Vaknieuws

Het Maakbare geheugen Verslag M&M meeting het maakbare geheugen, 13 juni 2017

  • PIV-bulletin
  • 1 oktober 2017
  • Sadie Zwikker, Medisch adviseur

In een prachtige parkachtige setting vond dit jaar op Landgoed de Horst de jaarlijkse M&M meeting plaats. Deze buitenplaats op de grens van de Utrechtse Heuvelrug bij Driebergen heeft de afgelopen eeuwen een transformatie ondergaan van boerderij naar landhuis en heeft nu de functie van conferentiecentrum. De jaarlijkse meeting werd dit jaar niet alleen door MEDAS en MAG Bussum, maar ook door Xamen1 georganiseerd. Dit nieuwe samenwerkingsverband van beide bureaus richt zich op het inzetten van één in plaats van twee medisch adviseurs of op het opstellen van één medisch advies door twee medisch adviseurs, voor een zo optimaal mogelijk verlopend medisch traject.

Lees verder

Jurisprudentie

Hof: aanwezigheid benadeelde bij ongeval aangenomen, ondanks veroordeling voor meineed over getuigen

  • Hof Den Haag
  • 14 februari 2017
  • ECLI:NL:GHDHA:2017:247
  • 200.149.775/01

Benadeelde stelt dat zij als passagier whiplash heeft opgelopen bij ongeval in 2001. Verzekeraar stelt, op basis van verklaring van haar verzekerde dat er geen passagier in auto aanwezig was. Het hof overweegt dat de verklaringen van benadeelde over het ongeval kunnen dienen als bewijs. Benadeelde is niet strafrechtelijk veroordeeld voor haar verklaringen over haar aanwezigheid. Zij is wel veroordeeld voor meineed en valsheid in geschrifte voor zover zij heeft verklaard en doen verklaren dat vier anderen getuige zijn geweest van de aanrijding. Aan de betrouwbaarheid van haar verklaring doet niet af dat de door haar gestelde reden van uitstappen (eten halen bij de Chinees om 16.00 uur) niet voor de hand ligt. Voor zover het al niet voor de hand ligt dat zij eten is gaan halen, betekent dat nog niet dat het niet juist kan zijn. Het hof acht met name van belang dat benadeelde zich al de volgende dag bij de huisarts heeft gemeld. Als deze bij de huisarts afgelegde verklaring onjuist zou zijn, moet benadeelde dit letsel vrijwel direct na de aanrijding hebben verzonnen. Het hof veroordeelt de verzekeraar tot betaling van de schade van benadeelde.

Lees verder

Jurisprudentie

Rb, deelgeschil: toedracht onduidelijk, partijen mogen getuige horen

  • Rechtbank Midden-Nederland
  • 20 december 2016
  • ECLI:NL:RBMNE:2016:7256
  • C/16/407492 / HL RK 16-2

Verzoeker is –dronken en agressief – op vrachtwagen geklommen. Als de vrachtwagen wegrijdt wordt verzoeker overreden en loopt hij zwaar letsel op. De rechtbank stelt op basis van een getuigenverklaring tegenover de politie vast dat verzoeker op het moment dat de bestuurder wegreed aan de vrachtwagen hing en dat verzoeker is gevallen. In het kader van de vaststelling van de toedracht staat onvoldoende vast wat er is gebeurd tussen het moment van de val tot het moment dat de getuige naar verzoeker is toegelopen. Naar het oordeel van de rechtbank zouden nadere vragen aan deze getuige voldoende opheldering kunnen geven. De rechtbank stelt partijen in de gelegenheid de getuige op te roepen als getuige.

Lees verder

Jurisprudentie

Rb, deelgeschil: betrokkenheid scooter niet aangetoond, Waarborgfonds niet aansprakelijk

  • Rechtbank Noord-Nederland
  • ongepubliceerd
  • C/l 7/137005 / HA RK 14-124

Verzoeker stelt dat hij met zijn fiets ten val is gekomen, doordat een achterop komende scooter hem in het voorbij rijden heeft geraakt. De identiteit van de bestuurder van de scooter is onbekend. Een vriend die samen met verzoeker fietste heeft de aanrijding zelf niet gezien. Verzoeker vraagt een verklaring voor recht dat het Waarborgfonds Motorverkeer de schade dient te vergoeden. De rechtbank wijst het verzoek af. De verklaring van verzoeker zelf kan slechts ter aanvulling op ander, onvolledig bewijs worden gebruikt. Dit bewijs ontbreekt. Betrokkenheid motorrijtuig niet voorshands aangenomen. Het horen van getuigen kost te veel tijd, kosten en moeite voor een deelgeschilprocedure. Kosten deelgeschil vastgesteld op € 2821,21.

