Rb: smartengeld € 125.000,-; rechtbank in bodemprocedure gehouden aan beslissing in deelgeschil

  • Rechtbank Noord-Nederland
  • 29 maart 2017
  • ECLI:NL:RBNNE:2017:1058
  • C/19/113032 / HA ZA 16-8

Benadeelde heeft bij ongeval hoge dwarslaesie opgelopen en is na drie maanden overleden. In deelgeschil is een smartengeld billijk geacht van € 125.000,-. Verzekeraar spant een bodemprocedure aan en vordert dat de rechtbank voor recht zal verklaren dat de te smartengeldvergoeding dient te worden begroot op € 25.000,- vanwege de korte duur van het lijden. De rechtbank wijst de vordering af, omdat hij aan de beslissing van de deelgeschilrechter gebonden is, tenzij is gebleken dat deze berust op een onjuiste feitelijke of juridische grondslag. De rechtbank is van oordeel dat daarvan geen sprake is.

Lees verder

Jurisprudentie

NAM aansprakelijk immateriële schade inwoners Groningen na aardbevingen

  • Rechtbank Noord-Nederland
  • 1 maart 2017
  • C/19/109028 / HA ZA 15-33

De Nederlandse Aardolie Maatschappij (NAM) is aansprakelijk voor de door inwoners van het Groningenveld geleden en/of nog te lijden immateriële schade, als gevolg van de aardbevingen. 127 eisers vorderden een verklaring voor recht. De rechtbank oordeelt dat voor het deel van het Groningenveld, waar regelmatig aardbevingen worden gevoeld en schade wordt geleden, gesproken kan worden van een situatie waarin door de NAM een ernstige inbreuk wordt gemaakt op een fundamenteel persoonlijkheidsrecht, het recht op een ongestoord woongenot. Ook zonder dat er sprake is van geestelijk letsel leidt dit tot aantasting in de persoon, bij degenen die daardoor persoonlijk gevoelens van angst, zorg en psychisch onbehagen ervaren. In een schadestaatprocedure zal per eiser de hoogte van de schadevergoeding worden bepaald.

Lees verder

Jurisprudentie

Rb, deelgeschil: veroorzaker struikelt door achillespeesblessure en is aansprakelijk ex art 6:165 BW

  • Rechtbank Noord-Nederland
  • 24 januari 2017
  • ECLI:NL:RBNNE:2017:240
  • C/19/114713 / HA RK 16-13

Verweerder struikelt op verjaarsfeestje over afstapje en valt tegen de gastvrouw aan, die daardoor haar heup breekt. Verweerder was op dat moment nog herstellende van een achillespeesoperatie, waardoor hij slecht ter been was. 1. De rechtbank leidt uit de feiten af dat het ongeval niet zou hebben plaatsgevonden als bij verweerder geen sprake was geweest van de lichamelijke tekortkoming. Nu de gedragingen onder invloed van zijn lichamelijke tekortkoming zijn verricht, moeten deze naar het oordeel van de rechtbank op grond van art. 6:165 lid 1 als een onrechtmatige daad aan verweerder worden toegerekend. De rechtbank verwijst hierbij naar de Parlementaire Geschiedenis en naar de uitspraak van de Hoge Raad van 2016 waarin werd geoordeeld dat ook ‘onwillekeurige reflexbewegingen’ onder het toepassingsbereik van artikel 6:165 lid 1 BW vallen. 2. Beroep op ongelukkige samenloop van omstandigheden afgewezen. 3. Kosten deelgeschil: € 7.026,41 (uurtarief € 255,-).

