Jurisprudentie

Rb: uitleg ‘nieuwe’ opzetclausule AVP, beroep op opzetclausule na mishandeling verworpen

  • Rechtbank Midden-Nederland
  • 14 oktober 2015
  • ECLI:NL:RBMNE:2015:7321
  • C/16/386662 / HA ZA 15-173

Eiser, hoofdagent bij de politie, loopt zwaar letsel op als gedaagde hem bij arrestatie in zijn kruis trapt. De rechtbank acht gedaagde en de AVP-verzekeraar hoofdelijk aansprakelijk. AVP-verzekeraar beroep zich op de opzetclausule en stelt daarbij dat sprake is van een ‘nieuwe’ opzetclausule, waarbij opzet is gekoppeld aan de gedraging en niet aan het gevolg van de gedraging. De rechtbank verwerpt het beroep op de opzetclausule. De zin “Veroorzaakt u de schade met opzet? Dan betalen we niet voor de schade.” maakt naar het oordeel van de rechtbank ondubbelzinnig duidelijk dat schade die opzettelijk is veroorzaakt buiten de dekking van de verzekering valt. De uitleg die verzekeraar voorstaat komt er op neer dat ‘met opzet’ hier zo moet worden uitgelegd, dat het gaat om schade die is veroorzaakt door een opzettelijke gedraging. Die uitleg ligt taalkundig niet voor de hand en volgt de rechtbank niet (zie r.o 4.4).

Lees verder

Jurisprudentie

Rb: mesothelioom, beroep op verjaring niet in strijd met redelijkheid

  • Rechtbank Midden-Nederland
  • 11 oktober 2017
  • ECLI:NL:RBMNE:2017:4994
  • 5554210

In 2014 is bij eiser (monteur luchtkanalen) mesothelioom vastgesteld; hij heeft in 2014 zijn voormalig werkgever waar hij in periode 1970-1972 heeft gewerkt aansprakelijk gesteld. 1. De kantonrechter oordeelt eiser erin is geslaagd aan te tonen dat hij in de uitoefening van zijn werk voor werkgever [schade heeft geleden. 2. Verjaring. De kantonrechter toetst aan de gezichtspunten van Hoge Raad Van Hese/De Schelde en concludeert dat geen sprake is van zodanig uitzonderlijke omstandigheden dat het beroep op verjaring naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid is.

Lees verder

Jurisprudentie

Rb: causaal verband tussen schoonmaakwerkzaamheden en polsletsel onvoldoende onderbouwd, werkgever niet aansprakelijk

  • Rechtbank Midden-Nederland
  • 20 september 2017
  • ECLI:NL:RBMNE:2017:4692
  • 5496570

Interieurverzorgster heeft polsletsel opgelopen en stelt haar werkgever aansprakelijk ex art 7:658 BW/ art 7:611 BW voor de schade door het niet ter beschikking stellen van afdoende ergonomische schoonmaakmiddelen.1.Het is in het kader van de toepassing van art.7:658 BW aan de werknemer om te bewijzen dat de schade in de uitoefening van het werk is ontstaan. Het beroep dat werkneemster doet op arbeidsrechtelijke omkeringsregel wordt verworpen. Voor een vermoeden dat de gezondheidsschade is veroorzaakt door de omstandigheden waarin de werkzaamheden zijn verricht is geen plaats in het geval het verband tussen de gezondheidsschade en de arbeidsomstandigheden te onzeker of te onbepaald is. 2. De stelplicht en bewijslast omtrent dat causaal verband rusten dus onverminderd op werkneemster. Zij heeft haar stelling dat de schade in de uitoefening van het werk is ontstaan onvoldoende onderbouwd.

