Jurisprudentie

Rb: werkgever aansprakelijk voor val over losliggende stenen

  • Rechtbank Rotterdam
  • 24 februari 2017
  • ECLI:NL:RBROT:2017:1924
  • 5282968 CV EXPL 16-32564

Eiser, ZZP-er en uitgeleend via detacheringsbureau aan het bedrijf van gedaagde, stelt dat hij ten val is gekomen door losliggen stenen op een tankwal. Hij stelt gedaagde aansprakelijk ex art 7:658 BW. De kantonrechter overweegt dat de exacte toedracht van de valpartij niet is komen vast te staan. Ook is niet komen vast te staan dat eiser zich na de valpartij heeft laten verplaatsen. De kantonrechter oordeelt dat niet is komen vast te staan dat de werkgever aan haar zorgplicht voor een veilige werkomgeving heeft voldaan. Vaststaat immers dat ten tijde van het ongeval stenen loslagen op de tankwal. Zoals de Inspectie SZW ook al heeft vastgesteld, was de arbeidsplaats daardoor niet veilig toegankelijk en was het gevaar voor de veiligheid van de werknemers niet zoveel mogelijk voorkomen.

Lees verder

Jurisprudentie

Rb, deelgeschil: gemiste diagnose waardoor reële overlevingskans verloren is gegaan: smartengeld € 200.000,-

  • Rechtbank Rotterdam
  • 21 maart 2017
  • ECLI:NL:RBROT:2017:2139
  • C/10/513740 / HA RK 16-977

Uroloog heeft bij patiënte tumor in de nier niet onderkend. De aansprakelijkheid voor een verwijtbaar delay in de diagnose is erkend vanaf 2008. Door het verwijtbaar delay is de overlevingskans van 92% (2008) gedaald naar 13% (2013). In 2014 is patiënte aan de gevolgen van kanker overleden. Verzoekers vorderen € 500.000,- smartengeld. 1. De rechtbank wijst € 200.000,- toe. De rechtbank overweegt hierbij dat door het ernstig verwijtbaar medisch handelen heeft geleid tot een delay van vijf jaar waardoor de aanvankelijke reële kans op overleving verloren is gegaan. Dit heeft geresulteerd in een lijdensweg van dertien maanden waarin patiënte werd geconfronteerd met veel pijn, angst en verdriet totdat zij op de relatief jonge leeftijd van 50 jaar overleed. Niet in geschil is dat in andere landen in vergelijkbare gevallen door de rechter hogere bedragen worden toegekend dan in Nederland. Deze omstandigheid is echter van beperkt gewicht. De ontwikkeling van de maatschappelijke opvattingen over de hoogte van smartengeld in Nederland weegt zwaarder. Die maatschappelijke opvattingen zijn in de loop van de jaren gewijzigd. 2. BGK: verwijzing naar PIV-staffel. 3. Kosten deelgeschil: € 7.823,27.

Lees verder

Jurisprudentie

Rb: Securitas en R.E.T aansprakelijk voor mishandeling door conducteur

  • Rechtbank Rotterdam
  • 8 februari 2017
  • ECLI:NL:RBROT:2017:1063
  • C/10/498279 / HA ZA 16-320

Handgemeen in tram tussen eiser en conducteur. Eiser stelt Securitas en R.E.T. ex art 6:170 en art 6:162 BW aansprakelijk voor het opgelopen letsel. 1. De rechtbank oordeelt dat de conducteur onrechtmatig heeft gehandeld; een rechtvaardigingsgrond ontbreekt. 2. De rechtbank oordeelt dat naast Securitas ook R.E.T. zeggenschap had over de conducteur ten tijde van de mishandeling. De conducteur verrichtte werkzaamheden ter uitoefening van het bedrijf van de R.E.T. in een tram van de R.E.T. De conducteur was door Securitas op last van de R.E.T. ingehuurd. Gelet op deze omstandigheden staat reeds vast dat sprake was van een ondergeschiktheidsverhouding. 3. Eigen schuld eiser 25% nu hij ook klappen heeft uitgedeeld. (NB: uitspraak heeft al eerder op Kennisnet gestaan, nog niet eerder in de nieuwsbrief.)

