Jurisprudentie

Rb: werkgever aansprakelijk voor thuisbesmetting asbest door wassen kleding

  • Rechtbank Den Haag
  • 13 september 2017
  • ECLI:NL:RBDHA:2017:10452
  • C-09-518696-HA ZA 16-1099

De rechtbank oordeelt dat de werkgever aansprakelijk is voor de gevolgen van blootstelling aan asbest van een niet-werknemer. De zoon van het slachtoffer was als loodgieter werkzaam bij een installatiebedrijf. Tijdens de uitoefening van zijn werkzaamheden droeg hij bedrijfskleding, die wekelijks uitgeklopt en gewassen zijn door zijn moeder. Bij de moeder is mesothelioom vastgesteld. De rechtbank stelt vast dat de moeder kan zijn blootgesteld aan asbest. De rechtbank komt tot het oordeel dat de werkgever niet aan de zorgplicht heeft voldaan, omdat de werkgever de werknemers geen beschermingsmiddelen ter beschikking heeft. Deze schending van de zorgplicht strekt zich volgens de rechtbank ook uit tot de moeder. De werkgever had er rekening mee kunnen en moeten houden dat de bedrijfskleding door anderen gewassen zou worden.

Lees verder

Jurisprudentie

Rb: gemeente niet aansprakelijk voor val fietser in opengebroken tramspoor

  • Rechtbank Den Haag
  • 18 oktober 2017
  • ECLI:NL:RBDHA:2017:11804
  • C-09-513676-HA ZA 16-771

Fietser rijdt onder invloed van alcohol in opengebroken tramsporen, komt ten val en loopt hersenletsel op. Hij stelt de gemeente aansprakelijk ex art 6:174 BW en 6:162 BW. Vaststaat voorts dat benadeelde in strijd met de ten tijde van het ongeval op de kruising geldende verkeersregels is gefietst. De rechtbank overweegt dat de Gemeente bij de beveiliging van het kruispunt tot op zekere hoogte rekening heeft moeten houden met fietsers die de verkeersregels overtreden en die niet steeds de vereiste oplettendheid en voorzichtigheid in acht nemen. Zij heeft echter geen rekening hoeven houden met een bewuste, grove overtreding van de verkeersregels, noch met roekeloosheid van fietsers. De rechtbank concludeert dat de gemeente, in aanmerking genomen de zogenoemde ‘Kelderluikcriteria’, niet aansprakelijk is ex art. 6:174 BW.

Lees verder

Jurisprudentie

Rb: werkgever niet aansprakelijk voor depressie werknemer

  • Rechtbank Den Haag
  • 31 augustus 2017
  • ECLI:NL:RBDHA:2017:9803
  • 5818040 RL EXPL 17-7132

Werknemer stelt werkgever ex art 7:658 en 6:162 BW aansprakelijk voor depressie als gevolg van slechte werkomstandigheden, onder meer door pesten en hoge werkdruk. Werkgever stelt dat werknemer geen bewijs heeft geleverd van de omstandigheden en dat er sprake was van een recidiverende psychische stoornis. De kantonrechter overweegt dat er causaal verband moet bestaan tussen die werkzaamheden en die psychische schade en dat een werkgever pas maatregelen kan nemen als hij bekend is met de klachten van de werknemer. Werkgever heeft onweersproken naar voren gebracht dat werknemer geen klachten heeft geuit. Onder deze omstandigheden was het onmogelijk voor de werkgever om rekening te houden met een bijzondere kwetsbaarheid van werknemer. Werkgever droeg daarvan simpelweg geen kennis. Dat betekent dat werkgever geen maatregelen heeft kunnen treffen om schade te voorkomen.

