Jurisprudentie

Rb, deelgeschil: werkgever niet aansprakelijk voor losmaken van afscherming

  • Rechtbank Den Haag
  • 22 maart 2017
  • ECLI:NL:RBDHA:2017:3461
  • 5553653 EJ VERZ 16-87820

Op een bouwplaats is in de betonnen vloer een opening aanwezig die door een plank die met meerdere spijkerpluggen door de werkgever was dichtgemaakt. Een onbekende heeft de afscherming met kracht losgemaakt en verlegd. De werknemer is in het gat gevallen. De werkgever kan geen schending van enige zorgplicht als bedoeld in artikel 7:658 BW worden verweten. De vloer was voldoende geborgd. Niet gesteld noch gebleken is dat de verwijdering door een persoon gebeurde voor wie de werkgever aansprakelijk was. De rechter acht het gehanteerde uurtarief, voor een particuliere cliënt in een niet bijzonder complexe zaak als deze, bovenmatig en stelt het vast op € 250,00 p.u en het aantal uren op 13 zonder toewijzing daarvan.

Lees verder

Jurisprudentie

Rb, deelgeschil: verband tussen polsklachten en werk te onzeker en te onbepaald

  • Rechtbank Den Haag
  • 16 maart 2017
  • ECLI:NL:RBDHA:2017:2703

De rechter memoreert dat wanneer een werknemer in de uitoefening van zijn werkzaamheden is blootgesteld aan voor de gezondheid gevaarlijke omstandigheden en schade aan zijn gezondheid heeft opgelopen, het door de werknemer te bewijzen oorzakelijk verband tussen de werkzaamheden en die schade in beginsel moet worden aangenomen indien de werkgever heeft nagelaten de maatregelen te treffen die redelijkerwijs nodig zijn om te voorkomen dat de werknemer in de uitoefening van zijn werkzaamheden dergelijke schade lijdt (HR 9 januari 2009, ECLI:NL:HR:2009:BF8875 de arbeidsrechtelijke omkeringsregel). Deze regel drukt het vermoeden uit dat de gezondheidsschade van de werknemer is veroorzaakt door de omstandigheden waarin deze zijn werkzaamheden heeft verricht en dat voor dat vermoeden geen plaats is als het verband tussen de gezondheidsschade en de arbeidsomstandigheden te onzeker of te onbepaald is (HR 7 juni 2013 ECLI:NL:HR:2013:BZ1717 en ECLI:NL:HR:2013:BZ1721). Hoewel de stellingen van de werknemer ter zake het gebruik van de zaagmachine grotendeels ongegrond zijn blijft overeind dat deze weleens voor de pols pijnlijk terug kon slaan. Daardoor is sprake van werk dat schadelijk voor de gezondheid kan zijn. De werknemer heeft evenwel onvoldoende aannemelijk gemaakt dat zijn polsklachten door de arbeidsomstandigheden zijn veroorzaakt, het verband daarmede is te onzeker en te onbepaald.

Lees verder

Jurisprudentie

Hof: werkgever aansprakelijk voor val bij uitstappen 62 cm diepe put

  • Hof Arnhem-Leeuwarden
  • 8 januari 2017
  • ECLI:NL:GHARL:2017:520
  • 200.166.864/01

Werknemer, expeditie- en magazijnmedewerker, moet dagelijks stand van watermeter van fabriek opnemen. Hij moet hierbij in en uit een 62 centimeter diepe put te stappen waarin geen afstap of trede is aangebracht. De werknemer verstapt zich en loopt letsel op. Het hof verwerpt het verweer van de werkgever dat sprake was van een huis-, tuin- en keukenongeval’ en dat hij niet gehouden was tot het treffen van nadere voorzieningen of het geven van instructies, nu van een (potentieel) gevaarlijke situatie geen sprake was. Het hof is van oordeel dat de werkgever voor de werknemer een gevaarlijke arbeidssituatie heeft gecreëerd. Van de werkgever mochten derhalve maatregelen worden verwacht om de verwezenlijking van het gevaar te voorkomen. Het hof acht de werkgever aansprakelijk ex art 7:658 BW.

