gedaagde in conventie, eiser in reconventie sub 1] schrijft revalidatiearts drs. [naam deskundige 6] (productie 18 bij de conclusie van antwoord in conventie) dat uit een afgenomen neuropsychologisch onderzoek blijkt dat zeer lage scores werden behaald, die niet passen bij [gedaagde in conventie, eiser in reconventie sub 1] dagelijks functioneren en niet overeenkomen met patronen die [naam deskundige 6] ziet bij mensen met organische hersenschade. In het advies van de medisch adviseur van ASR van 18 november 2014 (productie 62 bij de conclusie van antwoord in conventie) stelt deze dat [gedaagde in conventie, eiser in reconventie sub 1] geclaimde onvermogen ook in absolute zin sterk afwijkend en aberrant is en wat cognitieve prestaties betreft ernstiger is dan de capaciteiten van dementen. In aanvulling daarop stelt deze adviseur in zijn advies van 14 april 2016 dat een AKTG-score van 32 bij een afkappunt/cut-off van 84/85 onder het kansniveau ligt en dus wijst op bewust gedrag. Om bij multiple choice vragen lager te scoren dan bij volstrekt willekeurig gokken moet je volgens de deskundige kennis hebben van het goede antwoord om het foute te kunnen kiezen. [naam deskundige 2] vermeldt in zijn rapport onder het kopje “Neurologisch onderzoek” onder andere dat de prestaties ten aanzien van registratie en actieve reproductie van woorden als abnormaal moeten worden beschouwd, dat rekenopdrachten op niveau van lagere school zeer traag worden uitgevoerd met vele fouten en met matige aandachtconcentratie. Met betrekking tot de prestatie op de Amsterdamse Korte Termijn Geheugen test constateert [naam deskundige 2] evident onderpresteren met een score onder de random score. Bij de zogenaamde SIMS-test was er een indicatie voor onderpresteren.

 

 

4.32.

Uit de voormelde conclusies van [naam deskundige 6] en [naam deskundige 2] begrijpt de rechtbank dat de scores van de diverse testen zodanig slecht zijn, dat deze slechte scores niet zijn toe te schrijven aan daadwerkelijke beperkingen, of toeval, maar aan bewuste beïnvloeding van de resultaten daarvan door [gedaagde in conventie, eiser in reconventie sub 1] , derhalve aan simulatie door [gedaagde in conventie, eiser in reconventie sub 1] .

 

 

4.33.

De rechtbank concludeert uit dit alles dat [gedaagde in conventie, eiser in reconventie sub 1] heeft gelogen over zijn klachten en beperkingen op fysiek en mentaal gebied, niet alleen over de ernst, maar ook over het bestaan daarvan. Dat betekent dat moet worden geoordeeld dat [gedaagde in conventie, eiser in reconventie sub 1] onrechtmatig heeft gehandeld, door aan ASR en de door deze ingeschakelde deskundigen opzettelijk een onjuiste voorstelling van zaken te geven met betrekking tot zijn klachten en beperkingen. Door die onjuiste voorstelling van zaken is ASR bewogen om uitkeringen te doen aan [gedaagde in conventie, eiser in reconventie sub 1] en aan het UWV, als op ASR regres nemende uitkeringsinstantie (wegens de aan [gedaagde in conventie, eiser in reconventie sub 1] gedane uitkeringen in verband met diens vermeende arbeidsongeschiktheid).

 

 

4.34.

Ook [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie sub 2] heeft onrechtmatig jegens ASR gehandeld. Zij was immers op de hoogte van de werkelijke gezondheidssituatie en beperkingen van haar man en heeft in gesprekken met de door ASR ingeschakelde derden en deskundigen opzettelijk een verkeerde voorstelling gegeven van de klachten en beperkingen van haar echtgenoot, althans de door haar echtgenoot gegeven onjuiste voorstelling van zaken in stand gelaten en aan deze instandhouding bewust meegewerkt, teneinde ASR te bewegen schade-uitkeringen te doen waarop [gedaagde in conventie, eiser in reconventie sub 1] geen recht had.

 

 

4.35.

Uit het hiervoor overwogene volgt ook dat de overige vorderingen (sub b t/m d) in reconventie moeten worden afgewezen.