Lees verder

Jurisprudentie

Rb, deelgeschil: verzekeraar niet aansprakelijk voor pensioenschade na faillissement werkgever

  • Rechtbank Den Haag
  • 18 juli 2017
  • ECLI:NL:RBDHA:2017:8443
  • 5953842 EJ VERZ 17-84009

Benadeelde is in 2009 volledig arbeidsongeschikt geraakt door ongeval waarvoor de werkgever aansprakelijk is. In 2010 gaat de werkgever failliet. Benadeelde claimt pensioenschade van verzekeraar. Verzekeraar betwist het causaal verband en stelt dat pensioenschade ontstaan door het faillissement en doordat benadeelde zelf geen gebruik heeft gemaakt van de mogelijkheid van vrijwillige voortzetting van de pensioenopbouw. 1. De kantonrechter stelt voorop dat een aansprakelijke partij op grond van de wet slechts gehouden is tot vergoeding van schade in de vorm van een geldsom. Benadeelde was gehouden om zelf tijdig de aanvraag te doen voor de vrijwillige voorzetting van het ouderdomspensioen en de daartoe verschuldigde premies te betalen. Wanneer hij daartoe financieel niet in staat was, had hij tijdig en uitdrukkelijk om een voorschot ten behoeve van de premiebetalingen moeten vragen. De kantonrechter acht de verzekeraar niet aansprakelijk voor de pensioenschade. 2. Kosten deelgeschil vastgesteld op , maar afgewezen, omdat werkgever niet aansprakelijk is voor de pensioenschade.

Lees verder

Jurisprudentie

Rb, deelgeschil: onderneming niet rendabel, instandhouding betreft immateriële schade

  • Rechtbank Den Haag
  • 6 juni 2017
  • ECLI:NL:RBDHA:2017:6065
  • C/09/512450 / HA RK 16-292

De arbeid die verzoekster vóór het ongeval op de boerderij verrichtte, betrof geen loonvormende arbeid omdat van een economisch rendabel boerenbedrijf geen sprake is. De kosten van een derde in verband met het verrichten van werkzaamheden die zij zelf niet meer kan verrichten komen alleen als vermogensschade voor vergoeding in aanmerking als zijnde kosten ter beperking van immateriële schade. De boerderij is het levensdoel van verzoekster. Zij zijn ten diepste en onlosmakelijk met elkaar verbonden. Immateriële schadevergoeding is in hoogte afhankelijk van onder meer de duur en de intensiteit van de pijn die is geleden, het verdriet en de levensvreugde die zijn gederfd. De kosten voor de inschakeling van een derde worden gemaakt ter voorkoming van verdere geestelijke pijn. De kosten ter beperking van immateriële schade kan uit haar aard niet de immateriële schade overstijgen. Toewijzing € 50.000.

Lees verder

Jurisprudentie

Rb, deelgeschil: kosten hulp bij exploitatie boerderij zijn kosten ter beperking van immateriële schade

  • Rechtbank Den Haag
  • 6 juni 2017
  • ECLI:NL:RBDHA:2017:6086
  • C-09-523194-HA RK 16-606

Benadeelde – alleenstaande vrouw, geboren en getogen op een boerderij, die zij zelfstandig exploiteert zonder economische opbrengst, behoudens voor eigen gebruik – loopt blijvend letsel op. 1. De rechtbank oordeelt dat de kosten als vermogensschade te dienen worden gekwalificeerd. Het gaat hier om kosten ter beperking van de immateriële schade die benadeelde als gevolg van het ongeval leidt. De boerderij was het levensdoel van benadeelde. De schade bestaande uit kosten ter beperking van immateriële schade kan uit haar aard niet de immateriële schade overstijgen. Wat betreft de hoogte van het maximaal te vergoeden bedrag acht de rechtbank van belang dat enerzijds van benadeelde niet kan worden gevergd dat zij het leven moet gaan leiden dat zij niet wenst (lees: de boerderij moet inkrimpen) en anderzijds dat verzekeraar niet aan alle wensen van benadeelde tegemoet hoeft te komen. De rechtbank acht in de gegeven, bijzondere, omstandigheden een immateriële schadevergoeding, en daarmee de maximaal door Univé te vergoeden kosten ter beperking van immateriële schade, van € 50.000 billijk. 2. Kosten deelgeschil: € 5.265,94.

