Jurisprudentie

Rb: botsing tussen auto die bus voorbij rijdt en uitgestapte passagier: overmacht art 185 WVW

  • Rechtbank Overijssel
  • 27 september 2017
  • ECLI:NL:RBOVE:2017:3839
  • C/08/199037 / HA ZA 17-113

Art 185 WVW. Benadeelde (scholier) stapt uit bus en loopt langs de stilstaande bus om de rijbaan over te steken en bij de bushalte aan de overzijde in een andere stadsbus te stappen. Tijdens het oversteken wordt hij geraakt door de auto van verweerder, die de bus inhaalde. De maximale toegestane snelheid 50 km was per uur is. De rechtbank overweegt dat de automobilist door zijn snelheid aan te passen naar 20 à 25 km per uur goed geanticipeerd op de bestaande verkeerssituatie. De rechtbank is dan ook van oordeel dat de automobilist rechtens geen enkel verwijt kan worden gemaakt ten aanzien van de wijze waarop hij destijds aan het verkeer heeft deelgenomen en honoreert het beroep op overmacht. Vordering afgewezen.

Lees verder

Jurisprudentie

Rb: Zwitserse piste-exploitant aansprakelijk voor ski-ongeval door onvoldoende markering van piste

  • Rechtbank Amsterdam
  • 27 september 2017
  • ECLI:NL:RBAMS:2017:6957
  • C/13/603095 / HA ZA 16-208

Ski- ongeval in Zwitserland. Benadeelde loopt dwarslaesie op, als hij in plaats van de bocht naar links te nemen rechtdoor skiet. Wengernalpbahn exploiteert het skigebied. Om gebruik te kunnen maken van het skigebied heeft benadeelde een skipas aangeschaft. Benadeelde heeft de piste-exploitant Wengernalpbahn aansprakelijk gesteld. De rechtbank oordeelt dat piste-exploitant niet heeft voldaan aan haar verplichtingen die zij uit hoofde van de overeenkomst met benadeelde had. De piste was ten tijde van het ongeval op onjuiste wijze gemarkeerd en dit heeft in overwegende mate bijgedragen aan het ongeval.

Lees verder

Jurisprudentie

Rb: 13-jarige jongen steekt met mes, beroep op wapenclausule AVP afgewezen

  • Rechtbank Noord-Nederland
  • 20 september 2017
  • ECLI:NL:RBNNE:2017:3560
  • C/19/114097 / HA ZA 16-68

Een 13-jarige jongen steekt leeftijdgenoot met een mes, die daardoor ernstig letsel oploopt. De dader doet een beroep op de AVP van zijn ouders. De verzekeraar beroept zich op uitsluitingsclausule voor wapens en stelt dat de wapenclausule helder is: alle schade in verband met het bezit of gebruik van wapens is niet verzekerd. Dat het wapen in dit geval is gebruikt door een kind van 13 jaar oud doet daaraan niets af. De rechtbank oordeelt dat de stelling van verzekeraar dat de wapenclausule “volstrekt niet” op enige wijze onduidelijk zou zijn niet overeind blijven. Bij de uitleg van de wapenclausule is op zijn minst twijfel mogelijk over of de clausule schade door gebruik van een wapen door een dertienjarige uitsluit van dekking. Dat betekent dat de voor de belanghebbenden gunstigste uitleg voorgaat en dat de verzekeraar geen beroep op de wapenclausule toekomt.

Lees verder

Jurisprudentie

Rb: eigenaar hond aansprakelijk voor zwaar letsel door hondenbeet

  • Rechtbank Rotterdam
  • 27 september 2017
  • ECLI:NL:RBROT:2017:7453
  • C/10/521778 / HA ZA 17-214

Eiseres is in haar arm gebeten door de hond van gedaagde. Pas nadat gedaagde de hond met een mes verwondt laat de hond de arm van eiseres los. Zij loopt ernstig letsel op en raakt volledig arbeidsongeschikt. De rechtbank acht gedaagde aansprakelijk ex art 6:179 BW. Het verweer van gedaagde dat sprake is van eigen schuld van eiseres, omdat zij met een brillenkoker een stap zette richting de hond in de woning zette wordt verworpen.

