Jurisprudentie

Hof: benadeelde niet-ontvankelijk in hoger beroep deelgeschil, want geen bindende eindbeslissing

  • Hof Amsterdam
  • 18 juli 2017
  • ECLI:NL:GHAMS:2017:2953
  • 200.196.551/01

Het hof verklaart benadeelde niet-ontvankelijk in het hoger beroep tegen een deelgeschil. In de deelgeschilprocedure had de kantonrechter het verzoek van benadeelde afgewezen, waarbij hij had overwogen dat er ernstige twijfels waren of het ongeval überhaupt had plaatsgevonden en over de toedracht. Een uitgebreid onderzoek zou moeten worden ingesteld, waarvoor het deelgeschil niet de aangewezen procedure is. Het hof oordeelt dat geen sprake is van een bindende eindbeslissing, die strekt ten nadele van benadeelde (art. 1019cc.3 Rv). Hetgeen de kantonrechter omtrent de toedracht heeft overwogen, komt er immers juist op neer dat nader onderzoek is aangewezen en dat de aard van de deelgeschilprocedure zich daartegen verzet.

Lees verder

Jurisprudentie

HR: bij aansprakelijkheid q.q. voor zoon, pro se belang bij proces

  • Hoge Raad
  • 21 april 2017
  • ECLI:NL:HR:2017:757
  • 16/01604

De destijds veertienjarige zoon van eisers heeft de toen vijftienjarige dochter van verweerster doodgestoken, opgehitst door anderen. De rechtbank achtte de ouders als vertegenwoordiger van de zoon en daarnaast voor zichzelf aansprakelijk. Het hof oordeelde in beroep dat deze geen belang hebben bij het beroep omdat zij hetzij als vertegenwoordiger hetzij voor zichzelf aansprakelijk zijn. Linksom of rechtsom moeten zij betalen terwijl; zij als zij voor zichzelf aansprakelijk zijn dekking vinden op hun AVP-polis. Dat is een onjuiste rechtsopvatting omdat het verzekerd zijn niet met zich meebrengt dat de ouders geen belang hebben. (Door veroordeling als vertegenwoordiger van de zoon heeft de benadeelde een vordering op het vermogen van de dader zelf, niet op dat van de ouders van de dader. Dat is anders als de ouders pro se aansprakelijk zijn).

Lees verder

Rb: smartengeld € 125.000,-; rechtbank in bodemprocedure gehouden aan beslissing in deelgeschil

  • Rechtbank Noord-Nederland
  • 29 maart 2017
  • ECLI:NL:RBNNE:2017:1058
  • C/19/113032 / HA ZA 16-8

Benadeelde heeft bij ongeval hoge dwarslaesie opgelopen en is na drie maanden overleden. In deelgeschil is een smartengeld billijk geacht van € 125.000,-. Verzekeraar spant een bodemprocedure aan en vordert dat de rechtbank voor recht zal verklaren dat de te smartengeldvergoeding dient te worden begroot op € 25.000,- vanwege de korte duur van het lijden. De rechtbank wijst de vordering af, omdat hij aan de beslissing van de deelgeschilrechter gebonden is, tenzij is gebleken dat deze berust op een onjuiste feitelijke of juridische grondslag. De rechtbank is van oordeel dat daarvan geen sprake is.

Lees verder

Jurisprudentie

Hof: hoger beroep deelgeschil mogelijk, bewijs van gebrekkige gladde vloer voorshands geleverd

  • Hof Amsterdam
  • 7 februari 2017
  • ECLI:NL:GHAMS:2017:368
  • 200.180.061/01

Hoger beroep deelgeschil. Appellanten hebben beheerder winkelcentrum aansprakelijk gesteld voor val op gladde houten vloer. 1. In de bestreden deelgeschilbeschikking is het deelgeschil niet beslecht, omdat de zaak zich niet leende voor behandeling in deelgeschil. Dit is geen situatie waarvoor art. 1019cc Rv (rechter gebonden aan oordeel deelgeschillenrechter als bij eindbeslissing) is geschreven. Echter, nu de bodemrechter – die tevens de rechter was in het deelgeschil – zelf heeft overwogen dat bepaalde rechtsoverwegingen beschouwd moeten worden als beslissingen als bedoeld in art. 1019cc Rv, moet worden geconcludeerd dat zij zich kennelijk in de bodemprocedure aan deze overwegingen gebonden acht. Om die reden zijn appellaten dan ook ontvankelijk in het hoger beroep. 2. Het hof stelt voorop dat voor het antwoord op de vraag of de beheerder aansprakelijk is voor de gevolgen van de valpartijen niet van doorslaggevende betekenis is of deze aansprakelijkheid gebaseerd is op art. 6:174 BW of art. 6:162 BW. Deze maatstaven komen overeen met de Kelderluikcriteria. Het hof oordeelt dat appellanten o.g.v. de overgelegde rapportage, verklaringen en foto’s voorshands bewezen hebben dat de vloer ten tijde van de valpartijen niet voldeed aan de eisen die daaraan in de gegeven omstandigheden gesteld mochten worden. Tegenbewijs is mogelijk.

