Jurisprudentie

Rb: aanrijding op snelweg uitgestapte bestuurder en auto: 50%regel, geen aan opzet grenzende roekeloosheid

  • Rechtbank Zeeland-West-Brabant
  • 31 mei 2017
  • ECLI:NL:RBZWB:2017:3436
  • C/02/324743 / HA ZA 16-880

Benadeelde heeft –in het donker in de spits- zijn auto vanwege een lekke band op de wisselrijstrook van de snelweg tot stilstand gebracht en is naar de achterkant van zijn auto gelopen om zijn gevarendriehoek te pakken. Hij wordt hierbij aangereden en loopt zwaar letsel op en stelt de bestuurster aansprakelijk ex art 185 WVW. 1. Geen overmacht. Bestuurster is rechtens een verwijt te maken, nu zij meer afstand had kunnen houden. 2. 50%- regel art 185 WVW van toepassing. Geen sprake van aan opzet grenzende roekeloosheid als bedoeld in de 50%-regel; hiervoor is in beginsel bewustheid van het gevaar bij het slachtoffer vereist. 3. Geen hogere vergoeding dan 50%. De door benadeelde gestelde omstandigheden (niet verzekerd zijn van de schade en ernst letsel) nopen niet tot een aanpassing van de vergoedingsplicht. Daarbij acht de rechtbank het mede van belang dat eiser zijn baan als chauffeur heeft kunnen behouden.

Lees verder

Jurisprudentie

Rb: gemeente niet aansprakelijk voor letsel racefietser door botsing met paaltje

  • Rechtbank Zeeland-West-Brabant
  • 7 december 2016
  • ECLI:NL:RBZWB:2016:8497
  • C/02/311465 / HA ZA 16-102

Racefietser botst tegen stalen, rood-wit gekleurd paaltje midden op fietspad en stelt de gemeente aansprakelijk ex art 6:174 BW. De rechtbank oordeelt dat het fietspad met het paaltje in dit geval voldeed aan de eisen die men daaraan in de gegeven omstandigheden mocht stellen en derhalve niet gebrekkig was als bedoeld in artikel 6:174 BW, terwijl de gemeente ook niet onrechtmatig heeft gehandeld. Eiser heeft onvoldoende onderbouwd dat de kans op ongevallen in de gegeven situatie zo groot was dat de gemeente het paaltje ter plekke niet had mogen neerzetten of de fietsers anders dan zij heeft gedaan had moeten waarschuwen voor de aanwezigheid daarvan. Dat de gemeente het paaltje na het ongeval iets verder naar achteren heeft verplaatst maakt dit niet anders.

Lees verder

Jurisprudentie

Rb, deelgeschil: integriteitsschade wegens niet melden van veelvoorkomende complicatie afgewezen

  • Rechtbank Zeeland-West-Brabant
  • 9 februari 2017
  • ECLI:NL:RBZWB:2017:851
  • 5483643 OV VERZ 16-7840

Benadeelde stelt arts aansprakelijk voor integriteitsschade (€ 10.000,- ) na prostaatoperatie. Door arts was veel voorkomende complicatie (verlies van uitwendige ejaculatie; komt in 70-80% gevallen voor) niet gemeld; hiervoor is hij tuchtrechtelijk veroordeeld. De kantonrechter overweegt dat hij zich zelfstandig een oordeel dient te vormen, waarbij een eventueel afwijkend oordeel van de tuchtrechter gemotiveerd moet worden. De “omkeringsregel” met betrekking tot de bewijslast geldt bij de inlichtingenplicht niet. De kantonrechter ziet geen aanleiding benadeelde het bewijs van zijn stelling dat hij onvoldoende is ingelicht op te dragen. Naar het oordeel van de kantonrechter heeft benadeelde onvoldoende onderbouwd gesteld dat hij als redelijk handelende patiënt niet voor de behandeling had gekozen als hij voldoende was geïnformeerd. Dat benadeelde van de ingreep zou hebben afgezien ligt niet voor de hand. 2. De kantonrechter acht onvoldoende onderbouwd dat, als komt vast te staan dat de informatieplicht is geschonden, daardoor sprake is van een zodanig ernstige schending van de persoonlijke levenssfeer dat die moet worden aangemerkt als een persoonsaantasting in de zin van artikel 6:106 lid 1 sub b BW. 3. Kosten deelgeschil: € 4.365,25.