Lees verder

Jurisprudentie

Rb: botsing tussen links afslaande auto en inhalende motorfiets: 80%-20% na billijkheidscorrectie

  • Rechtbank Gelderland
  • 16 augustus 2017
  • ECLI:NL:RBGEL:2017:4946
  • 310892

Eiser haalt op zijn motorfiets de personenauto van gedaagde in, die op dat moment linksaf slaat. Eiser raakt door de botsing zwaar gewond. 1. De rechtbank stelt vast dat gedaagde de motorfiets niet heeft laten voorgaan toen hij afsloeg. Ook als gedaagde heeft voorgesorteerd en richting aangegeven ontheft hem dat niet van de plicht om voorrang te verlenen aan inhalend verkeer. De rechtbank acht gedaagde aansprakelijk. 2. Eigen schuld. De rechtbank is van oordeel dat de weggedraging van gedaagde, meer gevaar in het leven heeft geroepen dan de weggedraging van eiser en dat de fouten van in de verhouding 60% – 40% tot de schade hebben bijgedragen. 3. Billijkheidscorrectie vanwege het verschil in ernst van de gevolgen van het ongeval. De billijkheid eist naar het oordeel van de rechtbank dat de vergoedingsplicht tot 80% wordt verhoogd.

Lees verder

Jurisprudentie

Rb: causaal verband tussen schoonmaakwerkzaamheden en polsletsel onvoldoende onderbouwd, werkgever niet aansprakelijk

  • Rechtbank Midden-Nederland
  • 20 september 2017
  • ECLI:NL:RBMNE:2017:4692
  • 5496570

Interieurverzorgster heeft polsletsel opgelopen en stelt haar werkgever aansprakelijk ex art 7:658 BW/ art 7:611 BW voor de schade door het niet ter beschikking stellen van afdoende ergonomische schoonmaakmiddelen.1.Het is in het kader van de toepassing van art.7:658 BW aan de werknemer om te bewijzen dat de schade in de uitoefening van het werk is ontstaan. Het beroep dat werkneemster doet op arbeidsrechtelijke omkeringsregel wordt verworpen. Voor een vermoeden dat de gezondheidsschade is veroorzaakt door de omstandigheden waarin de werkzaamheden zijn verricht is geen plaats in het geval het verband tussen de gezondheidsschade en de arbeidsomstandigheden te onzeker of te onbepaald is. 2. De stelplicht en bewijslast omtrent dat causaal verband rusten dus onverminderd op werkneemster. Zij heeft haar stelling dat de schade in de uitoefening van het werk is ontstaan onvoldoende onderbouwd.

Lees verder

Jurisprudentie

Rb: vervoerder niet aansprakelijk voor rugletsel na tocht op RIB-boot

  • Rechtbank Rotterdam
  • 20 september 2017
  • ECLI:NL:RBROT:2017:7232
  • C/10/516188 / HA ZA 16-1363

Benadeelde loopt ernstig rugletsel op tocht op RIB-boot tijdens bedrijfsuitje. ij stelt de vervoerder aansprakelijk. 1. Naar het oordeel van de rechtbank heeft benadeelde onvoldoende feiten en omstandigheden gesteld die kunnen leiden tot de conclusie dat zijn letsel tijdens de boottocht is veroorzaakt door een omstandigheid die een zorgvuldig vervoerder heeft kunnen vermijden. Het verwijt van benadeelde komt er op neer dat het niet anders kan dan dat er te hard is gevaren dan wel dat er gebreken waren aan de boot omdat eiser rugletsel heeft overgehouden aan de boottocht. Het lag op de weg van benadeelde gelegen om concreet aan te geven op welke feiten en omstandigheden hij zijn stelling baseert. 2. Geen toepassing van de omkeringsregel. De omkeringsregel is pas aan de orde als vast staat dat er sprake is van een normschending. 3. De rechtbank komt tot het oordeel dat de vervoerder niet aansprakelijk is op grond van art. 6:74 BW en/of art. 6:162 BW en/of art. 8:81 BW en/of art. 8:974 BW en/of art. 8:504 lid 5 BW.

Lees verder

Jurisprudentie

Rb, arbeidsongeval met betwiste toedracht leent zich niet voor deelgeschil; procedure volstrekt onnodig ingesteld

  • Rechtbank Rotterdam
  • 14 april 2017
  • ECLI:NL:RBROT:2017:7335
  • 5740839 VZ VERZ 17-2808

Stuurman valt overboord van binnenvaartschip en overlijdt. Verzoekster verzoekt verklaring voor recht dat de werkgever aansprakelijk is ex art 7:658 BW. 1. De kantonrechter overweegt dat, gezien de uiteenlopende standpunten van partijen, zonder verder bewijs, niet vast dat de kapitein verzuimd heeft de stuurman te wijzen op zijn verplichting zijn zwemvest aan te trekken. Sterker nog, er staat niet eens vast of [de stuurman het zwemvest al dan niet droeg. Bij deze stand van zaken is naar het oordeel van de kantonrechter bewijslevering dan ook geïndiceerd. De kantonrechter komt tot het oordeel dat het verstrekken van een of meerdere bewijsopdrachten naar verwachting zal leiden tot een zodanig uitvoerige procedure, met alle daarmee gepaard gaande hoeveelheid tijd, kosten en moeite, dat dit zich niet verhoudt met de aard van de onderhavige deelgeschilprocedure. 2. De kosten van de procedure worden niet begroot, nu de procedure volstrekt onnodig of onterecht is ingesteld.