Lees verder

Jurisprudentie

Rb: wolven vallen bezoekers aan, letselschade valt niet onder dekking AVB

  • Rechtbank Noord-Nederland
  • 12 december 2016
  • ECLI:NL:RBNNE:2016:5555
  • C/19/115459 / HA RK 16-26

Moeder en kinderen van 5 en 8 lopen letsel op als zij worden aangevallen door wolven in kooi in familiepark/kinderboerderij Oikos. 1. De rechtbank acht het park als bezitter van de wolven (risico-)aansprakelijk voor eventuele schade die de wolven hebben toegebracht. 2. De rechtbank oordeelt dat de aansprakelijkheidsverzekeraar geen dekking behoeft te verlenen. De rechtbank stelt voorop dat het een verzekeraar vrijstaat om in de polisvoorwaarden de grenzen te omschrijven waarbinnen hij bereid is dekking te verlenen. Nergens is vermeld dat tot de verzekerde activiteiten tevens behoort het toelaten van bezoekers, waaronder kleine kinderen, tot een afgesloten gedeelte waar wolven leven. De rechtbank concludeert dat noch de bewoordingen van de polis, noch de wederzijds kenbare bedoeling van partijen een aanknopingspunt biedt voor de stelling dat het incident onder de dekking van de verzekering valt. 3. Kosten deelgeschil: € 6.003-.

Lees verder

Jurisprudentie

Rb: comparitie en deskundigengericht in zaak MoM-heupprothese

  • Rechtbank Noord-Nederland
  • 2 november 2016
  • ECLI:NL:RBNNE:2016:4839
  • C/19/103908 / HA ZA 14-65

Benadeelde stelt orthopedisch chirurg en ziekenhuis aansprakelijk voor de schade als gevolg van de implantatie van MoM-heupprothese in 2003. Vanaf 2006 heeft de Nederlandse Orthopaedische Vereniging artsen gewaarschuwd voor de protheses. De rechtbank gaat er, vanuit dat de MoM-heupprothese een (hulp)zaak is als bedoeld in artikel 6:77 BW. Op grond van de hoofdregel van art. 150 Rv rust op benadeelde de bewijslast van de tekortkoming. Voor de vraag of de MoM‑heupprothese een gebrekkige zaak is en/of de vraag of de orthopedisch chirurg dit ten tijde van de operatie wist of kon weten, is de rechtbank voornemens een deskundige te benoemen. De rechtbank constateert dat deze vragen in meerdere geschillen bij verschillende rechtbank voorliggen. De rechtbank gelast een
comparitie, waarin onder meer de vraag aan de orde komt welke betekenis partijen toe kennen aan de procedures die bij andere rechtbanken spelen.

Lees verder

Jurisprudentie

Rb, deelgeschil: val van paard niet veroorzaakt door eigen energie dier, maar door ruitersfout

  • Rechtbank Noord-Nederland
  • 19 oktober 2016
  • ECLI:NL:RBNNE:2016:4641
  • C/17/149241 / HA RK 16-44

Ongeval 2012, destijds 18-jarig meisje valt van pony tijdens paardrijles, als de pony weigert een hindernis te nemen. Zij stelt verweerders aansprakelijk ex art 6:179 BW.
1. Naar het oordeel van de rechtbank is sprake van een ruitersfout en is geen sprake van een onberekenbaar element dat in de eigen energie van het dier ligt opgesloten. Dat de pony voordat hij de hindernis nam langzamer ging lopen, onvoldoende sturing kreeg en vervolgens, vrij abrupt, tot stilstand kwam, is naar het oordeel van de rechtbank niet te beschouwen als een onberekenbaar gevolg van de eigen energie, maar als een te verwachten gedraging, veroorzaakt door de berijder. Geen aansprakelijkheid ex art 6:179 BW.
2. Kosten deelgeschil: € 8.037,05 (ruim 24 uur, uurtarief € 250,- ex 21% btw en 6% kantoorkosten).

Lees verder

Jurisprudentie

Rb, deelgeschil: sport en spelrisico, letsel door sliding tijdens voetbalwedstrijd niet onrechtmatig

  • Rechtbank Noord-Nederland
  • 11 maart 2016
  • ECLI:NL:RBNNE:2016:1502
  • C18/16150/HA RK 15-383

