Jurisprudentie

Rb: voorlopig deskundigenbericht door verzekeringsgeneeskundige als te prematuur afgewezen

  • Ongepubl. jurisprudentie, Rechtbank Overijssel
  • 13 februari 2017
  • C/08/194999 / HA RK 16-185

Benadeelde verzoekt om een voorlopig deskundigenbericht door verzekeringsgeneeskundige. De rechtbank wijst het verzoek af. De rechtbank oordeelt dat de verzekeraar terecht heeft aangevoerd dat uit het op gezamenlijk verzoek gedane neurologische expertiseonderzoek volgt dat er geen (neurologische) beperkingen zijn vastgesteld. Gelet hierop is er dan ook nog geen overeenstemming over het al dan niet bestaan van ongevalsgerelateerde klachten en beperkingen, met andere woorden: het causaal verband tussen de door benadeelde gestelde klachten en beperkingen en het ongeval staan (nog) niet vast en daarmee is het benoemen van een verzekeringsarts als deskundige prematuur te noemen. Het belang van benadeelde bij een voorlopig deskundigenbericht ontbreekt derhalve in dit stadium.

Lees verder

Jurisprudentie

Hof: voldoende aannemelijk dat aanrijding in scene is gezet, vordering in kort geding afgewezen

  • Hof Den Haag, Ongepubl. jurisprudentie
  • 27 juni 2017
  • 200.202.319/01

Appellant vordert vergoeding van schade aan auto van casco-verzekeraar en WAM-verzekeraar. In deze zaak is in geschil of de door appellant gestelde schade het gevolg is van een authentieke (niet-geënsceneerde) aanrijding, zoals appellant heeft gesteld en verzekeraars hebben bestreden. 1. Het hof oordeelt dat de bewijslast dat t.a.v. de authenticiteit van de aanrijding op appellant rust. 2. Voor de uitkomst van dit kort geding – welke procedure zich niet leent voor bewijslevering-, is deze bewijslastverdeling overigens niet doorslaggevend. Het hof is van oordeel dat verzekeraars voldoende aannemelijk hebben gemaakt dat de aanrijding is geënsceneerd. Dit oordeel is gebaseerd op de volgende omstandigheden: appellant en betrokkene wonen vlak bij elkaar, terwijl de aanrijding elders heeft plaatsgevonden, betrokkene heeft zonder duidelijke reden een veel langere route gereden dan de kortste; de verklaring dat hij tijdens de rit niet heeft stilgestaan is niet in overeenstemming met de ritregistratie.

Lees verder

Jurisprudentie

Rb (kort geding): letsel door vallende wand, vordering jegens werkgever afgewezen

  • Ongepubl. jurisprudentie, Rechtbank Oost-Brabant
  • 20 april 2017

Uitzendkracht loopt ernstig letsel op als bij het verplaatsen van een losse wand een wanddeel (339 kg) op hem valt. Hij stelt de materiele werkgever aansprakelijk. De kantonrechter oordeelt dat, gezien de diverse getuigenverklaringen het geenszins uitgesloten is dat de werkgever er in een bodemprocedure in zal slagen aan te tonen dat de werknemer door of namens de werkgever de werkinstructie heeft gehad dat hij niet alleen aan de wanden mocht werken en dat werknemer ook in dit specifieke geval nog de instructie heeft gekregen niet alleen met de onderhavige wand aan de gang te gaan. Vordering in kort geding afgewezen.

Lees verder

Jurisprudentie

Rb: botsing tussen stilstaande auto en racefietser: overmacht art 185 WVW

  • Ongepubl. jurisprudentie, Rechtbank Den Haag
  • 26 januari 2017
  • 5116149 EJ VERZ 16-83110

Wielrenner passeert auto die op smalle weg stil staat om tegemoetkomende auto voorbij te laten, raakt daarbij spiegel en komt ten val en scheurt vingerkootje af. WAM-verzekeraar vraagt verklaring voor recht dat sprake is van overmacht in de zin van art 185 WVW. De kantonrechter oordeelt dat sprake is van overmacht. Van het feit dat de bestuurder zijn auto stil heeft gezet om de hem tegemoet komende auto door te laten, kan hem geen verwijt worden gemaakt. Hij had er op geen enkele wijze rekening mee heeft hoeven houden dat de hem achterop komende fietser zich in gevaar wilde brengen door zich met behoorlijke snelheid met zijn racefiets tussen de beide auto’s door te wringen. Bestuurder heeft er zonder meer vanuit mogen gaan dat de hem achterop komende fietsers achter hem stil zouden houden.