Lees verder

Jurisprudentie

Rb: manege aansprakelijk voor van geschrokken paard, verdeling schade 50%-50%

  • Rechtbank Zeeland-West-Brabant
  • 13 juli 2016
  • ECLI:NL:RBZWB:2016:4351
  • C/02/298905 / HA ZA 15-309

Eiseres valt van paard dat schrikt van startende tractor. Het paard werd door de manege gebruikt in de uitoefening van haar manegebedrijf. 1. De rechtbank acht voldoende aannemelijk dat de val van eiseres werd veroorzaakt door een hoofdbeweging van het paard, waardoor eiseres, al dan niet direct, uit balans raakte. De rechtbank acht de manege aansprakelijk ex art 6:179 jo 181 lid 1 BW. 2. Eigen schuld (art 6:101 BW) . Het enkele feit dat de benadeelde het paard uit vrije wil berijdt krachtens een paardrijlesovereenkomst is niet voldoende om de conclusie te rechtvaardigen dat risicoaansprakelijkheid van de manegehouder geheel vervalt. Alles afwegende komt de rechtbank uit op een verdeling van de schade van 50% aan de zijde van de manege en 50% aan de zijde van eiseres.

Lees verder

Jurisprudentie

Rb: exploitanten escape-room aansprakelijk voor val van trap, kelderluikcriteria

  • Rechtbank Zeeland-West-Brabant
  • 18 januari 2017
  • ECLI:NL:RBZWB:2017:244
  • C/02/314725 / HA ZA 16-305

Benadeelde (63 jaar) valt van trap tijdens personeelsuitje waarbij escape-roomspel wordt gespeeld en breekt zijn been. Benadeelde betrad de trap vanuit een ruimte waarin harde geluidseffecten te horen waren, bliksemschichten vertoond werden en mistwolken uit het te betreden trapgat te voorschijn kwamen. Hij stelt de exploitanten van de escape-room aansprakelijk. 1. De rechtbank toetst aan de Kelderluikcriteria en komt tot het oordeel dat de exploitanten onrechtmatig hebben gehandeld jegens benadeelde. De rechtbank acht het ongeval allerminst uitzonderlijk. De enkele bewering dat er voor en na het ongeval zeer veel deelnemers de trap zijn afgedaald zonder dat het risico van vallen zich heeft verwezenlijkt is daar toe niet voldoende. 2. Geen eigen schuld benadeelde.

Lees verder

Jurisprudentie

Rb: organisator muziekfestival niet aansprakelijk voor val bezoeker van terreinwagentje

  • Rechtbank Zeeland-West-Brabant
  • 13 juli 2016
  • ECLI:NL:RBZWB:2016:4354
  • C/02/280607 / HA ZA 14-303

Benadeelde, bezoeker muziekfestival rijdt tijdens muziekfestival mee op zgn. gator (terreinwagentje), terwijl bestuurder had gezegd dat dit niet mocht en er een waarschuwingssticker op de gator zat. Op het festival wordt veel alcohol en drugs gebruikt. Benadeelde valt van het wagentje en stelt o.m de organisator ven het festival en de bestuurder van de gator aansprakelijk. 1. De rechtbank oordeelt dat de organisator aan haar zorgplicht heeft voldaan. De combinatie van de sticker en de instructie aan de bestuurders zijn naar het oordeel van de rechtbank, mede gelet op de beperkte mogelijkheid van contact tussen de (bestuurders van) de gators en de festivalbezoekers en het beperkte risico op ernstige schade, voldoende ter nakoming van de op de organisator van het festival rustende zorgplicht.
2. De bestuurder van het wagentje heeft als ondergeschikte van de organisator jegens benadeelde een niet te rechtvaardigen fout heeft gemaakt, wat leidt tot (risico-)aansprakelijkheid van art. 6:170 BW van de organisator. De organisator kan zich echter terecht beroepen op de uitsluiting van aansprakelijkheid is in de algemene voorwaarden. Benadeelde kan voor vergoeding van zijn schade de verzekeraar van de gator (met wie een discussie over mogelijke eigen loopt) aanspreken.