Lees verder

Jurisprudentie

Rb: werkgever aansprakelijk voor mesothelioom, smartengeld € 65.000

  • Rechtbank Zeeland-West-Brabant
  • 20 april 2016
  • ECLI:NL:RBZWB:2016:2452
  • 2723322 CV EXPL 14-510

Werkgever aansprakelijk voor mesothelioom? 1. De kantonrechter is van oordeel dat werknemer is geslaagd in de bewijslevering van zijn stelling dat er in de koorden van de kijkluikjes van de oven van werkgever asbest zat en dat hij tijdens zijn dienstverband bij werkgever aan die asbest is blootgesteld. Dit betekent dat werkgever ex art. 7:658 lid 2 BW aansprakelijk is, tenzij zij aantoont dat zij haar zorgplicht is nagekomen. 2. De kantonrechter oordeelt dat werkgever haar stelling dat zij m.b.t. tot de blootstelling aan asbest door de koorden veiligheidsmaatregelen heeft onvoldoende heeft onderbouwd. Zo stelt zij niet dat zij de koorden zo frequent verving dat van slijtage geen sprake kon zijn. Ook stelt zij niet wat zij mogelijk verder concreet aan veiligheidsmaatregelen met betrekking tot onderhavige blootstelling aan asbest heeft genomen. 3. Smartengeld: € 65.000,- (gevorderd € 75.000,-).

Lees verder

Jurisprudentie

Rb: school als werkgever aansprakelijk voor val leraar tijdens schaatsactiviteit

  • Rechtbank Midden-Nederland
  • 3 februari 2016
  • ECLI:NL:RBMNE:2016:1966
  • 4032744 UC EXPL 15-5312 MAR/1217

Werknemer, leraar aan ROC, komt ten val tijdens schaatsactiviteit met klas. 1. De kantonrechter oordeelt dat het als docent begeleiden van studenten bij een (schaats)activiteit die plaatsvindt tijdens reguliere lestijden valt onder het uitoefenen van zijn werkzaamheden in de zin van art 7:658 lid 1 BW. De kantonrechter wijst erop dat het bij onderwijsinstellingen gebruikelijk is dat naast de reguliere lessen ook verschillende “buitenschoolse” activiteiten plaatsvinden die tot het lesprogramma behoren. 2. De kantonrechter oordeelt dat ROC zijn zorgplicht heeft geschonden, door geen enkele instructie of waarschuwing te geven. Het had op de weg van de werkgever gelegen de docenten voor te houden dat zij niet verplicht waren zelf ook het ijs op te gaan en dat indien men toch wilde schaatsen men voorzichtig zou moeten doen, eventueel een helm en/of andere lichaamsbescherming zou kunnen huren of gebruiken en/of gebruik moest maken van de reling die op de ijsbaan is aangebracht.

Lees verder

Jurisprudentie

Rb: werkgevers-aansprakelijkheidsvraag vanwege niet vast staande toedracht niet geschikt voor deelgeschil

  • Rechtbank Midden-Nederland
  • 23 december 2015
  • ECLI:NL:RBMNE:2015:9660
  • 4498796 UE VERZ 15-500 MAR/1217

Werkneemster in ziekenhuis is tijdens haar werkzaamheden bij de balie ten val gekomen en heeft letsel opgelopen. Zij stelt haar werkgever aansprakelijk ex art 7:658 BW. 1. De kantonrechter overweegt dat de exacte toedracht van het ongeval niet hoeft vast te staan en dat een onzekere toedracht voor risico van de werkgever komt. Of zij is uitgegleden over een plas water kan daarom in het midden blijven. Het is vervolgens aan het ziekenhuis om aan te tonen dat aan de zorgplicht heeft voldaan. 2. De kantonrechter overweegt dat hij, omdat de toedracht niet vaststaat, niet kan beoordelen of de werkgever aan zijn zorgplicht heeft voldaan en of de val van verzoekster aangemerkt moet worden als een “huis- tuin- en keukensituatie”, waarvoor de werkgever niet aansprakelijk is. Dit betekent dat een en ander door middel van nadere onderbouwing en/of bewijslevering (door de werkgever) duidelijk moet worden. In het kader van deze deelgeschilprocedure is daarvoor echter geen ruimte. Vordering afgewezen. 3. Kosten deelgeschil begroot op € 3.800,-.