Lees verder

Jurisprudentie

Rb: kosten van contra-expert geen vermogensschade nu ‘gratis dienstverlening’ is gegarandeerd

  • Ongepubl. jurisprudentie, Rechtbank Den Haag
  • 15 februari 2017
  • 5257343 RL EXPL 16-20981

Geen letselzaak. Eiser heeft ter vaststelling van schade in kader van schadeverzekering (‘Woon- & Vrije Tijdpakket’ ) contra-expert ingeschakeld. Hij vordert de kosten hiervan van de verzekeraar. De kantonrechter wijst de vordering af wegens gebrek aan belang. De kantonrechter is van oordeel dat eiser onvoldoende heeft onderbouwd dat zij de gevorderde kosten van de contra-expertise zelf dient te dragen. Mede gelet op de garantie op de website van Krantz & Polak dat de dienstverlening gratis is had dat wel van eiser verwacht mogen worden. De kantonrechter concludeert dat de kosten van de contra-expert geen vermogensschade van eiser betreffen.

Lees verder

Jurisprudentie

Rb (in kort geding): whiplash, Delta V tussen 6,5 en 14 km/uur, vordering afgewezen

  • Ongepubl. jurisprudentie, Rechtbank Overijssel
  • 17 februari 2017
  • ongepubliceerd
  • C/08/196779 /KGZA 17-17

Whiplash. Benadeelde stelt dat hij na ongeval o.a. nekklachten en concentratiestoornissen heeft, waardoor hij niet in staat zou zijn enige werkzaamheden te verrichten en vordert een voorschot. De voorzieningenrechter wijst de vorderingen af, nu zowel het bestaan als de omvang van de vordering allesbehalve in hoge mate aannemelijk is. Daartoe overweegt de voorzieningenrechter dat uit het Delta V onderzoek blijkt dat de Delta V tussen 6,5 en 14 km/uur ligt en de G-krachten 1,5 tot 4,0 G hebben bedragen. en dat die waarden gering zijn. Uit dat onderzoek kan voorshands worden afgeleid dat de aanrijding niet hard ging en dat benadeelde niet heeft blootgestaan aan dermate hevige krachten dat die de langdurige en heftige gevolgen zoals door benadeelde gesteld kunnen verklaren. Dit wordt nog bevestigd door (a) het feit dat de airbags niet werden geactiveerd en (b) de geringe schade aan die auto.

Lees verder

Jurisprudentie

Rb, deelgeschil: geen duidelijkheid over klachten en beperkingen, verzoek afgewezen; BGK niet redelijk

  • Ongepubl. jurisprudentie, Rechtbank Midden-Nederland
  • 16 december 2016
  • C/16/420717 / HA RK 16-167 MAR

Ongeval, medewerker schoonmaakbedrijf, jaarcontract na ongeval ontbonden in proeftijd. Verzoeker verzoekt om voorschot van € 24.000,- , maandelijkse betaling van € 2000,- en € 23.041,33 aan BGK. Partijen verschillen van mening over de causaliteit. 1. In verband met de discussie of al dan niet sprake is van neurologisch en/of orthopedisch is een voorlopig deskundigenbericht verzocht. De rapporten zijn echter nog niet beschikbaar. De rechtbank oordeelt dat op dit moment nog geenszins het stadium is bereikt dat duidelijkheid bestaat over de klachten en beperkingen. Binnen de deelgeschilprocedure bestaat geen ruimte voor uitgebreidere bewijslevering. De rechtbank kan derhalve niet vaststellen of de schade de reeds verstrekte voorschotten van € 35.000,- overtreft. 2. BGK. Verzoek afgewezen. BGK doorstaan de dubbele redelijkheidstoets niet, nu benadeelde al vier belangenbehartigers heeft gehad. 3. Kosten deelgeschil: €1000,-. Bij gebreke van een urenspecificatie ziet de rechtbank aanleiding de kosten te begroten op het door de verzekeraar redelijk geachte bedrag.

