Jurisprudentie

Rb: shockschade en affectieschadeschade na dodelijk ongeval met vuilnisauto afgewezen

  • Rechtbank Rotterdam
  • 4 oktober 2017
  • ECLI:NL:RBROT:2017:8894
  • C/10/512371 / HA ZA 16-1018

Frans meisje, au pair in Nederland, wordt op haar fiets aangereden door vuilnisauto en overlijdt. Haar moeder en broer vorderen shockschade en affectieschade.1. Shockschade. De rechtbank neemt de criteria van het Taxibus-arrest en Hoge Raad 27-09-2016 (strafzaak) tot uitgangspunt. 2. Vast staat dat eisers het ongeval zelf niet ter plaatse hebben waargenomen. Zij hebben wel later een filmpje van een bewakingscamera gezien van het begin van het ongeval; dat het meisje onder de wielen terechtkomt is niet te zien. Naar het oordeel van de rechtbank is het waarnemen van dat filmpje daarom niet te beschouwen als het waarnemen van het ongeval. Dat betekent dat aan het confrontatievereiste niet is voldaan 3. Affectieschade afgewezen. De rechtbank stelt voorop dat, waar het wetgevingsproces nog gaande is zeer terughoudend moet worden omgegaan met de mogelijkheid van anticipatie. Ook als het wetsvoorstel ongewijzigd in werking treedt zal het louter gelden voor gevallen waarin het overlijden zich voordoet na die inwerkingtreding.

Lees verder

Jurisprudentie

Rb: gederfd levensonderhoud en shockschade toegewezen na doodsteken vader

  • Rechtbank Den Haag
  • 7 december 2016
  • ECLI:NL:RBDHA:2016:15321
  • C-09-502621-HA ZA 15-1434

De vader van eiseres (HBO-studente) is doodgestoken door de ex-echtgenoot van zijn nieuwe vriendin. Zij woonde bij haar vader en diens vriendin. 1. Eiseres vordert gederfd levensonderhoud (ex art. 6:108 BW) tot 2 ½ jaar na afstuderen. De rechtbank beperkt de vordering tot een half jaar na afstuderen en knoopt aan bij de normering van het Nibud van kosten voor levensonderhoud voor uitwonende studenten. De stelling van benadeelde dat zij de leefomstandigheden waarin zij en haar vader verkeerden op kosten van gedaagde moet kunnen handhaven, honoreert de rechtbank niet. 2. Begrafeniskosten. De rechtbank acht een bedrag van € 13.307 niet buitensporig. 3. Shockschade. € 10.000,- wegens immateriële schade toegewezen (€ 25.000,- gevorderd). Eiseres is kort na de steekpartij geconfronteerd met het lichaam van haar overleden vader; zij heeft genoegzaam aangetoond dat sprake is van geestelijk letsel als gevolg van de confrontatie. Studievertraging door shockschade op basis van de Richtlijn van DLR toegewezen (HBO-opleiding: € 19.575).

Lees verder

Jurisprudentie

Rb: omstandigheden en directe confrontatie onvoldoende onderbouwd, shockschade afgewezen

  • Rechtbank Rotterdam
  • 2 december 2016
  • ECLI:NL:RBROT:2016:10062
  • C/10/501115 / HA ZA 16-449

Vrouw wordt vermoord door ex-partner. De vader van de vermoorde vrouw (eiser) vordert shockschade van de ex-partner (gedaagde). De rechtbank overweegt dat de vraag of gedaagde aansprakelijk is voor shockschade beantwoord te worden aan de hand van de criteria van het Taxibus-arrest. De rechtbank overweegt dat het voor eiser een schokkende gebeurtenis moet zijn geweest om met het ontzielde lichaam van zijn dochter te worden geconfronteerd, maar dat gesteld noch gebleken is wanneer, waar, op welke wijze en onder welke omstandigheden dit is gebeurd. Er is dan ook onvoldoende en onderbouwd gesteld dat er sprake is geweest van een directe confrontatie met de onrechtmatige daad zoals vereist voor toewijzing van shockschade. Vordering afgewezen.

Lees verder

Jurisprudentie

Rb: shockschade € 40.000,- voor zoon die vermoorde moeder vindt, shockschade andere familieleden afgewezen

  • Rechtbank Gelderland
  • 12 oktober 2016
  • ECLI:NL:RBGEL:2016:5852
  • C/05/294607 / HA ZA 15-704 / 167 / 57 / 103

Vrouw wordt door ex-partner om het leven gebracht. Vader, moeder, broer, zus en (destijds) 7-jarige zoon van vrouw vorderen vergoeding van immateriële schade. 1. De rechtbank wijst smartengeld van eisers af. Het stelsel van de wet (art 6:108 BW) staat aan toekenning van een vergoeding immateriële schade in de weg. 2. De rechtbank wijst € 40.000,- aan shockschade van de zoon toe. De zoon heeft de volgende ochtend het gekneusde en gebroken dode lichaam van zijn moeder heeft gevonden, liggend in een plas bloed. De rechtbank is van oordeel dat sprake is van een directe en rechtstreekse confrontatie met de gevolgen van het misdrijf en dat hij bij deze confrontatie een ernstige psychische schok (PTSS) heeft opgelopen. 3. Shockschade van overige eisers afgewezen.

