Jurisprudentie

Rb: causaal verband tussen schoonmaakwerkzaamheden en polsletsel onvoldoende onderbouwd, werkgever niet aansprakelijk

  • Rechtbank Midden-Nederland
  • 20 september 2017
  • ECLI:NL:RBMNE:2017:4692
  • 5496570

Interieurverzorgster heeft polsletsel opgelopen en stelt haar werkgever aansprakelijk ex art 7:658 BW/ art 7:611 BW voor de schade door het niet ter beschikking stellen van afdoende ergonomische schoonmaakmiddelen.1.Het is in het kader van de toepassing van art.7:658 BW aan de werknemer om te bewijzen dat de schade in de uitoefening van het werk is ontstaan. Het beroep dat werkneemster doet op arbeidsrechtelijke omkeringsregel wordt verworpen. Voor een vermoeden dat de gezondheidsschade is veroorzaakt door de omstandigheden waarin de werkzaamheden zijn verricht is geen plaats in het geval het verband tussen de gezondheidsschade en de arbeidsomstandigheden te onzeker of te onbepaald is. 2. De stelplicht en bewijslast omtrent dat causaal verband rusten dus onverminderd op werkneemster. Zij heeft haar stelling dat de schade in de uitoefening van het werk is ontstaan onvoldoende onderbouwd.

Lees verder

Jurisprudentie

Rb, arbeidsongeval met betwiste toedracht leent zich niet voor deelgeschil; procedure volstrekt onnodig ingesteld

  • Rechtbank Rotterdam
  • 14 april 2017
  • ECLI:NL:RBROT:2017:7335
  • 5740839 VZ VERZ 17-2808

Stuurman valt overboord van binnenvaartschip en overlijdt. Verzoekster verzoekt verklaring voor recht dat de werkgever aansprakelijk is ex art 7:658 BW. 1. De kantonrechter overweegt dat, gezien de uiteenlopende standpunten van partijen, zonder verder bewijs, niet vast dat de kapitein verzuimd heeft de stuurman te wijzen op zijn verplichting zijn zwemvest aan te trekken. Sterker nog, er staat niet eens vast of [de stuurman het zwemvest al dan niet droeg. Bij deze stand van zaken is naar het oordeel van de kantonrechter bewijslevering dan ook geïndiceerd. De kantonrechter komt tot het oordeel dat het verstrekken van een of meerdere bewijsopdrachten naar verwachting zal leiden tot een zodanig uitvoerige procedure, met alle daarmee gepaard gaande hoeveelheid tijd, kosten en moeite, dat dit zich niet verhoudt met de aard van de onderhavige deelgeschilprocedure. 2. De kosten van de procedure worden niet begroot, nu de procedure volstrekt onnodig of onterecht is ingesteld.

Lees verder

Jurisprudentie

Hof: burn-out, werknemer moet bewijzen dat hij voldoende heeft geklaagd over overbelasting

  • Hof Amsterdam
  • 4 april 2017
  • ECLI:NL:GHAMS:2017:1181
  • 200.177.091/01

Werkgeversaansprakelijkheid. Werknemer – Hoofd Economisch-Administratieve Dienst -acht werkgever aansprakelijk voor burn-out als gevolg van ziekmakende omstandigheden, zoals extreem hoge werkdruk en onderbezetting. De rechtbank had zijn vordering afgewezen. 1. Het hof oordeelt dat de arbeidsrechtelijke omkeringsregel niet van toepassing is. 2. Veronderstellenderwijs ervan uitgaande dat de door werknemer ontwikkelde klachten het gevolg zijn van overbelasting in de uitoefening van zijn werkzaamheden en dat die klachten uiteindelijk tot een burn-out hebben geleid, doet zich de vraag voor of werknemer op voldoende klemmende wijze heeft geklaagd over de overbelasting. Gelet op de gemotiveerde betwisting door werkgever is het aan werknemer zijn stelling te bewijzen.

