Jurisprudentie

Rb, deelgeschil: toedracht ongeval staat niet vast, geen aansprakelijkheid

  • Rechtbank Amsterdam
  • 1 juni 2017
  • ECLI:NL:RBAMS:2017:3760
  • C/13/613294 / HA RK 16-298

Botsing tussen scooter (verzoeker) en motorfiets (verweerder). 1. Naar het oordeel van de rechtbank is de door verzoeker gestelde toedracht van het ongeval niet vast komen te staan. Met verzoeker is de rechtbank van oordeel dat het een ernstig feit is dat verweerder tijdens het getuigenverhoor een onjuist beeld heeft geschetst over het eerste contact met de getuige. Dit betekent echter niet dat de verklaring van verweerder als ongeloofwaardig dient te worden beschouwd. De rechtbank kent geen doorslaggevende betekenis toe aan de verklaring van verzoeker, omdat hij partijgetuige is. Verzoek afgewezen. 2. Kosten deelgeschil vastgesteld op € 3.801,63.

Lees verder

Jurisprudentie

Rb: oogarts aansprakelijk voor letsel wegens niet uitvoeren halfjaarlijkse controles

  • Rechtbank Amsterdam
  • 19 april 2017
  • ECLI:NL:RBAMS:2017:3782
  • C/13/610412 / HA ZA 16-607

Bij benadeelde zijn in 2005 implantlenzen geplaatst. In 2007 zijn deze lenzen (tijdelijk) van de markt gehaald. De door de rechtbank ingeschakelde deskundige concludeert dat van de lenzen (in ieder geval vanaf 2007) bekend was dat deze ondeugdelijk waren en dat de oogarts benadeelde vanaf 2008 halfjaarlijks had behoren te controleren waarna hij de lenzen tijdig had kunnen verwijderen. Nu dit niet is gebeurd heeft de oogarts niet conform de medisch professionele standaard gehandeld. De rechtbank neemt de conclusies van de deskundige over en oordeelt dat e oogarts niet heeft gehandeld zoals van een redelijk bekwaam en redelijk handelend oogarts in vergelijkbare omstandigheden had mogen worden verwacht.

Lees verder

Jurisprudentie

Rb: ziekenhuis niet aansprakelijk voor gebruik gebrekkige PIP-borstimplantaten (1)

  • Rechtbank Amsterdam
  • 24 mei 2017
  • ECLI:NL:RBAMS:2017:3491
  • C/13/608373 / HA ZA 16-510

In 1999 heeft benadeelde borstvergrotende operatie ondergaan waarbij PIP-borstimplantaten zijn gebruikt. 1. De rechtbank overweegt dat de hoofdregel van art. 6:77 BW houdt in dat de door het gebruik van een ongeschikte hulpzaak ontstane tekortkoming wordt toegerekend aan de schuldenaar, tenzij dit onredelijk zou zijn. Een hulpverlener mag er in beginsel op vertrouwen dat het met een CE-keurmerk gecertificeerde hulpmiddel bewezen veilig is. De omstandigheid dat een hulpzaak is voorzien van een CE-keurmerk, vormt een argument dat pleit tegen toerekening van een gebrek aan de hulpzaak aan de hulpverlener. De arts kón niet vaststellen dat de hulpzaak gebrekkig was. 2. Informed consent aangenomen.

Lees verder

Jurisprudentie

Rb, deelgeschil: “whiplash-jurisprudentie” niet van toepassing op hondenbeet

  • Rechtbank Amsterdam
  • 9 maart 2017
  • ECLI:NL:RBAMS:2017:1538
  • C/13/617300 / HA RK 16-388

