• Jurisprudentie
  • Bron: Ongepubl. jurisprudentie, Rechtbank Den Haag
  • 8 december 2016
  • Zaaknummer: C/09/516654 / HA RK 16-410

Rb: benadeelde heeft op grond van Wbp geen recht op inzage in door verzekeraar gevraagde medisch advies

Verzoekster heeft eerder aan verzekeraar verzocht haar een overzicht van verwerkte persoonsgegevens, als bedoeld in art. 35 Wbp toe te zenden. Verzekeraar heeft een overzicht verstrekt, maar benadeelde is van mening dat geen volledig en begrijpelijk overzicht bevatten. Zij verlangt van verzekeraar een opgave van elke verwerking van persoonsgegevens door een lijst te verstrekken van alle informatiedragers, en voorts aan haar kopieën, afschriften of uittreksels te verstrekken. De rechtbank constateert dat het er verzoekster met name om is te doen om inzage te krijgen in de door een analyse van een door de verzekeraar ingeschakelde deskundige. De rechtbank is van oordeel dat afgifte van c.q. inzage in de volledige analyse van deskundige niet voor toewijzing in aanmerking komt. Er is immers geen sprake van een medisch onderzoek, maar van een medische analyse van bestaande gegevens. Een dergelijke analyse bevat geen informatie die door verzoekster zelf gecontroleerd kan worden op de juistheid daarvan. Verzoekster kan bovendien niet met een beroep op de Wbp op de hoogte worden gebracht van de wijze waarop de interne besluitvorming bij verzekeraar plaatsvindt.

beschikking

 

RECHTBANK DEN HAAG

 

Team handel

zaaknummer / rekestnummer: C/09/516654 / HA RK 16-410

Beschikking van 8 december 2016

in de zaak van

 

[VERZOEKSTER],

tevens in haar hoedanigheid van moeder en wettelijk vertegenwoordigster van haar minderjarige [zoon] [[zoon]],

beiden wonende te Amsterdam,

[Verzoekster],

advocaat mr. J.M. Beer te Amsterdam,

 

tegen de belanghebbenden:

 

  1. de onderlinge waarborgmaatschappij CENTRAMED B.A.,

statutair gevestigd te Den Haag, kantoorhoudende te Zoetermeer,

  1. [ARTS],

wonende te Purmerend,

  1. de rechtspersoonlijkheid bezittende stichting

STICHTING WATERLANDZIEKENHUIS,

gevestigd te Purmerend,

advocaat mr. O.L. Nunes te Utrecht.

 

[Verzoekster] wordt hierna aangeduid met ‘[Verzoekster]’ en haar minderjarige [zoon] afzonderlijk met ‘[zoon]’. Belanghebbenden worden hierna afzonderlijk aangeduid met ‘Centramed’, ‘[arts]’ en ‘Waterlandziekenhuis’.

 

  1. De procedure

1.1.      Het verloop van de procedure blijkt uit:

–           het op 16 augustus 2016 ingekomen verzoekschrift,

–           het op 20 oktober 2016 ingekomen verweerschrift van Centramed,

–           het op 20 oktober 2016 ingekomen verweerschrift van [arts] en het Waterlandziekenhuis.

 

1.2.      De mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden op 27 oktober 2016. [Verzoekster] is verschenen, vergezeld van mr. Beer. Namens Centramed zijn verschenen de heer [Behandelaar] namens Centramed, kennismanager, en mevrouw [Behandelaar] namens Centramed, personen en schade expert. Namens alle belanghebbenden is mr. Nunes verschenen. Mr. Beer en mr. Nunes hebben pleitaantekeningen overgelegd.

 

 

  1. De feiten

2.1.      Op 29 september 2005 is [Verzoekster] in het Waterlandziekenhuis door middel van een keizersnede bevallen van haar [zoon]. De keizersnede is uitgevoerd door [arts], die als gynaecoloog is verbonden aan het Waterlandziekenhuis. Op de dag van zijn geboorte is [zoon] overgeplaatst naar het VU Medisch Centrum in Amsterdam, alwaar is vastgesteld dat bij [zoon] sprake is van een hoge dwarslaesie.

2.2.      [Verzoekster] is van mening dat tijdens de geboorte onvoldoende zorgvuldig is gehandeld. Zij heeft – mede namens [zoon] – het Waterlandziekenhuis en [arts] aansprakelijk gesteld voor de daardoor ontstane schade. Het Waterlandziekenhuis en [arts] zijn voor beroepsaansprakelijkheid verzekerd bij Centramed.