Lees verder

Jurisprudentie

Hof: werkgever aansprakelijk voor visusklachten na smeltspat, deskundigenbericht ter vaststelling hoofdpijnklachten

  • Hof Den Bosch
  • 29 augustus 2017
  • ECLI:NL:GHSHE:2017:3803
  • 200.154.171_01

Werknemer – ovenoperator – krijgt in 2005 smeltspat in oog bij (schoon)werkzaamheden van de oven en loopt een hoornvliesbeschadiging op. Ondanks het herstel van het hoornvlies houdt werknemer visus- en hoofdpijnklachten en raakt hij volledig arbeidsongeschikt.1. Het hof acht de werkgever aansprakelijk voor de visusklachten. De omstandigheid dat de werkgever ter afwering van het gevaar van smeltspatten veiligheidsmaatregelen heeft genomen (het ter beschikking stellen van beschermingsmiddelen) brengt nog niet mee dat de werkgever zich van zijn voormelde verplichtingen heeft gekweten of dat het treffen van andere, meer effectieve, maatregelen (“maanmannetjeskostuum”) niet van hem kon worden gevergd. 2. Het hof acht voorlichting door deskundigen (neuroloog en psychiater) noodzakelijk om zich een oordeel te kunnen vormen over het causaal verband tussen het ongeval en de hoofdpijnklachten.

Lees verder

Jurisprudentie

Rb, deelgeschil: werkgever niet aansprakelijk voor losmaken van afscherming

  • Rechtbank Den Haag
  • 22 maart 2017
  • ECLI:NL:RBDHA:2017:3461
  • 5553653 EJ VERZ 16-87820

Op een bouwplaats is in de betonnen vloer een opening aanwezig die door een plank die met meerdere spijkerpluggen door de werkgever was dichtgemaakt. Een onbekende heeft de afscherming met kracht losgemaakt en verlegd. De werknemer is in het gat gevallen. De werkgever kan geen schending van enige zorgplicht als bedoeld in artikel 7:658 BW worden verweten. De vloer was voldoende geborgd. Niet gesteld noch gebleken is dat de verwijdering door een persoon gebeurde voor wie de werkgever aansprakelijk was. De rechter acht het gehanteerde uurtarief, voor een particuliere cliënt in een niet bijzonder complexe zaak als deze, bovenmatig en stelt het vast op € 250,00 p.u en het aantal uren op 13 zonder toewijzing daarvan.

Lees verder

Jurisprudentie

Rb, deelgeschil: verband tussen polsklachten en werk te onzeker en te onbepaald

  • Rechtbank Den Haag
  • 16 maart 2017
  • ECLI:NL:RBDHA:2017:2703

De rechter memoreert dat wanneer een werknemer in de uitoefening van zijn werkzaamheden is blootgesteld aan voor de gezondheid gevaarlijke omstandigheden en schade aan zijn gezondheid heeft opgelopen, het door de werknemer te bewijzen oorzakelijk verband tussen de werkzaamheden en die schade in beginsel moet worden aangenomen indien de werkgever heeft nagelaten de maatregelen te treffen die redelijkerwijs nodig zijn om te voorkomen dat de werknemer in de uitoefening van zijn werkzaamheden dergelijke schade lijdt (HR 9 januari 2009, ECLI:NL:HR:2009:BF8875 de arbeidsrechtelijke omkeringsregel). Deze regel drukt het vermoeden uit dat de gezondheidsschade van de werknemer is veroorzaakt door de omstandigheden waarin deze zijn werkzaamheden heeft verricht en dat voor dat vermoeden geen plaats is als het verband tussen de gezondheidsschade en de arbeidsomstandigheden te onzeker of te onbepaald is (HR 7 juni 2013 ECLI:NL:HR:2013:BZ1717 en ECLI:NL:HR:2013:BZ1721). Hoewel de stellingen van de werknemer ter zake het gebruik van de zaagmachine grotendeels ongegrond zijn blijft overeind dat deze weleens voor de pols pijnlijk terug kon slaan. Daardoor is sprake van werk dat schadelijk voor de gezondheid kan zijn. De werknemer heeft evenwel onvoldoende aannemelijk gemaakt dat zijn polsklachten door de arbeidsomstandigheden zijn veroorzaakt, het verband daarmede is te onzeker en te onbepaald.