Lees verder

Jurisprudentie

Rb: niet melden zeer zeldzame bijwerking medicijn is geen beroepsfout

  • Rechtbank Rotterdam
  • 1 februari 2017
  • ECLI:NL:RBROT:2017:793
  • C/10/497238 / HA ZA 16-257

Benadeelde heeft evenwichtsproblemen na gebruik van medicijn. 1. Indien benadeelde de evenwichtsproblemen heeft gemeld, zouden nacontroles noodzakelijk geweest zijn.. Benadeelde dient te bewijzen dat hij de evenwichtsproblemen heeft gemeld. Omkeringsregel niet van toepassing. 2. Schending informatieplicht door ziekenhuis? Voor het antwoord op de vraag over welke bekende risico’s de hulpverlener de patiënt dient voor te lichten, is onder meer van belang de grootte van de kans dat een bepaald risico zich zal realiseren, alsmede de aard en ernst van dat risico. Het risico op schade aan het evenwichts- en/of gehoororgaan bij gebruik van Gentamicine is 0,01%. De rechtbank oordeelt dat het niet melden van deze zeer zeldzame bijwerking geen beroepsfout is.

Lees verder

Jurisprudentie

Rb: omstandigheden en directe confrontatie onvoldoende onderbouwd, shockschade afgewezen

  • Rechtbank Rotterdam
  • 2 december 2016
  • ECLI:NL:RBROT:2016:10062
  • C/10/501115 / HA ZA 16-449

Vrouw wordt vermoord door ex-partner. De vader van de vermoorde vrouw (eiser) vordert shockschade van de ex-partner (gedaagde). De rechtbank overweegt dat de vraag of gedaagde aansprakelijk is voor shockschade beantwoord te worden aan de hand van de criteria van het Taxibus-arrest. De rechtbank overweegt dat het voor eiser een schokkende gebeurtenis moet zijn geweest om met het ontzielde lichaam van zijn dochter te worden geconfronteerd, maar dat gesteld noch gebleken is wanneer, waar, op welke wijze en onder welke omstandigheden dit is gebeurd. Er is dan ook onvoldoende en onderbouwd gesteld dat er sprake is geweest van een directe confrontatie met de onrechtmatige daad zoals vereist voor toewijzing van shockschade. Vordering afgewezen.

Lees verder

Jurisprudentie

Rb: deelgeschil niet bedoeld voor betaling facturen BGK

  • Rechtbank Rotterdam
  • 8 december 2016
  • ECLI:NL:RBROT:2016:9274
  • C/10/508301 / HA RK 16-690

In beginsel kan een verzoek tot toekenning van een voorschot op de buitengerechtelijke kosten in een deelgeschil aan de orde komen. Het is afhankelijk van de omstandigheden of wordt voldaan aan de voorwaarde dat de verzochte beslissing voldoende kan bijdragen aan de totstandkoming van een vaststellingsovereenkomst. Na het voorschot BGK gaat het buitengerechtelijke onderhandelingstraject tussen partijen voort. Er is slechts sprake van een mogelijk geschil over de BGK. Het onbetaald gebleven deel zijn nu geen breekpunt in het onderhandelingstraject. De verzochte beslissing kan onvoldoende bijdragen aan de totstandkoming van de vaststellingsovereenkomst. De deelgeschilprocedure is volstrekt onnodig of onterecht ingesteld. De kosten daarvan komen niet voor vergoeding in aanmerking. Het deelgeschil is ingesteld met het doel om betaling van facturen te verkrijgen en niet om een vaststellingsovereenkomst tot stand te brengen of dichterbij te brengen.

Lees verder

Jurisprudentie

Rb, deelgeschil: whiplash, vordering om schaderegeling op te pakken afgewezen, deelgeschil volstrekt onnodig ingesteld

  • Ongepubl. jurisprudentie, Rechtbank Rotterdam
  • 20 oktober 2016
  • C/l 0/502038 / HA RK 16-398

Whiplash, laag energetische botsing. Benadeelde verzoekt rechtbank om verzekeraar te veroordelen om de schaderegeling verder ter hand te nemen en om een voorschot (boven het reeds betaalde voorschot van € 4000,-). Verzekeraar betwist het causaal verband tussen de gestelde schade en het ongeval.
1. De rechtbank stelt vast dat in hoge mate onzeker is of de (vele) door benadeelde gepresenteerde klachten en beperkingen gevolg zijn van het ongeval. Met verzekeraar is de rechtbank van oordeel dat zonder nader onderzoek, waarbij ook de medische voorgeschiedenis van benadeelde betrokken wordt, geen eenduidig oordeel is te geven over het causaal verband tussen de klachten en beperkingen. De rechtbank oordeelt dat het standpunt van verzekeraar om de schaderegeling niet verder meer ter hand te nemen nu de onderhandelingen zijn vastgelopen op het causaal verband niet onredelijk is. Het verzoek hiertoe is bovendien te vaag. Vordering hiertoe en voorschot afgewezen.
2. BGK. Bij gebreke van voldoende inzicht in de omvang van de schade kan niet worden beoordeeld of de in rekening gebrachte BGK redelijk zijn.
3. Kosten deelgeschil afgewezen. In het licht van de huidige jurisprudentie lag de onderhavige beslissing zo voor de hand lag dat het indienen van het verzoek als volstrekt onterecht dient te worden geoordeeld.

