Jurisprudentie

Rb: toedracht niet bewezen, geen aansprakelijkheid voor afgevallen onderdeel van autohefbrug op voet

  • Rechtbank Limburg
  • 21 juni 2017
  • ECLI:NL:RBLIM:2017:5686

Eiser heeft gedaagde gevraagd om met behulp van de loader van gedaagde onderdelen van een autohefbrug uit zijn vrachtwagen te halen en deze op een pallet te plaatsen. Een onderdeel is daarbij op de voet van eiser terechtgekomen. 1. De rechtbank toetst aan de kelderluikcriteria en komt tot het oordeel dat indien de door eiser geschetste toedracht vast komt te staan, gedaagde hiervoor aansprakelijk is. De rechtbank heeft bij tussenvonnis eiser opgedragen te bewijzen dat gedaagde de lepels van de loader heeft gekanteld. Eiser is niet geslaagd in het bewijs. 2. De rechtbank heeft in het tussenvonnis het verweer dat er geen of minder snel aansprakelijkheid moet worden aangenomen omdat het ging om een vriendendienst.

Lees verder

Jurisprudentie

Rb: ziekenhuis niet aansprakelijk voor gebruik gebrekkige PIP-borstimplantaten (2)

  • Rechtbank Limburg
  • 31 mei 2017
  • ECLI:NL:RBLIM:2017:4981
  • C/03/224122 / HA ZA 16-452

PIP-borstimplantaten. Aansprakelijkheid voor gebrekkige hulpzaken (artikel 6:77 BW). De rechtbank acht, daargelaten of de gebruikte implantaten de door eiseres gestelde gebreken hebben en of deze de door eiseres gestelde gezondheidsklachten hebben veroorzaakt, het ziekenhuis niet aansprakelijk voor het gebruik van de PIP-borstimplantaten. Naar het oordeel van de rechtbank zou het onredelijk zijn de beweerde gebrekkigheid aan het ziekenhuis toe te rekenen.

Lees verder

Jurisprudentie

Rb: onvoldoende onderbouwing van schadeposten

  • Rechtbank Limburg
  • 26 mei 2017
  • ECLI:NL:RBLIM:2017:3843
  • 4641603 \ CV EXPL 15-12534

De kantonrechter is van oordeel dat de noodzaak van ergonomische aanpassingen van keuken, toilet en badkamer op onvoldoende wijze zijn onderbouwd. Zo ontbreken medische verklaringen die de zienswijze van eiseres zouden kunnen ondersteunen. Daarbij komt dat eiseres offertes heeft overgelegd die niet zien op aanpassingen van de diverse ruimtes, maar complete vervanging van zowel keuken, toilet en badkamer. Niet valt in te zien waarom complete vervanging noodzakelijk is. Eiseres heeft daaromtrent niets althans volstrekt onvoldoende gesteld, toewijzing € 500. Kosten van kapper en pedicure zijn niet noodzakelijkerwijs direct voortvloeiend uit het ongeval. Ook in een normale situatie zouden dergelijke kosten wellicht eveneens zijn gemaakt. Verder staat niet vast dat de kosten voor juridische bijstand voor rekening van eiseres zullen komen. Verder toewijzing fysiotherapie € 3.744,00.

Lees verder

Jurisprudentie

Rb: eisen van zelfstandige onvoldoende onderbouwd

  • Rechtbank Limburg
  • 29 maart 2017
  • ECLI:NL:RBLIM:2017:3046

Verzekeraar heeft voor een ongeval in 2003 reeds € 270.000 betaald. De gewonde zelfstandige vordert een groot bedrag wegens VAV, mede aan de hand van een Duits rapport. De rechter acht het VAV onvoldoende onderbouwd omdat geen jaarrekeningen, begroting of strategisch plan zijn overgelegd. Onvoldoende is aangetoond dat het bedrijf winstgevend zou zijn geworden. Slechts op basis van veronderstellingen wordt van verliesgevend voor het ongeval naar winstgevendheid in de situatie zonder ongeval uitgegaan. De kosten van de door de benadeelde gestelde stakingskosten van de onderneming zijn enerzijds dubbel met andere posten en anderzijds niet onderbouwd. De vermindering van waarde van de onderneming is evenzeer onvoldoende onderbouwd omdat het Duitse rapport, waarop dit gebaseerd zou zijn, niet volledig is. Het smartengeld wordt afgewezen omdat ook dat onvoldoende is onderbouwd en niet toegelicht is. Het benoemen van een medisch deskundige wordt afgewezen omdat onvoldoende inzichtelijk is gemaakt waarom de ontvangen uitkering van Achmea niet toereikend is geweest.