Lees verder

Jurisprudentie

Hof: blootstelling aan asbest ná 1979 niet bewezen, voor periode vóór 1979 beroep op verjaring niet onaanvaardbaar

  • Hof Den Bosch
  • ongepubliceerd
  • HD 200.110.667/02

Asbest. Bij tussenarrest heeft het hof aan appellante (weduwe/erfgename) opgedragen te bewijzen dat de overleden werknemer tijdens zijn werkzaamheden bij werkgever na 1979 blootgesteld is geweest aan asbest. Het hof oordeelt dat appellante niet is geslaagd in bewijslevering; slechts één getuige heeft een verklaring heeft afgelegd over de periode na 1979. Deze verklaring is echter te vaag en innerlijk tegenstrijdig. Ten aanzien van de periode vóór 1979 komt het hof aan de hand van de gezichtspuntencatalogus, ontleend aan HR 28 april 2000 (Van Hese/De Schelde), tot het oordeel dat het beroep van de werkgever op verjaring naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid niet onaanvaardbaar is. Alle gezichtspunten, behalve gezichtspunt g, vallen in meer of mindere mate in het voordeel uit van werkgever.

Lees verder

Jurisprudentie

Hof: Val over stofzuigerslang, werkgever tekortgeschoten in zorgplicht.

  • Hof Arnhem-Leeuwarden
  • ECLI:NL:GHARL:2014:956
  • 200.122.130

Een werknemer is tijdens het schoonmaken van een bus gevallen, doordat hij op een stofzuigerslang is gestapt. De bus stond half op de stoep en half op de weg geparkeerd. De werknemer stelt dat de kantonrechter ten onrechte heeft geoordeeld dat; 1. extra begeleiding het ongeluk niet zou hebben voorkomen, 2. er sprake was van een huis-, tuin en keukenongeval en 3. ten onrechte de stelling is gepasseerd dat de bus op een ongelijke ondergrond stond. Het hof oordeelt dat op basis van de getuigenverklaringen vaststaat dat de werknemer tijdens werk schade heeft geleden. Na 2,5 jaar is er geen sprake van een zodanig lang tijdsverloop dat aan de getuigenverklaringen geen geloof meer kan worden gehecht. Het is dus aan de werkgever om te stellen en zo nodig te bewijzen, dat zij al die maatregelen heeft genomen en al die aanwijzingen heeft gegeven die redelijkerwijs nodig waren om de schade te voorkomen. Volgens het hof heeft de werkgever niet aan haar stelplicht voldaan. Van de werkgever mag worden verwacht dat zij de werkplaats zodanig inricht dat deze geschikt is om er schoonmaakwerkzaamheden in te verrichten en dat, zo dat niet mogelijk is, de werknemers duidelijk worden geïnstrueerd hoe zij die werkzaamheden zo veilig mogelijk kunnen verrichten. Dat houdt mede in dat de werknemers op een gelijke ondergrond kunnen werken. Een werkgever dient zodanige maatregelen te nemen als redelijkerwijs nodig zijn om te voorkomen dat een werknemer door een niveauverschil in de ondergrond schade lijdt. De grieven van de werknemer slagen, zodat het bestreden vonnis moet worden vernietigd.

Lees verder

Jurisprudentie

Rb, deelgeschil: toedracht ongeval is niet komen vast te staan na voorlopig getuigenverhoor

  • Rechtbank Oost-Brabant
  • ECLI:NL:RBOBR:2014:719
  • C/01/269717 / EX RK 13-162

Deelgeschil na eerder voorlopig getuigenverhoor. Fietser stelt dat zij ten val is gekomen doordat bestuurder van geparkeerde bedrijfsbus het portier ineens opendeed, terwijl zij passeerde. Verzekeraar van de bus stelt dat zij zelf tegen de spiegel van de bedrijfsbus gereden. De rechtbank weegt de verschillende getuigenverklaringen en komt tot het oordeel dat geen sprake is van aanvullende bewijzen die zodanig sterk zijn dat zij de verklaring van benadeelde als partijgetuige, die voorts op onderdelen tegenstrijdig is met wat zij ter comparitie heeft verklaard, voldoende geloofwaardig maken. Verzoek afgewezen. Kosten deelgeschil begroot op € 3.080,26 (uurtarief € 225,-), maar afgewezen.

