Jurisprudentie

Rb, deelgeschil: werkgever aansprakelijk voor val van trap met bureaustoel

  • Rechtbank Noord-Holland
  • 7 maart 2017
  • ECLI:NL:RBNHO:2017:1759
  • 5346388 \ EJ VERZ 16-363 (H.K.)

Werkneemster, filiaalchef bij een reisbureau valt van de trap, als zij bureaustoel die in de weg staat naar boven sjouwt. Zij raakt volledig arbeidsongeschikt. 1. De kantonrechter acht de werkgever aansprakelijk ex art 7:658 BW. De stelling dat sprake zou zijn van een huis-tuin-en-keukenongeval, wordt verworpen nu de situatie zich in de winkel afspeelde en niet was gecreëerd door werkneemster, terwijl zij vanuit haar verantwoordelijkheid als manager van het reisbureau handelend moest optreden. 2. Kosten deelgeschil: € 5.663,88.

Lees verder

Jurisprudentie

Rb, deelgeschil: causaal verband beperkingen en ongeval volgt niet uit gedateerd expertiserapport; psychiatrische expertise bevolen

  • Rechtbank Noord-Holland
  • 2 juni 2016
  • ECLI:NL:RBNHO:2016:4601
  • C/15/229969 / HA RK 15/124

Whiplash. 1. Verzoeker vraagt de rechtbank a. vast te stellen dat de klachten en beperkingen, zoals die staan beschreven in het neurologisch expertiserapport uit 2011 in causaal verband staan met het ongeval van 2006 en b. te bevelen dat de verzekeraar mee werkt aan een psychiatrisch onderzoek. (a) De rechtbank oordeelt dat de conclusie dat verzoeker nog altijd klachten heeft die in rechtstreeks verband staan tot het ongeval in 2006, niet aan dit rapport kan worden ontleend. Het is opgemaakt in 2011, inmiddels bijna vijf jaar geleden. Zelfs indien op basis van dit rapport zou moeten worden aangenomen dat verzoeker toen reële klachten en beperkingen had die in causaal verband stonden met het ongeval, kan daaraan niet zonder meer de conclusie worden verbonden dat de klachten en beperkingen die verzoeker op dit moment nog ervaart, in causaal verband staan tot het ongeval. (b) De rechtbank beveelt verzekeraar mee te werken aan een psychiatrische expertise, zoals destijds door de neuroloog gesuggereerd. 2. Kosten deelgeschil: € 6.959,06 (uurtarief € 225,-).

Lees verder

Jurisprudentie

Rb: “dubbel declareren” is in strijd met de goede zeden

  • Rechtbank Noord-Holland
  • 2 november 2016
  • ECLI:NL:RBNHO:2016:9078
  • 4978539/CV EXPL 16-3023

Belangenbehartiger vordert van zijn cliënt betaling van “succes-fee” van 25%. Door de WA-verzekeraar zijn de redelijke kosten reeds rechtstreeks vergoed. De kantonrechter oordeelt dat “dubbel declareren” in een situatie waarbij de aansprakelijkheid reeds door de verzekeraar reeds is erkend, onzedelijk is. Voor dit oordeel wijst de kantonrechter naar objectieve aanknopingspunten bestaande uit de inhoud van de GBL, het persbericht van het Verbond van Verzekeraars en het PIV en het antwoord van de Minister van Financiën op Kamervragen. De Letselschade Raad noemt het dubbel declareren onetisch en onaanvaardbaar. Het Verbond en het PIV spreken zelfs over oplichting; deze mening werd gedeeld door de Minister van Financiën. Daarnaast wijst de kantonrechter op de maatschappelijke discussie over de “graaicultuur” waarbij veel mensen zich verzetten tegen bovenmatige beloningen. De kantonrechter acht het artikel in de overeenkomst tussen belangenbehartiger en cliënt waarvan de belangenbehartiger nakoming vordert, in strijd is met de goede zeden en derhalve nietig.