Lees verder

Jurisprudentie

Rb: waterschap aansprakelijk voor door brug zakken paard, 70% eigen schuld

  • Rechtbank Limburg
  • 1 maart 2017
  • ECLI:NL:RBLIM:2017:1874
  • 04 5359801 CV16-8810

Eiser loopt met paard over voetgangersbruggetje. Het paard zakt met been door het bruggetje en loopt letsel op. De kantontrechter toets aan de criteria van het Kelderluikarrest en acht het waterschap aansprakelijk ex art 6:174 BW. Het waterschap heeft een gevaarlijke situatie in het leven geroepen. De kantonrechter concludeert dat het waterschap verzuimd heeft veiligheidsmaatregelen te treffen bij de brug waardoor de kans op het ongeval verkleind zou zijn. Dat valt het waterschap te verwijten en daarmee is het waterschap in beginsel aansprakelijk. 2. Eigen schuld ruiter 70% omdat hij ter plaatse niet mocht rijden.

Lees verder

Jurisprudentie

Rb: ontploffing woonwagen in 2005, vordering op gemeente verjaard

  • Rechtbank Limburg
  • 8 februari 2017
  • ECLI:NL:RBLIM:2017:1054
  • C/03/223134 / HA ZA 16-406

In 2005 heeft eiseres letsel opgelopen bij een ontploffing bij haar woonwagen op een locatie die zij huurde van de gemeente. In 2006 heeft zij de gemeente per brief laten weten dat zij tevoren had gemeld dat zij en gaslucht rook. Van 2007 tot 2009 heeft een voorlopig getuigenverhoor plaatsgevonden. In 2016 heeft zij de gemeente aansprakelijk gesteld. De rechtbank stelt voorop dat een rechtsvordering tot vergoeding van schade ingevolge art. 3:310 lid 1 BW verjaart door verloop van vijf jaar. Zelfs indien er van wordt uitgegaan dat het voorlopig getuigenverhoor stuitende werking zou hebben, dan nóg is de rechtsvordering tot vergoeding van schade verjaard, nu de vordering pas in 2016 is ingesteld. Bovendien is niet gebleken dat de verjaring, nádat het voorlopig getuigenverhoor was beëindigd, op enige manier is gestuit.

Lees verder

Jurisprudentie

Rb: ongeval ZZP-er, verzwegen sportactiviteiten niet relevant, diverse schadeposten toegewezen

  • Rechtbank Limburg
  • 8 februari 2017
  • ECLI:NL:RBLIM:2017:1058
  • 04 5099371 CV 16 5423

ZZP-er valt in december 2011 tijdens onderhoudswerkzaamheden in Engeland van vliegtuigtrap en verbrijzelt zijn voet. Bij eerder tussenvonnis is de opdrachtgever aansprakelijk geacht. 1. De opdrachtgever stelt dat benadeelde de kantonrechter niet volledig en naar waarheid heeft voorgelicht, door niet te vermelden dat hij heeft deelgenomen aan een triatlon en dat hij op wintersport is geweest. De kantonrechter passeert het verweer, nu ter zitting duidelijk is geworden dat de (sport)activiteiten hebben plaatsgevonden in 2013 en 2014. Dit is geruime tijd na de periode waarover eiser schadevergoeding vordert. 2. Verlies arbeidsvermogen. De vraag of benadeelde zijn werkzaamheden in 2012 bij de opdrachtgever had kunnen continueren acht de kantonrechter minder relevant, nu immers niet in geschil is dat benadeelde in een gezonde toestand hoe dan ook elders inkomen had kunnen genereren. 3. Smartengeld, verbrijzeld hielbot, 51 dagen ziekenhuis : € 11.000,-. 4. BGK afgewezen. Het betreft kosten ter voorbereiding en instructie van de zaak. Daarnaast passen de door benadeelde gevorderde kosten – integrale voldoening van de facturen van de advocaten – niet binnen het kader van artikel 6:96 BW.