Benadeelde loopt tijdens voetbalwedstrijd een beenbreuk op en stelt de veroorzakende speler van de tegenpartij ex art. 6:162 BW aansprakelijk. Hij stelt hierbij dat hij van achteren en met gestrekt been werd neergehaald, waarmee hij geen rekening behoefte te houden. 1. De rechtbank overweegt dat voetbal is een contactsport en dat inherent aan deze sport is dat getrokken en geduwd wordt en dat een sliding of tackle wordt geplaatst. Een sliding als de onderhavige waarbij uiteindelijk de tegenstander in plaats van de bal wordt geraakt is weliswaar volgens de spelregels ongeoorloofd maar leidt, ook als lichamelijk letsel het gevolg is, nog niet tot civiele aansprakelijkheid wanneer die handeling als het ware nog door het spel wordt bepaald. Benadeelde bevond zich in een zeer kansrijke positie toen hij de bal kreeg aangespeeld. Een voetballer in een dergelijke situatie weet en mag verwachten dat verdedigers het nodige in het werk zullen stellen een doelpunt te voorkomen. Dat die handeling van veroorzaker heeft geresulteerd in het opgelopen letsel valt te betreuren, maar maakt niet dat sprake is van een onrechtmatige daad. 2. Kosten deelgeschil begroot op € 12.146,58.

Lees verder

Jurisprudentie

Rb: whiplash, beperkte looptijd schade zelfstandig onderneemster, nu zij ander passend werk had kunnen verrichten

  • Ongepubl. jurisprudentie, Rechtbank Noord-Nederland
  • 14 oktober 2015
  • C/l9/77076 / HA ZA 09-973

Whiplash, ongeval 1997. De rechtbank oordeelde bij eerder tussenvonnis dat benadeelde haar eigen werk als onderneemster van een kinderkledingzaak niet meer kan doen. De rechtbank oordeelt in het kader van de schadebeperkingsplicht dat het redelijk was dat benadeelde aanvankelijk probeerde haar eigen bedrijf voort te zetten. Zij was destijds net gestart. Dat benadeelde door haar arbeidsongeschiktheid extra personeelskosten moest maken, komt dan ook voor rekening van verzekeraar. De rechtbank is het echter met verzekeraar eens dat het niet redelijk is om alle opgevoerde jaren voor haar rekening te laten komen. Nog daargelaten de vraag hoe de gestelde predispositie zou hebben doorgewerkt in de bedrijfsresultaten zonder ongeval, stelt de rechtbank vast dat benadeelde na verloop van enkele jaren toch heeft moeten constateren dat zij met haar eigen bedrijf geen volwaardig inkomen kon genereren. Dit terwijl al was vastgesteld dat benadeelde ander passend werk kon verrichten. Onder deze omstandigheden is de schade in redelijkheid mede als een gevolg van het te lang door blijven werken in de eigen zaak in plaats van ander passend werk te zoeken aan benadeelde toe te rekenen. De rechtbank wijst de schade toe tot 2000; de schade over de periode daarna wordt afgewezen. 2. Smartengeld: € 6000,- (gevorderd:€ 22.689,-). 3. Huishoudelijk hulp afgewezen.

Lees verder

Jurisprudentie

RB: PIV-staffel biedt handvat voor beoordeling BGK, hoe meer de BGK boven PIV–staffel uitkomt, hoe meer eiser moet onderbouwen / bewijzen dat dit redelijk is

  • Rechtbank Noord-Nederland
  • 24 juni 2015
  • ECLI:NL:RBNNE:2015:3120
  • 3586936 CV EXPL 14-16294

Verzekeraar is met eiser een schadevergoeding van € 45.531,20 overeengekomen. De BGK maakten geen onderdeel uit van de vaststellingsovereenkomst. De verzekeraar heeft € 20.000 aan BGK betaald. Eiser vordert aan BGK een aanvullend bedrag van € 4.831,88, waarmee het bedrag aan BGK komt op totaal € 24.831,88. De kantonrechter is van oordeel dat de PIV-staffel in deze zaak weliswaar niet van toepassing is, maar hem wel een handvat biedt bij het vinden van het antwoord op de vraag of de in de onderhavige zaak gevorderde buitengerechtelijke kosten redelijk zijn. Hoe meer een partij met het door hem gevorderde bedrag aan BGK uitkomt boven wat PIV-staffel en jurisprudentie/doctrine aangeven, hoe meer hij zal moeten stellen, en zo nodig bewijzen, dat dit wordt gerechtvaardigd door de complexiteit, moeilijkheidsgraad, lange duur, et cetera, van zijn dossier. In deze zaak heeft eiser onvoldoende aangevoerd om buitengerechtelijke kosten te kunnen rechtvaardigen die liggen op 55% van het toegekende schadebedrag.