Lees verder

Jurisprudentie

Rb: verzoek om voorlopig deskundigenbericht naast bodemprocedure afgewezen

  • Ongepubl. jurisprudentie, Rechtbank Zwolle-Lelystad
  • 30 december 2017
  • C/08/190149 / HA RK 16-116

Benadeelde verzoekt – naast de al lopende bodemprocedure- om een voorlopig deskundigenbericht door één of meer deskundigen. De rechtbank is van oordeel dat het verzoek wegens strijd met de goede procesorde moet worden afgewezen. De vraag of in de bodemprocedure bewijslevering door middel van het bevelen van deskundigenonderzoek(en) geboden zal zijn zal naar het oordeel van de rechtbank genoegzaam door de rechter in de bodemprocedure in de beoordeling worden betrokken. De rechtbank oordeelt dat verzoeker daaraan voorafgaand geen gewichtig belang heeft bij een afzonderlijke beoordeling door de rechter in de verzoekschriftprocedure. Verzoek afgewezen.

Lees verder

Jurisprudentie

Rb: benadeelde heeft op grond van Wbp geen recht op inzage in door verzekeraar gevraagde medisch advies

  • Ongepubl. jurisprudentie, Rechtbank Den Haag
  • 8 december 2016
  • C/09/516654 / HA RK 16-410

Verzoekster heeft eerder aan verzekeraar verzocht haar een overzicht van verwerkte persoonsgegevens, als bedoeld in art. 35 Wbp toe te zenden. Verzekeraar heeft een overzicht verstrekt, maar benadeelde is van mening dat geen volledig en begrijpelijk overzicht bevatten. Zij verlangt van verzekeraar een opgave van elke verwerking van persoonsgegevens door een lijst te verstrekken van alle informatiedragers, en voorts aan haar kopieën, afschriften of uittreksels te verstrekken. De rechtbank constateert dat het er verzoekster met name om is te doen om inzage te krijgen in de door een analyse van een door de verzekeraar ingeschakelde deskundige. De rechtbank is van oordeel dat afgifte van c.q. inzage in de volledige analyse van deskundige niet voor toewijzing in aanmerking komt. Er is immers geen sprake van een medisch onderzoek, maar van een medische analyse van bestaande gegevens. Een dergelijke analyse bevat geen informatie die door verzoekster zelf gecontroleerd kan worden op de juistheid daarvan. Verzoekster kan bovendien niet met een beroep op de Wbp op de hoogte worden gebracht van de wijze waarop de interne besluitvorming bij verzekeraar plaatsvindt.

Lees verder

Jurisprudentie

Rb: verzoek om verstrekking medisch advies in medische aansprakelijkheidszaak afgewezen

  • Ongepubl. jurisprudentie, Rechtbank Gelderland
  • 1 november 2016
  • C/05/304243 / HA RK 16-125 / 546 / 512

Verzoekster heeft de medisch adviseur (Veduma) verzocht o.g.v. art 35 lid 2 Wbp mededeling te doen van de medische stukken in haar dossier en afschriften te verstrekken. De rechtbank overweegt dat Veduma is ingeschakeld om te adviseren over het handelen van de gynaecoloog in het kader van een aansprakelijkstelling. De rechtbank verwijst naar Hof van Justitie EU, 17 juli 2014, EHRC 2014/248 en oordeelt dat art 35 Wbp slechts ziet
op de feitelijke persoonsgegevens en niet (ook) op de medische analyse die mede op basis van deze feitelijke persoonsgegevens wordt verricht. Maar ook indien het informatierecht zich wel zou uitstrekken over de medische analyse is Veduma niet gehouden daarvan mededeling te doen aan verzoekster. Het gaat hier om gegevens die de kern betreffen van het aan de gynaecoloog en het ziekenhuis in het kader van de aansprakelijkheidsprocedure gemaakte verwijt. Deze procespartijen hebben het recht zich vrijelijk en in beslotenheid op hun positie te beraden. Verzoek afgewezen.