Lees verder

Jurisprudentie

Rb: proportionele aansprakelijkheid ziekenhuis (60%) wegens overlijden patiënt na darmoperatie

  • Rechtbank Den Haag
  • 17 mei 2017
  • ECLI:NL:RBDHA:2017:5685
  • C/09/510494 / HA ZA 16-542

Medische aansprakelijkheid. Patiënt overlijdt na operatie aan een ileus (verkleving van darm). Eiseres stelt het ziekenhuis hiervoor aansprakelijk. 1. Tuchtrechtelijke klachten zijn reeds gedeeltelijk gegrond verklaard; verhouding tussen tuchtrecht en civielrechtelijke norm. 2. De rechtbank oordeelt dat sprake is van een beroepsfout van de SEH arts door patiënt niet eerder op te nemen ter onderzoek en behandeling en van de chirurg door na de operatie en de uitslag van de CT-scan na te laten patiënt te laten opnemen op de IC-afdeling. 3. Proportionele aansprakelijkheid ziekenhuis. Nu onzeker is waardoor de patiënt is overleden, bestaat er causaliteitsonzekerheid. De rechtbank kan immers niet vaststellen of de patiënt is overleden als gevolg van het tekortschieten van de behandelend artsen, of dat zijn overlevingskansen als gevolg van dat handelen zijn verkleind. Gelet op de strekking van de door de artsen geschonden norm (het voorkomen van gezondheidsschade) en de aard van de normschending (het nalaten de patiënt tijdig op te nemen) ziet de rechtbank aanleiding voor toepassing van het leerstuk van de proportionele aansprakelijkheid (zie r.o. 4.52). De rechtbank bepaalt het attributieve risico (kans op gezondheidsschade met fout minus kans op gezondheidsschade zonder fout) gedeeld door kans op gezondheidsschade met fout x 100) op 60%.

Lees verder

Jurisprudentie

Rb, deelgeschil: gemeente niet aansprakelijk voor val voetganger over hekje

  • Rechtbank Den Haag
  • 5 april 2017
  • ECLI:NL:RBDHA:2017:5213
  • C/09/521080

Voetganger valt over dwars op de looprichting geplaatst hekje in de binnenstad. 1. De rechtbank oordeelt dat de gemeente niet aansprakelijk is ex art 6:174 BW. De rechtbank acht de situatie ter plaatse niet zodanig gevaarzettend dat sprake is van een onrechtmatige situatie, althans een gebrekkige opstal. Daartoe is van belang dat het hekje door de gemeente in het kader van haar beleidstaken als wegbeheerder juist is geplaatst in verband met het verhogen van de veiligheid van de voetgangers. Voorts is onbetwist gebleven dat het hekje er al jaren staat en dat dichtbij het hekje een lantaarnpaal staat die ook daadwerkelijk brandde op het moment van het voorval. 2. Kosten deelgeschil: € 3.931.

Lees verder

Jurisprudentie

Rb, deelgeschil: letsel na duw door bestuurder vanuit stilstaande auto; geen vordering op WAM-verzekeraar

  • Rechtbank Den Haag
  • 19 april 2017
  • ECLI:NL:RBDHA:2017:5212
  • C/09/524490

Verzoeker geeft, zittend op zijn fiets, een klap op een bestelbus, omdat hij meent dat deze een gevaarlijke situatie creëerde. Daarop pakt de bestuurder van de bus (verweerder) verzoeker vanuit het openstaande raam vast, waardoor verzoeker uit balans raakt en een breuk in de knie oploopt. Verweerder is hiervoor aansprakelijk. 1. De rechtbank oordeelt dat verzoeker geen vordering heeft op de WAM-verzekeraar ex art. 3 lid 1 WAM. De rechtbank is van oordeel dat het feitencomplex wel te duiden als een ruzie die zijn oorzaak vindt in het verkeer, maar niet als een verwezenlijking van het risico dat verbonden is aan het gemotoriseerd verkeer. Verzoeker is dan ook niet aan te merken als verkeersslachtoffer; zijn schade houdt geen verband met een risico dat eigen is aan het gebruik van een gemotoriseerd voertuig. 2. Kosten deelgeschil: € 4.055,64.

