Jurisprudentie

Hof: agent hoeft letsel bij aanhouding arrestant niet op de koop toe te nemen

  • Hof Den Haag
  • 12 september 2017
  • ECLI:NL:GHDHA:2017:2526
  • 200.196.566/01

Arrestant verzet zich tegen aanhouding, waardoor agent duimluxatie oploopt. 1. Vast staat dat de arrestant onrechtmatig heeft gehandeld. Daarbij is niet van belang of hij al dan niet het oogmerk heeft gehad om de agent te verwonden en of al dan niet buitensporig geweld is gebruikt. Ook als sprake zou zijn geweest van een ongelukkige samenloop van omstandigheden, staat dat er niet aan in de weg om, mede gezien de aard van de aansprakelijkheid en van de schade, de schade aan de arrestant toe te rekenen. Het hof onderschrijft niet dat een politieagent uit hoofde van zijn functie op de koop toe moet nemen dat jegens hem geweld wordt gebruikt. 2. Smartengeld: € 1500,- (enige b.i. (6% van de duim).

Lees verder

Jurisprudentie

Hof: voorschot voorlopig deskundigenbericht voor rekening benadeelde, niet voor rekening van arts

  • Hof Den Haag, Ongepubl. jurisprudentie
  • 11 juli 2017

Benadeelde acht arts aansprakelijk voor klachten na schouderoperatie en heeft verzocht om een voorlopig deskundigenbericht. Door de rechtbank was bepaald dat het voorschot aan de deskundige door de arts moest worden betaald. De vraag wie het voorschot dient te dragen in een gerechtelijke procedure dient te worden beantwoord aan de hand van art. 195 Rv. Volgens de hoofdregel van artikel 195 Rv dient het voorschot te worden opgebracht door de eisende partij. De rechter kan echter aanleiding vinden het voorschot ten laste van de arts te brengen, of van beide partijen gezamenlijk, bijvoorbeeld als aansprakelijkheid is erkend. Van een dergelijke situatie is echter geen sprake. Er zijn geen andere redenen om af te wijken van de hoofdregel. De enkele omstandigheid dat het hier “een medische kwestie betreft”, maakt niet dat het redelijk is de arts te belasten met het voorschot. De omstandigheid dat het ziekenhuis zich heeft gecommitteerd aan de GOMA maakt dat niet anders (in art 18 deel GOMA is bepaald dat de kosten van een gezamenlijk deskundigenonderzoek buiten rechte in beginsel voor rekening van beide partijen komen).

Lees verder

Jurisprudentie

Hof: verdenking van geënsceneerd aanrijding, bewijs van aanrijding niet geleverd

  • Hof Den Haag
  • 29 augustus 2017
  • ECLI:NL:GHDHA:2017:2402
  • 200.171.061/01

In eerder tussenarrest heeft het hof appellant opgedragen de toedracht van de aanrijding te bewijzen. Het hof neemt bij de beoordeling mee dat appellant onvoldoende heeft weersproken dat hij in de periode van twee jaar ten minste acht keer buiten zijn schuld bij een aanrijding betrokken is geweest, dat hij in strijd met de waarheid vermeld dat hij alle procedures tegen verzekeraars gewonnen en dat het schadebeeld vragen oproept. Tegenover deze omstandigheden, die alle steun geven aan de verdenking dat het gaat om een geënsceneerd voorval, dienen aan de getuigenverklaringen van appellant en de getuige hoge eisen gesteld te worden. Het hof acht appellant niet geslaagd in het bewijs.