Benadeelde vraagt verklaring voor recht dat hand- en polsklachten het gevolg zijn van de hondenbeet in 2010. 1. De rechtbank constateert dat de stelling van benadeelde dat het conditio sine qua non-verband is gegeven, aangezien zij voor de hondenbeet geen klachten had, een alternatieve oorzaak niet is gegeven en de klachten zonder de hondenbeet niet zouden zijn opgetreden, lijkt te zijn ontleend aan de “whiplash-jurisprudentie”. Die jurisprudentie kan naar het oordeel van de rechtbank niet (naar analogie) worden toegepast in de onderhavige situatie waar sprake is van een hondenbeet in de hand en die dus wezenlijk anders is dan een whiplash, waar dikwijls medisch ‘objectieve’ afwijkingen ontbreken. Het enkele feit dat benadeelde thans klachten heeft die zij daarvoor niet had, is derhalve onvoldoende om het csqn-verband aan te nemen. 2. De rechtbank acht op basis van de medische gegevens causaal verband niet aangetoond. 3. Kosten deelgeschil: € 8.865,39 (uurtarief € 265,- ) toegewezen.

Lees verder

Jurisprudentie

Rb, deelgeschil: pizzakoerier botst op betonblokken; eigen schuld 50%, na billijkheidscorrectie 25%

  • Rechtbank Amsterdam
  • 2 maart 2017
  • ECLI:NL:RBAMS:2017:1475
  • C/13/616642 / HA RK 16-372

Pizzakoerier op brommer rijdt tegen de richting in en botst op onverlichte betonblokken op de weg, die door gemeente waren geplaatst bij wegwerkzaamheden en breekt beide polsen. 1. De rechtbank stelt vast dat verzoeker zijn snelheid onvoldoende heeft aangepast aan de omstandigheden. De rechtbank oordeelt komt tot een causaliteitsverdeling van 50-50. De rechtbank oordeelt dat de gemeente op grond van de billijkheidscorrectie 75% van de schade dient te vergoeden. De rechtbank weegt hierbij mee dat de ernst van de gevolgen van het ongeval groot zijn. Verder vindt de rechtbank het onbegrijpelijk vindt dat de gemeente heeft gekozen voor dergelijke zware objecten en niet voor afzetlinten. Deze mate van verwijtbaarheid en de ernst van de gevolgen van het ongeval voor verzoeker brengen de rechtbank tot een billijkheidscorrectie van 25% (zodat de gemeente 75% van de schade zal dienen te vergoeden. 2. Kosten deelgeschil: 75% van € 4.761,13.

Lees verder

Jurisprudentie

Rb: werkgever aansprakelijk voor knieletsel door struikelen over gereedschap op bodem bak hoogwerker

  • Rechtbank Amsterdam
  • 21 november 2016
  • ECLI:NL:RBAMS:2016:8451
  • CV 16-12207

Werknemer struikelt over gereedschap op de grond in bak van hoogwerker en loopt knieletsel op. De kantonrechter acht de werkgever aansprakelijk ex art 7:658 BW. Vast staat dat werknemer werkte met verschillende gereedschappen, waaronder de accuboor, die hij nergens anders kwijt kon dan op de grond van de bak. Dat levert een struikelrisico op en in zoverre was de werkplek onvoldoende veilig. De voortdurende aandacht voor orde en netheid op de werkplek doet er niet aan af dat van een normaal handelende medewerker niet kan worden verwacht dat hij zich er telkens weer rekenschap van geeft dat er misschien nog een stuk gereedschap op de vloer ligt. Werkgever heeft onvoldoende duidelijk gemaakt waarom een gereedschapsriem of een haak om de boor aan de broekriem te hangen geen oplossing zouden bieden bij het probleem van rondslingerend gereedschap.

Lees verder

Jurisprudentie

Rb: geen eigen schuld wegens vastpakken loslopende hond in aanlijngebied

  • Rechtbank Amsterdam
  • 14 juli 2016
  • ECLI:NL:RBAMS:2016:4523
  • EA VERZ 16-542