Lees verder

Jurisprudentie

Rb, deelgeschil: whiplash, vordering om schaderegeling op te pakken afgewezen, deelgeschil volstrekt onnodig ingesteld

  • Ongepubl. jurisprudentie, Rechtbank Rotterdam
  • 20 oktober 2016
  • C/l 0/502038 / HA RK 16-398

Whiplash, laag energetische botsing. Benadeelde verzoekt rechtbank om verzekeraar te veroordelen om de schaderegeling verder ter hand te nemen en om een voorschot (boven het reeds betaalde voorschot van € 4000,-). Verzekeraar betwist het causaal verband tussen de gestelde schade en het ongeval.
1. De rechtbank stelt vast dat in hoge mate onzeker is of de (vele) door benadeelde gepresenteerde klachten en beperkingen gevolg zijn van het ongeval. Met verzekeraar is de rechtbank van oordeel dat zonder nader onderzoek, waarbij ook de medische voorgeschiedenis van benadeelde betrokken wordt, geen eenduidig oordeel is te geven over het causaal verband tussen de klachten en beperkingen. De rechtbank oordeelt dat het standpunt van verzekeraar om de schaderegeling niet verder meer ter hand te nemen nu de onderhandelingen zijn vastgelopen op het causaal verband niet onredelijk is. Het verzoek hiertoe is bovendien te vaag. Vordering hiertoe en voorschot afgewezen.
2. BGK. Bij gebreke van voldoende inzicht in de omvang van de schade kan niet worden beoordeeld of de in rekening gebrachte BGK redelijk zijn.
3. Kosten deelgeschil afgewezen. In het licht van de huidige jurisprudentie lag de onderhavige beslissing zo voor de hand lag dat het indienen van het verzoek als volstrekt onterecht dient te worden geoordeeld.

Lees verder

Jurisprudentie

Rb, deelgeschil: verzoeken van verzekeraar en advocaat over BGK over en weer afgewezen

  • Ongepubl. jurisprudentie, Rechtbank Zeeland-West-Brabant
  • 31 maart 2016
  • 307906 / HA RK 15-215

Verzekeraar verzoekt de rechtbank (onder meer) voor recht te verklaren dat de verzekeraar geen nader voorschot BGK verschuldigd is. Belangenbehartiger heeft € 23.192,35 in rekening gebracht; door de verzekeraar is reeds € 17.000,- betaald. 1. De rechtbank wijst de vordering van verzekeraar af. De rechtbank oordeelt dat de gehanteerde uurtarieven van € 250,— (in 2014) en € 255,— (in 2015), gelet op de tarieven die doorgaans (door andere gespecialiseerde advocaten met ruime kennis en ervaring op het gebied van letselschade) in vergelijkbare zaken worden gedeclareerd, niet onredelijk hoog zijn. Ook de wijze waarop werkzaamheden heeft gedeclareerd, waarbij hij alleen de eigen werkzaamheden (tegen een specialistentarief) in rekening heeft gebracht en (eigen) tijd (0,1 uur) heeft gedeclareerd voor overleg met de ondersteuning, komt de rechtbank niet onredelijk voor. 2. Tegenvordering BGK van advocaat afgewezen. De rechtbank stelt vast dat de advocaat uitzonderlijk veel tijd heeft besteed aan algemene beschouwingen. Een dergelijke discussie behoort ook niet ten koste van verzekeraar gevoerd te worden, te meer nu het gaat om de wijze van declareren waarbij terughoudendheid dient te worden betracht om daarvan kosten in rekening te brengen. 3. Kosten deelgeschil ad € 2.779,50 toegewezen.

Lees verder

Jurisprudentie

Rb: whiplash, verlies van arbeidsvermogen personal shopper afgewezen, nu andere mogelijkheden om inkomen te verwerven mogelijk zijn

  • Ongepubl. jurisprudentie, Rechtbank Oost-Brabant
  • 7 september 2016
  • C/01/303813 / HA ZA 16-95

