• Jurisprudentie
  • Bron: Rechtbank Rotterdam
  • 10 juli 2017
  • ECLI:NL:RBROT:2015:10173
  • Zaaknummer: 3776018 CV EXPL 15-2491

Rb: bezitter hond aansprakelijk

Gedaagde is zonder bericht van verhindering niet meer ter zitting verschenen. Dit brengt met zich dat er in rechte van wordt uitgegaan dat de hond niet was aangelijnd en plotseling op het fietspad vlak vóór de fiets van eiser tot stilstand is gekomen, waardoor hij met de hond in botsing is gekomen en is gevallen. Dit leidt tot het oordeel dat het onderhavige ongeval is veroorzaakt door de eigen gedraging van de hond en dat gedaagde als bezitter van de hond aansprakelijk is voor de door de hond aangerichte schade als bedoeld in artikel 6: 179 BW.

ECLI:NL:RBROT:2015:10173

Instantie Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak 10-07-2015
Datum publicatie 11-07-2017
Zaaknummer 3776018 CV EXPL 15-2491
Rechtsgebieden Civiel recht
Bijzondere kenmerken Eerste aanleg – enkelvoudig
Inhoudsindicatie Door botsing met loslopende hond van gedaagde heeft eiser schade geleden. Eiser scht gedaagde aansprakelijk voor de door hem geleden schade en vordert schadevergoeding.
Vindplaatsen Rechtspraak.nl
Uitspraak RECHTBANK ROTTERDAM
zaaknummer: 3776018 CV EXPL 15-2491

uitspraak: 10 juli 2015

vonnis van de kantonrechter, zitting houdende te Rotterdam,

in de zaak van

[eiser] ,
wonende te [plaatsnaam],
eiser bij exploot van dagvaarding van 12 januari 2015,
gemachtigde: LegalShared Rechtsbijstand B.V. te Leusden,

tegen

[gedaagde] ,
wonende te [plaatsnaam],
gedaagde,
procederend in persoon.

Partijen worden hierna verder aangeduid als “[eiser]” en “[gedaagde]”.

1 Het verdere verloop van de procedure
Het verloop van de procedure volgt uit de volgende processtukken, waarvan de kantonrechter heeft kennis genomen:
– het vonnis van 22 mei 2015 en de daaraan ten grondslag liggende processtukken;
– het proces-verbaal van de op 8 juni 2015 gehouden comparitie van partijen, waarbij [eiser] en zijn gemachtigde wel, maar [gedaagde], zonder bericht van verhindering, niet is verschenen.
Het vonnis is bepaald op heden.

2 De verdere beoordeling van de vordering
2.1 Ter gelegenheid van de comparitie van partijen heeft [eiser] zijn eis in zoverre gewijzigd dat hij de in de dagvaarding onder “subsidiair” gevorderde betaling van de door hem geleden schade, thans als hoofdvordering vordert naast hetgeen primair is gevorderd terzake de verklaring voor recht.
Voorts heeft [eiser] gesteld dat hij weliswaar enige beperkingen ondervindt op zijn werk, omdat hij zijn linkerarm niet meer zo goed kan bewegen als vóór het ongeval, maar dat dat niet meebrengt dat er sprake is van verlies van verdiencapaciteit, op grond waarvan hij zijn vordering met betrekking tot dit onderdeel heeft verminderd.

2.2 Zoals in het tussenvonnis reeds is overwogen baseert [eiser] zijn vordering terzake de verklaring voor recht primair op de grond dat [gedaagde] als bezitter van een dier aansprakelijk is voor de door het dier aangerichte schade als bedoeld in artikel 6: 179 BW en voorts dat in dat kader van belang is of de hond van [gedaagde] door een eigen gedraging de schade heeft veroorzaakt.
2.3 Ter gelegenheid van de comparitie van partijen heeft [eiser] de toedracht van het ongeval nader uiteengezet. Nu [gedaagde], zonder bericht van verhindering, niet meer ter zitting is verschenen wordt er thans van uitgegaan dat hij die toedracht niet langer meer betwist, althans dat hij zijn in de conclusie van antwoord ingenomen standpunt onvoldoende heeft onderbouwd.
2.4 Dit brengt met zich dat er in rechte van wordt uitgegaan dat de hond niet was aangelijnd en plotseling op het fietspad vlak vóór de fiets van [eiser] tot stilstand is gekomen, waardoor [eiser], omdat hij de hond niet meer had kunnen ontwijken, met de hond in botsing is gekomen en is gevallen. Dit leidt tot het oordeel dat het onderhavige ongeval is veroorzaakt door de eigen gedraging van de hond van [gedaagde] en dat [gedaagde] als bezitter van de hond aansprakelijk is voor de door de hond aangerichte schade als bedoeld in artikel 6: 179 BW .
De primaire vordering terzake de verklaring voor recht dat gedaagde aansprakelijk is voor de door zijn hond toegebrachte schade wordt dan ook toegewezen.

2.5 [gedaagde] heeft geen inhoudelijk verweer gevoerd tegen de door [eiser] gevorderde schadeposten. De gevorderde schade ad in totaal € 6.741,04 wordt toegewezen.

3.6 [gedaagde] wordt als de in het ongelijk gestelde partij veroordeeld in de proceskosten.

3 De beslissing
De kantonrechter:

verklaart voor recht dat [gedaagde] op grond van artikel 6:179 BW risico-aansprakelijk is voor de door zijn hond aan [eiser] toegebrachte schade ten gevolge van het ongeval dat op 10 april 2014 op het fietspad van de [straat- en plaatsnaam] heeft plaatsgevonden;

veroordeelt [gedaagde] om aan [eiser] tegen kwijting te betalen € 6.741,04;

veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten, tot aan deze uitspraak aan de zijde van [eiser] vastgesteld op € 174,16 aan verschotten en € 750,00 aan salaris voor de gemachtigde;

verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. A.J.P. van Essen en uitgesproken ter openbare terechtzitting.