Lees verder

Jurisprudentie

Hof: werknemer geslaagd in bewijs dat hij letsel heeft opgelopen in de uitoefening van zijn werkzaamheden

  • Hof Den Bosch
  • 29 maart 2016
  • ECLI:NL:GHSHE:2016:1188
  • 200.157.980_01

Werknemer, controleur in op- en overslagbedrijf, stelt dat hij zware rol papier op zijn voet heeft gekregen en daardoor letsel heeft opgelopen. Er was niemand bij aanwezig. Het hof oordeelt dat de getuigenverklaringen van de collega’s steun bieden voor de lezing van werknemer dat hij op de dag van het ongeval tegen hen heeft gezegd dat hij een rol op zijn voet heeft gekregen en dat zij hebben gezien dat hij toen mank liep. De brief van de voetchirurg vormt voldoende aanvullend bewijs. Van werknemer kan niet worden verlangd dat hij óók aantoont hoe het ongeval zich heeft toegedragen of wat de oorzaak ervan is. Het hof acht voldoende aannemelijk dat werknemer letsel heeft opgelopen in de uitoefening van zijn werkzaamheden (art 7:658 BW lid 1). Werkgever heeft niet gesteld en bewezen dat zij aan haar zorgplicht (art 7:658 BW lid 2) heeft voldaan en is derhalve aansprakelijk voor het letsel.

Lees verder

Jurisprudentie

Hof: OPS, vordering niet verjaard, werkgever aansprakelijk, deskundigenbericht ter vaststelling causaal verband

  • Hof Arnhem-Leeuwarden
  • 8 maart 2016
  • ECLI:NL:GHARL:2016:1788
  • 200.152.499/01

Werknemer, scheepsschilder, stelt dat hij lijdt aan OPS, die is veroorzaakt door (piek)blootstelling aan oplosmiddelen bij de werkgever en stelt de werkgever aansprakelijk. 1. Vordering niet verjaard. Het enkele feit dat omstreeks 2000/2001 vermoedde dat zijn klachten konden samenhangen met zijn werk, houdt naar het oordeel van het hof niet in dat hij daadwerkelijk daarmee bekend was. Het hof oordeelt dat de verjaringstermijn pas is gaan lopen op het moment waarop benadeelde in 2009 bij het Solvent Team bevestiging vond voor zijn vermoeden dat zijn klachten gerelateerd waren aan werk met oplosmiddelen. 2. Het hof komt tot het oordeel dat de werkgever de stelling dat zij aan haar zorgplicht heeft voldaan onvoldoende heeft onderbouwd. 3.Causaal verband. Het hof oordeelt dat er niet zonder meer van kan worden uitgegaan dat de klachten van werknemer (kunnen) zijn veroorzaakt door de (piek)blootstelling gedurende zijn betrekkelijk korte dienstverband bij werkgever. Het hof acht een deskundigenbericht noodzakelijk.

Lees verder

Jurisprudentie

Hof: werkgever en rioolbedrijf aansprakelijk voor val stagiaire in vetput

  • Hof Den Haag
  • 2 februari 2016
  • ECLI:NL:GHDHA:2016:103
  • 200.100.259

Werkneemster/stagiaire stelt dat zij vanaf haar werkplek achter de balie opzij is gestapt en in open staand luik van vetput is gevallen, waar rioolbedrijf bezig was met leegzuigen. 1. Het hof merkt op dat art 7:658 BW ook geldt voor stagiaires en acht de werkgever aansprakelijk. In het Arbeidsomstandighedenbesluit is bepaald dat plaatsen waar door de aard van het werk gevaar, met inbegrip van valgevaar, voor komt, moeten worden gemarkeerd. Dit betekent dat het enkel waarschuwen van personeel voor het feit dat de vetput zal worden geleegd – zo dit al is gebeurd – niet voldoende is. Naar het oordeel van het hof had in ieder geval van de werkgever mogen worden verwacht dat zij de ruimte achter de receptiebalie waar de vetput zich bevond had afgeschermd, en haar personeel met borden en/of linten had gewaarschuwd voor de gevaarzettende situatie. 2. het hof acht het rioolbedrijf aansprakelijk ex art 6:170 BW. Van de medewerker had mogen worden verwacht dat hij bepaalde veiligheidsmaatregelen zou treffen.