Lees verder

Jurisprudentie

Hof: organisatoren zeilwedstrijd aansprakelijk voor hersenletsel wegens onvoldoende instructies; verlies arbeidsvermogen

  • Hof Arnhem-Leeuwarden
  • ECLI:NL:GHARL:2014:555
  • 200.082.867-01

Benadeelde wordt tijdens zeilwedstrijd geraakt door de grootschoot en loopt hersenletsel op. Zij stelt de organisatoren van de wedstrijd aansprakelijk. 1. Het hof had bij tussenarrest de organisatoren toegelaten tot het leveren van tegenbewijs tegen het voorshands bewezen geachte feit dat zij benadeelde onvoldoende hadden gewaarschuwd m.b.t. de grootschoot. Het hof is van oordeel dat de verklaringen van de getuigen het vermoeden niet ontzenuwen. 2. Geen eigen schuld benadeelde. 3. Schade wegens verlies van arbeidsvermogen onvoldoende onderbouwd. Nadere toelichting van medische specialist nodig. Het hof oordeelt dat er niet van kan worden uitgegaan dat benadeelde dezelfde potenties had als haar collega’s. Zonder nadere onderbouwing, die ontbreekt, kan niet worden aangenomen dat iedere “high potential” eenzelfde carrièrepad aflegt. Nadere info nodig. Voorschot € 25.000,- toegewezen (€ 100.000,- gevorderd).

Lees verder

Jurisprudentie

Hof: werknemer niet geslaagd in bewijs van oplopen letselschade tijdens werkzaamheden

  • Hof Den Bosch
  • ECLI:NL:GHSHE:2013:3963
  • HD 200.106.756/01

Werkgeversaansprakelijkheid; art 7:685 BW. Werknemer stelt dat hij tijdens de uitvoering van zijn werkzaamheden is gestruikeld en polsletsel heeft opgelopen. Werknemer heeft hierover aanvankelijk niets tegen werkgever gezegd. Het hof stelt voorop dat de werknemer conform de hoofdregel van artikel 150 Rv. dient te stellen en bij betwisting te bewijzen dat hij schade heeft geleden tijdens de uitvoering van zijn werkzaamheden. Dit betekent niet dat de werknemer ook dient te bewijzen hoe het ongeval zich heeft voltrokken. Het hof acht werknemer niet geslaagd in het bewijs. In een eerder voorlopig getuigenverhoor zijn werknemer en twee collega’s gehoord. Door de werkgever is betwist dat deze collega’s en werknemer op enig moment tegelijk aanwezig waren.

Lees verder

Jurisprudentie

Rb, deelgeschil: twijfel en onduidelijkheid over getuigenverklaringen, vordering afgewezen.

  • Rechtbank Middelburg
  • ongepubliceerd
  • C/16/33 2948 / HA RK 12-519

Benadeelde reed op een voorrangsweg. Hij stelt te zijn afgesneden, waardoor hij tegen een boom is gereden. Voorafgaand aan het deelgeschil heeft op verzoek van de WA-verzekeraar een voorlopig getuigenverhoor plaatsgevonden. In het deelgeschil verzoekt benadeelde de rechtbank: I te verklaren voor recht dat de verzekeraar volledig aansprakelijk is voor de materiële en immateriële schade; II te verklaren dat de verzekeraar gehouden is een voorschot te betalen van € 25.000, -; III te verklaren voor recht dat benadeelde met wat door hem in deze verzoekschriftprocedure naar voren is gebracht, aan zijn stelplicht en bewijslast voor de vaststelling van aansprakelijkheid heeft voldaan. De rechtbank oordeelt dat: I Gelet op de twijfel en onduidelijkheid die is gerezen over de afgelegde verklaringen benadeelde het nodige bewijs niet heeft geleverd. Nadere bewijsvoering in een deelgeschilprocedure is niet mogelijk. Het verzoek wordt afgewezen. II Benadeelde heeft te weinig informatie overgelegd om de letselschade (immaterieel en studievertraging) te onderbouwen. De vordering wordt afgewezen. III De gevorderde verklaring voor recht onder III past niet in de deelgeschilprocedure, maar in een bodemprocedure. Kosten begroot op € 2.336,40 (uurtarief € 198 i.p.v. € 297, – aantal uur 11,8 i.p.v. 15,8). De verzochte kostenveroordeling door verzekeraar wordt afgewezen.

Lees verder