Lees verder

Rb: veehouder aansprakelijk voor letselschade bedreigde ambtenaar

  • Rechtbank Noord-Nederland
  • 6 mei 2015
  • ECLI:NL:RBNNE:2015:2449
  • C/18/150724 / HA ZA 14-242

De Staat stelt veehouder aansprakelijk voor de schade ten gevolge van de bedreiging van twee ambtenaren (inspecteurs) van de A.I.D tijdens de uitoefening van hun controlefunctie. De veehouder is strafrechtelijk veroordeeld. De Staat vordert de uitkeringen die de Staat heeft betaald aan de twee ambtenaren in verband met hun arbeidsongeschiktheid als gevolg van de bedreiging en diverse andere schadeposten. 1. De rechtbank wijst de vordering met betrekking tot ambtenaar 1 toe. Diverse schadeposten (huishoudelijke hulp, reiskosten, gemiste dienstreizen) onvoldoende onderbouwd. Smartengeld: € 2750,- (spierscheuring en psychische klachten). Kosten Psychologische begeleiding toegewezen. 2 De rechtbank wijst de vordering met betrekking tot ambtenaar 2 af, omdat niet is gebleken dat ambtenaar 2 ook is bedreigd.

Lees verder

Jurisprudentie

Rb, deelgeschil: kapitalisatiedatum schadeberekening niet in het verleden

  • Rechtbank Noord-Nederland
  • 20 februari 2015
  • ECLI:NL:RBNNE:2015:793
  • 3578448 EJ VERZ 14-238

Benadeelde verzoekt rechtbank een nieuwe overlijdensschadeberekening te laten maken met als kapitalisatiedatum de datum van het ongeval. Verzekeraar stelt dat de kapitalisatiedatum zo dicht mogelijk bij het moment van berekening dient te liggen. 1. De rechtbank overweegt dat gesteld noch gebleken is dat de geleden schade niet concreet kan worden begroot. Voorts is gesteld noch gebleken dat het verstrekte voorschot die concrete schade, inclusief renteverlies, niet dekt. Zonder nadere toelichting valt naar het oordeel van de kantonrechter niet in te zien waarom de peildatum in dit specifieke geval moet worden verlegd naar de datum van het ongeval. 2. BGK. De verzekeraar heeft haar bezwaren onvoldoende concreet en onderbouwd. De kantonrechter acht de mededeling dat de post ‘bestudering dossier’ een terugkerend fenomeen is, die wijst op dubbel gedeclareerde werkzaamheden onvoldoende. 3. Kosten deelgeschil: € 1487,81

Lees verder

Jurisprudentie

Rb: € 40.000 Shockschade voor vader die getraumatiseerd is geraakt bij confrontatie stoffelijk overschot van vermoorde dochter

  • Rechtbank Noord-Nederland
  • 11 februari 2015
  • ECLI:NL:RBNNE:2015:507
  • C/17130852 / HA ZA 13-343

De dochter van eiser werd op zestienjarige leeftijd door de dader verkracht en vermoord. De rechtbank overweegt dat de vader getraumatiseerd is geraakt bij de confrontatie met het stoffelijk overschot van zijn dochter. De gevolgen van dit geestelijk letsel dienen volledig te worden toegerekend aan de dader. Bij de vaststelling van de immateriële schade weegt de rechtbank mee de gruwelijke aard van wat het slachtoffer opzettelijk is aangedaan en de onduidelijkheid die er 13,5 jaar was over de dader en zijn motieven. De rechtbank bepaalt de shockschade op € 40. 000. Daarnaast wijst de rechtbank vergoeding van € 3494,47 toe voor het opmaken van een rapport door de psychiater. De schadeclaim voor overige kosten wijst de rechtbank af. De rechtbank veroordeelt dader tot het betalen van de proceskosten en de wettelijke rente.