Lees verder

Jurisprudentie

Rb: ziekenhuis niet aansprakelijk voor hersenletsel baby

  • Rechtbank Midden-Nederland
  • 16 augustus 2017
  • ECLI:NL:RBMNE:2017:4172
  • C/16/428832 / HA ZA 16-926

Medische aansprakelijkheid. Baby (een van tweeling) heeft hersenletsel. De ouders stellen het ziekenhuis aansprakelijk wegens tekortschieten bij de bevalling. De rechtbank is –anders dan de ouders- van oordeel dat het rapport van de deskundige concludent is en dus tot uitgangspunt moet worden genomen bij de beoordeling. De rechtbank concludeert dat de kwaliteit van de CTG-registratie met enige regelmaat te wensen overliet en dat het baringsverslag wellicht ten onrechte niet naar de huisarts is gestuurd. Deze normschendingen zijn naar het oordeel van de deskundige kennelijk echter niet zodanig ernstig dat hij vindt dat de medische professionele standaard is geschonden. Van een tekortkoming in de nakoming van de behandelingsovereenkomst of onrechtmatig handelen is dus geen sprake.

Lees verder

Jurisprudentie

Rb, deelgeschil: ongeval te hard rijdende inhaler en verzoekster: 80%-20% na billijkheidscorrectie

  • Rechtbank Midden-Nederland
  • 9 augustus 2017
  • ECLI:NL:RBMNE:2017:4058
  • 5946625

Aanrijding tussen verzoekster die met auto voorrangsweg opreed en de bij verweerder verzekerde auto, die met hoge snelheid aan het inhalen was. 1. Vast staat dat de inhaler te hard heeft gereden. De rechtbank overweegt dat verzoekster onvoldoende heeft geanticipeerd op de mogelijkheid dat auto’s harder rijden dan is toegestaan. Oversteken had vermeden moeten worden. 2. De kantonrechter komt tot een causale weging van 60% voor de hardrijdende auto en 40% voor verzoekster. 3. Na toepassing van billijkheidscorrectie 80%-20%. De kantonrechter weegt hierbij mee de ernst van het letsel, de nog steeds aanwezige lichamelijke en psychische klachten en het feit dat verzoekster geen dienstbetrekking meer heeft en zij dus inkomensverlies lijdt. 4. Kosten deelgeschil: € 2.678,- (x 80%).

Lees verder

Jurisprudentie

Rb: medewerking aan documentaire roept vragen op over beperkingen, nieuw onderzoek nodig

  • Rechtbank Midden-Nederland
  • 2 augustus 2017
  • ECLI:NL:RBMNE:2017:3941
  • C/16/400581 / HA ZA 15-773

Medische fout bij heupoperatie. Benadeelde heeft meegewerkt aan documentaire over trainingen die op dvd is uitgebracht. De rechtbank oordeelt dat het zonder meer op de weg van benadeelde had gelegen om uit eigen beweging het ziekenhuis en de rechtbank in kennis te stellen van het volgen van de diverse trainingen. Het ziekenhuis stelt terecht dat er op grond van de beelden van de documentaire vraagtekens kunnen worden gesteld bij de beperkingen zoals die door de verzekeringsarts zijn vastgesteld. De rechtbank onderschrijft de stelling dat het geven van volledige openheid van zaken in zaken als deze van belang is, omdat het ziekenhuis, deskundigen en de rechtbank voor een (groot) gedeelte afhankelijk zijn van de inlichtingen die benadeelde verstrekt. Anderzijds acht de rechtbank echter voldoende aannemelijk dat bij benadeelde geen sprake is geweest van boos opzet om deze gegevens verborgen te houden. Naar het oordeel van de rechtbank dient nader onderzoek door een orthopeed plaats te vinden, waarbij de documentaire wordt betrokken en de beperkingen opnieuw worden onderzocht. Daarnaast moet een psychiatrisch of psychologisch onderzoek plaats te vinden.

