Jurisprudentie

Rb: stuiting verjaring door benadeelde geldt ook jegens regresnemer met zelfstandig vorderingsrecht; causaal verband whiplash en ongeval

  • Rechtbank Noord-Holland
  • 20 januari 2016
  • ECLI:NL:RBNHO:2016:966
  • C/15/221812 / HA ZA 15-93

Whiplash, regres door overheidswerkgever (VOA) voor doorbetaald salaris. 1. Verjaring. In de jurisprudentie is aanvaard dat stuiting door de benadeelde ook de verjaring stuit
t.b.v. de regresnemer krachtens subrogatie. Nu de Hoge Raad ten aanzien van de verjaringstermijn kennelijk geen moeilijk te verklaren verschil wenst te maken tussen regres krachtens subrogatie en regres krachtens zelfstandig recht, is de rechtbank van oordeel dat evenmin een verschil gemaakt dient te worden ten aanzien van de vraag of een stuiting door de getroffene tevens werkt ten behoeve van de regresnemer. 2. Causaal verband. De rechtbank gaat van uit dat benadeelde als gevolg van de achterop aanrijding klachten heeft ondervonden die in elk geval enige tijd tot arbeidsongeschiktheid hebben geleid. De rechtbank laat de verzekeraar toe tegenbewijs te leveren tegen de voorshands bewezen stelling dat het ongevalsletsel is veroorzaakt door de achterop aanrijding.

Lees verder

Jurisprudentie

Rb: kosten loonregres, rechtbank sluit aan bij BSA-convenant en past staffel Voor-werk II toe

  • 10 februari 2015
  • ECLI:NL:RBOVE:2015:578
  • 3501897 Cv EXPL 14-8071

Berntsen Mulder Advocaten (BMA) heeft werkgever bijgestaan bij verhaal van loonschade ex art. 6:107a BW. Door verzekeraar is direct aansprakelijkheid erkend; over de hoogte van de loonschade (totaal € 24.645,46) heeft bescheiden discussie plaats gevonden. BMA vordert € 3417,30 aan BGK; verzekeraar heeft € 1021,46 betaald. 1. De kantonrechter oordeelt dat de staffel van Voor-werk II (nu BIC-staffel) niet van toepassing is op verbintenissen tot vergoeding van schade. 2. Kosten redelijke ex art. 6:96 BW? De kantonrechter gaat uitvoerig in op de tijd die is besteed aan de diverse brieven en aan het uurtarief. Overwogen wordt onder meer: – dat een standaard tijdseenheid van (minimaal 1x ) 10 minuten ruim bemeten is; – dat het in de meeste gevallen gaat om eenvoudige brieven en schadeberekeningen; – dat het uurtarief van een niet-juridisch geschoolde medewerker aanzienlijk lager zal liggen dan € 179,15. De kantonrechter oordeelt dat het aantal minuten niet in redelijke verhouding staat tot de aard, omvang en complexiteit van de zaak. De kantonrechter schat zelf de schade en overweegt daarbij dat een bescheiden discussie heeft plaats gevonden. De kantonrechter richt zich op de (door verzekeraar aangehaalde) convenanten tussen het Verbond en AON en BSA, die immers een aanwijzing kunnen opleveren wat in vergelijkbare omstandigheden redelijk wordt geacht en waarin is afgesproken dat de kosten, ook ná debat worden vergoed op basis van de staffel van Voor-werk II. De kantonrechter stelt de kosten vast op € 1190 (zodat nog € 168,54 vergoed moet worden).

Lees verder

Vaknieuws

De zorg op de schop: wat er overblijft 1 – Wmo en regres – Zorgelijk

  • PIV-bulletin
  • 1 april 2014
  • Mr. dr. M.F. Vermaat – Van der Woude De Graaf Advocaten

In 2015 wordt alles anders. Alles? Wel als het gaat om wat de overheid ons aan zorg biedt en dan vooral wie daarvoor verantwoordelijk zal zijn. Dat is ook relevant voor de verzekeraar die de schadelast wil beperken. Afwentelen op de Wmo wordt steeds lastiger. Ook in de Wmo komt waarschijnlijk een regresrecht voor gemeenten, er zal meer en meer rekening worden gehouden met inkomen en vermogen en het voorzieningenniveau zal krimpen. Dat laatste wordt ook wel ‘meer nadruk op de eigen verantwoordelijkheid’ genoemd. In deze bijdrage een overzicht van wat er waarschijnlijk gaat veranderen in de Zvw (zorgverzekeringswet), Wlz (Wet langdurige zorg, de opvolger van de AWBZ) en de Wmo 2015.

Lees verder

Vaknieuws

De (subjectieve) bekendheidscriteria van de verjaringstermijn

  • Mr. A.N.L. de Hoogh

De (subjectieve) bekendheidscriteria van de verjaringstermijntwee uitspraken nader besproken Mr. A.N.L. de HooghKBS Advocaten[1] [Foto De Hoogh] Uit een tweetal recente uitspraken blijkt dat de aangesproken schuldenaar onder bepaalde omstandigheden met succes het verjaringsverweer kan voeren[2]. Het ging in deze zaken om de aansprakelijkheid van respectievelijk een psychiater en een ziekenhuis. Deze uitspraken en het […]

Lees verder

Jurisprudentie

HR: regresvordering: vijfjarige verjaringstermijn art. 3:310 lid 1 vangt aan op moment voldoening vordering

  • BU3784
  • 10/01949

Regresvordering terzake van letselschade van gesubrogeerde AVP-verzekeraar op voor 50% hoofdelijk medeaansprakelijke mede-eigenaar van paard. Art. 3:310 lid 1 BW van toepassing op regresvorderingen uit hoofde van art. 6:10 BW. Vijfjarige verjaringstermijn art. 3:310 lid 1 vangt niet eerder aan dan op de dag na die waarop de schadevordering opeisbaar is geworden, ook indien voordien reeds bekend is dat de schade geleden zal worden en wie de aansprakelijke persoon is (vgl. HR 10 oktober 2003, LJN AF9416, NJ 2003/680). De Hoge Raad oordeelt de regresvordering uit hoofde van art. 6:10 ontstaat pas indien hoofdelijk medeschuldenaar vordering voldoet voor meer dan het gedeelte dat hem aangaat. Niet uitgesloten dat instellen regresvordering naar maatstaven redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar is, of dat regresnemer zijn recht heeft verwerkt.

Lees verder