Lees verder

Jurisprudentie

Hof: psychisch klachten geen gevolg van onvoldoende bevoorschotting door verzekeraar

  • Hof Den Haag
  • 29 augustus 2017
  • ECLI:NL:GHDHA:2017:2368
  • 200.188.976/01

Whiplash, ongeval 2008, zelfstandige timmerman. Benadeelde stelt dat zijn psychische klachten met name zijn veroorzaakt door zijn financiële problemen door de niet tijdige en niet adequate bevoorschotting door de verzekeraar. Het hof is met de rechtbank van oordeel dat het gebrek aan financiële middelen niet het gevolg is geweest van de wijze van bevoorschotting. Verzekeraar deed regelmatig betalingen het inkomen van benadeelde is hierdoor steeds op peil is gebleven. Het hof oordeelt dat de psychische klachten niet worden veroorzaakt door het ongeval.

Lees verder

Jurisprudentie

Hof: voldoende aannemelijk dat aanrijding in scene is gezet, vordering in kort geding afgewezen

  • Hof Den Haag
  • 27 juni 2017
  • ECLI:NL:GHDHA:2017:2440
  • 200.202.319/01

Appellant vordert vergoeding van schade aan auto van casco-verzekeraar en WAM-verzekeraar. In deze zaak is in geschil of de door appellant gestelde schade het gevolg is van een authentieke (niet-geënsceneerde) aanrijding, zoals appellant heeft gesteld en verzekeraars hebben bestreden. 1. Het hof oordeelt dat de bewijslast dat t.a.v. de authenticiteit van de aanrijding op appellant rust. 2. Voor de uitkomst van dit kort geding – welke procedure zich niet leent voor bewijslevering-, is deze bewijslastverdeling overigens niet doorslaggevend. Het hof is van oordeel dat verzekeraars voldoende aannemelijk hebben gemaakt dat de aanrijding is geënsceneerd. Dit oordeel is gebaseerd op de volgende omstandigheden: appellant en betrokkene wonen vlak bij elkaar, terwijl de aanrijding elders heeft plaatsgevonden, betrokkene heeft zonder duidelijke reden een veel langere route gereden dan de kortste; de verklaring dat hij tijdens de rit niet heeft stilgestaan is niet in overeenstemming met de ritregistratie.

Lees verder

Jurisprudentie

Hof formuleert vragen over registratie WAM-dekking na ongeval

  • Hof Den Haag
  • 27 juni 2017
  • ECLI:NL:GHDHA:2017:1721
  • 200.192.239/01

In een tweetal zaken waarin het Waarborgfonds is betrokken staat tussen partijen vast dat het ongeval plaatsvond voordat de verzekeraar om dekking werd gevraagd en verzekeraar registreerde bij de RDW. Het Waarborgfonds beroept zich op het hof Arnhem van 30 augustus 2011 ECLI:NL:GHARN:2011:BS1086 dat jegens benadeelde de dekking per 0:00 uur ingaat. Het hof stelt daarover prejudiciële vragen aan de Hoge Raad.

Lees verder

Jurisprudentie

Hof: vaststellingsovereenkomst zonder belangenbehartiger in zaak met zwaar letsel is misbruik van omstandigheden

  • Hof Den Haag
  • 30 mei 2017
  • ECLI:NL:GHDHA:2017:1409
  • 200.188.263

Benadeelde raakt in 1998 blind na longoperatie; ziekenhuis is hiervoor aansprakelijk. Benadeelde (in 2002-2004 opgenomen in psychiatrische inrichting) heeft zijn advocaat aan de kant gezet en in 2004 zelf een vaststellingsovereenkomst gesloten met het ziekenhuis. Het hof oordeelt: “In een zaak als deze, waarin sprake is van ernstig lichamelijk en psychisch letsel als gevolg van een serieuze medische fout, had het ziekenhuis er in redelijkheid niet toe mogen overgaan met [appellant] een finale vaststellingsovereenkomst te sluiten, zonder dat hij werd bijgestaan door een ter zake kundig juridisch raadsman. Letselschadeberekening is immers ingewikkelde materie (…). Weliswaar had benadeelde er zelf voor gekozen zijn advocaat aan de kant te zetten en kon het ziekenhuis hem niet dwingen een nieuwe advocaat in de arm te nemen, maar dat neemt niet weg dat zij dit wel indirect had kunnen bewerkstelligen door te weigeren een finaal schikkingsaanbod te doen zolang benadeelde niet (opnieuw) van deskundige bijstand was voorzien.” Het hof komt tot het oordeel dat het ziekenhuis misbruik heeft gemaakt van omstandigheden. 2. Beroep op verjaring afgewezen.