Lees verder

Jurisprudentie

Rb, deelgeschil: schade door voortijdige verkoop woning toe te rekenen aan ongeval, kosten deelgeschil bovenmatig

  • Rechtbank Rotterdam
  • 18 oktober 2016
  • ECLI:NL:RBROT:2016:8088
  • C/10/504926 / HA RK 16-534

Ongeval in 2009, waarbij (destijds) 70-jarige vrouw ernstig letsel oploopt. Zij is na het ongeval niet teruggekeerd naar haar oude woning, maar heeft een serviceappartement gehuurd. Zij verzoekt de rechtbank te verklaren a. dat de schade door voortijdige verkoop van de eigen woning tenminste € 49.926,00 bedraagt; b. dat verzekeraar medewerking moet verlenen aan benoeming deskundigen en aan mediation. 1. De rechtbank overweegt dat beoordeeld moet worden of verzoekster, gelet op haar medische situatie en de vooruitzichten in 2009 redelijkerwijs tot de beslissing kon komen om naar een serviceappartement te verhuizen. De rechtbank acht het voldoende aannemelijk dat de keuze om te verhuizen naar een serviceappartement in de gegeven omstandigheden gerechtvaardigd was. Temeer nu het een wat verouderde woning betrof met opstapjes en een trap. Nu verzekeraar heeft nagelaten de noodzaak van de verhuizing aan de orde te stellen en akkoord is gegaan met het betalen van de extra woonlasten, mocht verzoekster er gerechtvaardigd op vertrouwen dat zij instemde met de beslissing om te verhuizen. 2. De rechtbank oordeelt dat verzekeraar medewerking dient te verlenen aan het gezamenlijk inschakelen van een deskundige ter bepaling van de verwachte waarde van de woning in 2020. 3. De rechtbank oordeelt dat het standpunt van verzekeraar om niet met mediation in te stemmen niet onredelijk is.4. BGK en kosten deelgeschil: € 7.874,64 (gevorderd € 12.915,73; uurtarief teruggebracht van € 285,- tot € 245,-; aantal uren teruggebracht van meer dan 37 tot 25.)

Lees verder

Jurisprudentie

Rb, deelgeschil: verzekeraar hoeft niet mee te werken aan mediation

  • Ongepubl. jurisprudentie, Rechtbank Rotterdam
  • 20 juli 2016
  • 5234189 HA VERZ 16-152

Benadeelde verzoekt de kantonrechter (onder meer) om de verzekeraar te veroordelen tot medewerking aan mediation, 1. De kantonrechter rechtbank oordeelt dat uit gedragsregels 9 en 10 van de GBL volgt dat indien de onderhandelingen tussen partijen zijn vastgelopen, partijen gezamenlijk naar een oplossing moeten zoeken en dat, wanneer dat niet lukt, zij zich tot een derde dienen te wenden. Behalve het onderhavige deelgeschil zijn tussen partijen nog drie geschillen aanhangig. Gelet op hetgeen in deze zaken is beslist, oordeelt de kantonrechter dat verzekeraar in redelijkheid het verzoek van benadeelde tot het meewerken aan een mediationtraject in dit stadium van de schadeafwikkeling, mocht afwijzen. Verzekeraar heeft dan ook niet onrechtmatig gehandeld door vooralsnog niet aan mediation mee te willen werken. 2. Kosten deelgeschil: € 3.013,41 (gevorderd: € 14.759,58 voor 2 procedures; aantal uren disproportioneel, uurtarief teruggebracht van € 300,- naar € 245,-). (NB: de kantonrechter heeft op 20 juli 2016 uitspraak gedaan in vier tussen dezelfde partijen lopende procedures.)