Lees verder

Jurisprudentie

Rb, deelgeschil: aannemer niet aansprakelijk voor val van trap bij ontbrekende leuning

  • Rechtbank Zeeland-West-Brabant
  • 20 oktober 2016
  • C/02/314732 / HA RK 16-81
  • ECLI:NL:RBZWB:2016:7594

Benadeelde heeft met aannemer aannemingsovereenkomst gesloten ter verbouwing van haar vakantiewoning. Het bovenste deel van de trapleuning was nog niet gemonteerd. Benadeelde valt van de trap. Benadeelde stelt aannemer aansprakelijk. 1. Vast staat dat de trap nog niet was voorzien van een leuning, zodat hij niet voldeed aan het geldende bouwbesluit. Dit brengt naar het oordeel van de rechtbank niet mee dat de aannemer tekortgeschoten is in de nakoming van haar verplichting uit de aannemingsovereenkomst en evenmin dat hij jegens benadeelde onrechtmatig heeft gehandeld. Toen benadeelde van de trap is gevallen, had de aannemer het werk nog niet opgeleverd. De aannemer kon tot het moment van oplevering nog steeds aan haar verplichting op grond van de aannemingsovereenkomst voldoen. 2. De rechtbank oordeelt de aannemer niet is tekortgeschoten is in de nakoming van haar waarschuwingsplicht. 3. Kosten deelgeschil: € 11.447,20 (uurtarief € 235,-).

Lees verder

Jurisprudentie

Rb, deelgeschil: verzoeken van verzekeraar en advocaat over BGK over en weer afgewezen

  • Ongepubl. jurisprudentie, Rechtbank Zeeland-West-Brabant
  • 31 maart 2016
  • 307906 / HA RK 15-215

Verzekeraar verzoekt de rechtbank (onder meer) voor recht te verklaren dat de verzekeraar geen nader voorschot BGK verschuldigd is. Belangenbehartiger heeft € 23.192,35 in rekening gebracht; door de verzekeraar is reeds € 17.000,- betaald. 1. De rechtbank wijst de vordering van verzekeraar af. De rechtbank oordeelt dat de gehanteerde uurtarieven van € 250,— (in 2014) en € 255,— (in 2015), gelet op de tarieven die doorgaans (door andere gespecialiseerde advocaten met ruime kennis en ervaring op het gebied van letselschade) in vergelijkbare zaken worden gedeclareerd, niet onredelijk hoog zijn. Ook de wijze waarop werkzaamheden heeft gedeclareerd, waarbij hij alleen de eigen werkzaamheden (tegen een specialistentarief) in rekening heeft gebracht en (eigen) tijd (0,1 uur) heeft gedeclareerd voor overleg met de ondersteuning, komt de rechtbank niet onredelijk voor. 2. Tegenvordering BGK van advocaat afgewezen. De rechtbank stelt vast dat de advocaat uitzonderlijk veel tijd heeft besteed aan algemene beschouwingen. Een dergelijke discussie behoort ook niet ten koste van verzekeraar gevoerd te worden, te meer nu het gaat om de wijze van declareren waarbij terughoudendheid dient te worden betracht om daarvan kosten in rekening te brengen. 3. Kosten deelgeschil ad € 2.779,50 toegewezen.

Lees verder

Jurisprudentie

Rb: buurman gooit uitwerpselen over schutting: smartengeld € 5000,-

  • Rechtbank Zeeland-West-Brabant
  • 29 juni 2016
  • ECLI:NL:RBZWB:2016:3984
  • C/02/288686 / HA ZA 14-736

Vroegere buurman (gedaagde) heeft jarenlang (menselijke) uitwerpselen, etenswaren en overige zaken over de schutting van eiser gegooid en geluidsoverlast bezorgd. Naar het oordeel van de rechtbank is eiser door het onrechtmatig handelen van gedaagde ernstig aangetast in zijn woongenot. De rechtbank wijst de kosten van een psycholoog, vergoeding voor gederfd woongenot (€ 14.531,-) en een smartengeld van € 5000,- toe.