 

 

4.36.

De door ASR gevorderde schadevergoeding, welke door [gedaagde in conventie, eiser in reconventie sub 1] en zijn vrouw niet inhoudelijk zijn betwist, ligt derhalve integraal voor toewijzing gereed. De rechtbank zal hierover de wettelijke rente zoals gevorderd toewijzen, namelijk per 31 juli 2015, nu ASR [gedaagde in conventie, eiser in reconventie sub 1] per die datum heeft gesommeerd het toegewezen bedrag te betalen.

 

 

4.37.

[gedaagde in conventie, eiser in reconventie sub 1] zal als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld in conventie en in reconventie. De kosten aan de zijde van ASR in conventie worden begroot op:

 

– dagvaarding € 81,10;

 

– griffierecht € 3.864,00;

 

– salaris advocaat €     4.000,00 (2,0 punten × tarief € 2.000,00);

 

Totaal € 7.945,10.

 

 

4.38.

De kosten aan de zijde van ASR in reconventie worden begroot op € 452,-).

 

 

4.39.

De rechtbank zal de proceskosten in conventie, zoals gevorderd door ASR in conventie, bij gebreke van betaling binnen veertien dagen na betekening van dit vonnis vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de vijftiende dag.

 

 

4.40.

ASR heeft in reconventie de wettelijke rente gevorderd vanaf vandaag, maar de rechtbank acht deze termijn niet redelijk, nu [gedaagde in conventie, eiser in reconventie sub 1] en zijn vrouw eerst een redelijke termijn moet worden geboden om aan de veroordeling te voldoen. De rechtbank stelt die termijn, evenals de conventie, op veertien dagen na betekening van dit vonnis.

 

 

4.41.

De rechtbank zal de door ASR in conventie en reconventie gevorderde nakosten toewijzen zoals hierna vermeld.

 

 

 

5 De beslissing

 

De rechtbank:

 

 

 

in conventie

 

5.1.

veroordeelt [gedaagde in conventie, eiser in reconventie sub 1] en zijn vrouw hoofdelijk, zodat indien en voor zover de één betaalt ook de ander zal zijn bevrijd, om aan ASR te betalen een bedrag van € 248.676,16, vermeerderd met de wettelijke rente over het toegewezen bedrag met ingang van 31 juli 2015 tot de dag van volledige betaling;

 

 

5.2.

veroordeelt [gedaagde in conventie, eiser in reconventie sub 1] en zijn vrouw hoofdelijk, in voormelde zin, in de proceskosten, aan de zijde van ASR tot op heden begroot op € 7.945,10, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf veertien dagen na betekening van dit vonnis tot de dag van volledige betaling;

 

 

 

in reconventie

 

5.3.

wijst de vorderingen af;

 

 

5.4.

veroordeelt [gedaagde in conventie, eiser in reconventie sub 1] en zijn vrouw hoofdelijk, in voormelde zin, in de proceskosten, aan de zijde van ASR tot op heden begroot op € 452,–,-, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf veertien dagen na betekening van dit vonnis tot de dag van volledige betaling;

 

 

 

in conventie en in reconventie

 

 

 

5.5.

veroordeelt [gedaagde in conventie, eiser in reconventie sub 1] en zijn vrouw hoofdelijk, in voormelde zin, in de na dit vonnis ontstane kosten, begroot op € 205,– aan salaris advocaat, te vermeerderen, onder de voorwaarde dat [gedaagde in conventie, eiser in reconventie sub 1] niet binnen veertien dagen na aanschrijving aan het vonnis heeft voldaan en er vervolgens betekening van de uitspraak heeft plaatsgevonden, met een bedrag van € 68,– aan salaris advocaat en de explootkosten van betekening van de uitspraak;

 

 

5.6.

verklaart dit vonnis voor wat betreft r.o. 5.1., 5.2., 5.4. en 5.5 uitvoerbaar bij voorraad.

 

 

 

Dit vonnis is gewezen door mr. P. Hoekstra, mr. I.M. Etman en mr. G.M. Drenth, rechters, en in het openbaar uitgesproken.1

 

 

 

1

type: MT