Lees verder

Jurisprudentie

Rb: geen deskundigenbericht over gebitsschade in kort geding mogelijk, vordering afgewezen

  • Rechtbank Gelderland
  • 27 december 2016
  • ECLI:NL:RBGEL:2016:6972
  • 311629

Benadeelde vordert in kort geding vergoeding van gebitsschade door mishandeling. De rechtbank oordeelt dat nu vast staat dat gedaagde eiser tegen diens mond heeft geslagen en dat er tanden zijn afgebroken, het causaal verband vaststaat. Dat eiser een slecht gebit had maakt dit niet anders; de gevolgen predispositie van het slachtoffer moeten aan de dader worden toegerekend. De vraag welke schade voor vergoeding door gedaagde in aanmerking komt, kan alleen worden beoordeeld met behulp van een deskundige. Omdat voor benoeming van een deskundige in kort geding geen gelegenheid bestaat, is de vordering niet toewijsbaar.

Lees verder

Vaknieuws

Artikel AV&S: “Achter het stuur in de bus, over het herstel van autonomie”

  • Overige tijdschriften
  • 1 juli 2016
  • Prof. mr. M.A. Loth en L. Stegerhoek
  • AV&S 2016/18, afl. 3.

In dit artikel in AV&S wordt aandacht gevraagd voor de herstelgerichte benadering en de wijze waarop zij in het aansprakelijkheidsrecht past. Allereerst wordt deze benadering gekarakteriseerd aan de hand van
drie beginselen van herstel, te weten het beginsel van herstel van autonomie, het beginsel van integrale hulpverlening, en het beginsel van partnerschap. Voorts wordt onderzocht hoe de gedachte van herstel aansluit bij de doelstellingen van het aansprakelijkheidsrecht. Betoogd wordt dat herstel in de oude toestand niet dient te worden verstaan als herstel in het vermogen van de benadeelde (wat hij of zij heeft),
maar als herstel in de vermogens van de benadeelde (wat hij of zij kan). Dat biedt niet alleen een beter perspectief op de doelstellingen van het aansprakelijkheidsrecht, maar ook op de remedies waarmee die doelstellingen worden gediend.

Lees verder

Vaknieuws

Wetsvoorstel collectieve schadevergoedingsactie naar Tweede Kamer

  • overheid.nl
  • 16 november 2016

Langdurige en kostbare procedures zijn binnenkort verleden tijd, wanneer consumenten of bedrijven de schade van een slecht product of gebrekkige dienstverlening vergoed willen krijgen, aldus de overheid. Representatieve belangenorganisaties kunnen straks voor een groep gedupeerden in één procedure bij de rechter vergoeding van massaschade vorderen.

Lees verder

Jurisprudentie

Hof: dwarsleasie na keizersnede, geen recht benadeelde op inzage in advies van door ziekenhuis ingeschakelde medisch deskundige

  • Hof Amsterdam
  • 13 september 2016
  • ECLI:NL:GHAMS:2016:3739
  • 200.173.424/01

Zes weken na de geboorte blijkt een baby een dwarslaesie te hebben. 1. De ouders stellen dat dat bij de geboorte gebeurd moet zijn, maar slagen niet in het bewijs van die stelling. Het hof vernietigt het vonnis van de rechtbank die eerder concludeerde dat er een (proportionele) aansprakelijkheid was. Aansprakelijkheid is niet komen vast te staan. 2. Inzage in medisch advies. Benadeelde vordert ex art 843a Rv inzage in het medisch advies dat het ziekenhuis aan een radioloog had gevraagd. Het hof wijst de vordering af. Het hof stelt voorop dat iedere partij het recht heeft om haar verdediging in vrijheid en beslotenheid voor te bereiden. Dat is een fundamenteel recht dat voortvloeit uit artikel 6 EVRM. Daartoe behoort ook het in vertrouwen raadplegen van deskundigen teneinde de eigen procespositie te kunnen bepalen. Benadeelde heeft aangevoerd dat het ziekenhuis, gelet op de Wet bescherming persoonsgegevens (Wbp), inzage niet mag weigeren. Het hof gaat hier niet in mee. Eerder had het Hof van Justitie van de Europese Unie geoordeeld dat een de juridische analyse geen persoonsgegeven vormt. In dit geval is geen sprake van een medisch onderzoek, maar van een medische analyse van bestaande gegevens. Evenals de juridische analyse in de uitspraak van het HvJEU, bevat de medische analyse geen informatie die door de belanghebbende zelf gecontroleerd kan worden op de juistheid ervan. Alleen die gegevens worden door de Wbp. Aan de Wbp kan geen verplichting kan worden ontleend om het medisch advies te verstrekken.