Lees verder

Jurisprudentie

Rb, deelgeschil: verklaringen van motorrijders niet consequent, onvoldoende als bewijs

  • Rechtbank Noord-Nederland
  • 23 januari 2015
  • ECLI:NL:RBNNE:2015:297
  • C18/149894/HA RK 14-202

In een bocht op een smalle weg rijden motorrijders een fietster en een auto tegemoet. De auto zou volgens de motorrijders al dan niet de fietster ingehaald hebben en links gereden hebben. Op motorijder rust de bewijslast van de omschreven toedracht. Voor de beantwoording van het verzoek zijn de getuigenverklaringen van doorslaggevend belang. Volgens de rechtbank kan de aansprakelijkheid niet worden vastgesteld op basis van de getuigenverklaringen. De verklaringen van verzoeker zijn niet consistent. De fietster, de autobestuurster en haar inzittende moeder leggen in twee instanties wel consistente verklaringen af dat de auto netjes rechts reed. Geen verklaring voor recht dat de autoverzekeraar aansprakelijk is. Omdat de aansprakelijkheid niet is komen vast te staan, zal de rechtbank de kosten slechts begroten en niet tevens een veroordeling tot betaling daarvan uitspreken.

Lees verder

Jurisprudentie

Rb, deelgeschil: betrokkenheid scooter niet aangetoond, Waarborgfonds niet aansprakelijk

  • Rechtbank Noord-Nederland
  • 15 januari 2015
  • ongepubliceerd
  • C/l 7/137005 / HA RK 14-124

Verzoeker stelt dat hij met zijn fiets ten val is gekomen, doordat een achterop komende scooter hem in het voorbij rijden heeft geraakt. De identiteit van de bestuurder van de scooter is onbekend. Een vriend die samen met verzoeker fietste heeft de aanrijding zelf niet gezien. Verzoeker vraagt een verklaring voor recht dat het Waarborgfonds Motorverkeer de schade dient te vergoeden. De rechtbank wijst het verzoek af. De verklaring van verzoeker zelf kan slechts ter aanvulling op ander, onvolledig bewijs worden gebruikt. Dit bewijs ontbreekt. Betrokkenheid motorrijtuig niet voorshands aangenomen. Het horen van getuigen kost te veel tijd, kosten en moeite voor een deelgeschilprocedure. Kosten deelgeschil vastgesteld op € 2821,21.

Lees verder

Jurisprudentie

Rb: uitzendbureau dat schade zonder erkenning aansprakelijkheid vergoedt heeft geen regres op inlener

  • Rechtbank Noord-Nederland
  • 17 december 2014
  • ECLI:NL:RBNNE:2014:6361
  • C-17-129416 - HA ZA 13-270 en C-17-131799 - HA ZA 14-12

Uitzendkracht loopt handletsel op bij arbeidsongeval. AVB-verzekeraar van uitzendbureau vergoedt schade zonder erkenning van aansprakelijkheid en neemt regres op de inlener. AVB-verzekeraar beroept zich op NBBU-voorwaarden, waarin het uitzendbureau aansprakelijkheid uitsluit en waarin staat dat de inlener het uitzendbureau dient te vrijwaren tegen eventuele vorderingen van de uitzendkracht. De rechtbank wijst de vordering af. De rechtbank is van oordeel dat de inlener slechts gehouden is het uitzendbureau te vrijwaren indien het uitzendbureau aansprakelijk is voor de door de uitzendkracht geleden schade. De rechtbank overweegt dat naar algemeen juridisch begrip “vrijwaren” inhoudt dat een ander draagplichtig is als men wordt aangesproken op een betalingsverplichting en deze betaling ook daadwerkelijk moet verrichten.
De AVB-verzekeraar heeft verzuimd de aansprakelijkheid van het uitzendbureau vast te doen stellen. Nu zij bovendien die aansprakelijkheid uitdrukkelijk van de hand heeft gewezen, bestaat er naar het oordeel van de rechtbank voor de inlener geen verplichting om de AVB-verzekeraar als gesubrogeerd verzekeraar van het uitzendbureau, te vrijwaren.

Lees verder