Jurisprudentie

Rb (kort geding): letsel door vallende wand, vordering jegens werkgever afgewezen

  • Ongepubl. jurisprudentie, Rechtbank Oost-Brabant
  • 20 april 2017

Uitzendkracht loopt ernstig letsel op als bij het verplaatsen van een losse wand een wanddeel (339 kg) op hem valt. Hij stelt de materiele werkgever aansprakelijk. De kantonrechter oordeelt dat, gezien de diverse getuigenverklaringen het geenszins uitgesloten is dat de werkgever er in een bodemprocedure in zal slagen aan te tonen dat de werknemer door of namens de werkgever de werkinstructie heeft gehad dat hij niet alleen aan de wanden mocht werken en dat werknemer ook in dit specifieke geval nog de instructie heeft gekregen niet alleen met de onderhavige wand aan de gang te gaan. Vordering in kort geding afgewezen.

Lees verder

Jurisprudentie

Rb: geen causaal verband tussen loonsanctiejaar en ongeval

  • Rechtbank Den Haag
  • 23 januari 2017
  • (nog) niet gepubliceerd
  • 5116739 RP VERZ 16-50391

Werkneemster was betrokken bij een ongeval. Zij raakte arbeidsongeschikt. Werkgeefster betaalde het salaris twee jaar door. De wa-verzekeraar stelde werkgeefster daarvoor schadeloos. UWV legde werkgeefster aanvullend boven de twee jaar een loonsanctie van een jaar op. Verzekeraar weigerde betaling daarvoor aan werkgeefster. De kantonrechter overwoog dat voor werkgeefster een met voldoende waarborgen omklede rechtsgang tegen het besluit van UWV openstond waarvan zij geen gebruik maakte. Daarom moet ervan uitgegaan worden dat terecht een “sanctie” werd opgelegd. Dat brengt mee dat causaal verband met het ongeval waarvoor de wa-verzekeraar aansprakelijk is ontbreekt.

Lees verder

Jurisprudentie

Rb: loonregres: pensioenpremie geen onderdeel nettoloon; BGK: aantal uren onredelijk

  • Rechtbank Rotterdam
  • 29 april 2016
  • ECLI:NL:RBROT:2016:3210
  • 4522050 / CV EXPL 15-44992

Werkgever neemt ex art 6:107a BW regres voor doorbetaald loon. 1. De kantonrechter oordeelt dat afgedragen pensioenpremie niet onder het loonbegrip van artikel 6:107a lid 2 BW valt. vallen. Het betreft geen component van het netto loon dat (bij arbeidsongeschiktheid) door werkgever aan werknemer doorbetaald dient te worden. 2. BGK. De kantonrechter acht het uurtarief van € 180,- niet onredelijk, het aantal uren wel. Het aantal geregistreerde minuten staat niet in redelijke verhouding staat tot de aard, omvang en complexiteit van het dossier en de verrichtingen (aansprakelijkheid direct erkend; veelal directe betaling door verzekeraar). De kantonrechter wijst een bedrag van € 1.620,- toe (9 uur a € 180,-); gevorderd was € 6.108,60.

Lees verder

Jurisprudentie

Rb: BGK bij loonregres: 1e en 2e redelijkheidstoets; bij vordering zonder discussie € 136,23 resp. € 150 redelijk

  • Rechtbank Gelderland
  • 29 april 2016
  • ECLI:NL:RBGEL:2016:2471
  • 4575963 \ CV EXPL 15-6027 \ 25115

Drie werkgevers vorderen buitengerechtelijke kosten in verband met het verhalen van loonschade (art 6:107a BW). 1. 1e redelijkheidstoets van art 6:96 BW. Inschakeling van een belangenbehartiger was redelijk was, nu nog onzekerheid bestond over de aansprakelijkheid. De kantonrechter is van oordeel dat na erkenning van aansprakelijkheid niet zonder nadere toelichting valt niet in te zien dat juridische bijstand noodzakelijk is in die gevallen waarin partijen het eens zijn over de uitgangspunten voor de berekening van de loonschade (causaliteit, periode, re-integratiehandelingen). 2. 2e redelijkheidstoets van art 6:96 BW. De kantonrechter acht het uurtarief van € 180,- redelijk. Gehanteerde tijdseenheden van 10 minuten zijn niet redelijk nu daarmee onvoldoende inzichtelijk wordt wat de daadwerkelijk bestede tijd is. De kantonrechter maakt een schatting op basis van een tijdseenheid van 6 minuten, zoals gebruikelijk is. T.a.v. werkgever 1 moet verzekeraar nog € 66,50 bijbetalen (hier bestond discussie over causaliteit. T.a.v. vorderingen van werkgever 2 en 3 bestond geen discussie; BGK geschat op 6 eenheden (€ 136,23), resp. 4 eenheden (€ 150,00).

