• Jurisprudentie
  • Bron: Ongepubl. jurisprudentie, Rechtbank Den Haag
  • 15 februari 2017
  • Zaaknummer: 5257343 RL EXPL 16-20981

Rb: kosten van contra-expert geen vermogensschade nu ‘gratis dienstverlening’ is gegarandeerd

Geen letselzaak. Eiser heeft ter vaststelling van schade in kader van schadeverzekering (‘Woon- & Vrije Tijdpakket’ ) contra-expert ingeschakeld. Hij vordert de kosten hiervan van de verzekeraar. De kantonrechter wijst de vordering af wegens gebrek aan belang. De kantonrechter is van oordeel dat eiser onvoldoende heeft onderbouwd dat zij de gevorderde kosten van de contra-expertise zelf dient te dragen. Mede gelet op de garantie op de website van Krantz & Polak dat de dienstverlening gratis is had dat wel van eiser verwacht mogen worden. De kantonrechter concludeert dat de kosten van de contra-expert geen vermogensschade van eiser betreffen.

vonnis

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats ’s-Gravenhage

Rolnr.: 5257343 RL EXPL 16-20981
15 februari 2017

 

Vonnis van de kantonrechter in de zaak van:

 

[Eiser],

wonende te ‘s-Gravenhage, eisende partij,

gemachtigde: mr. E.M. Horssius (SEC Attorneys),

tegen

 

de naamloze vennootschap Aegon Schadeverzekering N.V.,

gevestigd te Den Haag, gedaagde partij,

gemachtigde: mr. C.J. van Paridon.

 

Partijen worden verder aangeduid als [Eiser] en “Aegon”.

  1. Procedure

1.1          De kantonrechter heeft kennis genomen van de volgende stukken:

–              de dagvaarding van 8 juli 2016;

–              de conclusie van antwoord;

–              de in het geding gebrachte producties.

1.2          Op 14 november 2016 heeft een comparitie van partijen plaatsgevonden, waarbij zijn verschenen mr. Horssius en mr. Van Paridon. Op 4 januari 2017 heeft opnieuw een comparitie van partijen plaatsgevonden waarbij zijn verschenen [Eiser] in persoon, bijgestaan door mr. Horssius, en mr. Van Paridon. Van het verhandelde ter zitting zijn door de griffier aantekeningen gemaakt, die zich in het griffiedossier bevinden. Vervolgens is de’ uitspraak van dit vonnis bepaald op heden.

  1. Feiten

2.1          [Eiser] heeft als verzekeringsnemer een schadeverzekering bij Aegon. Onderdeel van de verzekeringsovereenkomst zijn de Aegon Woon- & Vrije Tijdpakket polisvoorwaarden nr. 3002 (hierna: de polisvoorwaarden).

2.2          Artikel 2.1 aanhef en artikel 2.1.1 sub b van de polisvoorwaarden luiden als volgt:

“Wij vergoeden boven het verzekerde bedrag: (…)

(b) het salaris en de kosten van alle experts en de door hen geraadpleegde deskundigen. Het salaris en de kosten van de door de verzekeringnemer benoemde expert en de door deze geraadpleegde deskundigen, worden slechts vergoed voor zover dit salaris en deze kosten niet uitgaan boven het salaris en de kosten welke de door Aegon benoemde expert en diens deskundigen in rekening brengen. ” 

2.3          Op 20 maart 2014 is waterschade ontstaan in de woning van [Eiser].

2.4          Aegon heeft de schade vastgesteld aan de hand van een rapport van mevrouw

  1. Barnhoon, werkzaam bij Aegon Expertisedienst Schadeverzekeringen N.V. [Eiser] heeft ter (nadere) vaststelling van de schade als contra-expert de heer M. de Zwart, werkzaam bij Krantz & Polak Resolve (hierna: Krantz & Polak), ingeschakeld. Omdat de experts van beide partijen het niet eens konden worden over de hoogte van de schade is bij akte van disakkoord d.d. 14 november 2014 de heer S. Nijssen als derde expert benoemd.

De heer Nijssen heeft met betrekking tot de schadepost “tijdelijk verblijf elders” de expert van [Eiser] in het gelijk gesteld. Met betrekking tot de post “huurderving” heeft de heer Nijssen de expert van Aegon in het gelijk gesteld. De geleden waterschade is vervolgens hersteld, gefactureerd en vergoed door Aegon.

2.5          Krantz & Polak heeft Aegon een declaratie voor de kosten van de contra-expertise . toegestuurd ter hoogte van € 2.531,93. Aegon heeft hiervan € 1.875,50 vergoed.

  1. Vordering, grondslag en verweer

3.1          [Eiser] vordert veroordeling van Aegon bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad om tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan [Eiser] te betalen een bedrag van € 772,08, te vermeerderen met de wettelijke rente over € 656,43 vanaf 8 juli 2016 tot de dag van algehele voldoening, met veroordeling van Aegon in de kosten van deze procedure.

