Jurisprudentie

Rechtbank veroordeelt ouders tot betaling aan de zoon van de schadevergoeding

  • Rechtbank Limburg
  • 14 november 2016
  • ECLI:NL:RBLIM:2016:9796
  • C/03/227231 / KG ZA 16-534

De zoon is op 6 juli 1992 betrokken geraakt bij een ernstig verkeersongeval en heeft hersenletsel opgelopen. De WAM-verzekeraar van de ouders heeft de volledige aansprakelijkheid erkend. In een vaststellingsovereenkomst werd de zoon een vergoeding van ƒ 350.000,- toegekend.
Het bedrag is overgemaakt op de rekening van de wettelijke vertegenwoordigers, vader en moeder. Op 13 september 2005 hebben vader en moeder van de zoon een bedrag geleend uit de schadevergoeding. Afgesproken werd dat de lening en het overige verschuldigde uiterlijk een jaar later terugbetaald zou worden. Dat hebben vader en moeder niet gedaan. Overeengekomen werd dat vader en moeder vanaf 31 januari 2015 maandelijks € 50,- terugbetalen en dat de partijen ieder half jaar bezien of er financiële ruimte is dit aflossingsbedrag te verhogen. Ook dat werd niet nagekomen. De zoon vordert nakoming van de minnelijke regeling en overlegging van hun meest recente inkomensgegevens. De vorderingen worden toegewezen. In tegenstelling tot het gebruik bij familieleden onderling worden de ouders veroordeeld in de kosten.

Lees verder

Jurisprudentie

HR: hersenletsel, geen machtiging voor inbreng schadevergoeding in BV vanwege onttrekking aan toezicht kantonrechter

  • Hoge Raad
  • 20 november 2015
  • ECLI:NL:HR:2015:3334
  • 15/02021

Bewindvoerder heeft kantonrechter verzocht hem machtiging te verlenen tot de oprichting van een BV om vermogen van benadeelde (met hersenletsel); doel was belastingvoordeel en het voorkomen van hoge eigen bijdragen AWBZ. Kantonrechter en hof wezen het verzoek af. De Hoge Raad oordeelt dat het oordeel van het hof dat, wanneer de machtiging zou worden verleend, het onder beschermingsbewind gestelde vermogen aan het met wettelijke waarborgen omklede stelsel van toezicht door de kantonrechter zou worden onttrokken geeft geen blijk van een onjuiste rechtsopvatting. Met de beoogde handelingen verlaat het kapitaal immers het vermogen van de rechthebbende en gaat het behoren tot het vermogen van de BV. besloten vennootschap. Het beheer van en de beschikking over het kapitaal zijn vanaf dat moment voorbehouden aan het bestuur van de vennootschap. De omstandigheid dat de rechthebbende in plaats van het kapitaal aandelen in de vennootschap verkrijgt doet aan het voorgaande niet af. Cassatieberoep verworpen.

Lees verder