Lees verder

Vaknieuws

Regres: hoe staat het nu? – Subrogatie (nog) anders dan eigen recht

  • PIV-bulletin
  • 1 februari 2016
  • Mevrouw mr. J. Kruijswijk Jansen en mevrouw mr. L.L. Veendrick – Kennedy Van der Laan Advocaten

De afgelopen paar jaar zijn er op het gebied van regres diverse ontwikkelingen in de rechtspraak geweest. De vraag rijst daarmee wat de huidige stand van zaken is. In dit artikel brengen wij de ontwikkelingen uit de rechtspraak in kaart en geven wij een praktisch overzicht van de regresposities van de particuliere verzekeraar, de werkgever en het UWV2.

Lees verder

Vaknieuws

Promovendus pleit voor minder beperkingen bij verhaalsrecht verzekeraars

  • Unive
  • Open Universiteit

Op vrijdag 27 maart 2015 verdedigt Peter van Zwieten, promovendus aan de Open Universiteit en bedrijfsjurist bij Univé Dichtbij, zijn proefschrift ‘De gesubrogeerde verzekeraar in het schadeverzekeringsrecht’. Van Zwieten onderzocht de regelgeving rond subrogatie en de inperkingen die de wet kent. Hij pleit ervoor de beperkingen op het verhaalrecht aan te passen. Hij stelt voor de beperkingen van het verhaalrecht buiten beschouwing te laten als het gaat om een onverplichte uitkering. Ook stelt hij voor om een ander moment bepalend te achten voor de vraag of het verhaalrecht wel of niet moet worden ingeperkt. De wet gaat nu uit van het moment van de uitkering; Van Zwieten stelt voor om uit te gaan van het moment van verhaal. Zo leidt verhaal bijvoorbeeld niet meer tot verstoring van de werkrelatie tussen werkgever en werknemer indien de werknemer op het moment van verhaal niet meer in dienst is.

Lees verder

Jurisprudentie

Rb: kosten loonregres, rechtbank sluit aan bij BSA-convenant en past staffel Voor-werk II toe

  • 10 februari 2015
  • ECLI:NL:RBOVE:2015:578
  • 3501897 Cv EXPL 14-8071

Berntsen Mulder Advocaten (BMA) heeft werkgever bijgestaan bij verhaal van loonschade ex art. 6:107a BW. Door verzekeraar is direct aansprakelijkheid erkend; over de hoogte van de loonschade (totaal € 24.645,46) heeft bescheiden discussie plaats gevonden. BMA vordert € 3417,30 aan BGK; verzekeraar heeft € 1021,46 betaald. 1. De kantonrechter oordeelt dat de staffel van Voor-werk II (nu BIC-staffel) niet van toepassing is op verbintenissen tot vergoeding van schade. 2. Kosten redelijke ex art. 6:96 BW? De kantonrechter gaat uitvoerig in op de tijd die is besteed aan de diverse brieven en aan het uurtarief. Overwogen wordt onder meer: – dat een standaard tijdseenheid van (minimaal 1x ) 10 minuten ruim bemeten is; – dat het in de meeste gevallen gaat om eenvoudige brieven en schadeberekeningen; – dat het uurtarief van een niet-juridisch geschoolde medewerker aanzienlijk lager zal liggen dan € 179,15. De kantonrechter oordeelt dat het aantal minuten niet in redelijke verhouding staat tot de aard, omvang en complexiteit van de zaak. De kantonrechter schat zelf de schade en overweegt daarbij dat een bescheiden discussie heeft plaats gevonden. De kantonrechter richt zich op de (door verzekeraar aangehaalde) convenanten tussen het Verbond en AON en BSA, die immers een aanwijzing kunnen opleveren wat in vergelijkbare omstandigheden redelijk wordt geacht en waarin is afgesproken dat de kosten, ook ná debat worden vergoed op basis van de staffel van Voor-werk II. De kantonrechter stelt de kosten vast op € 1190 (zodat nog € 168,54 vergoed moet worden).

