• Jurisprudentie
  • Bron: Rechtbank Noord-Holland
  • 2 juni 2016
  • ECLI:NL:RBNHO:2016:4601
  • Zaaknummer: C/15/229969 / HA RK 15/124

Rb, deelgeschil: causaal verband beperkingen en ongeval volgt niet uit gedateerd expertiserapport; psychiatrische expertise bevolen

Whiplash. 1. Verzoeker vraagt de rechtbank a. vast te stellen dat de klachten en beperkingen, zoals die staan beschreven in het neurologisch expertiserapport uit 2011 in causaal verband staan met het ongeval van 2006 en b. te bevelen dat de verzekeraar mee werkt aan een psychiatrisch onderzoek. (a) De rechtbank oordeelt dat de conclusie dat verzoeker nog altijd klachten heeft die in rechtstreeks verband staan tot het ongeval in 2006, niet aan dit rapport kan worden ontleend. Het is opgemaakt in 2011, inmiddels bijna vijf jaar geleden. Zelfs indien op basis van dit rapport zou moeten worden aangenomen dat verzoeker toen reële klachten en beperkingen had die in causaal verband stonden met het ongeval, kan daaraan niet zonder meer de conclusie worden verbonden dat de klachten en beperkingen die verzoeker op dit moment nog ervaart, in causaal verband staan tot het ongeval. (b) De rechtbank beveelt verzekeraar mee te werken aan een psychiatrische expertise, zoals destijds door de neuroloog gesuggereerd. 2. Kosten deelgeschil: € 6.959,06 (uurtarief € 225,-).

ECLI:NL:RBNHO:2016:4601

Instantie

Rechtbank Noord-Holland

Datum uitspraak

02-06-2016

Datum publicatie

27-01-2017

Zaaknummer

C/15/229969 / HA RK 15/124

Rechtsgebieden

Civiel recht

Bijzondere kenmerken

Eerste aanleg – enkelvoudig
Rekestprocedure
Op tegenspraak

Inhoudsindicatie

Deelgeschil. Whiplash. Aan neurologische rapportage uit 2011 kan niet de conclusie worden ontleend dat nog steeds sprake is van reële klachten die voortvloeien uit aanrijding in 2006. Verzekeraar wordt bevolen mee te werken aan psychiatrisch onderzoek.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl

Uitspraak

https://uitspraken.rechtspraak.nl/image/?id=6c7eced1-8389-427b-84b2-1fe07857290ehttps://uitspraken.rechtspraak.nl/image/?id=cfcf7c9a-9607-4591-8239-89b2f4e7ec7dbeschikking

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Afdeling privaatrecht

Zittingsplaats Alkmaar

MAB/AJB

zaaknummer / rekestnummer: C/15/229969 / HA RK 15/124

Beschikking van 2 juni 2016

in de zaak van

[verzoeker]

wonende te [woonplaats] ,

verzoeker,

advocaat mr. drs. M.A.M. de Vries-Meijer te Alkmaar,

tegen

de naamloze vennootschap

ALLIANZ BENELUX N.V. H.O.D.N. LONDON VERZEKERINGEN,

statutair gevestigd en kantoorhoudende te Rotterdam,

verweerster,

advocaat mr. G.C. Endedijk te Haarlem.

Verzoeker wordt hierna aangeduid als [verzoeker] en verweerster zal worden aangeduid als Allianz.

1 De procedure

Het verloop van de procedure blijkt uit:

a.     het verzoekschrift met acht producties tot het behandelen van een deelgeschil zoals bedoeld in art. 1019w Rv en verder, ontvangen bij de rechtbank op 27 juli 2015, alsmede de herziene versie van dit verzoekschrift met producties 9-12, ontvangen bij de rechtbank op
5 januari 2016;

b.    het verweerschrift van Allianz met vijf producties;

c.     de zittingsaantekeningen van de mondelinge behandeling op 8 januari 2016, alwaar verschenen zijn:

·        

[verzoeker] , vergezeld van mr. De Vries-Meijer voornoemd;

·        

Voor Allianz mevrouw [x] , vergezeld van mr. P.J. Verdam, waarnemende voor mr. Endedijk voornoemd;

de pleitnotities c.q. aantekeningen die mrs. De Vries-Meijer en Verdam ter gelegenheid van de mondelinge behandeling hebben voorgedragen en overgelegd;

de brieven namens Allianz en [verzoeker] van respectievelijk 15 april 2016 en 21 april 2016.

