Jurisprudentie

Rb: eigenaar hond aansprakelijk voor zwaar letsel door hondenbeet

  • Rechtbank Rotterdam
  • 27 september 2017
  • ECLI:NL:RBROT:2017:7453
  • C/10/521778 / HA ZA 17-214

Eiseres is in haar arm gebeten door de hond van gedaagde. Pas nadat gedaagde de hond met een mes verwondt laat de hond de arm van eiseres los. Zij loopt ernstig letsel op en raakt volledig arbeidsongeschikt. De rechtbank acht gedaagde aansprakelijk ex art 6:179 BW. Het verweer van gedaagde dat sprake is van eigen schuld van eiseres, omdat zij met een brillenkoker een stap zette richting de hond in de woning zette wordt verworpen.

Lees verder

Jurisprudentie

Rb: vervoerder niet aansprakelijk voor rugletsel na tocht op RIB-boot

  • Rechtbank Rotterdam
  • 20 september 2017
  • ECLI:NL:RBROT:2017:7232
  • C/10/516188 / HA ZA 16-1363

Benadeelde loopt ernstig rugletsel op tocht op RIB-boot tijdens bedrijfsuitje. ij stelt de vervoerder aansprakelijk. 1. Naar het oordeel van de rechtbank heeft benadeelde onvoldoende feiten en omstandigheden gesteld die kunnen leiden tot de conclusie dat zijn letsel tijdens de boottocht is veroorzaakt door een omstandigheid die een zorgvuldig vervoerder heeft kunnen vermijden. Het verwijt van benadeelde komt er op neer dat het niet anders kan dan dat er te hard is gevaren dan wel dat er gebreken waren aan de boot omdat eiser rugletsel heeft overgehouden aan de boottocht. Het lag op de weg van benadeelde gelegen om concreet aan te geven op welke feiten en omstandigheden hij zijn stelling baseert. 2. Geen toepassing van de omkeringsregel. De omkeringsregel is pas aan de orde als vast staat dat er sprake is van een normschending. 3. De rechtbank komt tot het oordeel dat de vervoerder niet aansprakelijk is op grond van art. 6:74 BW en/of art. 6:162 BW en/of art. 8:81 BW en/of art. 8:974 BW en/of art. 8:504 lid 5 BW.

Lees verder

Jurisprudentie

Rb, arbeidsongeval met betwiste toedracht leent zich niet voor deelgeschil; procedure volstrekt onnodig ingesteld

  • Rechtbank Rotterdam
  • 14 april 2017
  • ECLI:NL:RBROT:2017:7335
  • 5740839 VZ VERZ 17-2808

Stuurman valt overboord van binnenvaartschip en overlijdt. Verzoekster verzoekt verklaring voor recht dat de werkgever aansprakelijk is ex art 7:658 BW. 1. De kantonrechter overweegt dat, gezien de uiteenlopende standpunten van partijen, zonder verder bewijs, niet vast dat de kapitein verzuimd heeft de stuurman te wijzen op zijn verplichting zijn zwemvest aan te trekken. Sterker nog, er staat niet eens vast of [de stuurman het zwemvest al dan niet droeg. Bij deze stand van zaken is naar het oordeel van de kantonrechter bewijslevering dan ook geïndiceerd. De kantonrechter komt tot het oordeel dat het verstrekken van een of meerdere bewijsopdrachten naar verwachting zal leiden tot een zodanig uitvoerige procedure, met alle daarmee gepaard gaande hoeveelheid tijd, kosten en moeite, dat dit zich niet verhoudt met de aard van de onderhavige deelgeschilprocedure. 2. De kosten van de procedure worden niet begroot, nu de procedure volstrekt onnodig of onterecht is ingesteld.