Lees verder

Vaknieuws

PIV-Bulletin 2016-4 Collectieve schadevergoedingsactie in zicht

  • PIV-bulletin
  • 1 oktober 2016
  • Prof. mr. A.L.M. Keirse

De roep om een collectieve schadevergoedingsactie wordt luid gehoord en is brandend actueel. Er is een nieuw Nederlands wetsvoorstel in wording dat de afwikkeling van massaschade in een collectieve actie mogelijk maakt. Kort na het ter perse gaan van dit PIV Bulletin heeft de Raad van State naar verwachting advies uitgebracht over dit voorstel. Als alles positief verloopt, zal het wetsvoorstel vervolgens worden ingediend bij de Tweede Kamer en dan ook openbaar worden gemaakt.

Lees verder

Jurisprudentie

Rb, deelgeschil: rechtbank verklaart zich onbevoegd in zaak van ambtenaar

  • Rechtbank Midden-Nederland
  • 27 juli 2016
  • ECLI:NL:RBMNE:2016:4515
  • C/16/416037 / HA RK 16-104

Verzoeker, ambtenaar, spreekt –nadat hem duidelijk is geworden dat hij als ambtenaar geen beroep kan doen op art 7:658 BW- in deelgeschil gemeente als werkgever op basis van art 6:162 BW. De rechtbank verklaart zich onbevoegd. De rechtbank overweegt dat op 1 juli 2013 de Wet nadeelscompensatie en schadevergoeding bij onrechtmatige besluiten in werking is getreden. Op grond van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) is sindsdien de bestuursrechter bij uitsluiting bevoegd om te oordelen over de vergoeding van schade aan een ambtenaar in de zin van artikel 1 van de Ambtenarenwet, als die schade is ontstaan in de relatie tussen de ambtenaar en het overheidslichaam. Een keuzemogelijkheid tussen de civiele rechter en de bestuursrechter is hiermee komen te vervallen.

Lees verder

Jurisprudentie

Rb: collectieve actie FNV tegen werkgever slaagt niet, omdat geen sprake is van gelijksoortige belangen

  • Rechtbank Gelderland
  • 29 juli 2016
  • ECLI:NL:RBGEL:2016:4141
  • 4929105

FNV vordert op basis van art. 3:305a BW (collectieve actie) een verklaring voor recht dat werkgever Smit Draad onrechtmatig heeft gehandeld door haar werknemers bloot te stellen aan arbeidsomstandigheden die schadelijk kunnen zijn geweest voor haar werknemers en dat zij aansprakelijk is ex art 7:658 BW voor de schade. 1. De kantonrechter oordeelt dat de vordering te algemeen is geformuleerd. Een werknemer, die Smit Draad aansprakelijk wil stellen voor geleden schade, zal duidelijk moeten maken in welke periode en met welke schadelijke stoffen hijzelf op het werk in aanraking is gekomen. Bij een individuele aansprakelijkstelling zal de gevorderde verklaring voor recht de werknemer niet verder helpen. Immers zal de individuele (ex-)werknemer van Smit Draad nog steeds specifiek moeten bewijzen met welke gevaarlijke stoffen en/of onder welke gevaarlijke omstandigheden hij heeft gewerkt om daarna een verband tussen die specifieke omstandigheden en zijn (specifieke) gezondheidsklachten te kunnen aantonen als hiervoor beschreven. De kantonrechter concludeert dat de gevorderde verklaring voor recht niet strekt tot bescherming van gelijksoortige belangen van andere personen en daarom niet voldoet aan de eisen die art. 3:305a BW stelt voor het kunnen instellen van een collectieve actie. FNV wordt niet-ontvankelijk verklaard in haar vordering. 2. De vordering dat Smit Draad een gelaatsmasker ter beschikking moet stellen aan werknemers in de laktoren wordt wel toegewezen.