Art 6:179 BW. Tijdens uitlaten van haar hond in een aanlijngebied wordt verzoekster geconfronteerd met een loslopende hond die haar hond probeert te benaderen. Om dit te voorkomen pakt verzoekster de halsband van de voor haar onbekende hond vast. Zij komt daarbij ten val en breekt haar heup heeft. De aansprakelijkheidsverzekeraar van de eigenaar van de loslopende hond erkent aansprakelijkheid maar heeft 50% eigen schuld aan verzoekster toegerekend. De kantonrechter overweegt dat het ongeluk is gebeurd in een aanlijngebied. Het ongeval is niet (mede) te wijten aan het gedrag van hond van verzoekster, maar enkel aan de omstandigheid dat de hond van verweerster niet was aangelijnd. De omstandigheid dat verzoekster de hond van verweerster bij zijn halsband heeft vastgepakt is een logische en geen roekeloze reactie en dus geen gedraging die aan haar kan worden toegerekend zoals bedoeld in art. 6:101 BW.

Lees verder

Jurisprudentie

Rb: bodemprocedure na deelgeschil over whiplash: rechtbank vraagt neuroloog om nadere toelichting

  • Rechtbank Amsterdam
  • 1 juni 2016
  • ECLI:NL:RBAMS:2016:3753
  • C/13/592556 / HA ZA 15-767

Whiplash; bodemprocedure na deelgeschil over causaal verband. In het deelgeschil is beslist dat het bewijs van causaal verband niet geleverd is. Omdat het deelgeschil zich naar haar aard niet leent voor (nadere) bewijslevering, leidde die beslissing tot afwijzing van het verzochte. Dat betekent niet dat sprake is van een bindende eindbeslissing. Naar het oordeel van de rechtbank in het deelgeschil gaat het rapport van de neuroloog verder dan de vaststelling dat de neuroloog geen beperkingen kan vaststellen, maar verwerpt de neuroloog de diagnose Whiplash en stelt hij dat de nekbewegingen volkomen normaal zijn. Benadeelde acht deze uitleg onjuist. De rechtbank wil in de bodemprocedure duidelijkheid verkrijgen over de vraag of de neuroloog, binnen de grenzen van zijn specialisme, in zijn rapport de diagnose Whiplash heeft verworpen, en zo ja of daaruit volgt dat medisch causaal verband uitgesloten is of – gelet op de voor neurologen geldende richtlijnen – dat medisch causaal verband niet kan worden vastgesteld. Artikel 200 lid 4 Rv biedt de mogelijkheid dat een niet door de rechtbank benoemde deskundige een nadere mondelinge toelichting geeft op zijn rapport. De rechtbank verzoekt de neuroloog op de voet van art. 200 lid 4 Rv om een mondelinge toelichting te geven op zijn rapport.

Lees verder

Jurisprudentie

Rb: Whiplashzaak, verzoek verzekeraar voor voorlopig getuigenverhoor afgewezen.

  • Rechtbank Amsterdam
  • 9 juni 2016
  • ECLI:NL:RBAMS:2016:3405
  • C/13/601241 / HA RK 16-32

Benadeelde heeft een ruim een jaar voor het ongeval een arbeidsconflict met zijn werkgever gehad. Om de vraag te kunnen beoordelen hoe het zou zijn gegaan in de hypothetische situatie zonder ongeval, vindt de verzekeraar het van belang te weten waarom benadeelde wekenlang uit de running was. Hiervoor wil de verzekeraar de voormalig werkgever als getuige oproepen. De verzekeraar stelt niet concreet dat er een alternatieve oorzaak is voor de klachten van het slachtoffer en stelt niets over de periode van bijna een jaar tussen het arbeidsconflict en het ongeval. Eventuele vragen over de medische situatie van het slachtoffer op het moment van het arbeidsconflict, voor zover al relevant, dienen in de eerste plaats te worden gesteld aan medici, niet aan een voormalig werkgever waar het slachtoffer met een arbeidsgeschil is vertrokken. Dat de door partijen aangezochte deskundige enig belang zou kunnen hechten aan een heteroanamnese van de zijde van een bij een arbeidsgeschil betrokken partij is niet onderbouwd.