Lees verder

Jurisprudentie

Rb, deelgeschil: rapport eenzijdig ingeschakelde deskundige kan niet als uitgangspunt dienen

  • Ongepubl. jurisprudentie, Rechtbank Rotterdam
  • 20 juli 2016
  • 5076884 HA VERZ 16-94

Benadeelde verzoekt primair een verklaring voor recht, dat de rapporten van drie deskundigen als uitgangspunt moeten worden genomen bij de schaderegeling. Verzekeraar stelt dat het rapport van deskundige x de toets der kritiek niet kan doorstaan. Verzekeraar heeft niet expliciet bezwaar gemaakt tegen het in gang zetten van deze expertise, maar heeft wel expliciet te kennen gegeven dat zij zich niet automatisch committeerde aan de uitkomsten. De kantonrechter oordeelt dat het onderzoek door deskundige x niet met onvoorwaardelijke instemming van de verzekeraar is uitgevoerd en zijn rapport kan om deze reden niet gelijk worden gesteld aan een door de rechter opgedragen deskundigenonderzoek. 2. De kantonrechter is van oordeel dat het rapport deskundige x onvolledig is en niet als uitgangspunt kan worden gebruikt voor verdere onderhandelingen. De kantonrechter verklaart voor recht dat de rapporten van de twee deskundigen die in op gezamenlijk verzoek zijn uitgebracht als uitgangspunt moeten worden genomen bij de verdere onderhandelingen over de schaderegeling en beveelt de verzekeraar mee te werken aan de continuering van de expertise bij deskundige x, onder andere door deskundige x nadere vragen te stellen. 2. Kosten deelgeschil: € 3.013,41 (gevorderd: € 14.759,58 voor 2 procedures; aantal uren disproportioneel, uurtarief teruggebracht van € 300,- naar € 245,-). (NB: de kantonrechter heeft op 20 juli 2016 uitspraak gedaan in vier tussen dezelfde partijen lopende procedures.)

Lees verder

Jurisprudentie

Rb: verzoeken om voorlopig neurologisch deskundigenonderzoek afgewezen, NPO toegewezen

  • Ongepubl. jurisprudentie, Rechtbank Rotterdam
  • 20 juli 2016
  • 5076846 HA VERZ 16-93

Verzekeraar verzoekt een voorlopig neurologische deskundigenbericht te gelasten met neuropsychologisch onderzoek (NPO) en stelt hiertoe deskundigen voor. Het laatste NPO dateert van 2006. Een recent eenzijdig neurologisch onderzoek, door deskundige x kan volgens de verzekeraar de toets der kritiek niet doorstaan. 1. De kantonrechter oordeelt dat sprake van misbruik van de bevoegdheid om te verzoeken om een neurologisch deskundigenonderzoek. Tegenover het nalaten van de verzekeraar om zich in te spannen om de bij haar levende aanvullende vragen beantwoord te krijgen door deskundige, staat het belang van benadeelde om niet opnieuw een medisch onderzoek te ondergaan, waarvan niet is betwist dat dit zeer belastend voor hem is. Onder deze omstandigheden acht de kantonrechter het primaire verzoek om een nieuwe neurologische expertise te gelasten een onevenredig middel om uitsluitsel te verkrijgen over de medische toestand van benadeelde. Het primaire verzoek zal daarom worden afgewezen. 2. De kantonrechter wijst het subsidiaire verzoek van verzekeraar om opnieuw een NPO uit te laten, wel toe, gelet op de datum en geldigheidsduur van het eerdere NPO. (NB: de kantonrechter heeft op 20 juli 2016 uitspraak gedaan in vier tussen dezelfde partijen lopende procedures.)

Lees verder

Jurisprudentie

Rb, deelgeschil: geen juridisch causaal verband tussen ongeval en klachten, kosten deelgeschil bovenmatig

  • Ongepubl. jurisprudentie, Rechtbank Rotterdam
  • 15 juli 2016
  • C/10/497856 / HA RK 16-212

Whiplash, ongeval 2012, leerling mbo-opleiding Sport en Bewegen. Na ongeval heeft benadeelde nekklachten beëindigt hij heeft zijn activiteiten; vanaf 2013 heeft hij Wajong-uitkering. De rechtbank komt tot het oordeel dat op basis van de bewijsstukken onvoldoende aannemelijk is dat er sprake is van een (juridisch) causaal verband tussen het ongeval en de door benadeelde gestelde blijvende klachten. De rechtbank acht het wel aannemelijk dat een zekere periode na het ongeval sprake is geweest van nekklachten als gevolg van het ongeval, dit kan echter niet tot toewijzing van de verzoeken om voor recht te verklaren dat alle klachten ongevalsgevolg zijn. Verzoek afgewezen. 2. Het tegenverzoek van de verzekeraar om te verklaren dat benadeelde geen (blijvende) klachten en/of beperkingen aan het ongeval heeft overgehouden wordt eveneens afgewezen. 3. Kosten deelgeschil: € 6.632,- (gevorderd: € 11.343,52; aantal uren bovenmatig; uurtarief teruggebracht van € 297,- tot € 245,- ).