Lees verder

Jurisprudentie

Hof: bezitter loslopende hond aansprakelijk voor letsel fietser, smartengeld € 1000,-

  • Hof Den Haag
  • 25 april 2017
  • ECLI:NL:GHDHA:2017:978
  • 200.179.055

Fietser (geïntimeerde) is in botsing gekomen met loslopende hond van appellant en loopt letsel op. 1. Nu appellant heeft afgezien van het leveren van tegenbewijs, moet het ervoor worden gehouden dat het ongeval is veroorzaakt doordat de hond van appellant ten tijde van het ongeval losliep op het fietspad. 2. Geen eigen schuld appellant. 3. Diverse schadeposten. 4. Smartengeld: € 1000,- – (letsel: sleutelbeenfractuur, scheurtje in schedelbot en een fractuur van jukboog).

Lees verder

Jurisprudentie

Hof: behandeling schadeposten

  • Hof Den Haag
  • 25 mei 2017
  • ECLI:NL:GHDHA:2017:978
  • 200.179.055

De bestuurder van een fiets slaagde in het bewijs dat hij in botsing gekomen was met een hond. [appellant] zag af van het leveren van tegenbewijs. Een beroep op eigen schuld omdat [geïntimeerde], gelet op zijn beperking aan zijn hand, onverantwoord snel zou hebben gereden, is onvoldoende onderbouwd. Een vergoeding van € 28,00 per dag bij opname in een ziekenhuis is conform de letselschaderichtlijn en is toewijsbaar. De noodzaak van een beroep op derden voor huishoudelijke hulp en tuinwerkzaamheden als gevolg van het ongeval is onvoldoende onderbouwd. Een enkele verwijzing naar het rapport van een deskundige is onvoldoende.

Lees verder

Jurisprudentie

Hof: nieuw deskundigenbericht nodig ter vaststelling van causaal verband zware tilwerkzaamheden en rugklachten

  • Hof Den Haag
  • 21 maart 2017
  • ECLI:NL:GHDHA:2017:697
  • 200.157.778/01

Werknemer heeft van 1974 tot 2002 zware bierfusten getild en andere zware werkzaamheden verricht. In 2002 raakt hij arbeidsongeschikt door lage rugklachten. Hij stelt zijn werkgever aansprakelijk ex art 7:658 BW. Het hof stelt voorop dat de gezondheidsschade moet zijn veroorzaakt door de werkzaamheden. Het hof acht zich door het rapport van de in gezamenlijk overleg ingeschakelde deskundige (orthopeed), die geen causaal verband aanneemt, onvoldoende voorgelicht met betrekking tot het causaal verband. Hierbij speelt een rol dat een andere deskundige (bedrijfsarts-klinisch geneeskundige) in zijn rapport het causaal verband, wèl aannemelijk acht. Weliswaar is niet komen vast te staan dat de werkgever heeft ingestemd met de opdracht aan de tweede deskundige, maar dat betekent niet dat aan dat rapport geen enkele waarde kan worden toegekend. Het hof heeft behoefte aan een nieuw deskundig oordeel en benoemt twee deskundigen (bedrijfsarts-klinisch geneeskundige en neurochirurg).