2 De feiten

2.1.

Op 17 januari 2006 is [verzoeker] op de A9 ter hoogte van hectometerpaal 41.1 in de gemeente Haarlemmermeer van achteren aangereden door [y] , die op zijn beurt van achteren was aangereden door [z] . De auto van [z] was verzekerd bij Allianz, die in het kader van de schuldenloze derderegeling de afwikkeling van de schade van [verzoeker] op zich heeft genomen.

2.2.

[verzoeker] heeft zich na het ongeval gemeld bij de huisarts met klachten van hoofdpijn, nekpijn en slaapproblemen. Op 2 maart 2006 is hij onder behandeling gekomen van fysiotherapeut Zwiers. De klachten hadden zich toen verder ontwikkeld en [verzoeker] had onder meer tevens last gekregen van concentratie- en geheugenproblemen, prikkelbaarheid, visusstoornissen en vermoeidheid. [verzoeker] wordt nog steeds door Zwiers behandeld en is in de loop van de tijd daarnaast door andere paramedici behandeld.

2.3.

[verzoeker] heeft vanaf september 2006 tot medio 2007 een behandeling bij revalidatiecentrum Heliomare in Wijk aan Zee gevolgd. Daar is blijkens een brief van
18 april 2007 van [U] en [Z] (revalidatiearts) de diagnose whiplash associated disorder gesteld. In die brief staat tevens, voor zover hier van belang:

“Bij lichamelijk onderzoek werd een T4-syndroom gevonden en een blokkering van het linker facetgewricht op C2-C3 en C5-C6. Hij heeft paresthesieën aan de ventrale zijde van de polsen en ‘s ochtends in beide handen. Hij heeft hoofdpijnklachten die niet cervicogeen van karakter zijn. Daarnaast heeft hij ook visuele klachten.

De beperkingen en participatiestoornissen die hij heeft zijn niet volledig te verklaren met de fysieke functiestoornissen die bij het onderzoek zijn gevonden. Hij heeft een verminderde inspanningstolerantie, is snel moe en geïrriteerd. De coping op pijn is niet optimaal. Er is een neuropsychologisch onderzoek gedaan, maar daaruit kon geen betrouwbare conclusie worden getrokken over zijn cognitief functioneren. Zijn cognitieve klachten kunnen door het algehele toestandsbeeld (vermoeidheid/pijn) toenemen.”

2.4.

In april 2011 heeft op verzoek en met instemming van beide partijen een neurologisch onderzoek plaatsgevonden door onafhankelijk deskundige C.T.E. Beljaars (hierna: Beljaars), die heeft gerapporteerd op 30 juni 2011. Zijn diagnose is: “status na licht acceleratie/deceleratie non-contacttrauma van de nek met niet aan dit trauma te relateren en te objectiveren restklachten zoals in het geneeskundig rapport beschreven.” Beljaars concludeert dat geen sprake is van functieverlies op basis van zijn bevindingen op neurologisch vakgebied en dat [verzoeker] in geen enkel opzicht beperkt is in het dagelijks leven, bij de vrijetijdbesteding, bij het verrichten van huishoudelijke werkzaamheden en bij het verrichten van loonvormende arbeid. In zijn rapport staat verder: “Zoals eerder gesteld in het medisch rapport kunnen betrokkens klachten niet verklaard worden tengevolge van enigerlei vorm van medisch objectiveerbare afwijkingen en de aard van het hem overkomen ongeval destijds. Differentiaal diagnostisch zou er bij betrokkene (…) sprake kunnen zijn van psychische factoren of psychiatrische/persoonlijkheidsfactoren welke zijn omgaan met de klachten (non-coping) zouden kunnen verklaren.” Op pagina 11 van zijn rapport heeft Beljaars geschreven: “wat betreft deze laatste factoren (rb: psychologische en persoonlijkheidsfactoren) lijkt er mogelijk meer reden aanwezig om betrokkene (…) nog eens te laten beoordelen door een psycholoog of psychiater.”