Lees verder

Jurisprudentie

Rb: voorlopig deskundigenbericht bevolen met verzekeringsarts als regisseur

  • Rechtbank Rotterdam
  • 30 juni 2017
  • ECLI:NL:RBROT:2017:5073
  • C/10/519443 / HA RK 17-84

Verzoek om voorlopig deskundigenbericht na twee ongevallen (zwembadongeval en verkeersongeval). Partijen hebben overeenstemming over de benoeming van een orthopedisch chirurg en een neuroloog. De rechtbank beveelt een onderzoek door een verzekeringsarts met de taak van regisseur. De regievoerend deskundige wordt echter niet aangesteld om een klassieke eigen rapportage als verzekeringsarts in te dienen, maar om (pro)actief de totstandkoming van een geïntegreerd rapport omtrent de toestand van benadeelde en de relatie tot de ongevallen te bevorderen. Daarbij is het uiteraard niet de bedoeling dat de regievoerend deskundige de taak van de rechtbank overneemt en tot juridische gevolgtrekkingen komt, maar wel dat alle medische informatie die de rechtbank nodig heeft om tot beslissingen te komen wordt verzameld en dat zij daarop een medische visie geeft.

Lees verder

Jurisprudentie

Rb: eigenaar portiekwoning niet aansprakelijk voor val over opstap

  • Rechtbank Rotterdam
  • 3 mei 2017
  • ECLI:NL:RBROT:2017:3479
  • C/10/513255 / HA ZA 16-1066

Benadeelde komt ten val op opstap bij voordeur van portiekwoning en breekt haar been. Zij stelt de eigenaar van de woning aansprakelijk ex aft 6:174 BW. De rechtbank oordeelt dat er geen sprake is van een opstal die niet voldeed aan de eisen die daaraan in de gegeven omstandigheden mogen worden gesteld, dan wel dat de toestand dusdanig was dat deze een wezenlijk gevaar opleverde dat uit het oogpunt van veiligheid door de eigenaar voorkomen had moeten worden.

Lees verder

Jurisprudentie

Rb: bezitter hond aansprakelijk

  • Rechtbank Rotterdam
  • 10 juli 2017
  • ECLI:NL:RBROT:2015:10173
  • 3776018 CV EXPL 15-2491

Gedaagde is zonder bericht van verhindering niet meer ter zitting verschenen. Dit brengt met zich dat er in rechte van wordt uitgegaan dat de hond niet was aangelijnd en plotseling op het fietspad vlak vóór de fiets van eiser tot stilstand is gekomen, waardoor hij met de hond in botsing is gekomen en is gevallen. Dit leidt tot het oordeel dat het onderhavige ongeval is veroorzaakt door de eigen gedraging van de hond en dat gedaagde als bezitter van de hond aansprakelijk is voor de door de hond aangerichte schade als bedoeld in artikel 6: 179 BW.

Lees verder

Jurisprudentie

Rb: werkgever aansprakelijk voor val over losliggende stenen

  • Rechtbank Rotterdam
  • 24 februari 2017
  • ECLI:NL:RBROT:2017:1924
  • 5282968 CV EXPL 16-32564

Eiser, ZZP-er en uitgeleend via detacheringsbureau aan het bedrijf van gedaagde, stelt dat hij ten val is gekomen door losliggen stenen op een tankwal. Hij stelt gedaagde aansprakelijk ex art 7:658 BW. De kantonrechter overweegt dat de exacte toedracht van de valpartij niet is komen vast te staan. Ook is niet komen vast te staan dat eiser zich na de valpartij heeft laten verplaatsen. De kantonrechter oordeelt dat niet is komen vast te staan dat de werkgever aan haar zorgplicht voor een veilige werkomgeving heeft voldaan. Vaststaat immers dat ten tijde van het ongeval stenen loslagen op de tankwal. Zoals de Inspectie SZW ook al heeft vastgesteld, was de arbeidsplaats daardoor niet veilig toegankelijk en was het gevaar voor de veiligheid van de werknemers niet zoveel mogelijk voorkomen.