Lees verder

Jurisprudentie

Rb: door aggravatie niet vastgesteld dat klachten aanwezig, reëel, niet ingebeeld, niet voorgewend en niet overdreven zijn

  • Ongepubl. jurisprudentie, Rechtbank Gelderland
  • 13 september 2017
  • C/05/313155 / HA ZA 16- 645

Whiplash, ongeval 2012. Vonnis na deskundigenbericht door neuroloog, neuropsycholoog en psychiater. De neuropsycholoog heeft gerapporteerd dat benadeelde aggraveert. De rechtbank overweegt dat uit de inconsequentheden en het aggraveren van de cognitieve klachten tijdens het neurologpsychologisch onderzoek niet zonder meer volgt dat er in het geheel geen sprake is van reële klachten. Anderzijds is het, nu gebleken is dat “duidelijk sprake is van aggravatie”, niet mogelijk vast te stellen of en van welk deel van de klachten wél mag worden aangenomen dat die klachten aanwezig, reëel, niet ingebeeld, niet voorgewend en niet overdreven zijn. Het feit dat in de informatie uit de behandelende sector sinds het ongeval consequent wordt gesproken over nekpijn, hoofdpijn, concentratie-, aandacht-, en vermoeidheidsklachten doet daar naar het oordeel van de rechtbank niet aan af, temeer daar die informatie steeds gebaseerd is op de klachtenweergave van benadeelde zelf. De rechtbank oordeelt dat niet gebleken is van medisch objectiveerbare aandoeningen, dat geen van de deskundigen het bestaan van reële cognitieve klachten heeft kunnen vaststellen en dat er gelet op de aggravatie niet van kan worden uitgegaan dat de door genoemde klachten aanwezig, reëel, niet ingebeeld, niet voorgewend en niet overdreven zijn. Vordering afgewezen.

Lees verder

Jurisprudentie

Rb: ziekenhuis niet aansprakelijk voor hersenletsel baby

  • Rechtbank Midden-Nederland
  • 16 augustus 2017
  • ECLI:NL:RBMNE:2017:4172
  • C/16/428832 / HA ZA 16-926

Medische aansprakelijkheid. Baby (een van tweeling) heeft hersenletsel. De ouders stellen het ziekenhuis aansprakelijk wegens tekortschieten bij de bevalling. De rechtbank is –anders dan de ouders- van oordeel dat het rapport van de deskundige concludent is en dus tot uitgangspunt moet worden genomen bij de beoordeling. De rechtbank concludeert dat de kwaliteit van de CTG-registratie met enige regelmaat te wensen overliet en dat het baringsverslag wellicht ten onrechte niet naar de huisarts is gestuurd. Deze normschendingen zijn naar het oordeel van de deskundige kennelijk echter niet zodanig ernstig dat hij vindt dat de medische professionele standaard is geschonden. Van een tekortkoming in de nakoming van de behandelingsovereenkomst of onrechtmatig handelen is dus geen sprake.

Lees verder

Jurisprudentie

Rb: werkgever niet aansprakelijk voor depressie werknemer

  • Rechtbank Den Haag
  • 31 augustus 2017
  • ECLI:NL:RBDHA:2017:9803
  • 5818040 RL EXPL 17-7132

Werknemer stelt werkgever ex art 7:658 en 6:162 BW aansprakelijk voor depressie als gevolg van slechte werkomstandigheden, onder meer door pesten en hoge werkdruk. Werkgever stelt dat werknemer geen bewijs heeft geleverd van de omstandigheden en dat er sprake was van een recidiverende psychische stoornis. De kantonrechter overweegt dat er causaal verband moet bestaan tussen die werkzaamheden en die psychische schade en dat een werkgever pas maatregelen kan nemen als hij bekend is met de klachten van de werknemer. Werkgever heeft onweersproken naar voren gebracht dat werknemer geen klachten heeft geuit. Onder deze omstandigheden was het onmogelijk voor de werkgever om rekening te houden met een bijzondere kwetsbaarheid van werknemer. Werkgever droeg daarvan simpelweg geen kennis. Dat betekent dat werkgever geen maatregelen heeft kunnen treffen om schade te voorkomen.