Lees verder

Jurisprudentie

Rb: knieletsel tijdens voetbalwedstrijd, geen onrechtmatige gedraging

  • Rechtbank Den Haag
  • 10 mei 2017
  • ECLI:NL:RBDHA:2017:4845
  • C/09/516126 / HA ZA 16-930

Eiser loopt knieletsel op tijdens voetbalwedstrijd, als hij bij een actie om de bal richting het doel te draaien met zijn knie vol tegen de knie van gedaagde komt. De scheidsrechter heeft de actie van gedaagde als een overtreding beoordeeld. De rechtbank stelt daarbij voorop dat een gedraging binnen een sportsituatie minder snel als onrechtmatig kan worden aangemerkt dan daarbuiten. Wel is een overtreding van de spelregels een factor die meetelt bij de beoordeling van de onrechtmatigheid. Daarnaast geldt dat voetbal een contactsport is, waarbij fysiek contact tussen spelers gebruikelijk is. De vordering kan alleen kan worden toegewezen als gedaagde een abnormaal gevaarlijke gedraging heeft verricht. Naar het oordeel van de rechtbank heeft eiser onvoldoende toegelicht waarom het handelen van gedaagde zodanig roekeloos of onbesuisd was, dat eiser daarmee in redelijkheid geen rekening hoefde te houden. Vordering afgewezen.

Lees verder

Jurisprudentie

Rb, deelgeschil: werkgever niet aansprakelijk voor losmaken van afscherming

  • Rechtbank Den Haag
  • 22 maart 2017
  • ECLI:NL:RBDHA:2017:3461
  • 5553653 EJ VERZ 16-87820

Op een bouwplaats is in de betonnen vloer een opening aanwezig die door een plank die met meerdere spijkerpluggen door de werkgever was dichtgemaakt. Een onbekende heeft de afscherming met kracht losgemaakt en verlegd. De werknemer is in het gat gevallen. De werkgever kan geen schending van enige zorgplicht als bedoeld in artikel 7:658 BW worden verweten. De vloer was voldoende geborgd. Niet gesteld noch gebleken is dat de verwijdering door een persoon gebeurde voor wie de werkgever aansprakelijk was. De rechter acht het gehanteerde uurtarief, voor een particuliere cliënt in een niet bijzonder complexe zaak als deze, bovenmatig en stelt het vast op € 250,00 p.u en het aantal uren op 13 zonder toewijzing daarvan.

Lees verder

Jurisprudentie

Rb, deelgeschil: verband tussen polsklachten en werk te onzeker en te onbepaald

  • Rechtbank Den Haag
  • 16 maart 2017
  • ECLI:NL:RBDHA:2017:2703

De rechter memoreert dat wanneer een werknemer in de uitoefening van zijn werkzaamheden is blootgesteld aan voor de gezondheid gevaarlijke omstandigheden en schade aan zijn gezondheid heeft opgelopen, het door de werknemer te bewijzen oorzakelijk verband tussen de werkzaamheden en die schade in beginsel moet worden aangenomen indien de werkgever heeft nagelaten de maatregelen te treffen die redelijkerwijs nodig zijn om te voorkomen dat de werknemer in de uitoefening van zijn werkzaamheden dergelijke schade lijdt (HR 9 januari 2009, ECLI:NL:HR:2009:BF8875 de arbeidsrechtelijke omkeringsregel). Deze regel drukt het vermoeden uit dat de gezondheidsschade van de werknemer is veroorzaakt door de omstandigheden waarin deze zijn werkzaamheden heeft verricht en dat voor dat vermoeden geen plaats is als het verband tussen de gezondheidsschade en de arbeidsomstandigheden te onzeker of te onbepaald is (HR 7 juni 2013 ECLI:NL:HR:2013:BZ1717 en ECLI:NL:HR:2013:BZ1721). Hoewel de stellingen van de werknemer ter zake het gebruik van de zaagmachine grotendeels ongegrond zijn blijft overeind dat deze weleens voor de pols pijnlijk terug kon slaan. Daardoor is sprake van werk dat schadelijk voor de gezondheid kan zijn. De werknemer heeft evenwel onvoldoende aannemelijk gemaakt dat zijn polsklachten door de arbeidsomstandigheden zijn veroorzaakt, het verband daarmede is te onzeker en te onbepaald.