Partijen hebben Beljaars nog aanvullende vragen voorgelegd, maar deze hebben blijkens de brief van Beljaars van 29 januari 2012 niet tot wijziging van zijn conclusies geleid.

2.5.

Allianz heeft in 2012 het standpunt ingenomen dat een psychiatrische expertise alleen aan de orde zou zijn indien de medisch adviseur van [verzoeker] aanwijzingen heeft voor een posttraumatische psychiatrische aandoening. Allianz wenste tot afwikkeling te komen, uitgaande van een korte periode van ongevalsgerelateerde klachten. Partijen hebben op die basis niet tot afwikkeling kunnen komen, waarna de zaak een tijd heeft stilgelegen en nu dit deelgeschil aanhangig is gemaakt.

2.6.

[verzoeker] heeft zich na het ongeval eerst laten bijstaan door Europrotector B.V. In de loop van 2009 heeft letselschadebureau [V] (hierna: [V] ) de behandeling van de zaak overgenomen. Van de door [V] ingediende declaraties, die een totaalbedrag van € 4.371,28 belopen, is een bedrag van € 1.535,70 niet door Allianz voldaan.

3 Het geschil

3.1.

[verzoeker] verzoekt de rechtbank, na aanpassing van zijn verzoek, zakelijk weergegeven:

1.    vast te stellen dat de klachten en beperkingen van de heer [verzoeker] zoals die staan beschreven in het rapport van Beljaars van 30 juni 2011 in causaal verband staan met het ongeval van 17 januari 2006 en te bepalen dat Allianz de daaruit voortvloeiende schade aan [verzoeker] dient te vergoeden;

2.    Allianz te bevelen dat zij dient mee te werken aan het benoemen van een onafhankelijk psychiatrisch deskundige zoals geadviseerd door Beljaars;

3.    Allianz te veroordelen tot betaling van € 1.535,70 aan [V] , te verhogen met wettelijke rente vanaf 25 december 2011;

4.    Allianz te veroordelen tot betaling van de kosten van deze verzoekschriftprocedure, te begroten door de rechtbank.

3.2.

[verzoeker] legt aan zijn verzoek ten grondslag dat Allianz ten onrechte uitgaat van een korte periode van ongevalsgerelateerde klachten en meent dat de zaak klaar is voor afwikkeling. Allianz gaat er daarmee aan voorbij dat uit het rapport van Beljaars wel degelijk blijkt dat sprake is van klachten en beperkingen zoals omschreven in zijn het rapport. Vóór het ongeval had [verzoeker] de klachten niet en er is geen alternatieve oorzaak aan te wijzen. Nergens blijkt uit dat de klachten niet reëel, ingebeeld, voorgewend dan wel overdreven zouden zijn. Integendeel, [verzoeker] heeft lange tijd medische behandelingen gehad om de klachten te verhelpen, maar dit heeft niet tot resultaat geleid, zodat de conclusie gerechtvaardigd is dat de huidige klachten van [verzoeker] uit het ongeval voortvloeien en het juridisch causaal verband met het ongeval kan gelegd worden.

Over het door [verzoeker] gewenste psychiatrische onderzoek stelt hij dat het hebben van een bepaalde psychische gesteldheid er oorzaak van kan zijn dat op zich niet uit het ongeval verklaarbare blijvende klachten desalniettemin blijven bestaan. Het is niet zo dat het ongeval zelf psychisch letsel moet hebben veroorzaakt, zoals Allianz ten onrechte stelt. Nu de neuroloog heeft aangegeven dat een psychiatrische expertise zinvol kan zijn, dient Allianz hieraan mee te werken.