Lees verder

Jurisprudentie

Rb: ongeval afslaande auto en inhalende motor, 100% schuld automobilist na billijkheidscorrectie

  • Rechtbank Amsterdam
  • 26 mei 2016
  • ECLI:NL:RBAMS:2016:3557
  • HA RK 16-37

Ongeval tussen linksaf slaande auto, waarvan de bestuurder onder invloed van verdovende middelen verkeerde en (mogelijk hard rijdende,) inhalende motorfiets. De motorrijder loopt ernstig hersenletsel op. Door de verzekeraar van de auto is aansprakelijkheid erkend; het geschil draait om de eigen schuld van de motorrijder. De rechtbank is van oordeel dat het beroep op eigen schuld aan de zijde van de motorrijder faalt, omdat op grond van de causale verdeling 100% schuld ligt bij de automobilist. Zelfs indien de rechtbank enige schuld zou toerekenen aan de motorrijder vanwege het inhalen op of vlak voor een kruising met een snelheid van 80 km/uur, komt de rechtbank wegens de ernst van het letsel van op grond van de billijkheidscorrectie van art. 6:101 BW eveneens tot 100% schuld aan de zijde van de automobilist.

Lees verder

Jurisprudentie

Rb: zonder bepaling van het forum geen forumkeuze vlg. art. 108 Rv

  • Rechtbank Amsterdam
  • 27 januari 2016
  • ECLI:NL:RBAMS:2016:230
  • C/13/590110 / HA ZA 15-617

In de overeenkomst is bedongen dat een “nader te bepalen rechter” bij uitsluiting bevoegd is.
Dit beding wijst geen rechter aan voor de kennisneming van het geschil en bepaalt niet welke rechter bevoegd is, of hoe dat moet worden bepaald. Het beding is geen forumkeuzebeding zoals bedoeld in artikel 108 Rv. De rechtbank is daarom bevoegd om van het geschil kennis te nemen.

Lees verder

Jurisprudentie

Rb: ziekenhuizen niet aansprakelijk voor hersteloperaties PIP-implantaten

  • Rechtbank Amsterdam
  • 20 januari 2016
  • ECLI:NL:RBAMS:2016:212
  • C/13/579399 / HA ZA 15-53

Zorgaanbieders die gebruik hebben gemaakt van PIP-implantaten zijn niet aansprakelijk voor de schade die patiënten hebben geleden. Dit heeft de rechtbank beslist in een zaak die 21 zorgverzekeraars hadden aangespannen tegen 27 ziekenhuizen. 1. De rechtbank oordeelt dat de implantaten moeten worden gekwalificeerd als ‘hulpzaken’ in de zin van art 6:77 BW. Dat de implantaten ongeschikt waren in de zin van artikel 6:77 BW staat vast. PIP heeft fraude gepleegd met de vulling van de implantaten door gebruik te maken van industriële siliconen die niet zijn bestemd voor gebruik in het menselijk lichaam. De hoofdregel is dat de door het gebruik van een ongeschikte ‘hulpzaak’ ontstane tekortkoming wordt toegerekend aan de schuldenaar (i.c. de zorgaanbieder). 2. De tekortkoming behoort echter niet aan de schuldenaar te worden toegerekend indien dit onredelijk zou zijn. Op degene die zich op de uitzondering wil beroepen (“tenzij’), rust daarvan de stelplicht en de bewijslast. In het onderhavige geval komt het aan op de vraag of op de hulpverlener de (resultaats)verplichting rustte een niet-gebrekkig implantaat in te brengen. Die vraag wordt ontkennend beantwoord. De hulpverleners hadden een inspanningsverbintenis. De PIP-implantaten waren voorzien van een CE-keurmerk. Van een hulpverlener kan niet worden verwacht dat hij zelf onderzoek doet naar de samenstelling en de veiligheid van een hulpmiddel zoals een borstimplantaat. De rechtbank komt het oordeel dat het niet redelijk is de tekortkoming toe te rekenen aan de zorgaanbieders.