Lees verder

Jurisprudentie

Rb: persoonlijk onderzoek niet onrechtmatig, benadeelde moet schadevergoeding terugbetalen

  • Rechtbank Limburg
  • 30 november 2016
  • ECLI:NL:RBLIM:2016:10506
  • C/03/214423 / HA ZA 15-715

Gedragscode Persoonlijk Onderzoek (GPO). Terugvordering door aansprakelijkheidsverzekeraar van uitgekeerde schadevergoeding. Rechtbank oordeelt dat besluit van verzekeraar tot het instellen van een persoonlijk onderzoek niet onrechtmatig was, noch dat de wijze waarop het onderzoek is uitgevoerd onrechtmatig was. Uit de in dat kader geobserveerde gedragingen blijkt volgens de rechtbank dat de door het slachtoffer tegenover behandelende en expertiserende medici aangegeven klachten en beperkingen niet consistent zijn met de geobserveerde gedragingen van het slachtoffer. Voorts blijkt naar het oordeel van de rechtbank uit de resultaten van een tweetal neuropsychologische onderzoeken, dat het slachtoffer bewust heeft ondergepresteerd, nu de resultaten van die onderzoeken slechter zijn dan wanneer de tests volstrekt willekeurig zouden zijn ingevuld en voorts slechter zijn dan die wanneer deze door dementen zouden zijn ingevuld. Ten slotte blijkt ook uit de gegevens van een tankpas (aan het slachtoffer verstrekt door diens voormalig werkgever), alsmede uit gegevens van het aantal kilometers dat met de auto van het slachtoffer is gereden sedert zijn auto-ongeval, dat het slachtoffer veel auto heeft gereden sedert zijn ongeval, terwijl hij claimt als gevolg van zijn ongeval nauwelijks meer te kunnen autorijden. Benadeelde moet € 248.676,16 (+ rente) terugbetalen.

Lees verder

Jurisprudentie

Rechtbank veroordeelt ouders tot betaling aan de zoon van de schadevergoeding

  • Rechtbank Limburg
  • 14 november 2016
  • ECLI:NL:RBLIM:2016:9796
  • C/03/227231 / KG ZA 16-534

De zoon is op 6 juli 1992 betrokken geraakt bij een ernstig verkeersongeval en heeft hersenletsel opgelopen. De WAM-verzekeraar van de ouders heeft de volledige aansprakelijkheid erkend. In een vaststellingsovereenkomst werd de zoon een vergoeding van ƒ 350.000,- toegekend.
Het bedrag is overgemaakt op de rekening van de wettelijke vertegenwoordigers, vader en moeder. Op 13 september 2005 hebben vader en moeder van de zoon een bedrag geleend uit de schadevergoeding. Afgesproken werd dat de lening en het overige verschuldigde uiterlijk een jaar later terugbetaald zou worden. Dat hebben vader en moeder niet gedaan. Overeengekomen werd dat vader en moeder vanaf 31 januari 2015 maandelijks € 50,- terugbetalen en dat de partijen ieder half jaar bezien of er financiële ruimte is dit aflossingsbedrag te verhogen. Ook dat werd niet nagekomen. De zoon vordert nakoming van de minnelijke regeling en overlegging van hun meest recente inkomensgegevens. De vorderingen worden toegewezen. In tegenstelling tot het gebruik bij familieleden onderling worden de ouders veroordeeld in de kosten.

Lees verder

Jurisprudentie

Rb, deelgeschil: geen gebruik van statistische gegevens gezien concrete gezondheidssituatie

  • Rechtbank Limburg
  • 24 maart 2016
  • ECLI:NL:RBLIM:2016:2670
  • C/03/213987 / HA RK 15-258

Benadeelde (60 jarige bouwvakker met lichte degeneratieve veranderingen van schoudergewricht zonder klachten) raakt arbeidsongeschikt na ongeval. 1. De rechtbank oordeelt dat in het onderhavige geval geen gebruik moet wordt gemaakt van de statistische gegevens (eindleeftijd 63 jaar en 7 maanden), nu uit de concrete gezondheidssituatie van benadeelde blijkt dat aannemelijk is dat hij zonder ongeval tot de pensioengerechtigde leeftijd zou zijn gaan werken (in het bedrijf van zijn zoon). Er was weliswaar sprake van degeneratieve veranderingen, maar benadeelde ondervond daarvan geen klachten. Wellicht dat benadeelde, vanwege zijn leeftijd zonder ongeval tóch klachten zou hebben gekregen, maar daar staat tegenover dat hij enkele jaren voor zijn pensionering staat en het niet onwaarschijnlijk is dat hij die beperkte periode zou hebben kunnen overbruggen. Het risico dat daaromtrent niets met zekerheid kan worden gezegd, dient voor risico van de verzekeraar te blijven. 2. BGK: uurtarief € 235,- redelijk; aantal uren teruggebracht. 3. Kosten deelgeschil: € 3.869,33.