De buitengerechtelijke kosten kunnen volgens [verzoeker] de dubbele redelijkheidstoets doorstaan en dienen te worden vergoed. Dat er wat extra werkzaamheden gepaard zijn gegaan met de overname van het dossier door [V] staat daaraan niet in de weg; een slachtoffer heeft immers het recht zijn eigen belangenbehartiger te kiezen en ook te vervangen indien hij dit noodzakelijk acht.

3.3.

Allianz voert in de eerste plaats aan dat een deelgeschilprocedure zich niet leent voor het geven van een declaratoire uitspraak, zodat [verzoeker] niet in zijn verzoek kan ontvangen voor zover het hierop is gericht. Verder heeft [verzoeker] geen belang bij zijn verzoek om een beslissing naar de betekenis van het rapport van Beljaars, nu Allianz zijn bevindingen en conclusies onderschrijft. Die conclusies houden in dat de klachten (en het oorzakelijk verband met het ongeval) van [verzoeker] op zichzelf juist zijn beschreven, maar dat Beljaars geen beperkingen duidt. Uit het rapport van Beljaars volgt dus niet dat sprake is van voortdurende arbeidsuitval, behoefte aan huishoudelijke hulp dan wel ondersteuning vanwege afname van zelfredzaamheid. Beljaars zegt niets over het causaal verband tussen beperkingen en ongeval. Ter zitting heeft Allianz daar nog aan toegevoegd dat geenszins vaststaat dat de klachten reëel, niet ingebeeld, niet voorgewend en niet overdreven zijn. In een advies van de medisch adviseur van [verzoeker] staat immers dat bij het neuropsychologisch onderzoek is vastgesteld dat sprake was van onderpresteren.

Voor een nader medisch onderzoek door een psychiater ziet Allianz geen grond. [verzoeker] heeft uitsluitend klachten gemeld van neurologische aard en die klachten zijn door Beljaars afdoende beoordeeld. Weliswaar merkt Beljaars op dat psychische factoren een rol zouden kunnen spelen bij het onderhouden van de klachten, maar [verzoeker] heeft zich nimmer onder behandeling gesteld of hoeven stellen van een psychiater. Het dossiers heeft inmiddels drie jaar stilgelegen en het is onduidelijk hoe het in geneeskundig opzicht met [verzoeker] gaat. Het is daarom niet te beoordelen of sprake zou kunnen zijn van psychische of psychiatrische problematiek en of onderzoek door een psychiater geïndiceerd is.

Over de buitengerechtelijke kosten heeft Allianz aangevoerd dat in dit dossier al meer dan
€ 8.000,00 is voldaan, naast de medische verschotten en de kosten van het onderzoek door Beljaars. De buitengerechtelijke kosten gaan de schade te boven en zijn mogelijk (te) hoog opgelopen door de overdracht van het dossier aan een tweede belangenbehartiger. Allianz acht het aantal uren dat mr. De Vries-Meijer en haar kantoorgenoot E.F. Klungers aan de deelgeschilprocedure hebben besteed rijkelijk hoog, terwijl een deugdelijke specificatie van deze uren ontbreekt. Allianz verzoek de rechtbank de kosten van het deelgeschil te begroten op de helft van het verzochte bedrag, zijnde € 3.750,00.

3.4.

Op de standpunten van partijen wordt hierna, voor zover voor de beslissing van belang, ingegaan.

4 De beoordeling

4.1.

Het onder 1. verzochte strekt tot het geven van een verklaring voor recht. Anders dan Allianz stelt, is in een deelgeschilprocedure wel degelijk ruimte voor het geven van een dergelijke declaratoire uitspraak.

4.2.