Lees verder

Jurisprudentie

Rb, deelgeschil: werkgever niet aansprakelijk voor val in donkere kelder na waarschuwing

  • Rechtbank Noord-Holland
  • 28 september 2016
  • WECLI:NL:RBNHO:2016:8409
  • 5032069 EJ VERZ 16-197

Werknemer loopt tijdens proeftijd mee met hoofdmonteur bij een renovatieproject van een school. Werknemer kreeg te horen dat hij zijn werkzaamheden moest beëindigen, omdat de stroom op de hele bouwplaats eraf moest. Werknemer is vervolgens weer de kelder in gegaan om met een zaklamp zijn werk verder af te maken. Bij het afdalen is hij van een uitklapbare trap gevallen en met zijn rug op een obstakel terechtgekomen. Hij stelt de werkgever aansprakelijk ex art 7:658 BW. De kantonrechter oordeelt dat de werkgever niet is tekortgeschoten in zijn zorgplicht. Uit verklaringen is gebleken dat tegen werknemer is gezegd dat hij niet meer de kelder in mocht. Uit verklaringen kan worden geconcludeerd dat de werknemer tegen de instructie in op eigen initiatief weer de kelder is ingegaan. Vordering afgewezen.

Lees verder

Jurisprudentie

Rb: stuiting verjaring door benadeelde geldt ook jegens regresnemer met zelfstandig vorderingsrecht; causaal verband whiplash en ongeval

  • Rechtbank Noord-Holland
  • 20 januari 2016
  • ECLI:NL:RBNHO:2016:966
  • C/15/221812 / HA ZA 15-93

Whiplash, regres door overheidswerkgever (VOA) voor doorbetaald salaris. 1. Verjaring. In de jurisprudentie is aanvaard dat stuiting door de benadeelde ook de verjaring stuit
t.b.v. de regresnemer krachtens subrogatie. Nu de Hoge Raad ten aanzien van de verjaringstermijn kennelijk geen moeilijk te verklaren verschil wenst te maken tussen regres krachtens subrogatie en regres krachtens zelfstandig recht, is de rechtbank van oordeel dat evenmin een verschil gemaakt dient te worden ten aanzien van de vraag of een stuiting door de getroffene tevens werkt ten behoeve van de regresnemer. 2. Causaal verband. De rechtbank gaat van uit dat benadeelde als gevolg van de achterop aanrijding klachten heeft ondervonden die in elk geval enige tijd tot arbeidsongeschiktheid hebben geleid. De rechtbank laat de verzekeraar toe tegenbewijs te leveren tegen de voorshands bewezen stelling dat het ongevalsletsel is veroorzaakt door de achterop aanrijding.

Lees verder

Jurisprudentie

Rb: onvoldoende instructies, werkgever aansprakelijk voor beknelling werknemer bij lossen zware lading

  • Rechtbank Noord-Holland
  • 4 november 2015
  • ECLI:NL:RBNHO:2015:9484
  • 4110075

Werknemer –chauffeur- raakt tijdens lossen bekneld tussen lading en laadbak, als degene die hefkraan begint met heffen, terwijl werknemer in de laadbak staat. De kraandrijver had geen zicht op de chauffeur. De kantonrechter oordeelt dat de werkgever haar zorgplicht heeft geschonden. Vast staat dat de bundels 1000 kilo per bundel wogen. Daaruit volgt naar het oordeel van de kantonrechter dat de laad- en loswerkzaamheden in zijn algemeenheid kunnen worden bestempeld als gevaarlijk. Onder de evident risicovolle omstandigheden had het op de weg van de werkgever gelegen haar chauffeurs uitdrukkelijk te instrueren het zeil van de zijkant van de vrachtwagen open te schuiven, dan wel haar chauffeurs zo te instrueren dat de communicatie tussen de chauffeur en de kraandrijver te allen tijde optimaal was. De omstandigheden waaronder werd gewerkt vroegen om instructies en maatregelen. Vordering werknemer toegewezen.

Lees verder

Jurisprudentie

Rb: gezondheidsklachten te onbepaald, arbeidsrechtelijke omkeringsregel niet van toepassing

  • Rechtbank Noord-Holland
  • 10 november 2015
  • ECLI:NL:RBNHO:2015:10965
  • 3938754