Lees verder

Jurisprudentie

Rb: babyverwisseling in 1953; beroep op verjaring niet onaanvaardbaar

  • Rechtbank Zeeland-West-Brabant
  • 6 juli 2016
  • ECLI:NL:RBZWB:2016:4068
  • C/02/308817 / HA ZA 15-808

Benadeelde heeft in 2013 door DNA-onderzoek ontdekt dat hij in 1953 als baby is verwisseld. Hij heeft in 2015 het ziekenhuis aansprakelijk gesteld. De verjaringstermijn van 30 jaar is toepasselijk, zodat deze in 1983 is volgelopen. Benadeelde stelt dat een beroep op de absolute verjaringstermijn naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar is (HR 28 april 2000, ECLI:NL: HR:2000:AA56350). De rechtbank stelt voorop dat zij vanuit persoonlijk perspectief van benadeelde alleszins begrijpt dat de uitzonderlijke omstandigheid dat hij ná een periode van 60 jaar ongevraagd geconfronteerd is met het feit dat hij als baby is verwisseld een bijzondere impact heeft op zijn leven. De rechtbank toetst aan de gezichtspunten va het arrest van de Hoge Raad en concludeert dat geen enkel gezichtspunt evident vóór de door benadeelde gewenste doorbreking van de verjaring spreken, behoudens gezichtspunt b. De enkele omstandigheid dat benadeelde ogenschijnlijk geen aanspraak kan maken op schadevergoeding of een uitkering uit andere hoofde is naar het oordeel van de rechtbank echter niet een omstandigheid die dermate zwaar gewicht in de schaal legt, dat dit dient te leiden tot doorbreking van meergenoemde verjaringsregel.

Lees verder

Jurisprudentie

Rb: werkgever aansprakelijk voor mesothelioom, smartengeld € 65.000

  • Rechtbank Zeeland-West-Brabant
  • 20 april 2016
  • ECLI:NL:RBZWB:2016:2452
  • 2723322 CV EXPL 14-510

Werkgever aansprakelijk voor mesothelioom? 1. De kantonrechter is van oordeel dat werknemer is geslaagd in de bewijslevering van zijn stelling dat er in de koorden van de kijkluikjes van de oven van werkgever asbest zat en dat hij tijdens zijn dienstverband bij werkgever aan die asbest is blootgesteld. Dit betekent dat werkgever ex art. 7:658 lid 2 BW aansprakelijk is, tenzij zij aantoont dat zij haar zorgplicht is nagekomen. 2. De kantonrechter oordeelt dat werkgever haar stelling dat zij m.b.t. tot de blootstelling aan asbest door de koorden veiligheidsmaatregelen heeft onvoldoende heeft onderbouwd. Zo stelt zij niet dat zij de koorden zo frequent verving dat van slijtage geen sprake kon zijn. Ook stelt zij niet wat zij mogelijk verder concreet aan veiligheidsmaatregelen met betrekking tot onderhavige blootstelling aan asbest heeft genomen. 3. Smartengeld: € 65.000,- (gevorderd € 75.000,-).

Lees verder

Jurisprudentie

Rb, geschil over inkomen zonder ongeval niet geschikt voor deelgeschil vanwege bewijslevering; kosten deelgeschil gematigd (uurtarief € 180,-)

  • Ongepubl. jurisprudentie, Rechtbank Zeeland-West-Brabant
  • 15 maart 2016
  • C/02/308975 /HARK. 15-232

Benadeelde verzoekt voor recht te verklaren dat hij genoegzaam heeft aangetoond dat hij zonder ongeval in dienst had kunnen treden van het betonbedrijf waar hij eerder via een uitzendbureau had gewerkt. De verzekeraar betwist dat benadeelde in de hypothetische situatie zonder ongeval in (vaste) dienst zou zijn getreden bij het betonbedrijf tegen een hoger salaris dan hij nu verdient. 1. De rechtbank overweegt dat de verzekeraar de stelling van benadeelde gemotiveerd heeft betwist, zodat ingevolge de hoofdregel van 150 Rv op benadeelde de bewijslast rust van zijn stelling. Gelet op de aard van het geschil, heeft de rechtbank zowel ten aanzien van de gestelde indiensttreding als de hoogte van het salaris behoefte aan deskundige voorlichting door een arbeidsdeskundige. De rechtbank overweegt dat de deelgeschilprocedure niet is bedoeld voor uitvoerige en langdurige bewijsvoering; nu die bewijsvoering wel noodzakelijk is, wordt het verzoek afgewezen. 2. Kosten deelgeschil: € 2.285,- (gevorderd: € 8.649,85); aantal uren teruggebracht, uurtarief aspirant-lid LSA teruggebracht van € 220,- naar € 180,-.