De verzochte verklaring voor recht komt echter niet voor toewijzing in aanmerking. De strekking van het verzoek is dat op basis van de inhoud van het rapport van Beljaars wordt vastgesteld dat [verzoeker] tot op de dag van vandaag klachten en beperkingen heeft die in causaal verband staan met het ongeval in 2006. Partijen houdt immers onder meer verdeeld of nog altijd sprake is van verlies van verdienvermogen als gevolg van dit ongeval. [verzoeker] is van mening dat dit het geval is, terwijl Allianz bepleit dat sprake is van een korte periode van ongevalsgerelateerde klachten. Beljaars heeft in zijn rapport de klachten van [verzoeker] toegeschreven aan het ongeval in 2011. Daaruit leidt de rechtbank af, en Allianz heeft dat in het verweerschrift feitelijk ook niet betwist, dat Beljaars zich op het standpunt stelde dat op dat moment bij [verzoeker] sprake was van aanwezige, reële, niet ingebeelde of voorgewende en niet overdreven klachten. De conclusie dat hij nog altijd klachten heeft die in rechtstreeks verband staan tot het ongeval in 2006, kan echter niet aan dit rapport worden ontleend. Het is opgemaakt in 2011, inmiddels bijna vijf jaar geleden. Zelfs indien op basis van dit rapport zou moeten worden aangenomen dat [verzoeker] op het moment van het onderzoek niet alleen reële klachten, maar ook beperkingen had die in causaal verband stonden met het ongeval, kan daaraan niet zonder meer de conclusie worden verbonden dat de klachten en beperkingen die [verzoeker] op dit moment nog ervaart, in causaal verband staan tot het ongeval. Dat [verzoeker] ook na 2011 onder behandeling is gebleven van een fysiotherapeut en andere paramedici is daarvoor onvoldoende.

Daarbij komt dat Beljaars in zijn rapport wel uitgaat van (op dat moment bestaande) reële klachten als gevolg van het ongeval, maar dat hij geen beperkingen op zijn vakgebied heeft kunnen vaststellen. Ofschoon dit niet zonder meer betekent dat bij [verzoeker] in 2011 geen sprake was van reëel te achten beperkingen als gevolg van het ongeval, kan deze conclusie niet aan het rapport van Beljaars worden ontleend.

4.3.

De vordering die ertoe strekt dat Allianz wordt bevolen mee te werken aan een psychiatrische expertise komt wel voor toewijzing in aanmerking. Juist omdat Beljaars op neurologisch vakgebied geen verklaring voor de reëel te achten klachten heeft kunnen geven, heeft hij in zijn rapport de suggestie gedaan om [verzoeker] aan een onderzoek door een psycholoog of psychiater te onderwerpen. Daarmee kan immers worden onderzocht of er bij [verzoeker] psychische – of persoonlijkheidsfactoren zijn die invloed hebben op het onderhouden van deze klachten. In de suggestie van Beljaars ziet de rechtbank dan ook voldoende grond om van Allianz te verwachten dat zij aan een dergelijk onderzoek meewerkt.

Dat [verzoeker] zich na het ongeval niet tot een psycholoog of psychiater heeft gewend, vormt geen reden om van het geadviseerde onderzoek af te zien, evenmin als het feit dat de zaak een aantal jaren heeft stilgelegen. [verzoeker] is nog altijd onder behandeling van een fysiotherapeut en andere paramedici en daarin is voldoende grond gelegen om aan te nemen dat [verzoeker] nog steeds klachten naar aanleiding van het ongeval ondervindt. Of die nog steeds zijn aan te merken als reëel, niet ingebeeld of voorgewend en niet overdreven, is bij uitstek een vraag die aan de psychiater kan worden voorgelegd. Mogelijk kan de psychiater ook worden gevraagd wat de reden kan zijn geweest van het onderpresteren van [verzoeker] bij een eerder neuropsychologisch onderzoek. Daaruit volgt, anders dan Allianz lijkt te impliceren, niet zonder meer dat de door [verzoeker] aangegeven klachten niet reëel zijn.