Lees verder

Jurisprudentie

Rb: vaststelling schade door CTE na blootstelling aan oplosmiddelen

  • Rechtbank Midden-Nederland
  • 16 augustus 2017
  • ECLI:NL:RBMNE:2017:4180
  • 2568518 UC EXPL 13-19141 LH/1040

Blootstelling aan oplosmiddelen; in eerder tussenvonnis is de werkgever ex art 7:658 BW door de kantonrechter aansprakelijk geacht voor schade door CTE (chronische toxische encephalopathie). 1. Schatting gevolgen CTE. 2. Geen verlies verdienvermogen na vergoedingen in ontslagzaak. 3. Smartengeld: € 20.000,- (ingrijpende cognitieve beperkingen tzv geheugen, oriëntatie en concentratie, pijn, vermoeidheid en psychische klachten; gevorderd : € 75.000,-). 4. Zelfwerkzaamheid naar billijkheid begroot op 60% van het normbedrag van de Letselschade Richtlijn voor duur van 10 jaar. 5. Eigen bijdrage PGB vastgesteld op € 36.720,- ( 10 jaar x € 306,- per maand).

Lees verder

Jurisprudentie

Rb: zwembadbeheerder aansprakelijk voor dwarslaesie op glijbaan, 25% eigen schuld na billijkheidscorrectie

  • Rechtbank Midden-Nederland
  • 21 juni 2017
  • ECLI:NL:RBMNE:2017:3055
  • C/16/398014 / HA ZA 15-683

Benadeelde (toen 16 jaar oud) loopt in 2011 hoge dwarslaesie op als hij op zijn knieën van de net geopende familieglijbaan in het zwembad afgaat en met zijn hoofd op de bodem komt. Hij stelt de beheerder van het zwembad aansprakelijk. De rechtbank overweegt dat zowel voor de vraag of de beheerder aansprakelijk is ex art 6:174 BW als ex art. 6:162 BW Kelderluikcriteria een rol spelen. Naar het oordeel van de rechtbank heeft de beheerder door enkel toezicht vanaf de toren te houden onvoldoende actief toezicht gehouden. Van haar mocht naar maatstaven van zorgvuldigheid worden verwacht dat zij toezicht hield bij de glijbaan, bij voorkeur op het platform, om bij gebruik op een wijze die niet volgens de instructies is de gebruikers direct aan te spreken en de gevolgen van een eventueel ongeval op de glijbaan te beperken. Door dit na te laten, voldoet het gebruik van de glijbaan niet aan de eisen die men daar in de gegeven omstandigheden aan mag stellen en heeft de beheerder in strijd gehandeld met de zorgvuldigheid en daarmee onrechtmatig. Dit betekent dat de beheerder aansprakelijk op grond van art. 6:174 en 6:162 BW. 2. Eigen schuld. De rechtbank oordeelt dat de schadevergoedingsplicht met de helft moet worden verminderd vanwege de gedraging van benadeelde. Billijkheidscorrectie vanwege de ernst van het letsel en het feit dat de beheerder verzekerd was, leidt 75% aansprakelijkheid.

Lees verder

Jurisprudentie

Rb, deelgeschil: niet onrechtmatig noch disproportioneel gehandeld door agenten

  • Rechtbank Midden-Nederland
  • 23 november 2016
  • ECLI:NL:RBMNE:2016:7736
  • C/16/415812 / HA RK 16-101

Het breken van de arm van een ander is in beginsel onrechtmatig. De feiten en omstandigheden van het concrete geval kunnen dit echter anders maken. De verklaringen van agenten zijn in lijn met de direct na de aanhouding, opgemaakte processen-verbaal van bevindingen, die uitgebreid de feiten en omstandigheden rond de aanhouding beschrijven. Uit de verklaring van een omstander blijkt dat de politie vooraf heeft gewaarschuwd. Benadeelde hoefde niet mee naar het bureau maar moest dan wel direct weggaan, wat hij niet deed. Niet is komen vast te staan dat de politie bij de aanhouding onrechtmatig en disproportioneel heeft gehandeld, in die zin dat daarbij meer geweld is gebruikt dan nodig was.