Lees verder

Jurisprudentie

Rb: reflexwerking art. 185 WVW: 80% (fietser) – 20% (motorrijder), geen reflexwerking t.a.v. derden

  • Rechtbank Zeeland-West-Brabant
  • 22 april 2015
  • ECLI:NL:RBZWB:2015:8614
  • C/02/286904 / HA ZA 14-625

Fietser (gedaagde) verleent geen voorrang, waardoor motorrijder moet uitwijken. Belgische bestuurder en opzittende motor (eisers) lopen letsel op. 1. Nederlands recht van toepassing. 2. Reflexwerking van art. 185 WVW. Volgens vaste jurisprudentie van de Hoge Raad (NJ 1988/57 en NJ 2002/214) geldt dat de schade, behoudens overmacht, in beginsel voor een gedeelte voor rekening van de bestuurder van een motorrijtuig, dient te blijven. Geen overmacht; de voorrangsfout van de fietser weegt zwaar. De rechtbank bepaalt de causale bijdrage aan de schade op 80% aan de zijde van de fietser en 20% aan de zijde van de motorrijder. 3. Geen billijkheidscorrectie, mede gezien de financiële positie van gedaagde en het feit dat zij niet voor haar aansprakelijkheid verzekerd is. 4. Er bestaat geen grond om reflexwerking aan te nemen ten aanzien van derden, zoals een opzittende. Gedaagde dient de volledige schade van de opzittende te vergoeden. 5. Diverse schadeposten.

Lees verder

Jurisprudentie

Rb: school niet aansprakelijk voor tik op oor bij gymles

  • Rechtbank Zeeland-West-Brabant
  • 18 november 2015
  • ECLI:NL:RBZWB:2015:8707
  • C/02/298846 / HA ZA 15-303

Bij een tikspel wilde een medeleerling eiser tikken. Eiser zakte door zijn knieën, waardoor hij door de hand van deze medeleerling tegen zijn oor werd geraakt. Niet is vast komen te staan dat de kans op een ongeval en/of letsel bij het onderhavige tikspel zo groot is, dat de gymdocent ter voldoening van zijn zorgplicht gehouden was om, naast de instructie om op het lichaam te tikken en niet te duwen, de door eiser gestelde specifieke instructies te geven dan wel het tikspel niet te laten plaatsvinden. Het tikspel wordt ook door kinderen in het basisonderwijs gespeeld en is een overzichtelijk, vrij onschuldig en gangbaar tikspel, waarbij weinig lichaamscontact plaatsvindt en geen hardhandige of wilde bewegingen worden gemaakt. Nu het een tikspel betreft, sprak het voor zich dat er niet op het hoofd mocht worden getikt. Bovendien is het een feit van algemene bekendheid dat kinderen reeds op jonge leeftijd en zonder enige instructie tikspelletjes spelen. Het vorenstaande brengt met zich dat het tikspel, gelet op de aard van dit spel, niet als gevaarlijk kan worden aangemerkt en dat de kans op ongevallen en letsel gering is, zodat de gymdocent niet gehouden was om extra veiligheidsmaatregelen te treffen. Er is geen sprake van risicoaansprakelijkheid.

Lees verder

Rb: geen shockschade indien niet geconfronteerd met de omstandigheden

  • Rechtbank Zeeland-West-Brabant
  • 9 mei 2014
  • ECLI:NL:RBZWB:2014:3256
  • 02-800970-13

De dader bracht het slachtoffer om het leven door messteken en wurging. Enkele weken later werd de vader met het zijn overleden zoon geconfronteerd wat bij hem hevige emotionele schok teweegbracht. De rechtbank wees de begrafeniskosten, kosten van een gedenksteen en buitengerechtelijke kosten toe. Hoezeer ook begrijpelijk is van welk een onuitwisbare en gruwelijke ervaring hier sprake moet zijn, toch maakt het restrictieve wettelijke stelsel hier dat deze schade niet voor vergoeding in aanmerking komt. Van waarneming van het ombrengen van het slachtoffer is geen sprake. Van een directe confrontatie met de gevolgen daarvan evenmin. De confrontatie kan weliswaar ook plaatsvinden kort nadat de gebeurtenis heeft plaatsgevonden maar de aard van shockschade brengt mee dat deze schade in het algemeen slechts voor vergoeding in aanmerking komt indien de betrokkene rechtstreeks wordt geconfronteerd met de omstandigheden waaronder het ongeval heeft plaatsgevonden. Daarvan is geen sprake.

Lees verder