Lees verder

Jurisprudentie

Hof: werkgever aansprakelijk voor val bij uitstappen 62 cm diepe put

  • Hof Arnhem-Leeuwarden
  • 8 januari 2017
  • ECLI:NL:GHARL:2017:520
  • 200.166.864/01

Werknemer, expeditie- en magazijnmedewerker, moet dagelijks stand van watermeter van fabriek opnemen. Hij moet hierbij in en uit een 62 centimeter diepe put te stappen waarin geen afstap of trede is aangebracht. De werknemer verstapt zich en loopt letsel op. Het hof verwerpt het verweer van de werkgever dat sprake was van een huis-, tuin- en keukenongeval’ en dat hij niet gehouden was tot het treffen van nadere voorzieningen of het geven van instructies, nu van een (potentieel) gevaarlijke situatie geen sprake was. Het hof is van oordeel dat de werkgever voor de werknemer een gevaarlijke arbeidssituatie heeft gecreëerd. Van de werkgever mochten derhalve maatregelen worden verwacht om de verwezenlijking van het gevaar te voorkomen. Het hof acht de werkgever aansprakelijk ex art 7:658 BW.

Lees verder

Jurisprudentie

Rb: werkgever aansprakelijk voor mesothelioom, smartengeld € 65.000

  • Rechtbank Zeeland-West-Brabant
  • 20 april 2016
  • ECLI:NL:RBZWB:2016:2452
  • 2723322 CV EXPL 14-510

Werkgever aansprakelijk voor mesothelioom? 1. De kantonrechter is van oordeel dat werknemer is geslaagd in de bewijslevering van zijn stelling dat er in de koorden van de kijkluikjes van de oven van werkgever asbest zat en dat hij tijdens zijn dienstverband bij werkgever aan die asbest is blootgesteld. Dit betekent dat werkgever ex art. 7:658 lid 2 BW aansprakelijk is, tenzij zij aantoont dat zij haar zorgplicht is nagekomen. 2. De kantonrechter oordeelt dat werkgever haar stelling dat zij m.b.t. tot de blootstelling aan asbest door de koorden veiligheidsmaatregelen heeft onvoldoende heeft onderbouwd. Zo stelt zij niet dat zij de koorden zo frequent verving dat van slijtage geen sprake kon zijn. Ook stelt zij niet wat zij mogelijk verder concreet aan veiligheidsmaatregelen met betrekking tot onderhavige blootstelling aan asbest heeft genomen. 3. Smartengeld: € 65.000,- (gevorderd € 75.000,-).

Lees verder

Jurisprudentie

Rb: school als werkgever aansprakelijk voor val leraar tijdens schaatsactiviteit

  • Rechtbank Midden-Nederland
  • 3 februari 2016
  • ECLI:NL:RBMNE:2016:1966
  • 4032744 UC EXPL 15-5312 MAR/1217

Werknemer, leraar aan ROC, komt ten val tijdens schaatsactiviteit met klas. 1. De kantonrechter oordeelt dat het als docent begeleiden van studenten bij een (schaats)activiteit die plaatsvindt tijdens reguliere lestijden valt onder het uitoefenen van zijn werkzaamheden in de zin van art 7:658 lid 1 BW. De kantonrechter wijst erop dat het bij onderwijsinstellingen gebruikelijk is dat naast de reguliere lessen ook verschillende “buitenschoolse” activiteiten plaatsvinden die tot het lesprogramma behoren. 2. De kantonrechter oordeelt dat ROC zijn zorgplicht heeft geschonden, door geen enkele instructie of waarschuwing te geven. Het had op de weg van de werkgever gelegen de docenten voor te houden dat zij niet verplicht waren zelf ook het ijs op te gaan en dat indien men toch wilde schaatsen men voorzichtig zou moeten doen, eventueel een helm en/of andere lichaamsbescherming zou kunnen huren of gebruiken en/of gebruik moest maken van de reling die op de ijsbaan is aangebracht.