Lees verder

Jurisprudentie

Hof: aanwezigheid benadeelde bij ongeval aangenomen, ondanks veroordeling voor meineed over getuigen

  • Hof Den Haag
  • 14 februari 2017
  • ECLI:NL:GHDHA:2017:247
  • 200.149.775/01

Benadeelde stelt dat zij als passagier whiplash heeft opgelopen bij ongeval in 2001. Verzekeraar stelt, op basis van verklaring van haar verzekerde dat er geen passagier in auto aanwezig was. Het hof overweegt dat de verklaringen van benadeelde over het ongeval kunnen dienen als bewijs. Benadeelde is niet strafrechtelijk veroordeeld voor haar verklaringen over haar aanwezigheid. Zij is wel veroordeeld voor meineed en valsheid in geschrifte voor zover zij heeft verklaard en doen verklaren dat vier anderen getuige zijn geweest van de aanrijding. Aan de betrouwbaarheid van haar verklaring doet niet af dat de door haar gestelde reden van uitstappen (eten halen bij de Chinees om 16.00 uur) niet voor de hand ligt. Voor zover het al niet voor de hand ligt dat zij eten is gaan halen, betekent dat nog niet dat het niet juist kan zijn. Het hof acht met name van belang dat benadeelde zich al de volgende dag bij de huisarts heeft gemeld. Als deze bij de huisarts afgelegde verklaring onjuist zou zijn, moet benadeelde dit letsel vrijwel direct na de aanrijding hebben verzonnen. Het hof veroordeelt de verzekeraar tot betaling van de schade van benadeelde.

Lees verder

Jurisprudentie

Hof: ziekenhuis niet aansprakelijk ex art 7:658 BW voor uitglijden verpleegkundige over plasje water

  • Hof Den Haag
  • 6 augustus 2016
  • ECLI:NL:GHDHA:2016:2506
  • 200.156.720/01

Verpleegkundige glijdt uit over een plasje water op de gang van ca. 10 x 10 cm; zij loopt enkelletsel op en stelt het ziekenhuis als haar werkgever aansprakelijk ex art 7:658 BW. Het hof oordeelt dat de werkgever haar zorgplicht niet heeft geschonden. Werkgever voldoende heeft aangetoond dat een lekkage als oorzaak van de aanwezigheid van het plasje water worden uitgesloten. De stelplicht en bewijslast van de werkgever in het kader van artikel 7:658 BW gaan niet zo ver, dat hij de afwezigheid dient aan te tonen van denkbare oorzaken waarvoor in concerto geen aanknopingspunten bestaan. De zorgplicht gaat niet zo ver dat werkgever aan al haar personeel antislip schoeisel dient te verstrekken dan wel voor te schrijven; die maatregel mocht zij redelijkerwijs beperken tot werken in ruimtes waar een verhoogd risico op uitglijden bestond.

Lees verder

Jurisprudentie

Hof: onvoldoende bepaald verband tussen astma en werkzaamheden, geen toepassing arbeidsrechtelijke omkeringsregeling

  • Hof Den Haag
  • 10 november 2016
  • ECLI:NL:GHDHA:2016:2920
  • 200.171.222/01

Beroepsziekte. Werknemer stelt werkgever aansprakelijk voor longproblemen. Hij stelt dat hij bij werkgever veelvuldig in krappe, vochtige kruipruimten werken, waarbij hij werd blootgesteld aan onder andere schimmels, ongedierte en rioolgas. Het hof overweegt dat de stelplicht en bewijslast ten aanzien van het causaal verband tussen de werkzaamheden en de longproblemen op werknemer rust. Wanneer echter een werknemer in de uitoefening van zijn werkzaamheden is blootgesteld aan voor de gezondheid gevaarlijke omstandigheden en schade aan zijn gezondheid heeft opgelopen, moet het door de werknemer te bewijzen oorzakelijk verband tussen de werkzaamheden en die schade in beginsel worden aangenomen indien de werkgever heeft nagelaten de maatregelen te treffen die redelijkerwijs nodig zijn om te voorkomen dat de werknemer in de uitoefening van zijn werkzaamheden dergelijke schade lijdt (‘arbeidsrechtelijke omkeringsregel’).Het hof concludeert op basis van het medisch deskundigenrapport dat niet kan worden vastgesteld dat daadwerkelijk een voor de gezondheid schadelijke blootstelling heeft plaatsgevonden. Aldus kan evenmin worden aangenomen dat de astma van werknemer een gevolg kan zijn van de arbeidsomstandigheden bij werkgever: het verband tussen de werkzaamheden en de astma is te onbepaald. Het hof komt derhalve niet toe aan toepassing van de omkeringsregel. Dat betekent dat werknemer het causaal verband tussen de werkzaamheden en zijn astma moet stellen en bewijzen. Hierin is hij niet geslaagd.