3.2          [Eiser] legt aan deze vordering naast de vaststaande feiten ten grondslag dat op grond van artikel 7:959, eerste lid, BW de – redelijke – kosten van de contra-expertise voor rekening van Aegon komen. Aangezien dit een bepaling van dwingend recht is, komt Aegon geen beroep toe op de onder 2.2 genoemde polisvoorwaarde. Deze bepaling is onredelijk bezwarend. Aegon heeft de kosten van de contra-expertise slechts deels vergoed en dient het restant ad € 656,43 nog te betalen. Bovendien heeft [Eiser] kosten gemaakt ter voldoening van haar vordering buiten rechte. Deze buitengerechtelijke incassokosten bedragen € 98,46 en komen op grond van de wet voor rekening van Aegon. Ten slotte maakt [Eiser] aanspraak op de wettelijke rente die berekend tot 8 juli 2016 6 17,18 bedraagt.

3.3          Aegon voert gemotiveerd verweer, waarop hierna – voor zover van belang – zal worden ingegaan, en concludeert tot afwijzing van de vordering.

  1. Beoordeling

4.1          Allereerst dient te worden beoordeeld of [Eiser] voldoende belang heeft bij haar vordering.

4.2          Aegon betwist dat [Eiser] (proces-)belang in de. zin van artikel 3:303 BW heeft omdat de uitkomst van de onderhavige procedure geen invloed heeft op haar vermogenspositie. Volgens Aegon blijkt uit de garantie die Krantz & Polak op haar website geeft aan haar cliënten (“ Wij geven u ook een keiharde garantie: als de kosten onverhoopt niet betaald worden en/of verhaald kunnen worden, is onze dienstverlening geheel gratis. (…) ”) dat [Eiser] het door haar gevorderde bedrag zelf niet aan Krantz & Polak hoeft te betalen. Aegon wijst er verder op dat de gemachtigde van [Eiser] zelf ook als schade-expert aan Krantz & Polak verbonden is en ook voorheen als contra-expert bij schadeclaims van verzekeringnemers van Aegon is opgetreden. De vorderingen van [Eiser] strekken kennelijk alleen ter verkrijging van een vermogensrechtelijk voordeel voor Krantz & Polak.

4.3          De gemachtigde van [Eiser] heeft dit weersproken en gesteld dat deze garantie weliswaar op de website van Krantz & Polak staat maar dat dat niet betekent dat [Eiser] zonder meer is vrijgesteld van welke betaling dan ook.

4.4          [Eiser] zelf heeft desgevraagd verklaard dat zij destijds op advies van haar tussenpersoon de heer De Zwart van Krantz & Polak heeft ingeschakeld en dat hij met haar geen afspraken heeft gemaakt over de vergoeding van zijn kosten. [Eiser] heeft ook nooit een factuur gekregen van Krantz & Polak.

4.5          De kantonrechter is van oordeel dat [Eiser] in het licht van het verweer van Aegon onvoldoende heeft onderbouwd dat zij de gevorderde kosten van de contra-expertise zelf dient te dragen. Mede gelet op de garantie op de website van Krantz & Polak had dat wel van [Eiser] verwacht mogen worden. De kantonrechter concludeert met Aegon dat de kosten waarvan vergoeding wordt gevorderd geen vermogensschade van [Eiser] betreffen. Verder acht de kantonrechter in dit verband niet zonder belang dat de gemachtigde van [Eiser] desgevraagd heeft verklaard dat hij directeur-eigenaar is van Krantz & Polak. Met Aegon overweegt de kantonrechter dat dit er op duidt dat de vorderingen van [Eiser] strekken ter verkrijging van een vermogensrechtelijk voordeel voor Krantz & Polak.

Het verweer van Aegon slaagt om die reden en de vordering van [Eiser] zal bij gebrek aan voldoende belang worden afgewezen. Wat partijen overigens over en weer hebben aangevoerd, zal daarom verder onbesproken blijven.

4.6          [Eiser] zal als de in het ongelijk gestelde partij worden veroordeeld in de kosten van deze procedure. De gevorderde nakosten zullen op de hierna in het dictum weergegeven wijze worden toegewezen.

  1. Beslissing

De kantonrechter:

–              wijst de vordering af;

–              veroordeelt [Eiser] in de kosten van deze procedure, tot op heden aan de zijde van Aegon vastgesteld op € 300,- als het aan de gemachtigde van [Eiser] toekomende salaris; en veroordeelt [Eiser] tot betaling van € 50,- aan nasalaris, voor zover Aegon daadwerkelijk nakosten zal maken, vermeerderd met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW met ingang van de vijftiende dag na aanschrijving tot de dag der voldoening, en voorts, indien betekening van het vonnis heeft plaatsgevonden, vermeerderd met de explootkosten van betekening van het vonnis, vermeerderd met de Wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW met ingang van de vijftiende dag na betekening tot de dag der voldoening;

–              verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad;

Dit vonnis is gewezen door kantonrechter mr. FJ. Verbeek en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 15 februari 2017.