Lees verder

Jurisprudentie

Rb, deelgeschil: whiplash, klachten plausibel, causaal verband tussen beperkingen en ongeval aangenomen

  • Rechtbank Limburg
  • 9 december 2015
  • ECLI:NL:RBLIM:2015:10244
  • C/03/208103 / HA RK 15-148

Causaal verband tussen de whiplashachtige klachten en beperkingen van verzoekster en het ongeval? Vast staat dat een medisch substraat voor de klachten ontbreekt. Onder verwijzing naar HR 8 juni 2001 (ZA/de Greef ECLI:NL:HR:AB2054) concludeert de rechtbank dat er niettemin sprake kan zijn van toerekening van de klachten aan het ongeval indien op objectieve wijze kan worden vastgesteld dat benadeelde klachten heeft die reëel, niet ingebeeld, niet voorgewend en niet overdreven zijn. Bij de beoordeling heeft de rechtbank onderzocht of er sprake is van een plausibel klachtenpatroon en of die klachten een causaal verband kennen met het ongeval. Een psychiatrisch onderzoek acht de rechtbank niet nodig; zo er al sprake is van predispositie, staat dit aan de toerekening van de klachten aan het ongeval niet in de weg. Tot slot heeft de rechtbank de vraag beantwoord of benadeelde beperkingen ondervindt van de ongevalsgerelateerde klachten. De conclusie is dat er sprake is van (juridisch) causaal verband tussen de klachten en de daaruit voorvloeiende beperkingen en het ongeval. 2. Kosten deelgeschil: € 6879,-; uurtarief € 295,- redelijk gezien specialisatie.

Lees verder

Jurisprudentie

Rb: whiplash; klagen over beperkingen is onvoldoende, beperkingen moeten ook objectief kunnen worden vastgesteld

  • Ongepubl. jurisprudentie, Rechtbank Limburg
  • 21 oktober 2015
  • C/03/201011 / HA ZA 15-33

Uitspraak rechtbank in zaak waarin al deelgeschil heeft plaatsgevonden (uitspraak in deelgeschil geldt als bindende eindbeslissing). In het deelgeschil ging het om de vraag of de klachten na een ongeval van 1995 zijn verergerd door het ongeval van 2005. De rechtbank overweegt dat ten aanzien van whiplashklachten voor het bewijs van die klachten voldoende is dat objectief vastgesteld kan worden dat zij aanwezig, reëel, niet ingebeeld, niet voorgewend en niet overdreven zijn. “Uit dit criterium volgt dat, hoewel de klachten wellicht een grote mate van subjectiviteit kennen, er toch een bepaalde mate van objectivering van die klachten mogelijk moet zijn. De (toegenomen) klachten moeten immers onder andere “reëel” zijn. Dat betekent naar het oordeel van de rechtbank dat de (toegenomen) klachten moeten zijn terug te voeren op bestaande fysieke of psychische aandoeningen. (…) Onvoldoende is derhalve dat iemand oprecht – dus zonder te simuleren of aggraveren – klaagt over bepaalde beperkingen, bijvoorbeeld over verlies aan concentratievermogen of vermindering van zijn geheugenfunctie. De bedoelde beperkingen moeten ook objectief kunnen worden vastgesteld. De rechtbank oordeelt dat in het deelgeschil een juist juridische criterium is gebruikt en de rechtbank ziet geen aanleiding om terug te komen op de beslissing in deelgeschil.

Lees verder

Jurisprudentie

Rb: deelgeschilprocedure (nog) niet bedoeld voor ‘first party’ verzekeringen (SVI)

  • Rechtbank Limburg
  • 7 oktober 2015
  • C/03/208211 / HA RK 15-150

Verzoekster heeft letsel opgelopen als inzittende van auto van echtgenoot en verzoekt verzekeraar om medewerking aan expertise en om voorschot. Verzoekster heeft aan haar verzoek enkel de schadeverzekering inzittenden (SVI) ten grondslag heeft gelegd. De rechtbank overweegt dat een SVI-verzekering een ‘first party’ verzekering is. De deelgeschilprocedure is op dit moment beperkt tot ‘third party’ verzekeringen (de aansprakelijkheidsverzekering). Uit het onderzoeksrapport “Deeltjesversneller in het recht”, dat is uitgevoerd in het kader van de evaluatie van de wet, blijkt weliswaar dat overwogen kan worden om het toepassingsgebied van de deelgeschilprocedure uit te breiden naar ‘first-party’ verzekeringen, maar op dit moment is dat nog niet mogelijk. Dit vergt immers een wetswijziging. Verzoek afgewezen.