Lees verder

Hof: geen shockschade indien psychiatrisch ziektebeeld niet bewijsbaar

  • Hof Den Bosch
  • 23 februari 2016
  • ECLI:NL:GHSHE:2016:637
  • 200. 159. 263_01

De dader bracht het slachtoffer om het leven door messteken en wurging. Enkele weken later werd de vader met het zijn overleden zoon geconfronteerd wat bij hem hevige emotionele schok teweegbracht.
De jurisprudentie biedt onvoldoende steun voor het standpunt van de vader dat geen hoge eisen zouden mogen worden gesteld aan het bewijs van het bestaan van een aantasting in de persoon. Niet is gebleken van geestelijk letsel, in de vorm van een psychiatrisch ziektebeeld, waardoor voor vader smartengeld niet toegekend kan worden.

Lees verder

Rb: geen shockschade indien niet geconfronteerd met de omstandigheden

  • Rechtbank Zeeland-West-Brabant
  • 9 mei 2014
  • ECLI:NL:RBZWB:2014:3256
  • 02-800970-13

De dader bracht het slachtoffer om het leven door messteken en wurging. Enkele weken later werd de vader met het zijn overleden zoon geconfronteerd wat bij hem hevige emotionele schok teweegbracht. De rechtbank wees de begrafeniskosten, kosten van een gedenksteen en buitengerechtelijke kosten toe. Hoezeer ook begrijpelijk is van welk een onuitwisbare en gruwelijke ervaring hier sprake moet zijn, toch maakt het restrictieve wettelijke stelsel hier dat deze schade niet voor vergoeding in aanmerking komt. Van waarneming van het ombrengen van het slachtoffer is geen sprake. Van een directe confrontatie met de gevolgen daarvan evenmin. De confrontatie kan weliswaar ook plaatsvinden kort nadat de gebeurtenis heeft plaatsgevonden maar de aard van shockschade brengt mee dat deze schade in het algemeen slechts voor vergoeding in aanmerking komt indien de betrokkene rechtstreeks wordt geconfronteerd met de omstandigheden waaronder het ongeval heeft plaatsgevonden. Daarvan is geen sprake.

Lees verder

Jurisprudentie

Rb: shockschade: geen onderscheid shock- en affectieschade, ook materiële schade, UWV heeft regresrecht

  • 16 december 2016
  • ECLI:NL:RBROT:2015:9882
  • C/10/477995 / HA ZA 15-672

Moeder met dochtertje achterop de fiets wordt aangereden door vrachtwagen; dochtertje overlijdt en moeder raakt zwaar gewond. Kort na het ongeval arriveert de echtgenoot/vader ter plaatse, die o.a. bebloede lakens ziet en hoort wat er is gebeurd. De man ontwikkelt PTSS en depressie en raakt arbeidsongeschikt. 1. De rechtbank oordeelt dat sprake is van directe confrontatie met de gevolgen van het ongeval en dat benadeelde geestelijk letsel heeft opgelopen ten gevolge van de confrontatie. Het is voor deskundigen niet mogelijk exact te bepalen of de psychische klachten gevolg zijn van de confrontatie of van het overlijden. Het is ook een illusie te denken dat dit onderscheid valt te maken. 2. Noch uit het Taxibus-arrest noch uit het wettelijke systeem van het schadevergoedingsrecht volgt dat vergoeding wegens shockschade beperkt is tot materiële schade. 3. De rechtbank verwerpt het verweer van verzekeraar dat uit het Taxibus-arrest volgt dat de Hoge Raad niet bedoeld heeft de belangen te beschermen van regresnemers als het UWV. Op grond van art 52a Zw en 99 WIA heeft UWV regresrecht.