Whiplash, ongeval 2008, destijds 20-jarige vrouw vordert € 187.297,- wegens verlies van arbeidsvermogen; door verzekeraar is € 150.000,- betaald. De rechtbank overweegt dat de stelling van benadeelde dat zij haar verdiencapaciteit thans niet volledig kan benutten, lijkt te zijn gebaseerd op de omstandigheid dat zij niet in staat is een (voldoende) inkomen te verwerven als personal shopper. Dit leidt naar het oordeel van de rechtbank echter niet tot de conclusie dat dus sprake is van schade, bestaande uit verlies aan verdienvermogen.
Bij het antwoord op de vraag of sprake is van verlies van verdienvermogen dient geabstraheerd te worden van de door benadeelde gekozen wijze waarop zij thans een inkomen probeert te verwerven. Op basis van de overgelegde medische informatie oordeelt de rechtbank (andere) mogelijkheden aanwezig voor benadeelde om een inkomen te genereren dat gelijk is aan het inkomen dat zij had kunnen verwerven in de situatie zonder ongeval. Op welke wijze benadeelde haar verdienvermogen wenst te benutten is aan haar. Een onderzoek door een arbeidsdeskundige naar de mogelijkheden daartoe heeft benadeelde geen doorgang willen laten vinden. Dat stond haar vrij. Het leidt er naar het oordeel van de rechtbank echter wel toe dat een dergelijk onderzoek inmiddels een gepasseerd station is. Vordering afgewezen.

Lees verder

Jurisprudentie

Rb, deelgeschil: verzekeraar hoeft niet mee te werken aan mediation

  • Ongepubl. jurisprudentie, Rechtbank Rotterdam
  • 20 juli 2016
  • 5234189 HA VERZ 16-152

Benadeelde verzoekt de kantonrechter (onder meer) om de verzekeraar te veroordelen tot medewerking aan mediation, 1. De kantonrechter rechtbank oordeelt dat uit gedragsregels 9 en 10 van de GBL volgt dat indien de onderhandelingen tussen partijen zijn vastgelopen, partijen gezamenlijk naar een oplossing moeten zoeken en dat, wanneer dat niet lukt, zij zich tot een derde dienen te wenden. Behalve het onderhavige deelgeschil zijn tussen partijen nog drie geschillen aanhangig. Gelet op hetgeen in deze zaken is beslist, oordeelt de kantonrechter dat verzekeraar in redelijkheid het verzoek van benadeelde tot het meewerken aan een mediationtraject in dit stadium van de schadeafwikkeling, mocht afwijzen. Verzekeraar heeft dan ook niet onrechtmatig gehandeld door vooralsnog niet aan mediation mee te willen werken. 2. Kosten deelgeschil: € 3.013,41 (gevorderd: € 14.759,58 voor 2 procedures; aantal uren disproportioneel, uurtarief teruggebracht van € 300,- naar € 245,-). (NB: de kantonrechter heeft op 20 juli 2016 uitspraak gedaan in vier tussen dezelfde partijen lopende procedures.)

Lees verder

Jurisprudentie

Rb, deelgeschil: rapport eenzijdig ingeschakelde deskundige kan niet als uitgangspunt dienen

  • Ongepubl. jurisprudentie, Rechtbank Rotterdam
  • 20 juli 2016
  • 5076884 HA VERZ 16-94

Benadeelde verzoekt primair een verklaring voor recht, dat de rapporten van drie deskundigen als uitgangspunt moeten worden genomen bij de schaderegeling. Verzekeraar stelt dat het rapport van deskundige x de toets der kritiek niet kan doorstaan. Verzekeraar heeft niet expliciet bezwaar gemaakt tegen het in gang zetten van deze expertise, maar heeft wel expliciet te kennen gegeven dat zij zich niet automatisch committeerde aan de uitkomsten. De kantonrechter oordeelt dat het onderzoek door deskundige x niet met onvoorwaardelijke instemming van de verzekeraar is uitgevoerd en zijn rapport kan om deze reden niet gelijk worden gesteld aan een door de rechter opgedragen deskundigenonderzoek. 2. De kantonrechter is van oordeel dat het rapport deskundige x onvolledig is en niet als uitgangspunt kan worden gebruikt voor verdere onderhandelingen. De kantonrechter verklaart voor recht dat de rapporten van de twee deskundigen die in op gezamenlijk verzoek zijn uitgebracht als uitgangspunt moeten worden genomen bij de verdere onderhandelingen over de schaderegeling en beveelt de verzekeraar mee te werken aan de continuering van de expertise bij deskundige x, onder andere door deskundige x nadere vragen te stellen. 2. Kosten deelgeschil: € 3.013,41 (gevorderd: € 14.759,58 voor 2 procedures; aantal uren disproportioneel, uurtarief teruggebracht van € 300,- naar € 245,-). (NB: de kantonrechter heeft op 20 juli 2016 uitspraak gedaan in vier tussen dezelfde partijen lopende procedures.)

Lees verder