Lees verder

Jurisprudentie

Rb: onvoldoende instructies, werkgever aansprakelijk voor beknelling werknemer bij lossen zware lading

  • Rechtbank Noord-Holland
  • 4 november 2015
  • ECLI:NL:RBNHO:2015:9484
  • 4110075

Werknemer –chauffeur- raakt tijdens lossen bekneld tussen lading en laadbak, als degene die hefkraan begint met heffen, terwijl werknemer in de laadbak staat. De kraandrijver had geen zicht op de chauffeur. De kantonrechter oordeelt dat de werkgever haar zorgplicht heeft geschonden. Vast staat dat de bundels 1000 kilo per bundel wogen. Daaruit volgt naar het oordeel van de kantonrechter dat de laad- en loswerkzaamheden in zijn algemeenheid kunnen worden bestempeld als gevaarlijk. Onder de evident risicovolle omstandigheden had het op de weg van de werkgever gelegen haar chauffeurs uitdrukkelijk te instrueren het zeil van de zijkant van de vrachtwagen open te schuiven, dan wel haar chauffeurs zo te instrueren dat de communicatie tussen de chauffeur en de kraandrijver te allen tijde optimaal was. De omstandigheden waaronder werd gewerkt vroegen om instructies en maatregelen. Vordering werknemer toegewezen.

Lees verder

Jurisprudentie

Rb: gezondheidsklachten te onbepaald, arbeidsrechtelijke omkeringsregel niet van toepassing

  • Rechtbank Noord-Holland
  • 10 november 2015
  • ECLI:NL:RBNHO:2015:10965
  • 3938754

Werkneemster, werkneemster in kledingsorteerbedrijf, stelt in 2010 haar werkgever aansprakelijk voor schouderklachten. Partijen zijn verdeeld over de vraag of de arbeidsrechtelijke omkeringsregel (HR 7 juni 2013) van toepassing is. De kantonrechter komt tot het oordeel dat het verband tussen de schouderklachten van werkneemster en de arbeidsomstandigheden te onbepaald en te onzeker is. Bovendien heeft werkneemster onvoldoende aannemelijk gemaakt dat haar klachten kunnen zijn veroorzaakt door de arbeidsomstandigheden bij werkgever. Ook is onduidelijk gebleven of de schouderklachten in zijn algemeenheid hun oorzaak kunnen vinden in de verrichte werkzaamheden. Dat de werkzaamheden de klachten kunnen onderhouden of verergeren, zoals door de fysiotherapeut is verklaard, is hiervoor niet voldoende. Dit betekent dat de arbeidsrechtelijke omkeringsregel niet van toepassing is en dat op werkneemster de volledige stelplicht en bewijslast rust. Werkneemster dient o.g.v. art 7:658 lid 2 BW te stellen en zo nodig te bewijzen dat de schouderklachten in de uitoefening van haar werkzaamheden zijn ontstaan. Indien zij hierin slaagt, is vervolgens de vraag aan de orde of de werkgever de op haar rustende zorgplicht is nagekomen.

Lees verder

Jurisprudentie

Hof: werkgeversaansprakelijkheid, vordering werknemer niet verjaard

  • 17 november 2015
  • ECLI:NL:GHAMS:2015:4825
  • 200.168.006/01

Werknemer, medewerker onderhoud en ‘affichage’ van wachthokjes en reclamezuilen, is vanaf 1993 regelmatig uitgevallen wegens rug-, schouder- en nekklachten; vanaf 2008 is hij arbeidsongeschikt. In 2009 heeft hij zijn werkgever aansprakelijk gesteld. Het hof overweegt dat de verjaringstermijn van art 310 lid 1 BW begint te lopen op de dag na die waarop de benadeelde zowel met de schade als de daarvoor aansprakelijke persoon bekend is geworden. Het hof oordeelt dat niet worden gezegd dat bij werknemer zodanige zekerheid bestond omtrent zijn klachten en het verband tussen deze klachten en zijn werkzaamheden dat hij vóór 2004 in staat was een rechtsvordering in te stellen. Het enkel incidenteel ervaren van min of meer dezelfde klachten die nadien ook weer overgaan is onvoldoende om anders te kunnen oordelen. Daarbij tekent het hof aan dat werkgever zelf heeft gesteld dat er geen oorzakelijk verband bestaat tussen de klachten en zijn werkzaamheden. Beroep op verjaring verworpen.

Lees verder

Jurisprudentie

Rb: geen omkeringsregel, causaliteit met werk onvoldoende onderbouwd

  • Rechtbank Noord-Holland
  • 25 november 2015
  • ECLI:NL:RBNHO:2015:10965
  • 3938754