Lees verder

Jurisprudentie

Rb: werkgevers-aansprakelijkheidsvraag vanwege niet vast staande toedracht niet geschikt voor deelgeschil

  • Rechtbank Midden-Nederland
  • 23 december 2015
  • ECLI:NL:RBMNE:2015:9660
  • 4498796 UE VERZ 15-500 MAR/1217

Werkneemster in ziekenhuis is tijdens haar werkzaamheden bij de balie ten val gekomen en heeft letsel opgelopen. Zij stelt haar werkgever aansprakelijk ex art 7:658 BW. 1. De kantonrechter overweegt dat de exacte toedracht van het ongeval niet hoeft vast te staan en dat een onzekere toedracht voor risico van de werkgever komt. Of zij is uitgegleden over een plas water kan daarom in het midden blijven. Het is vervolgens aan het ziekenhuis om aan te tonen dat aan de zorgplicht heeft voldaan. 2. De kantonrechter overweegt dat hij, omdat de toedracht niet vaststaat, niet kan beoordelen of de werkgever aan zijn zorgplicht heeft voldaan en of de val van verzoekster aangemerkt moet worden als een “huis- tuin- en keukensituatie”, waarvoor de werkgever niet aansprakelijk is. Dit betekent dat een en ander door middel van nadere onderbouwing en/of bewijslevering (door de werkgever) duidelijk moet worden. In het kader van deze deelgeschilprocedure is daarvoor echter geen ruimte. Vordering afgewezen. 3. Kosten deelgeschil begroot op € 3.800,-.

Lees verder

Jurisprudentie

Hof: werknemer geslaagd in bewijs dat hij letsel heeft opgelopen in de uitoefening van zijn werkzaamheden

  • Hof Den Bosch
  • 29 maart 2016
  • ECLI:NL:GHSHE:2016:1188
  • 200.157.980_01

Werknemer, controleur in op- en overslagbedrijf, stelt dat hij zware rol papier op zijn voet heeft gekregen en daardoor letsel heeft opgelopen. Er was niemand bij aanwezig. Het hof oordeelt dat de getuigenverklaringen van de collega’s steun bieden voor de lezing van werknemer dat hij op de dag van het ongeval tegen hen heeft gezegd dat hij een rol op zijn voet heeft gekregen en dat zij hebben gezien dat hij toen mank liep. De brief van de voetchirurg vormt voldoende aanvullend bewijs. Van werknemer kan niet worden verlangd dat hij óók aantoont hoe het ongeval zich heeft toegedragen of wat de oorzaak ervan is. Het hof acht voldoende aannemelijk dat werknemer letsel heeft opgelopen in de uitoefening van zijn werkzaamheden (art 7:658 BW lid 1). Werkgever heeft niet gesteld en bewezen dat zij aan haar zorgplicht (art 7:658 BW lid 2) heeft voldaan en is derhalve aansprakelijk voor het letsel.

Lees verder

Jurisprudentie

Hof: OPS, vordering niet verjaard, werkgever aansprakelijk, deskundigenbericht ter vaststelling causaal verband

  • Hof Arnhem-Leeuwarden
  • 8 maart 2016
  • ECLI:NL:GHARL:2016:1788
  • 200.152.499/01

Werknemer, scheepsschilder, stelt dat hij lijdt aan OPS, die is veroorzaakt door (piek)blootstelling aan oplosmiddelen bij de werkgever en stelt de werkgever aansprakelijk. 1. Vordering niet verjaard. Het enkele feit dat omstreeks 2000/2001 vermoedde dat zijn klachten konden samenhangen met zijn werk, houdt naar het oordeel van het hof niet in dat hij daadwerkelijk daarmee bekend was. Het hof oordeelt dat de verjaringstermijn pas is gaan lopen op het moment waarop benadeelde in 2009 bij het Solvent Team bevestiging vond voor zijn vermoeden dat zijn klachten gerelateerd waren aan werk met oplosmiddelen. 2. Het hof komt tot het oordeel dat de werkgever de stelling dat zij aan haar zorgplicht heeft voldaan onvoldoende heeft onderbouwd. 3.Causaal verband. Het hof oordeelt dat er niet zonder meer van kan worden uitgegaan dat de klachten van werknemer (kunnen) zijn veroorzaakt door de (piek)blootstelling gedurende zijn betrekkelijk korte dienstverband bij werkgever. Het hof acht een deskundigenbericht noodzakelijk.