2.3.      Nadat Centramed aansprakelijkheid van [arts] en het Waterlandziekenhuis had afgewezen, is [Verzoekster] een procedure begonnen tegen [arts] en het Waterlandziekenhuis. Bij vonnis van 24 december 2014 heeft de rechtbank Noord-Holland het Waterlandziekenhuis en [arts] hoofdelijk veroordeeld tot betaling van 50% van het bedrag van alle geleden en nog te lijden materiële en immateriële schade, op te maken bij staat en te vereffenen volgens de wet. Het Waterlandziekenhuis en [arts] hebben tegen dat vonnis hoger beroep ingesteld. [Verzoekster] heeft incidenteel hoger beroep ingesteld.

2.4.      [Verzoekster] heeft in de appèlprocedure een incidentele vordering ex artikel 843a Rv ingesteld, waarbij zij inzage verzocht in een door Deskundige – een door Centramed als deskundige benaderde radioloog – opgestelde notitie. Bij arrest van 13 september 2016 heeft het Gerechtshof Amsterdam de incidentele vordering afgewezen. In de hoofdzaak is het bestreden vonnis van de rechtbank Noord-Holland van 24 december 2014 vernietigd en zijn de vorderingen van [Verzoekster] alsnog afgewezen.

2.5.      Bij brief van 29 maart 2016 heeft [Verzoekster] aan Centramed verzocht haar de mededeling als bedoeld in artikel 35 van de Wet bescherming persoonsgegevens (Wbp) toe te zenden. Bij brief van 16 juni 2016 heeft Centramed een (naar eigen zeggen) eerste deel van het gevraagde overzicht aan [Verzoekster] toegezonden.

2.6.      Bij brief van 17 juni 2016 heeft [Verzoekster] haar eerdere verzoek ingetrokken en een nieuw verzoek gedaan tot toezending van – kort samengevat – een volledig overzicht van elke verwerking van hen ([Verzoekster] en [zoon]) betreffende persoonsgegevens. Bij brief van 8 juli 2016 heeft Centramed een (aanvullend) overzicht aan [Verzoekster] toegezonden.

2.7.      [Verzoekster] heeft vervolgens op 16 augustus 2016 het onderhavige verzoekschrift ingediend.

 

  1. Het verzoek en het verweer

3.1.      [Verzoekster] is van mening dat de door Centramed geproduceerde overzichten geen volledig en begrijpelijk overzicht bevatten van de verwerking van haar persoonsgegevens, alsmede van de persoonsgegevens van [zoon]. Zij vraagt daarom de rechtbank te bepalen dat Centramed alsnog voldoet aan het door [Verzoekster] gedane verzoek ex artikel 35 lid 2 Wbp. Voorts vraagt zij de rechtbank te bepalen dat Centramed aan haar afschriften ter beschikking stelt van alle met de radioloog Deskundige gevoerde correspondentie inclusief diens advies of rapport. Beide verzoeken met veroordeling van Centramed tot betaling van een dwangsom en met veroordeling van Centramed in de kosten van deze procedure.

3.2.      Belanghebbenden voeren gemotiveerd verweer, dat hierna – voor zover nodig – zal worden besproken.

 

  1. De beoordeling

4.1.      Het verzoek is gebaseerd op artikel 46 lid 1 Wbp. Belanghebbende kan zich op grond van dat artikel tot de rechtbank wenden met het schriftelijk verzoek de verantwoordelijke te bevelen alsnog een verzoek als bedoeld in (onder andere) artikel 35 Wbp toe te wijzen. Het tweede lid van genoemd artikel bepaalt dat het verzoekschrift binnen zes weken na ontvangst van het antwoord van de verantwoordelijke moet worden ingediend. Indien de verantwoordelijke niet binnen de gestelde termijn heeft geantwoord, moet het verzoekschrift worden ingediend binnen zes weken na afloop van die termijn.

4.2.      De rechtbank overweegt dat [Verzoekster] tweemaal een verzoek op grond van artikel 35 Wbp aan Centramed heeft gericht. Het eerste verzoek is gedaan bij brief van 29 maart 2016 en het tweede verzoek (onder intrekking van het eerste verzoek) bij brief van 17 juni 2016. Centramed heeft tweemaal geantwoord. De eerste keer bij brief van 16 juni 2016 en de tweede keer bij brief van 8 juli 2016. In het tweede verzoek wordt door [Verzoekster] hetzelfde gevraagd als in het eerste verzoek, zodat het ná het tweede verzoek door [Verzoekster] van Centramed ontvangen antwoord (ook) gezien kan worden als een reactie op het tweede verzoek. Uit het door [Verzoekster] ingediende verzoekschrift blijkt dat [Verzoekster] zich niet kan vinden in de wijze waarop Centramed op 16 juni 2016 en op 8 juli 2016 aan haar verzoek(en) heeft voldaan. Uitgaande van het laatste antwoord van Centramed van 8 juli 2016 is de rechtbank van oordeel dat [Verzoekster] op 16 augustus 2016 tijdig het onderhavige verzoekschrift heeft ingediend.       “

4.3.      Het Waterlandziekenhuis en [arts] hebben voldoende aannemelijk gemaakt dat zij als belanghebbenden op grond van het bepaalde in artikel 282 Rv een verweerschrift mogen indienen. De rechtbank zal hen daarom als belanghebbenden in de onderhavige procedure toelaten.