Lees verder

Jurisprudentie

Rb: geschil uitsluitend over BGK leent zich niet voor deelgeschil, kosten deelgeschil nihil

  • Rechtbank Rotterdam
  • 7 juni 2016
  • ECLI:NL:RBROT:2016:4243
  • 4704356 CV EXPL 15-23414

Benadeelde en verzekeraar leggen in onderling overleg een geschil over BGK voor in deelgeschilprocedure. 1. De kantonrechter toetst ambtshalve of het geschil zich leent voor een deelgeschil en wijst het wijst het verzoek af. Vaststaat dat het enige geschilpunt dat partijen nog verdeeld houdt, de buitengerechtelijke kosten betreft. Voor al het overige hebben partijen een vaststellingsovereenkomst gesloten. De enkele omstandigheid dat het gaat om een deel van het geschil is niet toereikend om verzoekster te kunnen ontvangen in een deelgeschilprocedure. Bepalend is of de verzochte beslissing voldoende kan bijdragen aan de totstandkoming van een vaststellingsovereenkomst. 2. Kosten deelgeschil zijn niet in redelijkheid gemaakt en worden begroot op nihil.

Lees verder

Jurisprudentie

Rb: verzekeraars niet gebonden aan neuropsychologisch expertiserapport vanwege onvoldoende onderbouwde conclusies symptoomvaliditeitstest

  • Ongepubl. jurisprudentie, Rechtbank Rotterdam
  • 6 juli 2016
  • ongepubliceerd
  • C/l 0/482088 / HA ZA 15-825

Benadeelde heeft bij ongevallen in 2007 en 2009 letsel opgelopen. De aansprakelijke verzekeraars vragen om voor recht te verklaren (primair) dat zij niet gebonden zijn aan de expertiserapporten van de neuroloog en de neuropsycholoog. Het bezwaar van de verzekeraars richt zich op de conclusies die de neuropsycholoog aan het geconstateerde onderpresteren van benadeelde verbindt. De rechtbank acht het ter zijde leggen van de positieve uitslag van de symptoomvaliditeitstesten, die normaliter meebrengt dat de overige testresultaten niet betrouwbaar zijn, een in het oog springende eigenaardigheid, die in het rapport onvoldoende is onderbouwd. Bij de argumentatie, begrijpelijkheid en logica van de stelling dat het onderpresteren van benadeelde werd veroorzaakt door frontaal hersenletsel kunnen verschillende kanttekeningen worden geplaatst. Hierdoor is sprake van zodanig zwaarwegende en steekhoudende bezwaren tegen het rapport van neuropsycholoog, dat verzekeraars hieraan niet gebonden kunnen worden (r.o. 4.9). Deze beslissing heeft gevolgen voor het rapport van de neuroloog, dat hierop is gebaseerd. Naar het oordeel van de rechtbank is een nieuw neuropsychologisch onderzoek noodzakelijk.

Lees verder

Jurisprudentie

Rb: art 7:658 BW niet val toepassing op overheidspersoneel, Universiteit niet aansprakelijk voor val werknemer over losse kabel

  • Rechtbank Rotterdam
  • 13 juli 2016
  • ECLI:NL:RBROT:2016:5297
  • C/10/485817 / HA ZA 15-1011

Werknemer van Universiteit komt op weg naar parkeergarage ten val over losliggende kabel van een kabelhaspel, waarbij hij rug-, pols- en psychische klachten oploopt. Hij stelt de Universiteit aansprakelijk ex art 7:658 BW, art 6:174 BW, art. 6:173 en art. 6:162 BW. 1. De rechtbank oordeelt werknemer geen beroep kan doen op art 7:658 BW, aangezien in art. 7:615 BW is bepaald dat titel 10 van boek 7 van het BW (waar art. 7:658 BW onderdeel van uitmaakt) niet van toepassing is op personen in overheidsdienst. 2. Aansprakelijkheid ex art 6:174 BW, art. 6:173 en art. 6:162 BW wordt eveneens afgewezen.

Lees verder