Lees verder

Jurisprudentie

Rb, deelgeschil: shockschade vader na latere confrontatie gevolgen ongeval zoontje

  • Rechtbank Den Haag
  • ECLI:NL:RBDHA:2015:3937
  • C-09-477807 - HA RK 14-638

Zoontje loopt bij ongeval op voetgangersoversteekplaats ernstig hersenletsel op als gevolg waarvan hij later overlijdt. Vader vordert shockschade. In deelgeschil is aan de orde of ten aanzien van de vader, die pas later aanwezig was, voldaan is aan het confrontatievereiste. 1. De rechtbank overweegt dat op grond van het Taxibus-arrest eigen waarneming (fysieke confrontatie) van de omstandigheden vereist is, in het bijzonder de zeer ernstige verwondingen van het slachtoffer, en dat die waarneming plaatsvindt op de plek van en kort na het ongeval. De vader is – anders dan andere gezinsleden – niet geconfronteerd met de ernstig gewonde jongen op de plek van de aanrijding. Dat laat echter onverlet dat hij is geconfronteerd met de nog wel aanwezige omstandigheden waaronder het ongeval heeft plaatsgevonden, te weten de plas bloed en de beschadigde autospiegel die het hoofd van zijn zoontje heeft geraakt. Daarmee is volgens de rechtbank voldaan aan het in het Taxibus-arrest bedoelde confrontatievereiste. 2. Kosten deelgeschil: € 4178,20; uurtarief gematigd van € 250 naar € 230.

Lees verder

Jurisprudentie

Rb: € 40.000 Shockschade voor vader die getraumatiseerd is geraakt bij confrontatie stoffelijk overschot van vermoorde dochter

  • Rechtbank Noord-Nederland
  • ECLI:NL:RBNNE:2015:507
  • C/17130852 / HA ZA 13-343

De dochter van eiser werd op zestienjarige leeftijd door de dader verkracht en vermoord. De rechtbank overweegt dat de vader getraumatiseerd is geraakt bij de confrontatie met het stoffelijk overschot van zijn dochter. De gevolgen van dit geestelijk letsel dienen volledig te worden toegerekend aan de dader. Bij de vaststelling van de immateriële schade weegt de rechtbank mee de gruwelijke aard van wat het slachtoffer opzettelijk is aangedaan en de onduidelijkheid die er 13,5 jaar was over de dader en zijn motieven. De rechtbank bepaalt de shockschade op € 40. 000. Daarnaast wijst de rechtbank vergoeding van € 3494,47 toe voor het opmaken van een rapport door de psychiater. De schadeclaim voor overige kosten wijst de rechtbank af. De rechtbank veroordeelt dader tot het betalen van de proceskosten en de wettelijke rente.

Lees verder

Jurisprudentie

Hof: shockschade voor ouders van vermoord en daarna verbrand meisje, wel directe confrontatie

  • Hof Arnhem-Leeuwarden
  • ECLI:NL:GHARL:2014:9440
  • 200.090.627

Het hof bekrachtigt het vonnis van de rechtbank, waarbij een bedrag van € 12.000 aan shockschade (per ouder) is toegekend na de moord en verminking van hun dochter, Maja Bradaric. De daders hebben aangevoerd dat geen recht op shockschade bestaat, omdat geen sprake was van directe confrontatie. Het hof overweegt dat de ouders, kort nadat het lichaam van hun dochter is gevonden, zijn geconfronteerd met de ernstige gevolgen van de gebeurtenissen die tot haar dood hebben geleid en de omstandigheden waaronder die hebben plaatsgevonden. Deze confrontatie heeft bestaan uit het aanschouwen van verkoolde kledingresten en sieraden die van het verbrande lichaam van hun dochter afkomstig waren. Identificatie (en afscheid) van hun dochter kon niet meer plaatsvinden omdat het lichaam ernstig verminkt was. Het hof is van oordeel dat de ouders met deze confrontatie alsmede de onmogelijkheid tot identificatie (en afscheid) van hun dochter op directe wijze zijn geconfronteerd met de ernstige gevolgen van de gebeurtenissen die haar dood tot gevolg hebben gehad en de omstandigheden waaronder dit heeft plaatsgevonden.

Lees verder

Jurisprudentie

Rb: geen shockschade wegens ontbreken van affectieve relatie

  • Rechtbank Rotterdam
  • ECLI:NL:RBROT:2014:6672
  • C/10/442266/HA ZA 14-71

Eiser vordert vergoeding van shockschade. Hij is getuige geweest van de opzettelijke aanrijding van een kennis, die daarbij oog- en beenletsel heeft opgelopen. Aanvankelijk bewoog de kennis niet en hij zat onder het bloed. De rechtbank oordeelt dat niet is voldaan aan de voorwaarden die de Hoge Raad stelt in het Kindertaxi-arrest, in het bijzonder de aard van de relatie tussen eiser en de kennis en de ernst van het ongeval. De kennis kwam één of twee keer per week bij hem over de vloer. Daarmee behoort eiser niet tot de kring van gerechtigden. Daarvoor is naar het oordeel van de rechtbank, zeer bijzondere omstandigheden daargelaten, een nauwere relatie vereist dan het zijn van (goede) kennissen. De rechtbank stelt vast dat de feiten minder schokkend zijn dan in het Kindertaxi-arrest. Dit brengt, in onderling verband bezien, mee dat de vordering moet worden afgewezen.