Werkneemster, werkneemster in kledingsorteerbedrijf, stelt in 2010 haar werkgever aansprakelijk voor schouderklachten. Partijen zijn verdeeld over de vraag of de arbeidsrechtelijke omkeringsregel (HR 7 juni 2013) van toepassing is. De kantonrechter komt tot het oordeel dat het verband tussen de schouderklachten van werkneemster en de arbeidsomstandigheden te onbepaald en te onzeker is. Bovendien heeft werkneemster onvoldoende aannemelijk gemaakt dat haar klachten kunnen zijn veroorzaakt door de arbeidsomstandigheden bij werkgever. Ook is onduidelijk gebleven of de schouderklachten in zijn algemeenheid hun oorzaak kunnen vinden in de verrichte werkzaamheden. Dat de werkzaamheden de klachten kunnen onderhouden of verergeren, zoals door de fysiotherapeut is verklaard, is hiervoor niet voldoende. Dit betekent dat de arbeidsrechtelijke omkeringsregel niet van toepassing is en dat op werkneemster de volledige stelplicht en bewijslast rust. Werkneemster dient o.g.v. art 7:658 lid 2 BW te stellen en zo nodig te bewijzen dat de schouderklachten in de uitoefening van haar werkzaamheden zijn ontstaan. Indien zij hierin slaagt, is vervolgens de vraag aan de orde of de werkgever de op haar rustende zorgplicht is nagekomen.

Lees verder

Jurisprudentie

Rb: geen omkeringsregel, causaliteit met werk onvoldoende onderbouwd

  • Rechtbank Noord-Holland
  • 25 november 2015
  • ECLI:NL:RBNHO:2015:10965
  • 3938754

De gezondheidsschade van de naaister bestaat uit een inklemming en/of peesruptuur in haar linkerschouder. De werkneemster heeft onvoldoende onderbouwd dat dat het gevolg kan zijn van haar werkzaamheden. Het is geen feit van algemene bekendheid dat een inklemming of ruptuur van de schouderpees kan zijn ontstaan door naaiwerkzaamheden of het tillen van zware zakken met kleding. Het is wel een feit van algemene bekendheid dat schouderklachten veelvuldig voorkomen en diverse oorzaken kunnen hebben. Haar behandelend neuroloog stelde vast dat de schouderklachten multifactorieel zijn. Het verband tussen de gezondheidsklachten en de arbeidsomstandigheden is te onbepaald en te onzeker. Ook als dat niet zo zou zijn heeft werkneemster onvoldoende aannemelijk gemaakt dat haar gezondheidsklachten kunnen zijn veroorzaakt door de arbeidsomstandigheden. Dit betekent dat de arbeidsrechtelijke omkeringsregel in dit geval niet van toepassing is en op werkneemster de volledige stelplicht en bewijslast rust. Zij heeft geen bewijsaanbod ten aanzien van de causaliteit gedaan. De kantonrechter komt daarom niet toe aan de beoordeling of de werkgever zijn zorgplicht heeft geschonden. De vordering wordt afgewezen.

Lees verder

Jurisprudentie

Rb, deelgeschil: Albert Heijn ex art. 6:170 BW aansprakelijk voor mishandeling klant door caissière

  • Rechtbank Noord-Holland
  • 19 augustus 2015
  • ECLI:NL:RBNHO:2015:10003
  • 3765551 EJ VERZ 15-1

Verzoekster wordt door caissière van Albert Heijn mishandeld na een woordenwisseling. 1. De kantonrechter acht Albert Heijn ex art. 6:170 BW aansprakelijk is voor de schade die verzoekster heeft opgelopen (angst, paniekaanvallen, hoofdpijn). Het onrechtmatig handelen van de caissière vond plaats tijdens de gebruikelijke en aan haar opgedragen werkzaamheden en verzoekster was als klant van Albert Heijn in de winkel aanwezig toen zij mishandeld werd. Er bestaat dan ook voldoende verband tussen de fout van de caissière en de aan haar opgedragen taak (het afrekenen van de boodschappen van klanten van Albert Heijn). Daarbij geldt dat een functioneel verband tussen fouten van een onderschikte en diens werksituatie, al betrekkelijk snel moet worden aangenomen. 2. Kosten deelgeschil: € 3.103,00; uurtarief € 275,-.