Lees verder

Jurisprudentie

Rb, deelgeschil: school niet nalatig in toezicht

  • Rechtbank Midden-Nederland
  • 21 juni 2017
  • ECLI:NL:RBMNE:2017:3230
  • C/16/433420 / HA RK 17-40

Aan het einde van een dagje pretpark wil benadeelde een meisje dat door anderen belaagd wordt te helpen. Hij wordt geschopt en geslagen. De school voor kinderen met gedragsproblemen schond geen zorgvuldigheidsnorm door niet in te grijpen toen zij er achter kwam dat twee leerlingen voor het afgesproken tijdstip al naar de bus waren gegaan. Het verzameltijdstip van 15.30 uur had vooral tot doel ervoor te zorgen dat geen leerlingen zouden achterblijven. Een docent had ook een van deze leerlingen gebeld. De docenten hebben toen verder geen actie ondernomen, omdat zij samen met de andere leerlingen ook snel naar het parkeerterrein zouden lopen. De leerlingen stonden in het park ook niet voortdurend onder toezicht.

Lees verder

Jurisprudentie

Rb: werkgever aansprakelijk voor letsel door omgevallen pallets

  • Rechtbank Midden-Nederland
  • 14 juni 2017
  • ECLI:NL:RBMNE:2017:2812
  • 468556

Werknemer stelt werkgever aansprakelijk ex art 7:658 BW voor schade door bedrijfsongeval (een tweehoog gestapelde pallet valt op werknemer met een verbrijzeld onderbeen als gevolg). Of de toedracht is geweest zoals werkgever stelt (de stapel is omgevallen omdat deze instabiel was geworden) of zoals werknemer stelt (de stapel is omgevallen omdat de tussenliggende pallet brak), in beide situaties is werkgever aansprakelijk omdat hij niet aan zijn zorgplicht heeft voldaan. Als een tussenliggende pallet is gebroken was het materiaal niet in goede staat en is werkgever op die grond aansprakelijk. Als de stapel door het instabiel worden is omgevallen is de werkgever aansprakelijk omdat hij geen enkele instructie heeft gegeven dat pallets niet gestapeld mochten worden vervoerd, terwijl deze wel gestapeld in de loods stonden opgeslagen. Hieraan doet niet af dat het voor werknemer wellicht duidelijk had moeten zijn dat het gestapeld verplaatsen gevaarlijk kan zijn. Geen opzet of bewuste roekeloosheid bij werknemer. Toewijzing verklaring voor recht. Voorschot € 15.000, .

Lees verder

Jurisprudentie

Rb: niet voldaan aan relativiteitsvereiste, werkgever niet aansprakelijk voor schade dochter door beroepsziekte vader

  • Rechtbank Midden-Nederland
  • 22 maart 2017
  • ECLI:NL:RBMNE:2017:2000
  • C/16/409379 / HA ZA 16-112

Vader raakt tijdens dienstverband bij gemeente arbeidsongeschikt als gevolg van de ziekte van Lyme. Hij stelt dat zijn minderjarige dochter hierdoor klachten heeft ontwikkeld en is blijven zitten en hij vordert (als wettelijke vertegenwoordiger) de schade die zij heeft geleden. De rechtbank overweegt art. 6:163 BW bepaalt dat er geen verplichting tot schadevergoeding bestaat, wanneer de geschonden norm niet strekt tot bescherming van de schade zoals de benadeelde die heeft geleden ( relativiteitsvereiste). De gemeente diende op basis van de publiekrechtelijke variant van art 7:658 BW– te zorgen voor veilige werkomstandigheden van de vader. Deze norm geldt naar het oordeel van de rechtbank alleen in de verhouding tussen het bestuursorgaan en de ambtenaar die bij dit bestuursorgaan in dienst is of was. Geen schending art 8 EVRM. Vordering afgewezen.