Lees verder

Jurisprudentie

Rb, deelgeschil: gemiste diagnose waardoor reële overlevingskans verloren is gegaan: smartengeld € 200.000,-

  • Rechtbank Rotterdam
  • 21 maart 2017
  • ECLI:NL:RBROT:2017:2139
  • C/10/513740 / HA RK 16-977

Uroloog heeft bij patiënte tumor in de nier niet onderkend. De aansprakelijkheid voor een verwijtbaar delay in de diagnose is erkend vanaf 2008. Door het verwijtbaar delay is de overlevingskans van 92% (2008) gedaald naar 13% (2013). In 2014 is patiënte aan de gevolgen van kanker overleden. Verzoekers vorderen € 500.000,- smartengeld. 1. De rechtbank wijst € 200.000,- toe. De rechtbank overweegt hierbij dat door het ernstig verwijtbaar medisch handelen heeft geleid tot een delay van vijf jaar waardoor de aanvankelijke reële kans op overleving verloren is gegaan. Dit heeft geresulteerd in een lijdensweg van dertien maanden waarin patiënte werd geconfronteerd met veel pijn, angst en verdriet totdat zij op de relatief jonge leeftijd van 50 jaar overleed. Niet in geschil is dat in andere landen in vergelijkbare gevallen door de rechter hogere bedragen worden toegekend dan in Nederland. Deze omstandigheid is echter van beperkt gewicht. De ontwikkeling van de maatschappelijke opvattingen over de hoogte van smartengeld in Nederland weegt zwaarder. Die maatschappelijke opvattingen zijn in de loop van de jaren gewijzigd. 2. BGK: verwijzing naar PIV-staffel. 3. Kosten deelgeschil: € 7.823,27.

Lees verder

Jurisprudentie

Rb: Securitas en R.E.T aansprakelijk voor mishandeling door conducteur

  • Rechtbank Rotterdam
  • 8 februari 2017
  • ECLI:NL:RBROT:2017:1063
  • C/10/498279 / HA ZA 16-320

Handgemeen in tram tussen eiser en conducteur. Eiser stelt Securitas en R.E.T. ex art 6:170 en art 6:162 BW aansprakelijk voor het opgelopen letsel. 1. De rechtbank oordeelt dat de conducteur onrechtmatig heeft gehandeld; een rechtvaardigingsgrond ontbreekt. 2. De rechtbank oordeelt dat naast Securitas ook R.E.T. zeggenschap had over de conducteur ten tijde van de mishandeling. De conducteur verrichtte werkzaamheden ter uitoefening van het bedrijf van de R.E.T. in een tram van de R.E.T. De conducteur was door Securitas op last van de R.E.T. ingehuurd. Gelet op deze omstandigheden staat reeds vast dat sprake was van een ondergeschiktheidsverhouding. 3. Eigen schuld eiser 25% nu hij ook klappen heeft uitgedeeld. (NB: uitspraak heeft al eerder op Kennisnet gestaan, nog niet eerder in de nieuwsbrief.)

Lees verder

Jurisprudentie

Rb: niet melden zeer zeldzame bijwerking medicijn is geen beroepsfout

  • Rechtbank Rotterdam
  • 1 februari 2017
  • ECLI:NL:RBROT:2017:793
  • C/10/497238 / HA ZA 16-257

Benadeelde heeft evenwichtsproblemen na gebruik van medicijn. 1. Indien benadeelde de evenwichtsproblemen heeft gemeld, zouden nacontroles noodzakelijk geweest zijn.. Benadeelde dient te bewijzen dat hij de evenwichtsproblemen heeft gemeld. Omkeringsregel niet van toepassing. 2. Schending informatieplicht door ziekenhuis? Voor het antwoord op de vraag over welke bekende risico’s de hulpverlener de patiënt dient voor te lichten, is onder meer van belang de grootte van de kans dat een bepaald risico zich zal realiseren, alsmede de aard en ernst van dat risico. Het risico op schade aan het evenwichts- en/of gehoororgaan bij gebruik van Gentamicine is 0,01%. De rechtbank oordeelt dat het niet melden van deze zeer zeldzame bijwerking geen beroepsfout is.