Lees verder

Jurisprudentie

Hof: werkgever en rioolbedrijf aansprakelijk voor val stagiaire in vetput

  • Hof Den Haag
  • 2 februari 2016
  • ECLI:NL:GHDHA:2016:103
  • 200.100.259

Werkneemster/stagiaire stelt dat zij vanaf haar werkplek achter de balie opzij is gestapt en in open staand luik van vetput is gevallen, waar rioolbedrijf bezig was met leegzuigen. 1. Het hof merkt op dat art 7:658 BW ook geldt voor stagiaires en acht de werkgever aansprakelijk. In het Arbeidsomstandighedenbesluit is bepaald dat plaatsen waar door de aard van het werk gevaar, met inbegrip van valgevaar, voor komt, moeten worden gemarkeerd. Dit betekent dat het enkel waarschuwen van personeel voor het feit dat de vetput zal worden geleegd – zo dit al is gebeurd – niet voldoende is. Naar het oordeel van het hof had in ieder geval van de werkgever mogen worden verwacht dat zij de ruimte achter de receptiebalie waar de vetput zich bevond had afgeschermd, en haar personeel met borden en/of linten had gewaarschuwd voor de gevaarzettende situatie. 2. het hof acht het rioolbedrijf aansprakelijk ex art 6:170 BW. Van de medewerker had mogen worden verwacht dat hij bepaalde veiligheidsmaatregelen zou treffen.

Lees verder

Jurisprudentie

Rb: onvoldoende instructies, werkgever aansprakelijk voor beknelling werknemer bij lossen zware lading

  • Rechtbank Noord-Holland
  • 4 november 2015
  • ECLI:NL:RBNHO:2015:9484
  • 4110075

Werknemer –chauffeur- raakt tijdens lossen bekneld tussen lading en laadbak, als degene die hefkraan begint met heffen, terwijl werknemer in de laadbak staat. De kraandrijver had geen zicht op de chauffeur. De kantonrechter oordeelt dat de werkgever haar zorgplicht heeft geschonden. Vast staat dat de bundels 1000 kilo per bundel wogen. Daaruit volgt naar het oordeel van de kantonrechter dat de laad- en loswerkzaamheden in zijn algemeenheid kunnen worden bestempeld als gevaarlijk. Onder de evident risicovolle omstandigheden had het op de weg van de werkgever gelegen haar chauffeurs uitdrukkelijk te instrueren het zeil van de zijkant van de vrachtwagen open te schuiven, dan wel haar chauffeurs zo te instrueren dat de communicatie tussen de chauffeur en de kraandrijver te allen tijde optimaal was. De omstandigheden waaronder werd gewerkt vroegen om instructies en maatregelen. Vordering werknemer toegewezen.

Lees verder

Jurisprudentie

Rb: gezondheidsklachten te onbepaald, arbeidsrechtelijke omkeringsregel niet van toepassing

  • Rechtbank Noord-Holland
  • 10 november 2015
  • ECLI:NL:RBNHO:2015:10965
  • 3938754

Werkneemster, werkneemster in kledingsorteerbedrijf, stelt in 2010 haar werkgever aansprakelijk voor schouderklachten. Partijen zijn verdeeld over de vraag of de arbeidsrechtelijke omkeringsregel (HR 7 juni 2013) van toepassing is. De kantonrechter komt tot het oordeel dat het verband tussen de schouderklachten van werkneemster en de arbeidsomstandigheden te onbepaald en te onzeker is. Bovendien heeft werkneemster onvoldoende aannemelijk gemaakt dat haar klachten kunnen zijn veroorzaakt door de arbeidsomstandigheden bij werkgever. Ook is onduidelijk gebleven of de schouderklachten in zijn algemeenheid hun oorzaak kunnen vinden in de verrichte werkzaamheden. Dat de werkzaamheden de klachten kunnen onderhouden of verergeren, zoals door de fysiotherapeut is verklaard, is hiervoor niet voldoende. Dit betekent dat de arbeidsrechtelijke omkeringsregel niet van toepassing is en dat op werkneemster de volledige stelplicht en bewijslast rust. Werkneemster dient o.g.v. art 7:658 lid 2 BW te stellen en zo nodig te bewijzen dat de schouderklachten in de uitoefening van haar werkzaamheden zijn ontstaan. Indien zij hierin slaagt, is vervolgens de vraag aan de orde of de werkgever de op haar rustende zorgplicht is nagekomen.

Lees verder