Lees verder

Jurisprudentie

Rb: prejudiciële vragen aan Hoge Raad over aansprakelijkheid bezitter dier jegens medebezitter

  • Ongepubl. jurisprudentie, Rechtbank Noord-Holland
  • 29 juli 2015
  • C14/150856/HA ZA 13-364

Benadeelde, die samen met haar echtgenoot een manege exploiteert, loopt letsel op als een van hun paarden haar omver loopt. Zij stelt haar echtgenoot als mede-bedrijfsmatige gebruiker van het paard ex art 6:181 BW jo art 6:179 BW voor 60% (naar rato winstverdeling) aansprakelijk. De verzekeraar stelt zich op het standpunt dat het beschermingsbereik van deze artikelen zich beperkt tot derden en dat de lijn uit het Hangmatarrest m.b.t. art 6:174 BW niet doorgetrokken kan worden naar artikel 6: 179 Boek 6 BW, omdat het profijt dat de bezitter van een dier heeft bij het houden van dat dier, terwijl hij hier bewust gevaar mee schept voor derden, niet rechtvaardigt dat de bezitter van dat dier ook aansprakelijk is jegens de medebezitter van dat dier die zelf als medebezitter verantwoordelijk is voor het ontstaan van dat gevaar. Partijen verzoeken gezamenlijk om prejudiciële vragen te stellen aan de Hoge Raad. De rechtbank wijst het verzoek toe en stelt (onder meer) de volgende vragen aan de Hoge Raad: 1. Vestigt artikel 6:179 BW uitsluitend een risicoaansprakelijkheid jegens derden, dat wil zeggen jegens personen die niet de hoedanigheid van (mede)bezitter van dat dier hebben. 2. Kan de toepasselijkheid van artikel 6:181 BW er toe leiden dat aansprakelijkheid wordt gevestigd jegens personen die de hoedanigheid hebben van (mede)bedrijfsmatig gebruiker van een dier?

Lees verder

Jurisprudentie

Rb, deelgeschil: benadeelde heeft recht verwerkt om op ingenomen standpunt verrekening AOV terug te komen

  • Ongepubl. jurisprudentie, Rechtbank Noord-Holland
  • 8 oktober 2015
  • C/l 5/222909 / HA RK 15/40

Rechtsverwerking, ongeval 2009, zelfstandige ondernemer in de bouw; verrekening AOV? 1. De rechtbank is van oordeel dat verzoeker het recht heeft verwerkt het standpunt in te nemen dat de AOV niet met de inkomensschade verrekend dient te worden. Partijen hebben gedurende de onderhandelingen over de afwikkeling van de schade gecorrespondeerd over het al dan niet verrekenen van de AOV. Bij brief van 20 januari 2011 heeft verzoeker bij monde van zijn advocaat expliciet het standpunt ingenomen de AOV te zullen verrekenen. De advocaat heeft daarbij geen voorbehoud gemaakt, maar juist uitdrukkelijk de discussie over het al dan niet verrekenen van de AOV beëindigd. De rechtbank verwerpt het verweer dat het voeren van onderhandelingen een dynamisch proces is en dat het partijen daarin vrijstaat van standpunt te veranderen. 2. Betaalde premies alleen verrekenen voor het jaar voorafgaand aan het ongeval; voor de overige jaren heeft verzekeraar risico. 3. Kosten deelgeschil: € 5.422,80; uren teruggebracht van 20 tot 17; uurtarief € 240,-.

Lees verder

Jurisprudentie

Rb, deelgeschil: aansluiting bij PIV-staffel gerechtvaardigd in betrekkelijk eenvoudige letselzaak van LSA-advocaat

  • Ongepubl. jurisprudentie, Rechtbank Noord-Holland
  • 26 november 2014

Whiplash. Schade is afgewikkeld voor € 16.000,-; verzekeraar heeft € 5.022,20 aan BGK betaald (uurtarief van € 235,-gematigd tot € 200,-). Benadeelde maakt aanspraak op € 6.763,83 en vordert aanvullend € € 1.741,63. 1. De rechtbank overweegt dat zonder discussie aansprakelijkheid heeft erkend en dat over de medische gevolgen geen verschil van mening is ontstaan en de letselschade zonder veel discussie tussen partijen is vastgesteld. Verzekeraar
heeft aangevoerd dat de PIV-staffel buitengerechtelijke kosten in 60% van de letsel- en overlijdensschadezaken van toepassing is en tot een acceptabele uitkomst leidt. Hoewel de advocaat niet direct aan deze PIV-staffel is gebonden ziet de kantonrechter aanleiding om daarbij aan te sluiten. Gelet op de hoogte van de letselschadevergoeding en de betrekkelijk eenvoudige wijze waarop deze is afgewikkeld is de zaak niet zodanig bijzonder te achten dat deze een hogere vergoeding voor buitengerechtelijke kosten rechtvaardigt. De omstandigheid dat de advocaat eerder van de verzekeraar haar uurtarief wel volledig vergoed kreeg doet daaraan niet af, omdat onvoldoende blijkt dat die vergoeding als een algemeen aanvaard tarief in letselschadezaken heeft te gelden. Niet is weersproken dat verzekeraar al meer heeft vergoed dan volgens de PIV- staffel verschuldigd zou zijn. Verzoek afgewezen. 2. Kosten deelgeschil ad € 1.890,- toegewezen (gevorderd: € 3.582,81).