Lees verder

Jurisprudentie

Rb: omstandigheden en directe confrontatie onvoldoende onderbouwd, shockschade afgewezen

  • Rechtbank Rotterdam
  • 2 december 2016
  • ECLI:NL:RBROT:2016:10062
  • C/10/501115 / HA ZA 16-449

Vrouw wordt vermoord door ex-partner. De vader van de vermoorde vrouw (eiser) vordert shockschade van de ex-partner (gedaagde). De rechtbank overweegt dat de vraag of gedaagde aansprakelijk is voor shockschade beantwoord te worden aan de hand van de criteria van het Taxibus-arrest. De rechtbank overweegt dat het voor eiser een schokkende gebeurtenis moet zijn geweest om met het ontzielde lichaam van zijn dochter te worden geconfronteerd, maar dat gesteld noch gebleken is wanneer, waar, op welke wijze en onder welke omstandigheden dit is gebeurd. Er is dan ook onvoldoende en onderbouwd gesteld dat er sprake is geweest van een directe confrontatie met de onrechtmatige daad zoals vereist voor toewijzing van shockschade. Vordering afgewezen.

Lees verder

Jurisprudentie

Rb: deelgeschil niet bedoeld voor betaling facturen BGK

  • Rechtbank Rotterdam
  • 8 december 2016
  • ECLI:NL:RBROT:2016:9274
  • C/10/508301 / HA RK 16-690

In beginsel kan een verzoek tot toekenning van een voorschot op de buitengerechtelijke kosten in een deelgeschil aan de orde komen. Het is afhankelijk van de omstandigheden of wordt voldaan aan de voorwaarde dat de verzochte beslissing voldoende kan bijdragen aan de totstandkoming van een vaststellingsovereenkomst. Na het voorschot BGK gaat het buitengerechtelijke onderhandelingstraject tussen partijen voort. Er is slechts sprake van een mogelijk geschil over de BGK. Het onbetaald gebleven deel zijn nu geen breekpunt in het onderhandelingstraject. De verzochte beslissing kan onvoldoende bijdragen aan de totstandkoming van de vaststellingsovereenkomst. De deelgeschilprocedure is volstrekt onnodig of onterecht ingesteld. De kosten daarvan komen niet voor vergoeding in aanmerking. Het deelgeschil is ingesteld met het doel om betaling van facturen te verkrijgen en niet om een vaststellingsovereenkomst tot stand te brengen of dichterbij te brengen.

Lees verder

Jurisprudentie

Rb, deelgeschil: whiplash, vordering om schaderegeling op te pakken afgewezen, deelgeschil volstrekt onnodig ingesteld

  • Ongepubl. jurisprudentie, Rechtbank Rotterdam
  • 20 oktober 2016
  • C/l 0/502038 / HA RK 16-398

Whiplash, laag energetische botsing. Benadeelde verzoekt rechtbank om verzekeraar te veroordelen om de schaderegeling verder ter hand te nemen en om een voorschot (boven het reeds betaalde voorschot van € 4000,-). Verzekeraar betwist het causaal verband tussen de gestelde schade en het ongeval.
1. De rechtbank stelt vast dat in hoge mate onzeker is of de (vele) door benadeelde gepresenteerde klachten en beperkingen gevolg zijn van het ongeval. Met verzekeraar is de rechtbank van oordeel dat zonder nader onderzoek, waarbij ook de medische voorgeschiedenis van benadeelde betrokken wordt, geen eenduidig oordeel is te geven over het causaal verband tussen de klachten en beperkingen. De rechtbank oordeelt dat het standpunt van verzekeraar om de schaderegeling niet verder meer ter hand te nemen nu de onderhandelingen zijn vastgelopen op het causaal verband niet onredelijk is. Het verzoek hiertoe is bovendien te vaag. Vordering hiertoe en voorschot afgewezen.
2. BGK. Bij gebreke van voldoende inzicht in de omvang van de schade kan niet worden beoordeeld of de in rekening gebrachte BGK redelijk zijn.
3. Kosten deelgeschil afgewezen. In het licht van de huidige jurisprudentie lag de onderhavige beslissing zo voor de hand lag dat het indienen van het verzoek als volstrekt onterecht dient te worden geoordeeld.