Lees verder

Jurisprudentie

Rb, deelgeschil: betrokkenheid bij aanrijding aangenomen ondanks vrijspraak in strafzaak

  • Rechtbank Midden-Nederland
  • 29 maart 2017

Verzoekster stelt dat zij is aangereden door A, dat A vervolgens na discussie is weggereden en tweemaal tegen haar lichaam is aangereden. A ontkent betrokkenheid en is strafrechtelijk vrijgesproken. Verzoekster stelt de WAM-verzekeraar van A en (subsidiair) het Waarborgfonds aansprakelijk. 1. De rechtbank overweegt dat de vrijspraak van A niet automatisch betekent dat daarmee in deze civiele procedure vaststaat dat hij niet betrokken is geweest bij de aanrijding. De rechtbank komt op basis van getuigenverklaringen tot het oordeel dat met een redelijke mate van zekerheid kan worden vastgesteld dat A betrokken was bij het ongeval. 2. Kosten deelgeschil: € 5.611,00 (gevorderd: € 7.875,16, aantal uren gematigd).

Lees verder

Jurisprudentie

Rb, deelgeschil: causaliteit staat niet vast: voorschot afgewezen; niet gespecificeerde BGK afgewezen

  • Rechtbank Midden-Nederland
  • 14 december 2016
  • ECLI:NL:RBMNE:2016:7598
  • C/16/420717 / HA RK 16-167

Benadeelde verzoekt om voorschot van € 24.000,- en maandelijks € 2000,-. 1. De rechtbank wijst het verzoek af. Zonder inzicht in de medische situatie is het voor de rechtbank niet mogelijk vast te stellen of, en zo ja in hoeverre, benadeelde sprake is van neurologisch en/of orthopedisch letsel, en beperkingen. Om te kunnen beoordelen of benadeelde in staat is zich een inkomen uit arbeid te verwerven is het bovendien nodig een verzekeringsgeneeskundige en een arbeidsdeskundige in te schakelen. Op dit moment bestaat nog geenszins duidelijkheid over de klachten en de daaruit voortvloeiende beperkingen die kunnen worden toegeschreven aan het ongeval, terwijl, binnen de deelgeschilprocedure geen ruimte bestaat voor (uitgebreide) bewijslevering. Nu het causaal verband (nog) niet kan worden vastgesteld bestaat ook te weinig duidelijkheid over de omvang van de schade. 2. BGK. Gevorderd: € 23.041,33. Bij gebreke van een urenspecificatie ziet de rechtbank aanleiding de kosten te begroten overeenkomstig het standpunt van de verzekeraar. € 1.000,- toegewezen.

Lees verder

Jurisprudentie

Rb, deelgeschil: geen ruimte voor uitgebreide bewijslevering, kosten zijn niet redelijk

  • Rechtbank Midden-Nederland
  • 14 december 2016
  • ECLI:NL:RBMNE:2016:7598
  • C/16/420717 / HA RK 16-167

In het kader van een deelgeschilprocedure kan een verzoek tot het bepalen van een voorschot worden gedaan. Niet te zware eisen moeten worden gesteld aan de voorwaarde van een deelgeschil dat de verzochte beslissing een bijdrage kan leveren aan de totstandkoming van een vaststellingsovereenkomst. Geen ruimte bestaat voor uitgebreide bewijslevering. Een neuroloog en een orthopeed zijn in een ander verzoek als deskundigen benoemd. De rapporten zijn nog niet beschikbaar. De rechtbank kan niet vaststellen dat een vorderingsrecht bestaat dat het totaal van de reeds verstrekte voorschotten overstijgt. Het verzoek wordt afgewezen. De thans gevorderde buitengerechtelijke kosten voldoen niet aan de dubbele redelijkheidstoets van artikel 6:96 lid 2 onder b BW. Het is niet (meer) redelijk dat [verzoeker] al vier verschillende belangenbehartigers in de arm heeft genomen. Daarom en in verband met de op dit moment nog bestaande onduidelijkheid over het causaal verband en daarmee over de omvang van de schade, is de verzekeraar niet gehouden tot het voldoen van het thans gevorderde bedrag aan buitengerechtelijke kosten. De rechtbank begroot de kosten van de procedure mede bij gebreke van een urenspecificatie overeenkomstig het standpunt van verzekeraar op € 1.000,00.

Lees verder