Lees verder

Jurisprudentie

Rb: whiplashklachten vastgesteld zonder beperkingen, verlies van arbeidsvermogen afgewezen

  • Rechtbank Amsterdam
  • 19 december 2014
  • ECLI:NL:RBAMS:2014:8614
  • C-13-548839 - HA ZA 13-910

Whiplash, ongeval 2009. Door neuroloog zijn wel klachten vastgesteld, maar geen beperkingen. Verzekeraar vordert verklaring voor recht dat benadeelde niets meer te vorderen heeft. 1. De rechtbank stelt voorop dat neurologisch expertiserapport tot uitgangspunt wordt genomen. Dit rapport is op gezamenlijk verzoek van partijen uitgebracht, waardoor zij er in beginsel aan gebonden zijn. Op grond van de bevindingen van de neuroloog stelt de rechtbank vast dat benadeelde objectiveerbare, reële, niet ingebeelde, niet voorgewende en niet overdreven klachten heeft die zijn te duiden als ongevalsgevolg. De rechtbank stelt ook vast dat geen sprake is van medische beperkingen. de neuroloog heeft die op zijn vakgebied niet kunnen vaststellen en hij heeft evenmin aanleiding gezien om daartoe een deskundige op een ander vakgebied in te schakelen. In de onderhavige procedure hebben partijen ook niet aangestuurd op de inschakeling van een deskundige op een ander medisch vakgebied. 2. Smartengeld: € 3000,- (2% b.i.). 3. Schade wegens verlies van arbeidsvermogen en zelfwerkzaamheid afgewezen.

Lees verder

Jurisprudentie

Rb: oordeel over zorgvuldig handelen huisarts is voorbehouden aan rechter, oordeel deskundige wordt hierbij betrokken (1)

  • Rechtbank Amsterdam
  • 16 juli 2015
  • ECLI:NL:RBAMS:2015:4488
  • 3603419 CV EXPL 14-32341

Verzoek om voorlopig deskundigenbericht over aansprakelijkheid huisarts; partijen zijn verdeeld over de aan de deskundige te stellen vragen. De rechtbank oordeelt dat aan de deskundige niet zal worden gevraagd of door de behandelend artsen zorgvuldig is gehandeld. Dat oordeel is voorbehouden aan de rechtbank. De rechtbank acht het wel opportuun aan de deskundige de vraag voor te leggen of en in hoeverre het handelen van de behandelend artsen in overeenstemming is (geweest) met destijds geldende medische standaard. Het oordeel van de deskundige op dit punt staat er niet aan in de weg dat de rechtbank vervolgens een zelfstandige afweging zal (moeten) maken of en in hoeverre door de behandelend artsen is gehandeld in strijd met hetgeen van redelijk handelende en redelijk bekwame vakgenoten mocht worden verwacht. Bij de beantwoording van die vraag zal evenwel met name van belang zijn of is gehandeld in strijd met de ten tijde van de behandeling geldende medische professionele standaard en het ligt voor de hand om daarbij het oordeel van de deskundige te betrekken.

Lees verder

Jurisprudentie

Rb, deelgeschil, vordering tot regeling op grond van voorliggende stukken afgewezen

  • Rechtbank Amsterdam
  • 21 mei 2015
  • ECLI:NL:RBAMS:2015:3649
  • C-13-579829 - HA RK 15-13

De Medische Paragraaf bij de Gedragscode Behandeling Letselschade (GBL) geldt het beginsel van proportionaliteit, belang bij inzage in de medische gegevens <> de legitieme belangen van de benadeelde sluit opvragen medische documenten meer dan twee jaar voor ongeval niet uit. Een nader deskundigenonderzoek kan nodig zijn. Een deskundige zal behoefte hebben aan alle relevante (medische) informatie, waarbij de mogelijkheid dat deze over een langere periode dan twee jaar voorafgaand aan het ongeval zal worden opgevraagd reëel is nu verzekeraar onvoldoende gemotiveerd bestreden heeft gesteld dat [verzoekster] vanaf 2000 door arbeidsongeschiktheid maar in een zeer beperkte periode arbeid heeft verricht.

Lees verder