Lees verder

Jurisprudentie

Rb, deelgeschil: schade door voortijdige verkoop woning toe te rekenen aan ongeval, kosten deelgeschil bovenmatig

  • Rechtbank Rotterdam
  • 18 oktober 2016
  • ECLI:NL:RBROT:2016:8088
  • C/10/504926 / HA RK 16-534

Ongeval in 2009, waarbij (destijds) 70-jarige vrouw ernstig letsel oploopt. Zij is na het ongeval niet teruggekeerd naar haar oude woning, maar heeft een serviceappartement gehuurd. Zij verzoekt de rechtbank te verklaren a. dat de schade door voortijdige verkoop van de eigen woning tenminste € 49.926,00 bedraagt; b. dat verzekeraar medewerking moet verlenen aan benoeming deskundigen en aan mediation. 1. De rechtbank overweegt dat beoordeeld moet worden of verzoekster, gelet op haar medische situatie en de vooruitzichten in 2009 redelijkerwijs tot de beslissing kon komen om naar een serviceappartement te verhuizen. De rechtbank acht het voldoende aannemelijk dat de keuze om te verhuizen naar een serviceappartement in de gegeven omstandigheden gerechtvaardigd was. Temeer nu het een wat verouderde woning betrof met opstapjes en een trap. Nu verzekeraar heeft nagelaten de noodzaak van de verhuizing aan de orde te stellen en akkoord is gegaan met het betalen van de extra woonlasten, mocht verzoekster er gerechtvaardigd op vertrouwen dat zij instemde met de beslissing om te verhuizen. 2. De rechtbank oordeelt dat verzekeraar medewerking dient te verlenen aan het gezamenlijk inschakelen van een deskundige ter bepaling van de verwachte waarde van de woning in 2020. 3. De rechtbank oordeelt dat het standpunt van verzekeraar om niet met mediation in te stemmen niet onredelijk is.4. BGK en kosten deelgeschil: € 7.874,64 (gevorderd € 12.915,73; uurtarief teruggebracht van € 285,- tot € 245,-; aantal uren teruggebracht van meer dan 37 tot 25.)

Lees verder

Jurisprudentie

Rb, deelgeschil: verzekeraar hoeft niet mee te werken aan mediation

  • Ongepubl. jurisprudentie, Rechtbank Rotterdam
  • 20 juli 2016
  • 5234189 HA VERZ 16-152

Benadeelde verzoekt de kantonrechter (onder meer) om de verzekeraar te veroordelen tot medewerking aan mediation, 1. De kantonrechter rechtbank oordeelt dat uit gedragsregels 9 en 10 van de GBL volgt dat indien de onderhandelingen tussen partijen zijn vastgelopen, partijen gezamenlijk naar een oplossing moeten zoeken en dat, wanneer dat niet lukt, zij zich tot een derde dienen te wenden. Behalve het onderhavige deelgeschil zijn tussen partijen nog drie geschillen aanhangig. Gelet op hetgeen in deze zaken is beslist, oordeelt de kantonrechter dat verzekeraar in redelijkheid het verzoek van benadeelde tot het meewerken aan een mediationtraject in dit stadium van de schadeafwikkeling, mocht afwijzen. Verzekeraar heeft dan ook niet onrechtmatig gehandeld door vooralsnog niet aan mediation mee te willen werken. 2. Kosten deelgeschil: € 3.013,41 (gevorderd: € 14.759,58 voor 2 procedures; aantal uren disproportioneel, uurtarief teruggebracht van € 300,- naar € 245,-). (NB: de kantonrechter heeft op 20 juli 2016 uitspraak gedaan in vier tussen dezelfde partijen lopende procedures.)

Lees verder