Lees verder

Jurisprudentie

Rb, deelgeschil: civiele rechter niet bevoegd bij aansprakelijkheid gemeente als werkgever, uitlating partijen

  • Rechtbank Den Bosch
  • 13 april 2016
  • ECLI:NL:RBDHA:2016:4717
  • C/09/499332 / HA RK 15-503

Gemeenteambtenaar – vrachtwagenchauffeur- valt tijdens werkzaamheden in oliehok. Hij verzoekt in deelgeschil dat rechtbank zal beslissen dat de gemeente aansprakelijk is, onder meer ex art 7:658 BW. De rechtbank beoordeelt ambtshalve de ontvankelijkheid en is voorshands van oordeel dat art. 7:658 BW geen civielrechtelijke grondslag kan opleveren op grond waarvan de burgerlijke rechter de aansprakelijkheid van de Gemeente als werkgever tegenover verzoeker als ambtenaar kan baseren. In artikel 7:615 BW is wettelijk geregeld dat dit artikel niet geldt voor personen in overheidsdienst. Dat de Centrale Raad van Beroep dit artikel analoog toepast wanneer een overheidsdienst als werkgever aansprakelijk wordt gesteld, maakt niet dat de burgerlijke rechter artikel 7:615 BW kan negeren. Alvorens verder te beslissen, verzoekt de rechtbank partijen om zich uit te laten ontvankelijkheid van verzoeker.

Lees verder

Jurisprudentie

Hof: verzoek om voorlopig deskundigenonderzoek afgewezen

  • Hof Den Bosch
  • 7 april 2016
  • ECLI:NL:GHSHE:2016:1366
  • 200.181.736_01

Medische aansprakelijkheid. Hoger beroep van beschikking waarin verzoek om voorlopig deskundigenonderzoek door neuroloog werd afgewezen in een zaak waarin een tumor niet werd opgemerkt. Het hof is van oordeel dat verzoeker geen belang heeft bij toewijzing van zijn verzoek tot het gelasten van een nieuw dan wel aanvullend neurologisch onderzoek. De door verzoeker voorgedragen vragen zijn in het op gezamenlijk verzoek uitgebrachte rapport óf reeds beantwoord óf hebben betrekking op het functioneren van de radioloog waarover een neuroloog niet als deskundige kan oordelen, óf behoeven een oordeel van een neurochirurg en niet van een neuroloog. Voorts heeft verzoeker geen steekhoudende argumenten aangevoerd die ertoe kunnen leiden dat het eerder rapport terzijde moet worden geschoven en dat er een nieuw/aanvullend rapport moet komen. Verzoek afgewezen.

Lees verder

Jurisprudentie

Hof: verzekeraar niet ontvankelijk in hoger beroep, omdat hoger beroep is ingesteld vóór roldatum in procedure ten principale

  • Hof Den Bosch
  • 8 maart 2016
  • ECLI:NL:GHSHE:2016:870
  • 200.178.458_01

Verzekeraar (appellante) heeft op 1 september 2015 hoger beroep ingesteld tegen deelgeschilbeschikking. Daarnaast heeft de verzekeraar op 1 september een procedure ten principale tussen partijen aanhangig gemaakt, waarin wordt gevorderd om voor recht te verklaren dat verzekeraar niet aansprakelijk is. Het hof oordeelt dat nu de appeldagvaarding is betekend vóór de eerste roldatum van procedure ten principale niet is voldaan aan art 1019cc, waarin is bepaald dat binnen drie maanden, te rekenen van de eerste roldatum, hoger beroep kan worden ingesteld bij het gerechtshof.

Lees verder

Jurisprudentie

HR: cassatieberoep in whiplashzaak verworpen (art 81 RO)

  • Hoge Raad
  • 26 februari 2016
  • ECLI:NL:HR:2016:338
  • 15/00193

Whiplash, ongeval 2000. Benadeelde was ten tijde van het ongeval samen met echtgenoot vennoot van v.o.f. en raakt volledige arbeidsongeschikt. Partijen verschillen o.a. van mening over het vaststellen van de schade wegens verlies van arbeidsvermogen. Dor benadeelde is cassatieberoep ingesteld tegen het tussenarrest. De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep zinder nadere motivering (art 81 RO). A.-G. Spier stelt in zijn conclusie onder meer: “Partijen hebben over en weer alle registers opengetrokken. Dat heeft geleid tot een immense hoeveelheid papier, ellenlange processtukken en een grote hoeveelheid producties. Het Hof heeft zich veel moeite getroost om zich een weg te banen door dit oerwoud. Het Hof heeft de vraag of sprake is van “causaal verband” vooralsnog niet ten gronde onderzocht (…). Het valt daarom m.i. te betreuren dat tussentijds cassatieberoep zou zijn opengesteld. Het Hof had er m.i. beter aan gedaan om zich eerst over deze kwestie te buigen. Nu het dat niet heeft gedaan, is aan gerede twijfel onderhevig of benadeelde (voldoende) belang heeft bij haar klachten (in cassatie). Wanneer deze mislukken, is het cassatieberoep voor haar van ieder belang gespeend. Wanneer één of meer klachten zouden slagen, zou sprake kunnen zijn van een Pyrrhus-overwinning. Het valt te betreuren dat de Hoge Raad zich in zo’n prematuur stadium moet ontfermen over een lange reeks klachten die in essentie slechts een uiterst bewerkelijke feitelijke herbeoordeling vragen.”

Lees verder