Lees verder

Jurisprudentie

Hof: vrouw aansprakelijk voor letsel door negeren stoplicht op glijbaan in zwembad

  • Hof Den Haag
  • 5 juli 2016
  • ECLI:NL:GHDHA:2016:1844
  • ECLI:NL:GHDHA:2016:1844

Benadeelde loopt in 2008 letsel op in zwembad in bungalowpark als betrokkene (vrouw van 115 kg) van glijbaan boven op haar terecht komt. 1. Beroep AVP-op vervalbeding wegens late melding verworpen. 2. Naar het oordeel van het hof staat op basis van getuigenverklaringen vast dat betrokkene niet op groen licht heeft gewacht en benadeelde in het water heeft geraakt. Het hof oordeelt dat betrokkene onrechtmatig jegens benadeelde gehandeld, toen zij het rode licht bovenaan de glijbaan negeerde (althans niet wachtte tot het rode licht doofde, ging zitten en vervolgens uitgleed). Van een ongelukkige samenloop van omstandigheden kan in die situatie niet worden gesproken. Ook het sport- en spelargument gaat onder deze omstandigheden niet op, gezien het onmiskenbare belang van het opvolgen van de instructie omtrent het wachten op groen (althans oranje knipperend) licht en de aard en omvang van het gevaar bij schending daarvan. Betrokkene had zich – zeker gelet op haar gewicht – moeten realiseren, dat het negeren van een rood licht gevaarzettend was, welk gevaar zich heeft gerealiseerd.

Lees verder

Jurisprudentie

Hof: beroep op aansprakelijkheidslimiet van € 137.000,- onaanvaardbaar voor zover geen rekening is gehouden met inflatiecorrectie

  • Hof Den Haag
  • 30 augustus 2016
  • ECLI:NL:GHDHA:2016:2510
  • 200.126.923-01

Benadeelde loopt in 2007 ernstig letsel op als tijdens een tocht met een zeilboot de giek afbreekt en op hem terecht komt. De verzekeraar heeft aan benadeelde € 137.000,- betaald, zijnde de aansprakelijkheidslimiet van art. 8:983 BW, die van toepassing is op personenvervoer over binnenwateren. 1. Het hof overweegt dat de aansprakelijkheidslimiet internationaal ter discussie staat en dat het aanpassen ervan in het domein van de wetgever ligt. Het hof oordeelt dat het feit dat de hoogte van de aansprakelijkheidslimiet van € 137.000,- in de loop der jaren ruimschoots is achterhaald door het ontbreken van (minimaal) enige inflatiecorrectie, terwijl andere aansprakelijkheidslimieten binnen het vervoersrecht wel zijn verhoogd, alsmede het ernstige letsel van benadeelde er geen sprake is van een “fair balance” tussen het algemeen belang bij het handhaven van deze limiet enerzijds en de bescherming van de individuele rechten van benadeelde anderzijds. Dit is geen reden om de limiet geheel terzijde te stellen; geen anticipatie op CLNI-verdrag 2012. Het hof is van oordeel dat het beroep op de limiet van € 137.000,- slechts naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar is voor zover de verzekeraar bij de toepassing van deze limiet geen rekening houdt met een aanpassing van dit bedrag aan de inflatiecorrectie per 2007. Het hof komt na aanpassing van het bedrag op basis van gegevens van CBS uit op een bedrag van € 198.787,-. 2. Peildatum wettelijke rente.

Lees verder