Lees verder

Jurisprudentie

Rb: geen directe actie (art. 7:954 BW) voor regresnemende verzekeraar

  • Rechtbank Den Haag
  • ECLI:NL:RBDHA:2014:2790
  • C-09-448896 - HA ZA 13-922

Werknemer glijdt uit over gladde vloer en breekt haar been. AVB-verzekeraar van de werkgever vergoedt de letselschade en neemt regres op de AVB-verzekeraar van het ingehuurde schoonmaakbedrijf, dat geen waarschuwingsborden plaatste. De rechtbank oordeelt dat de directe actie ex art. 7:954 BW alleen toekomt aan de benadeelde zelf. Vordering afgewezen.

Lees verder

Jurisprudentie

Rb: afgedragen premie en vakantiegeld zijn vorderbaar, voorschot verzekeraar leidt niet tot subrogatie

  • Rechtbank Noord-Nederland
  • ECLI:NL:RBNNE:2013:4480
  • 1178911

De werkgever betaalt de premie voor de collectieve zorgverzekering en de bijdrage aan het tijdspaarfonds voor vakantiegeld voor de werknemer aan de zorgverzekeraar en het fonds. De loonbelasting daarover draagt de werkgever vooraf af. De werkgever heeft een vorderingsrecht voor de resterende netto bedragen die onderdeel van het loon uitmaken. De uitkeringen van de ziekteverzuimverzekeraar komen niet in mindering omdat het voorschotten betreffen die bij verhaal door de werkgever aan de ziekteverzuimverzekeraar terug moeten worden betaald.

Lees verder

Jurisprudentie

Rb: taxichauffeur die wegafzetting negeert aansprakelijk voor letsel uitglijdende wegwerker

  • Rechtbank Zwolle-Lelystad
  • BW8232
  • 183403 / HA ZA 11-377

Wegwerker doet tijdens asfalteringswerkzaamheden stap opzij voor taxibus die wegafzetting heeft genegeerd. Hij glijdt hierbij uit over gladde asfalt, waarna shovel over zijn been rijdt. Werkgever van wegwerker vordert doorbetaald loon (ex art 6:107a BW) van werkgever van taxichauffeur (ex art 6:170 BW0. De rechtbank overweegt dat sprake is van gevaarscheppend gedrag van de taxichauffeur door in strijd met de “geslotenverklaring” door te rijden. Het gevaarscheppend gedrag is onrechtmatig, indien de mate van waarschijnlijkheid van een ongeval (het oplopen van letsel door een ander) als gevolg van dat gedrag zo groot is, dat de dader zich naar maatstaven van zorgvuldigheid van dat gedrag had moeten onthouden (HR 9 december 1994, NJ 1996,403, zwiepende tak en HR 12 mei 2000, NJ 2001,300, de verhuizende zusjes). De rechtbank oordeelt dat hiervan sprake is. Geen ongelukkige samenloop van omstandigheden, geen eigen schuld bouwvakker.

Lees verder

Jurisprudentie

Hof: loonvordering aanvulling uitkering verzekeraar, premie niet vorderbaar

  • Hof Amsterdam
  • BQ5831
  • 200.073.618/01

Krachtens artikel 7:962 BW is de verzekeraar door de uitkering voor de brutoloondoorbetaling gesubrogeerd in de rechten van de werkgever. Daardoor heeft deze geen vorderingsrecht meer. Het vorderingsrecht ex art 6:107a BW is beperkt tot loondoorbetaling, zodat premie niet vorderbaar is. Voor de eerste 10 wachtdagen heeft de werkgever een netto vorderingsrecht, evenals voor het verschil tussen de uitkering van 70% en de loondoorbetaling voor 100% na 52 weken, voor zover de werkgever gehouden was het loon voor 100% door te betalen. De wachtdagen betreffen werkdagen omdat het loon over werkdagen wordt uitgekeerd. Volgens de tekst van de CAO was na 52 weken een doorbetalingsverplichting van toepassing voor 100%.