Lees verder

Jurisprudentie

Rb: causaal verband, “redelijke verwachtingen”, geen verlies van arbeidsvermogen vanwege predispositie van benadeelde

  • Ongepubl. jurisprudentie, Rechtbank Limburg
  • 9 september 2015
  • C/04/125680 / HA ZA 13-289

Whiplash; twee ongevallen in 2008 en 2011. 1. De rechtbank oordeelt dat nu er geen sprake is van toegenomen letsel na het 2e ongeval er geen sprake is van mengschade en van alternatieve causaliteit. 2. Causaliteit 1e ongeval en verlies van arbeidsvermogen? De rechtbank acht postwhiplashsyndroom aannemelijk; de klachten zijn consistent, consequent, etc. Van belang is dat bij het verdienvermogen zonder ongeval rekening dient te worden gehouden met de predispositie van de benadeelde. Waar het om draait, is of het redelijk is te veronderstellen dat de betreffende predispositie ook zonder ongeval tot een verminderd verdienvermogen zou hebben geleid. Volgens de Hoge Raad komt het daarbij aan op “de redelijke verwachting van de rechter omtrent de toekomstige ontwikkelingen”. Als de aansprakelijk gestelde partij zich erop beroept dat de predispositie als het ongeval wordt weggedacht óók tot schade had geleid, dan zal de benadeelde partij de bewijslast dragen dat dit niet het geval is (HR 13 december 2002, NJ 2003, 212 (B./Olifiers)). De rechtbank stelt vast dat uit de overgelegde stukken blijkt dat benadeelde over geen enkele opleiding beschikt en dat zijn arbeidsverleden versnipperd is, onder andere door langdurige onderbrekingen en een detentie van vijfjaar. Dit wordt bij de beoordeling als uitgangspunt meegenomen. Tevens moet rekening worden gehouden met het feit dat uit de overgelegde medische gegevens blijkt dat benadeelde al vóór het ongeval met diverse lichamelijke klachten zijn huisarts consulteerde (o.a. nekklachten) en . dat benadeelde veelvuldig is uitgevallen, terwijl daarvan niet kan worden gezegd dat dit het gevolg is van het postwhiplashsyndroom. De rechtbank oordeelt dat vanwege de predispositie niet te verwachten is dat benadeelde zonder het ongeval meer inkomen zou hebben genoten dan hij thans ingevolge de WIA geniet. Schade wegens verlies aan arbeidsvermogen afgewezen. 3. Smartengeld: € 1000,-; 4. BGK: de rechtbank gaat uit van de PIV-staffel; beide partijen hadden dit als optie genoemd.

Lees verder

RB: Deelgeschil; Waarborgfonds heeft verzoek tot schadevergoeding terecht afgewezen op art. 25 WAM

  • Rechtbank Limburg
  • 24 juni 2015
  • 3797796 \ OV VERZ 15-8

Fietser is bij wegversmalling ten val gekomen en heeft daarbij o.a. een breuk aan zijn rechterarm opgelopen. De bestuurder van de auto is gestopt om te vragen hoe het met hem ging. De gegevens van de bestuurder zijn niet opgenomen. Later is eiser een buurtonderzoek gestart en heeft hij aangifte bij politie gedaan. SWM heeft het verzoek tot schadevergoeding afgewezen op grond van art. 25 lid 1a van de WAM. Het meest verstrekkende verweer van SWM, dat er geen sprake is van een zogenaamde “hit and run”-situatie, faalt. De WAM stelt niet als vereiste dat tussen het motorrijtuig en de benadeelde (fysiek) contact moet zijn geweest. In de gegeven omstandigheden was het voor eiser en zijn echtgenote wel voldoende gelegenheid geweest de identiteit van de bestuurster en/of het motorrijtuig vast te stellen. Nu zij dat hebben nagelaten, komt aan eiser reeds om die reden geen beroep toe op artikel 25 WAM. Daarbij staat voor het verzoek in de weg dat de feitelijke toedracht van het ongeval — en dus de aansprakelijkheid van de bestuurster van het motorrijtuig — in het geheel niet vast staat. De kosten van eiser worden begroot op de door de door hem gestelde kosten ad € 2.898,00, minus de helft van het uurtarief voor de reistijd ad 176,25 is 2.721,75 (€ 3.276,94 inclusief btw. Het verzoek tot veroordeling van SWM in deze kosten wordt afgewezen.

Lees verder