De gezondheidsschade van de naaister bestaat uit een inklemming en/of peesruptuur in haar linkerschouder. De werkneemster heeft onvoldoende onderbouwd dat dat het gevolg kan zijn van haar werkzaamheden. Het is geen feit van algemene bekendheid dat een inklemming of ruptuur van de schouderpees kan zijn ontstaan door naaiwerkzaamheden of het tillen van zware zakken met kleding. Het is wel een feit van algemene bekendheid dat schouderklachten veelvuldig voorkomen en diverse oorzaken kunnen hebben. Haar behandelend neuroloog stelde vast dat de schouderklachten multifactorieel zijn. Het verband tussen de gezondheidsklachten en de arbeidsomstandigheden is te onbepaald en te onzeker. Ook als dat niet zo zou zijn heeft werkneemster onvoldoende aannemelijk gemaakt dat haar gezondheidsklachten kunnen zijn veroorzaakt door de arbeidsomstandigheden. Dit betekent dat de arbeidsrechtelijke omkeringsregel in dit geval niet van toepassing is en op werkneemster de volledige stelplicht en bewijslast rust. Zij heeft geen bewijsaanbod ten aanzien van de causaliteit gedaan. De kantonrechter komt daarom niet toe aan de beoordeling of de werkgever zijn zorgplicht heeft geschonden. De vordering wordt afgewezen.

Lees verder

Jurisprudentie

Rb, deelgeschil: tussentijdse BGK en overuren toegewezen, nadere info nodig over carrièreverloop

  • Rechtbank Gelderland
  • 17 april 2015
  • ECLI:NL:RBGEL:2015:8272
  • 279242

Benadeelde – 32-jarige polikliniek assistente KNO- loopt in 2011 letsel op. Zij keert terug in haar oude functie, maar voor minder uren. 1. Tussentijdse BGK-vergoeding. Redelijkheid BGK hangt af van: aard en omvang van de schade, complexiteit van de zaak, verhouding tussen de schade en de kosten; PIV-staffel is niet het uitgangspunt, maar wel één van de factoren. Nu de omvang van de schade niet vast staat, maar de schadestaat sluit op een bedrag dat 4,5 keer hoger ligt dan waarvan verzekeraar is uitgegaan, kan niet worden vastgesteld, ook niet op basis van de PIV-staffel, dat sprake is van een wanverhouding tussen schade en kosten. Voorschot toegewezen. 2. Carrièreverloop zonder ongeval. Doorstroom naar managementfunctie? De rechtbank neemt het op gezamenlijk verzoek uitgebrachte arbeidsdeskundigenrapport tot uitgangspunt, maar heeft behoefte aan een voorlichting door een deskundige. Omdat dit onderdeel vanwege de aanzienlijke investering in tijd en geld zich niet leent voor een deelgeschil, wordt het verzoek op dit punt afgewezen. 3. Overurenvergoeding. De rechtbank verklaart voor recht dat verzekeraar de overuren waarvan aannemelijk is dat benadeelde die zonder ongeval zou hebben gemaakt en die volgens het ‘tijd voor tijd’-systeem zouden worden gecompenseerd, dient te vergoeden op basis van het netto loon. 4. Kosten deelgeschil: € 7.741,32 (gevorderd: € 8.819,11; uurtarief: € 255,- (gevorderd € 265,-).

Lees verder

Jurisprudentie

Rb: school niet aansprakelijk ex art 7:658 BW voor uitval leraar

  • Ongepubl. jurisprudentie, Rechtbank Gelderland
  • 23 september 2015
  • 28166 / CV EXPL 14-18884 / 475

Een docent Frans solliciteert naar een full time functie op een school, te beginnen na de zomervakantie. Nadat hij is aangenomen, bezoekt hij zonder medeweten van de school de arbo-arts, vlak voor de zomervakantie. Deze arbo-arts adviseert de werkgever dat het om medische redenen van belang is om de werknemer zoveel mogelijk in te roosteren in een vast lokaal en aan het begin van de dag, bij voorkeur niet na het vijfde uur. Na de zomer blijkt het arbo-advies niet in het rooster te zijn geïncorporeerd, maar doet de school haar best om dat alsnog te doen. Een full time functie op twee locaties verhoudt zich echter niet met het uitsluitend werken tussen het 1e en 5e lesuur; dat is onmogelijk. Na vijf weken meldt de werknemer zich ziek; in de daarop volgende periode lukt re-integreren niet. Het dienstverband eindigt na een jaar van rechtswege. De werknemer spreekt de werkgever aan op grond van art. 7:658 BW. De kantonrechter overweegt bij eindvonnis dat de werknemer het causaal verband tussen de werkzaamheden en zijn arbeidsongeschiktheid nog niet heeft bewezen en voorts dat de school aan haar zorgplicht heeft voldaan. De vordering wordt afgewezen.

Lees verder