Lees verder

Jurisprudentie

Rb, deelgeschil: twee tegenstijdige SAF’s, bewijs niet geleverd

  • Rechtbank Den Haag
  • 18 november 2016
  • ECLI:NL:RBDHA:2016:16923
  • 5427207 RP VERZ 16-50702

Tussen partijen bestaat discussie over twee SAF’s. Verzoeker stelt dat zijn aanrijdingsformulier is ingevuld door de politie in aanwezigheid van verweerder. Hierop stond dat verweerder aansprakelijk was. Verweerder heeft vervolgens een ander aanrijdingsformulier ingevuld, waarop en vier i.p.v. twee getuigen zijn genoemd. 1. De kantonrechter stelt vast dat het door de politie ingevulde niet is ondertekend door verweerder. Om die reden is er aanleiding om te veronderstellen dat verweerder niet met de inhoud van het formulier heeft ingestemd. De kantonrechter oordeelt dat (vooralsnog) niet vast staat dat de aanrijding is veroorzaakt door verweerder. Voor zover nadere bewijslevering tot een ander oordeel zou kunnen leiden, is de kantonrechter van oordeel dat wanneer de investering in tijd, geld en moeite niet opweegt tegen het belang van een minnelijke regeling. 2. Kosten deelgeschil: € 718,26 (gevorderd: € 3.769,15).

Lees verder

Jurisprudentie

Rb, deelgeschil: werkgever aansprakelijk voor letsel ervaren werknemer door ongeschikte luchtslang

  • Rechtbank Den Haag
  • 8 februari 2017
  • ECLI:NL:RBDHA:2017:2623
  • 5479890 RP VERZ 16-50744

Werknemer, ervaren meewerkend voorman, krijgt tijdens werkzaamheden met het hoge druk inblazen van glasvezeltubes in een leiding een slangklem in zijn been. 1. De kantonrechter overweegt dat gebleken is dat de luchtslang niet geschikt was voor een compressor. Dit betekent dat het door de werkgever ter beschikking gestelde materiaal daarmee niet in orde was. De verantwoordelijkheid die op werknemer uit hoofde van zijn functie rust en de ruime werkervaring die hij op dit gebied heeft, brengen niet mee dat DZM jegens hem niet aansprakelijk is. Werkgever dient immers op grond van art. 7:658 BW veilige werktuigen ter beschikking te stellen. De kantonrechter acht de werkgever aansprakelijk. 2. Kosten deelgeschil: € 3.176,83.

Lees verder

Jurisprudentie

Rb, deelgeschil: feiten bedrijfsongeval staan niet vast, deelgeschil volstrekt onnodig ingesteld

  • Rechtbank Den Haag
  • 8 februari 2017
  • ECLI:NL:RBDHA:2017:2624
  • 5506876 RP VERZ 16-50768

Werknemer heeft snijwond opgelopen tijdens zijn werkzaamheden in slagerij. Hij stelt werkgever aansprakelijk ex art 7:658 BW, omdat deze niet de vereiste veiligheidsmaatregelen zou hebben getroffen. 1. De kantonrechter is van oordeel dat de onderhavige kwestie zich niet leent voor een beoordeling in deelgeschil, omdat de relevante feiten nog niet vast staan. Partijen twisten over de toedracht. Nader feitenonderzoek is dus nodig. Los daarvan verschillen partijen ook van mening over het verband tussen het ongeval en de schade en de omvang van de schade. De kantonrechter wijst het verzoek af. 2. Kosten deelgeschil afgewezen. 2. Kosten deelgeschil afgewezen. De kantonrechter is van oordeel dat sprake is van een volstrekt onnodig of onterecht ingestelde vordering.

Lees verder