Lees verder

Jurisprudentie

Hof: geen vergoeding shockschade en overlijdensschade na moord op partner

  • ECLI:NL:GHARL:2014:2713
  • 200.119.331-01

Man vermoordt nieuwe vriend van zijn ex-partner (= benadeelde). Benadeelde vordert vergoeding van materiële en immateriële schade. Het hof overweegt dat het huidige wettelijk stelsel (art. 6:106 t/m 6:108 BW) een limitatieve regeling kent. Het hof ziet geen ruimte om via interpretatie van het huidige wettelijke systeem tot toewijzing van overlijdensschade te komen, nu de Eerste Kamer het wetsvoorstel affectieschade heeft afgewezen. 2. Geen vergoeding van shockschade; een rechtstreekse onrechtmatige daad van de man jegens benadeelde is niet komen vast te staan; geen rechtstreekse confrontatie met het ongeval of met de ernstige gevolgen ervan (Taxibus-arrest); geen sprake van geestelijk letsel. 3. Geen sprake van een inbreuk op de persoonlijke levenssfeer van appellante. Art. 8 EVRM noopt niet tot toekenning van immateriële schade. Vordering afgewezen.

Lees verder

Jurisprudentie

Rb: geen schadevergoeding voor ouders van misbruikte kinderen

  • Rechtbank Midden-Nederland
  • ECLI:NL:RBMNE:2014:418
  • C-16-334929 - HA ZA 13-26

De ouders van drie kinderen, die jarenlang door neef zijn misbruikt, vorderen vergoeding van immateriële en materiële schade voor zichzelf. De rechtbank overweegt dat uit het huidige wettelijke systeem volgt dat alleen de in art 6:106 BW – 6:108 BW genoemde derden recht hebben op vergoeding van schade, waarbij het irrelevant is of de aansprakelijke partij (ook) ten opzichte van de derde onrechtmatig heeft gehandeld. Hierop zijn op grond van vaste jurisprudentie twee uitzonderingen aanvaard: a. Indien is voldaan aan het oogmerkcriterium (art 6:106 lid 1 BW) en b. shockschade. Aan de criteria voor a en b. is niet voldaan; er is geen sprake van shockschade nu niet is voldaan aan het ‘confrontatievereiste’. Geen vergoeding van affectieschade, ook niet op grond van art 8 EVRM. Geen verplaatste schade. Geen vergoeding van vakantiedagen.

Lees verder

Jurisprudentie

Rb: vergoeding € 25.000 voor shockschade na moord; psychiatrisch erkend ziektebeeld vereist

  • Rechtbank Rotterdam
  • ECLI:NL:RBROT:2013:10725
  • C/10/423921 / HA ZA 13-484

Man is met 24 messteken vermoord. Vrouw is hierbij niet aanwezig geweest, maar heeft wel direct na het gebeuren het lichaam zien liggen. De rechtbank acht de conclusie gerechtvaardigd dat eiseres rechtstreeks is geconfronteerd met de ernstige gevolgen van de door gedaagde jegens haar man gepleegde gruwelijke handelingen. Voor rechtstreekse confrontatie is niet vereist dat de nabestaanden bij de dodelijke gebeurtenis aanwezig zijn. De rechtbank is verder van oordeel dat aan de mate van rechtstreeksheid van de confrontatie minder strenge eisen dienen te worden gesteld naarmate de normschending ernstiger is. Bij opzettelijke levensberoving is sprake van een zo ernstige normschending dat geen hoge eisen aan de rechtstreeksheid van de confrontatie kunnen worden gesteld. Psychiatrisch erkend ziektebeeld is voldoende onderbouwd. Vergoeding: € 25.000.

Lees verder

Jurisprudentie

Rb: vergoeding € 30.000 voor shockschade na doodslag, ook zonder geestelijk letsel

  • ECLI:NL:RBROT:2013:10164
  • C-11- HA ZA 10-2946

Man is met messteken gedood door gedaagde. De door de rechtbank benoemde deskundige heeft vastgesteld dat de vrouw van de overleden man en kind 1 een posttraumatische stressstoornis (PTSS) hebben opgelopen na de ernstig schokkende gebeurtenissen. Kind 2 heeft geen geestelijk letsel opgelopen. De rechtbank oordeelt dat voor aantasting in de persoon, zoals bedoeld in artikel 6:106 lid 1 aanhef en onder b BW ook sprake kan zijn zonder geestelijk letsel. Het wegvallen van de vaderfiguur heeft voor beide kinderen nadelige gevolgen voor hun ontwikkeling. Beide kinderen moeten hun vader missen en hun moeder heeft ernstig psychisch letsel. Deze ernstige aantasting van de persoon geeft recht op vergoeding van immateriële schade. De rechtbank acht voor alle drie een bedrag van € 30.000 een billijke schadevergoeding.

Lees verder