4.4.

Het verzoek dat strekt tot betaling door Allianz van een bedrag aan buitengerechtelijke kosten van € 1.535,70 zal worden toegewezen. De rechtbank acht de kosten deugdelijk gespecificeerd en is van oordeel dat deze voldoen aan de dubbele redelijkheidstoets. Dat er wat doublures zijn geweest in verband met de overname van het dossier door een nieuwe schadebehandelaar betekent niet zonder meer dat de kosten van die doublures niet in redelijkheid zijn gemaakt; het staat een slachtoffer immers vrij van letselschadebehandelaar te veranderen en indien daardoor wat extra kosten worden gemaakt, is het nog altijd gerechtvaardigd dat die door de aansprakelijke verzekeraar worden gedragen. Allianz heeft niet gesteld dat [V] onredelijk veel tijd aan het dossier heeft besteed en evenmin inzichtelijk gemaakt waarom zij vindt dat sprake is van doublures in die mate dat de kosten daarvan in redelijkheid niet voor haar rekening zouden moeten komen. Dat in totaal op dit moment al zoveel kosten zijn vergoed dat dit niet meer in verhouding staat tot de aard en het belang van de zaak onderschrijft de rechtbank niet. Tegen de veroordeling tot betaling aan [V] en de gevorderde wettelijke rente heeft Allianz geen verweer gevoerd, zodat de rechtbank dit zal toewijzen.

4.5.

Bij de begroting van de kosten van het deelgeschil dient de dubbele redelijkheidstoets gehanteerd te worden: het dient redelijk te zijn dat de kosten zijn gemaakt en de hoogte van de kosten dient eveneens redelijk te zijn. Mr. De Vries-Meijer heeft de kosten van het deelgeschil aan de hand van een urenspecificatie en een begroting van de in verband met de behandeling van het verzoekschrift nog te maken kosten begroot op € 6.959,06 (inclusief griffierecht en kantoorkosten, exclusief BTW) op basis van 28:15 uren. Daarbij valt op dat er vanaf mei 2012 werkzaamheden worden gespecificeerd, terwijl het deelgeschil aanhangig is gemaakt in juli 2015. De in 2012 en 2013 gewerkte uren zijn in redelijkheid niet toe te schrijven aan dit deelgeschil. Indien de rechtbank uitsluitend rekening houdt met de uren vanaf mei 2015 en de uren voor het herziene verzoekschrift buiten beschouwing laat komt het aantal gewerkte uren uit op ongeveer 21. Dit aantal uren acht de rechtbank redelijk; verweerder heeft ook nagelaten concreet te maken waaraan teveel tijd zou zijn besteed. Het uurtarief, waartegen geen bezwaren zijn aangevoerd, is redelijk te achten.

Gezien het voorgaande zal de rechtbank de kosten begroten op een totaalbedrag van

[21 (uren) x € 225,= (uurtarief) x 1,27 (kantoorkosten en BTW) = € 6.000,75 + € 282,00

(griffierecht) =] € 6.282,75.

5 De beslissing

De rechtbank

5.1.

beveelt Allianz mee te werken aan het benoemen van een onafhankelijk psychiatrisch deskundige zoals geadviseerd door C.T.E. Beljaars in zijn expertiserapport van 30 juni 2011,

5.2.

veroordeelt Allianz tot betaling aan Letselschadebureau [V] van
€ 1.535,70, te vermeerderen met de wettelijke rente over dit bedrag met ingang van
25 december 2011 tot de dag van algehele betaling,

5.3.

begroot de kosten van het deelgeschil op € 6.282,75 en veroordeelt Allianz tot betaling van dit bedrag aan [verzoeker] ,

5.4.

wijst af hetgeen meer of anders is verzocht.

Deze beschikking is gegeven door mr. M.A.J. Berkers en in het openbaar uitgesproken op
2 juni 2016.
1

1: