Jurisprudentie

Hof: regresvordering WAM-verzekeraar op verzekerde zonder rijbewijs toegewezen

  • Hof Arnhem-Leeuwarden
  • 24 oktober 2017
  • ECLI:NL:GHARL:2017:9215
  • 200.187.727/01

WAM-verzekeraar heeft letselschade en autoschade vergoed en neemt regres op haar verzekerde die niet beschikte over een geldig rijbewijs. In de polis is bepaald dat geen dekking bestaat indien de bestuurder niet in het bezit is van een geldig rijbewijs. Die uitsluiting geldt echter niet voor de verzekerde die aantoont dat hem terzake redelijkerwijs geen verwijt treft. Voor het hof staat vast dat het rijbewijs ongeldig was ten tijde van het ongeluk. Op de verzekerde rust de bewijslast dat hij niet bekend was met de ongeldigverklaring van zijn rijbewijs en dat hij daar ook redelijkerwijs niet mee bekend kon zijn. De verzekerde heeft echter geen feiten en omstandigheden aangevoerd waaruit dit kan blijken.

Lees verder

Jurisprudentie

Rb (kort geding): letsel door vallende wand, vordering jegens werkgever afgewezen

  • Ongepubl. jurisprudentie, Rechtbank Oost-Brabant
  • 20 april 2017

Uitzendkracht loopt ernstig letsel op als bij het verplaatsen van een losse wand een wanddeel (339 kg) op hem valt. Hij stelt de materiele werkgever aansprakelijk. De kantonrechter oordeelt dat, gezien de diverse getuigenverklaringen het geenszins uitgesloten is dat de werkgever er in een bodemprocedure in zal slagen aan te tonen dat de werknemer door of namens de werkgever de werkinstructie heeft gehad dat hij niet alleen aan de wanden mocht werken en dat werknemer ook in dit specifieke geval nog de instructie heeft gekregen niet alleen met de onderhavige wand aan de gang te gaan. Vordering in kort geding afgewezen.

Lees verder

Jurisprudentie

Rb: geen causaal verband tussen loonsanctiejaar en ongeval

  • Rechtbank Den Haag
  • 23 januari 2017
  • (nog) niet gepubliceerd
  • 5116739 RP VERZ 16-50391

Werkneemster was betrokken bij een ongeval. Zij raakte arbeidsongeschikt. Werkgeefster betaalde het salaris twee jaar door. De wa-verzekeraar stelde werkgeefster daarvoor schadeloos. UWV legde werkgeefster aanvullend boven de twee jaar een loonsanctie van een jaar op. Verzekeraar weigerde betaling daarvoor aan werkgeefster. De kantonrechter overwoog dat voor werkgeefster een met voldoende waarborgen omklede rechtsgang tegen het besluit van UWV openstond waarvan zij geen gebruik maakte. Daarom moet ervan uitgegaan worden dat terecht een “sanctie” werd opgelegd. Dat brengt mee dat causaal verband met het ongeval waarvoor de wa-verzekeraar aansprakelijk is ontbreekt.

Lees verder

Jurisprudentie

Rb: loonregres: pensioenpremie geen onderdeel nettoloon; BGK: aantal uren onredelijk

  • Rechtbank Rotterdam
  • 29 april 2016
  • ECLI:NL:RBROT:2016:3210
  • 4522050 / CV EXPL 15-44992

Werkgever neemt ex art 6:107a BW regres voor doorbetaald loon. 1. De kantonrechter oordeelt dat afgedragen pensioenpremie niet onder het loonbegrip van artikel 6:107a lid 2 BW valt. vallen. Het betreft geen component van het netto loon dat (bij arbeidsongeschiktheid) door werkgever aan werknemer doorbetaald dient te worden. 2. BGK. De kantonrechter acht het uurtarief van € 180,- niet onredelijk, het aantal uren wel. Het aantal geregistreerde minuten staat niet in redelijke verhouding staat tot de aard, omvang en complexiteit van het dossier en de verrichtingen (aansprakelijkheid direct erkend; veelal directe betaling door verzekeraar). De kantonrechter wijst een bedrag van € 1.620,- toe (9 uur a € 180,-); gevorderd was € 6.108,60.

Lees verder

Jurisprudentie

Rb: BGK bij loonregres: 1e en 2e redelijkheidstoets; bij vordering zonder discussie € 136,23 resp. € 150 redelijk

  • Rechtbank Gelderland
  • 29 april 2016
  • ECLI:NL:RBGEL:2016:2471
  • 4575963 \ CV EXPL 15-6027 \ 25115

Drie werkgevers vorderen buitengerechtelijke kosten in verband met het verhalen van loonschade (art 6:107a BW). 1. 1e redelijkheidstoets van art 6:96 BW. Inschakeling van een belangenbehartiger was redelijk was, nu nog onzekerheid bestond over de aansprakelijkheid. De kantonrechter is van oordeel dat na erkenning van aansprakelijkheid niet zonder nadere toelichting valt niet in te zien dat juridische bijstand noodzakelijk is in die gevallen waarin partijen het eens zijn over de uitgangspunten voor de berekening van de loonschade (causaliteit, periode, re-integratiehandelingen). 2. 2e redelijkheidstoets van art 6:96 BW. De kantonrechter acht het uurtarief van € 180,- redelijk. Gehanteerde tijdseenheden van 10 minuten zijn niet redelijk nu daarmee onvoldoende inzichtelijk wordt wat de daadwerkelijk bestede tijd is. De kantonrechter maakt een schatting op basis van een tijdseenheid van 6 minuten, zoals gebruikelijk is. T.a.v. werkgever 1 moet verzekeraar nog € 66,50 bijbetalen (hier bestond discussie over causaliteit. T.a.v. vorderingen van werkgever 2 en 3 bestond geen discussie; BGK geschat op 6 eenheden (€ 136,23), resp. 4 eenheden (€ 150,00).

Lees verder

Jurisprudentie

Rb: geen regres Waarborgfonds op eigenaar gestolen auto wegens onvoldoende zorg

  • Rechtbank Rotterdam
  • 16 maart 2016
  • ECLI:NL:GHAMS:2015:4813
  • C/10/483804 / HA ZA 15-912

Waarborgfonds Motorverkeer heeft schade die is veroorzaakt met gestolen auto vergoed en neemt regres op de eigenaar van de auto en diens WAM-verzekeraar. Het Waarborgfonds stelt dat de eigenaar ex art 185 lid 1 WVW aansprakelijk, omdat zij onvoldoende voorzorgsmaatregelen heeft genomen om te voorkomen dat de auto onrechtmatig door een derde zou worden gebruikt, nu eerder bij de woninginbraak de sleutel hiervan was gestolen. Door deze gebrekkige sleuteldiscpline zou sprake zijn van ‘doen of laten rijden’ in de zin van artikel 185 lid 2 WVW. De rechtbank wijst de vordering af. Het Waarborgfonds heeft onvoldoende onderbouwd dat sprake was van een gebrekkige sleuteldiscipline. De eigenaar heeft een stuurslot gebruikt en het Waarborgfonds heeft niet betwist dat dit in het algemeen een toereikende maatregel is.

Lees verder

Jurisprudentie

Rb: stuiting verjaring door benadeelde geldt ook jegens regresnemer met zelfstandig vorderingsrecht; causaal verband whiplash en ongeval

  • Rechtbank Noord-Holland
  • 20 januari 2016
  • ECLI:NL:RBNHO:2016:966
  • C/15/221812 / HA ZA 15-93

Whiplash, regres door overheidswerkgever (VOA) voor doorbetaald salaris. 1. Verjaring. In de jurisprudentie is aanvaard dat stuiting door de benadeelde ook de verjaring stuit
t.b.v. de regresnemer krachtens subrogatie. Nu de Hoge Raad ten aanzien van de verjaringstermijn kennelijk geen moeilijk te verklaren verschil wenst te maken tussen regres krachtens subrogatie en regres krachtens zelfstandig recht, is de rechtbank van oordeel dat evenmin een verschil gemaakt dient te worden ten aanzien van de vraag of een stuiting door de getroffene tevens werkt ten behoeve van de regresnemer. 2. Causaal verband. De rechtbank gaat van uit dat benadeelde als gevolg van de achterop aanrijding klachten heeft ondervonden die in elk geval enige tijd tot arbeidsongeschiktheid hebben geleid. De rechtbank laat de verzekeraar toe tegenbewijs te leveren tegen de voorshands bewezen stelling dat het ongevalsletsel is veroorzaakt door de achterop aanrijding.

Lees verder

Vaknieuws

Regres: hoe staat het nu? – Subrogatie (nog) anders dan eigen recht

  • PIV-bulletin
  • 1 februari 2016
  • Mevrouw mr. J. Kruijswijk Jansen en mevrouw mr. L.L. Veendrick – Kennedy Van der Laan Advocaten

De afgelopen paar jaar zijn er op het gebied van regres diverse ontwikkelingen in de rechtspraak geweest. De vraag rijst daarmee wat de huidige stand van zaken is. In dit artikel brengen wij de ontwikkelingen uit de rechtspraak in kaart en geven wij een praktisch overzicht van de regresposities van de particuliere verzekeraar, de werkgever en het UWV2.

Lees verder

Jurisprudentie

Rb: shockschade: geen onderscheid shock- en affectieschade, ook materiële schade, UWV heeft regresrecht

  • 16 december 2016
  • ECLI:NL:RBROT:2015:9882
  • C/10/477995 / HA ZA 15-672

Moeder met dochtertje achterop de fiets wordt aangereden door vrachtwagen; dochtertje overlijdt en moeder raakt zwaar gewond. Kort na het ongeval arriveert de echtgenoot/vader ter plaatse, die o.a. bebloede lakens ziet en hoort wat er is gebeurd. De man ontwikkelt PTSS en depressie en raakt arbeidsongeschikt. 1. De rechtbank oordeelt dat sprake is van directe confrontatie met de gevolgen van het ongeval en dat benadeelde geestelijk letsel heeft opgelopen ten gevolge van de confrontatie. Het is voor deskundigen niet mogelijk exact te bepalen of de psychische klachten gevolg zijn van de confrontatie of van het overlijden. Het is ook een illusie te denken dat dit onderscheid valt te maken. 2. Noch uit het Taxibus-arrest noch uit het wettelijke systeem van het schadevergoedingsrecht volgt dat vergoeding wegens shockschade beperkt is tot materiële schade. 3. De rechtbank verwerpt het verweer van verzekeraar dat uit het Taxibus-arrest volgt dat de Hoge Raad niet bedoeld heeft de belangen te beschermen van regresnemers als het UWV. Op grond van art 52a Zw en 99 WIA heeft UWV regresrecht.

Lees verder

Jurisprudentie

Hof: WAM-verzekeraar die schade uitkeerde tijdens narisico heeft regres op nieuwe kentekenhouder die geen WAM-verzekering afsloot

  • Hof Den Bosch
  • 29 september 2015
  • ECLI:NL:GHSHE:2015:3757
  • HD 200.135.161_01

Bekend is bij degenen die een rijbewijs hebben dat de kentekenhouder een verplichting heeft om een auto tegen aansprakelijkheid te verzekeren evenals het bestaan van het zogeheten narisico. Door het niet afsluiten van een WAM-verzekering heeft de nieuwe kentekenhouder gehandeld in strijd met de maatschappelijke zorgvuldigheid ten opzichte van ZLM die het narisico droeg. Het feit dat art. 15 WAM de verzekeraar de mogelijkheid van verhaal op een ander, de bestuurder, geeft, sluit niet uit dat de kentekenhouder ook aansprakelijk kan zijn op grond van art. 6:162 BW. Dat verbetert indirect de positie van benadeelden. De WAM is een bouwwerk waarin meerdere belangen zijn vervlochten. Honorering van een vordering als de onderhavige kan de financiële positie van een verzekeraar als ZLM verbeteren, waarmee ook de belangen van het verkeersslachtoffer zijn gediend.

Lees verder

Vaknieuws

Promovendus pleit voor minder beperkingen bij verhaalsrecht verzekeraars

  • Unive
  • Open Universiteit

Op vrijdag 27 maart 2015 verdedigt Peter van Zwieten, promovendus aan de Open Universiteit en bedrijfsjurist bij Univé Dichtbij, zijn proefschrift ‘De gesubrogeerde verzekeraar in het schadeverzekeringsrecht’. Van Zwieten onderzocht de regelgeving rond subrogatie en de inperkingen die de wet kent. Hij pleit ervoor de beperkingen op het verhaalrecht aan te passen. Hij stelt voor de beperkingen van het verhaalrecht buiten beschouwing te laten als het gaat om een onverplichte uitkering. Ook stelt hij voor om een ander moment bepalend te achten voor de vraag of het verhaalrecht wel of niet moet worden ingeperkt. De wet gaat nu uit van het moment van de uitkering; Van Zwieten stelt voor om uit te gaan van het moment van verhaal. Zo leidt verhaal bijvoorbeeld niet meer tot verstoring van de werkrelatie tussen werkgever en werknemer indien de werknemer op het moment van verhaal niet meer in dienst is.

Lees verder

Jurisprudentie

Rb: kosten loonregres, rechtbank sluit aan bij BSA-convenant en past staffel Voor-werk II toe

  • 10 februari 2015
  • ECLI:NL:RBOVE:2015:578
  • 3501897 Cv EXPL 14-8071

Berntsen Mulder Advocaten (BMA) heeft werkgever bijgestaan bij verhaal van loonschade ex art. 6:107a BW. Door verzekeraar is direct aansprakelijkheid erkend; over de hoogte van de loonschade (totaal € 24.645,46) heeft bescheiden discussie plaats gevonden. BMA vordert € 3417,30 aan BGK; verzekeraar heeft € 1021,46 betaald. 1. De kantonrechter oordeelt dat de staffel van Voor-werk II (nu BIC-staffel) niet van toepassing is op verbintenissen tot vergoeding van schade. 2. Kosten redelijke ex art. 6:96 BW? De kantonrechter gaat uitvoerig in op de tijd die is besteed aan de diverse brieven en aan het uurtarief. Overwogen wordt onder meer: – dat een standaard tijdseenheid van (minimaal 1x ) 10 minuten ruim bemeten is; – dat het in de meeste gevallen gaat om eenvoudige brieven en schadeberekeningen; – dat het uurtarief van een niet-juridisch geschoolde medewerker aanzienlijk lager zal liggen dan € 179,15. De kantonrechter oordeelt dat het aantal minuten niet in redelijke verhouding staat tot de aard, omvang en complexiteit van de zaak. De kantonrechter schat zelf de schade en overweegt daarbij dat een bescheiden discussie heeft plaats gevonden. De kantonrechter richt zich op de (door verzekeraar aangehaalde) convenanten tussen het Verbond en AON en BSA, die immers een aanwijzing kunnen opleveren wat in vergelijkbare omstandigheden redelijk wordt geacht en waarin is afgesproken dat de kosten, ook ná debat worden vergoed op basis van de staffel van Voor-werk II. De kantonrechter stelt de kosten vast op € 1190 (zodat nog € 168,54 vergoed moet worden).

Lees verder

Jurisprudentie

HR: regresverbod art. 7:962 lid 3 geldt niet bij ingeleend personeel

  • Hoge Raad
  • 28 november 2014
  • ECLI:NL:HR:2014:3461
  • 14/00821

Werknemer is gewond geraakt bij ongeval. Zijn zorgverzekeraar neemt regres op de uitzendkracht die voor dezelfde werkgever werkte en die het ongeval veroorzaakte. In cassatie is de vraag aan de orde of de uitzendkracht voor de toepassing van het subrogatieverbod van art. 7:962 lid 3 BW dient te worden aangemerkt als een persoon die in dienst staat tot dezelfde werkgever als werknemer. Rechtbank en hof hadden de vraag bevestigend beantwoord. De Hoge Raad oordeelt echter dat uit de wetsgeschiedenis volgt dat de wetgever de voorkeur heeft gegeven aan een limitatieve opsomming van duidelijk afgebakende uitzonderings-categorieën boven een meer open geformuleerde maatstaf. Aangenomen moet worden aangenomen dat de wetgever een formeel-juridisch begrip ‘werkgever’ in art. 7:962 lid 3 BW voor ogen heeft gestaan, nu dit formele begrip scherp is omlijnd en ziet op relaties die in het algemeen duurzaam zijn. Daaraan staat niet in de weg dat de wetgever zich bij deze bepaling heeft laten leiden door de vrees dat arbeidsverhoudingen verstoord zouden raken als gevolg van verhaal van de verzekeraar. Deze beweegreden ziet immers op het scheppen van de uitzonderingspositie voor werknemers van dezelfde werkgever, en rechtvaardigt niet om de uitzondering ruim uit te leggen zodat die ook arbeidsverhoudingen omvat die naar hun aard minder duurzaam zijn.

Lees verder

Vaknieuws

Wmo – het gepuzzel met regres gaat door

  • PIV-bulletin
  • Mr. M.R. Lauxtermann – Lauxtermann Advocaten

Voetangels en klemmen …
Het regresrecht van de private en sociale verzekeraar kent vele klemmen en voetangels. Dat weet eenieder die professioneel betrokken is bij het nemen van regres, of bij het voeren van verweer daartegen. In de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) 2015, die onlangs door de Eerste Kamer is goedgekeurd, wordt nu ook op dit onderdeel van de sociale zekerheid een regresrecht ingevoerd1. De verantwoordelijkheid hiervoor komt bij de individuele gemeente(n) te liggen. Te verwachten is dat dat gezien de aard van de voorzieningen die de Wmo biedt geen sinecure zal zijn. Dat wordt door de wijze waarop het regresrecht in de Wmo is geregeld, bepaald niet minder. Een simpele internetsearch leert dat de commercie staat te trappelen om gemeenten hierbij van dienst te zijn. De letselschademarkt dijt verder uit. In dit artikel wordt dieper ingegaan op de regeling in de wet en de daarbij te verwachten uitvoeringsproblemen.

Lees verder

Jurisprudentie

Rb: WAM-verzekeraar moet volledige schade vergoeden aan SVI-verzekeraar

  • Rechtbank Amsterdam
  • ongepubliceerd
  • C/131545894 / HA ZA 13-766

De bestuurder van een bij de WAM-verzekeraar verzekerde vrachtauto is aansprakelijk voor de gevolgen van een aanrijding in 2003. De SVI-verzekeraar regelt de schade met (de belangenbehartiger) van betrokkene in 2008 voor € 80.351,83. SVI-verzekeraar is gesubrogeerd in de vorderingsrechten en voert regres uit op de WAM-verzekeraar. De WAM-verzekeraar heeft een bedrag van € 15.500 betaald aan de SVI-verzekeraar. De rechtbank neemt in overweging dat de discussie die (jarenlang) tussen partijen is gevoerd, blijkens de gedingstukken in de kern alleen zag op de ‘juridische en medische’ causaliteit. Aan toerekening op grond van artikel 6:98 BW staat in beginsel niet in de weg dat de schadelijke gevolgen buiten de lijn van de normale verwachtingen liggen. De WAM-verzekeraar wordt veroordeeld tot betaling van de volledige schade van € 80.351,83.

Lees verder