Lees verder

Jurisprudentie

Rb: alcoholuitsluiting, WAM-verzekeraar geslaagd in bewijs invloed alcohol

  • Rechtbank Noord-Holland
  • 10 juni 2015
  • ECLI:NL:RBNHO:2015:4755
  • 3626604 CV EXPL 14-8561

Aanrijding auto en fietser. De aansprakelijke WAM-verzekeraar wil de aan de fietser uitgekeerde schadevergoeding verhalen op bestuurder auto (verzekerde) wegens rijden onder invloed van alcohol op grond van uitsluitingsclausule. De rechtbank acht de de verzekeraar door middel van getuigenverklaringen geslaagd in het bewijs dat de verzekerde onder zodanige invloed van alcohol verkeerde dat zij niet tot rijden in staat was. Gelet op betrouwbaar te achten en gedetailleerde verklaring van getuige X, is de motivering van het verweer van de verzekerde onvoldoende en had het op haar weg gelegen haar verweer nader te onderbouwen.

Lees verder

Jurisprudentie

Rb: werkgever aansprakelijk voor letsel ervaren kraanmachinist na omvallen kraan

  • Rechtbank Noord-Holland
  • 19 maart 2015
  • ECLI:NL:RBNHO:2015:4631
  • 14-7738

Kraanmachinist breekt heup bij omvallen mobiele kraan. Vast staat dat werknemer een ervaren kraanmachinist is die goed op de hoogte was van de bedieningswijze van de kraan. Eveneens staat vast dat de werkgever geregeld binnen haar bedrijf de veiligheidsvoorschriften en de bedieningsinstructies communiceerde met haar personeel. Het ongeval is het rechtstreekse gevolg van het niet volgen door werknemer van de juiste volgorde bij het “inpakken” van de kraan. Werkgever heeft er voor gekozen het werk door werknemer alleen te laten uitvoeren, zonder wegafzetting en zonder inpikker. Aannemelijk is dat werknemer zich hierdoor gehaast voelde bij het opruimen van de kraan. De omstandigheden die tot de door werknemer gemaakte fouten hebben geleid komen naar het oordeel van de kantonrechter voor rekening van werkgever.

Lees verder

Jurisprudentie

Rb: smartengeld neergeschoten profbokser (“rechtbank niet doof voor signalen uit de rechtswetenschap”): € 25.000,-

  • Rechtbank Noord-Holland
  • 27 augustus 2014
  • ECLI:NL:RBNHO:2014:8699
  • C14/14/135155 HA ZA 12-57

Profbokser wordt na ruzie neergeschoten en loopt ernstig beenletsel op. Bij eerder tussenvonnis zijn gedaagden hoofdelijk aansprakelijk geacht voor de schade. 1. Verlies arbeidsvermogen als profbokser onvoldoende onderbouwd. 2. Studievertraging voor een jaar toegewezen conform Letselschade Richtlijn. 3. Smartengeld: veel pijn, 49 dagen ziekenhuisopname; door blijvende functiebeperking voet heeft hij zijn passie, de bokssport, moeten prijsgeven. “De rechtbank houdt rekening met vergelijkbare gevallen, maar merkt daarbij meteen op dat de jurisprudentie niet veel door een kogelregen gevelde topsporters kent. Daarnaast is de rechtbank niet doof voor signalen uit de rechtswetenschap dat de vergoeding voor immateriële schadevergoeding in Nederland ten opzichte van het buitenland de afgelopen decennia uit de pas is gaan lopen (…)”. De rechtbank acht € 25.000,- billijk. 4. Verhuiskosten toegewezen.

Lees verder