4.4.      [Verzoekster] verlangt van Centramed een opgave van elke verwerking van haar en van [zoon] betreffende persoonsgegevens door een lijst te verstrekken van alle informatiedragers, en voorts aan haar kopieën, afschriften of uittreksels te verstrekken van daartoe door haar uit voormelde lijst geselecteerde informatiedragers. Centramed dient daarbij per dossierstuk aan te geven of en zo ja om welke reden Centramed van mening is dat een uitzondering als bedoeld in artikel 2 of artikel 43 Wbp op dat stuk van toepassing is.

4.5.      Centramed heeft bij brieven van 16 juni 2016 en 8 juli 2016 aan [Verzoekster] een overzicht verstrekt over de periode 2 december 2010 tot en met 30 juni 2016. Daarbij is per onderdeel het soort document aangegeven en wordt vermeld of het document persoonsgegevens bevat die al dan niet door belanghebbende op juistheid kunnen worden gecontroleerd. Voorts geeft Centramed daarbij aan of naar haar mening artikel 43e Wbp wel of niet van toepassing is. Centramed heeft hiermee, naar het oordeel van de rechtbank, gehoor gegeven aan het verzoek van [Verzoekster] om haar te informeren of haar betreffende persoonsgegevens worden verwerkt.

 

 

4.6.      [Verzoekster] voert aan dat de door Centramed geproduceerde overzichten geen volledig en begrijpelijk overzicht van de verwerking van de haar betreffende persoonsgegevens bevatten. In algemene bewoordingen geeft [Verzoekster] aan dat Centramed in de meerderheid van de gevallen onvoldoende gemotiveerd aangeeft dat de uitzondering van artikel 43e Wbp van toepassing is. [Verzoekster] geeft daarbij, met uitzondering van het hierna te benoemen document, niet per document aan wat er volgens haar aan ontbreekt. De rechtbank is van oordeel dat zonder nadere expliciete toelichting door [Verzoekster] per document, van Centramed niet kan en mag worden verlangd dat zij het gehele (zeer uitgebreide) overzicht, per document, op enigerlei wijze aanpast.

 

4.7.      [Verzoekster] legt met name aan haar verzoek ten grondslag dat zij bij toeval heeft vernomen dat Centramed aan [Deskundige] heeft gevraagd om beoordeling van de beeldvormende gegevens van [zoon]. De mening van [Deskundige] zou bevestigen dat de bij [zoon] sinds zijn geboorte aanwezige dwarslaesie traumatisch van aard is. Omdat deze opinie volgens [Verzoekster] de belanghebbenden niet welgevallig is, blijkt Centramed – ondanks aanmaning – niet bereid deze opinie aan [Verzoekster] over te leggen. [Verzoekster] meent aanspraak te maken op afschrift van de opinie. In haar verzoekschrift verwijst [Verzoekster] naar de op 15 april 2015 gemaakte melding van een kopie van een brief die advocaat mr. Nunes aan [Deskundige] heeft geschreven. Zij merkt daarbij op dat in het verdere verloop geen melding wordt gemaakt van de ontvangst van het rapport of advies van [Deskundige].

 

4.8.      De rechtbank constateert dat het [Verzoekster] met het onderhavige verzoek met name om is te doen om inzage te krijgen in de door [Deskundige] opgestelde analyse. De rechtbank is van oordeel dat afgifte van c.q. inzage in de volledige analyse van Deskundige niet voor toewijzing in aanmerking komt. Er is immers, zoals Centramed voldoende aannemelijk heeft gemaakt, geen sprake van een medisch onderzoek, maar van een medische analyse van bestaande gegevens, uitgevoerd door [Deskundige]. Een dergelijke analyse bevat geen informatie over [Verzoekster] ‘en/of [zoon] die door hen zelf gecontroleerd kan worden op de juistheid daarvan. [Verzoekster] kan bovendien niet met een beroep op de Wbp op de hoogte worden gebracht van de wijze waarop de interne besluitvorming bij Centramed plaatsvindt.

4.9.      Het vorenstaande leidt tot de conclusie dat het verzoek dient te worden afgewezen met veroordeling van [Verzoekster], als de in het ongelijk gestelde partij, in de kosten van deze procedure.

 

  1. De beslissing

De rechtbank:

–           wijst het verzoek af,

–           veroordeelt [Verzoekster] in de kosten van deze procedure, aan de zijde van belanghebbenden tot op heden begroot op € 1.238,00 aan verschotten (tweemaal griffierecht a € 619,00 per verweerschrift) en € 904,00 aan salaris voor de advocaat, beide bedragen te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 14 dagen na betekening van deze beschikking.