Lees verder

Jurisprudentie

Rb, deelgeschil: whiplashklachten onvoldoende onderbouwd, mede gezien pre-existente klachten, BGK en kosten deelgeschil afgewezen

  • Rechtbank Oost-Brabant
  • 8 september 2017
  • ECLI:NL:RBOBR:2017:4869
  • C/01/318769 / EX RK 17-42

Ongeval 2008, whiplash, eerdere (whiplash)klachten in 2000. 1. Naar het oordeel van de rechtbank heeft benadeelde onvoldoende gesteld om te kunnen aannemen dat sprake is van een consistent, consequent en samenhangend patroon van klachten. Het door benadeelde overgelegde huisartsenjournaal loopt maar tot 2013. Daarnaast valt op dat benadeelde pas 10 dagen na het ongeval voor het eerst zijn huisarts raadpleegt. Er is geen sprake van een consequent en blijvend patroon van de gestelde klachten. Het gaat immers op het eerst gezicht niet steeds om dezelfde klachten. Het voorgaande klemt temeer, nu vaststaat dat benadeelde relevante pre-existente klachten kende en nog kent. 2. BGK doorstaan dubbele redelijkheidstoets niet. 3. Kosten deelgeschil niet begroot, deelgeschil volstrekt onnodig ingesteld.

Lees verder

Jurisprudentie

Rb, deelgeschil: ongeval te hard rijdende inhaler en verzoekster: 80%-20% na billijkheidscorrectie

  • Rechtbank Midden-Nederland
  • 9 augustus 2017
  • ECLI:NL:RBMNE:2017:4058
  • 5946625

Aanrijding tussen verzoekster die met auto voorrangsweg opreed en de bij verweerder verzekerde auto, die met hoge snelheid aan het inhalen was. 1. Vast staat dat de inhaler te hard heeft gereden. De rechtbank overweegt dat verzoekster onvoldoende heeft geanticipeerd op de mogelijkheid dat auto’s harder rijden dan is toegestaan. Oversteken had vermeden moeten worden. 2. De kantonrechter komt tot een causale weging van 60% voor de hardrijdende auto en 40% voor verzoekster. 3. Na toepassing van billijkheidscorrectie 80%-20%. De kantonrechter weegt hierbij mee de ernst van het letsel, de nog steeds aanwezige lichamelijke en psychische klachten en het feit dat verzoekster geen dienstbetrekking meer heeft en zij dus inkomensverlies lijdt. 4. Kosten deelgeschil: € 2.678,- (x 80%).

Lees verder

Jurisprudentie

Rb: onduidelijkheid over overdracht vordering, eiser niet-ontvankelijk in letselzaak

  • Rechtbank Oost-Brabant
  • 3 mei 2017
  • ECLI:NL:RBOBR:2017:2630
  • C/01/277270 / HA ZA 14-281

In eerder tussenvonnis heeft de rechtbank overwogen dat duidelijkheid geboden is over de vraag aan wie de door eiser ingestelde vordering toekomt: aan eiser of aan de Stichting Nagedachtenis X. De rechtbank gaat er op basis van de overgelegde stukken vanuit dat eiser zijn vordering aan de Stichting heeft overgedragen. Eiser beroept zich wel op nietigheid van de cessie of ongeldigheid daarvan maar dat zijn verweren die hij tegen de Stichting zou moeten voeren. De rechtbank verklaart eiser niet ontvankelijk.

Lees verder

Jurisprudentie

Rb: voorlopig deskundigenbericht bevolen met verzekeringsarts als regisseur

  • Rechtbank Rotterdam
  • 30 juni 2017
  • ECLI:NL:RBROT:2017:5073
  • C/10/519443 / HA RK 17-84

Verzoek om voorlopig deskundigenbericht na twee ongevallen (zwembadongeval en verkeersongeval). Partijen hebben overeenstemming over de benoeming van een orthopedisch chirurg en een neuroloog. De rechtbank beveelt een onderzoek door een verzekeringsarts met de taak van regisseur. De regievoerend deskundige wordt echter niet aangesteld om een klassieke eigen rapportage als verzekeringsarts in te dienen, maar om (pro)actief de totstandkoming van een geïntegreerd rapport omtrent de toestand van benadeelde en de relatie tot de ongevallen te bevorderen. Daarbij is het uiteraard niet de bedoeling dat de regievoerend deskundige de taak van de rechtbank overneemt en tot juridische gevolgtrekkingen komt, maar wel dat alle medische informatie die de rechtbank nodig heeft om tot beslissingen te komen wordt verzameld en dat zij daarop een medische visie geeft.

Lees verder