Lees verder

Jurisprudentie

Hof: ziekteverzuimverzekering is een schadeverzekering

  • Hof Amsterdam

Werknemer raakt arbeidsongeschikt als gevolg van mishandeling. Werkgever vordert van de dader op ex art. 6:107a BW het aan de werknemer doorbetaalde nettoloon. Het hof oordeelt (ook reeds in tussenarrest) dat de ziekteverzuimverzekering de werkgever schadeloos stelt voor de loondoorbetaling bij arbeidsongeschiktheid van haar werknemers. Voor zover de ziekteverzuimverzekeraar de schade heeft vergoed, is deze ex art 7:962 BW gesubrogeerd in het vorderingsrecht van de werkgever en komt aan de werkgever hiervoor geen vorderingsrecht meer toe.

Lees verder

Jurisprudentie

Hof: garagebedrijf (inlener) niet aansprakelijk voor val van ladder, regresvordering uitlener afgewezen

  • Hof Arnhem
  • BV0708
  • 200.045.927

AVB-verzekeraar van uitzendbureau (uitlener) neemt regres op garagebedrijf (inlener/materiële werkgever). Werknemer was bij het ophangen van een reclamebord van een ladder gevallen. Het hof acht –anders dan de rechtbank- het garagebedrijf niet aansprakelijk. Het hof oordeelt dat er aan het gebruikte materiaal niets mankeerde, dat de werkgever oog heeft gehad voor de veiligheid van de werkomgeving, dat hij werknemer tijdig adequate instructies heeft gegeven en dat hij toezicht heeft uitgeoefend waar dat vereist was. Werkgever heeft bewezen dat hij zodanige maatregelen heeft getroffen en aanwijzingen heeft verstrekt als redelijkerwijs nodig was om te voorkomen dat werknemer schade zou lijden in de uitoefening van zijn werkzaamheden.

Lees verder

Jurisprudentie

Hof: loonvordering werkgever: BGK volgens liquidatietarief

  • Hof Den Bosch
  • BU7536
  • MHD 200.052.028 E

Vordering van benadeelde en zijn werkgever (politie) jegens agressieve arrestant. 1. Verrekening van door de werkgever afgesloten ongevallenverzekering. Het hof stelt partijen in de gelegenheid hun stellingen aan te passen aan het recente arrest van de Hoge Raad van 1 oktober 2010, LJN BM7808. 2. BGK loonvordering werkgever. Gevorderd: € 2.676,– Naar het oordeel van het hof is voldoende aannemelijk geworden dat wel enige buitengerechtelijke werkzaamheden zijn verricht – herhaalde sommaties, bestuderen medisch dossier en loonschade – , maar komen niet alle kosten voor vergoeding in aanmerking. Het hof wijst voor benadeelde en de Regiopolitie samen forfaitair een bedrag gelijk aan twee punten van het toepasselijke liquidatietarief of € 1.158,– toe.

Lees verder

2009 HR: werkgever ex art. 7:611 BW aansprakelijk voor letsel tijdens bedrijfsuitje

  • Hoge Raad, Rechtspraak.nl
  • 17 april 2009
  • BH1996
  • 08/00635

Werknemer loopt letsel op tijdens bedrijfsuitje (rollerskateles). De Hoge Raad acht de werkgever aansprakelijk ex art. 7:611 BW. (Geen aansprakelijkheid ex art. 7:658 BW wegens onvoldoende band met werkzaamheden). De Hoge Raad oordeelt: “… dat een werkgever die voor zijn personeel een activiteit organiseert of doet organiseren waaraan een bijzonder risico op schade voor de deelnemende werknemers verbonden is, uit hoofde van de eisen van goed werkgeverschap gehouden is de ter voorkoming van die schade redelijkerwijs van hem te verlangen zorg te betrachten. Anders dan het geval is bij toepasselijkheid van art. 7:658, gelden dan geen bijzondere regels omtrent bewijslastverdeling en eigen schuld van de werknemer. “

Lees verder