Jurisprudentie

Rb, deelgeschil: onderzoek (inclusief Facebook) niet in strijd met Gedragscode Persoonlijk Onderzoek

  • Rechtbank Noord-Nederland
  • ECLI:NL:RBNNE:2014:6661
  • C/18/151386 /HA RK 14-264

Whiplash, ongeval 2007, toen 28-jarige dierenarts. Benadeelde stelt blijvende ernstige klachten en beperkingen te hebben; verzekeraar heeft persoonlijk onderzoek laten verrichten, waaruit blijkt dat zij vele activiteiten (o.a. paardrijden) verrichtte. 1. De rechtbank oordeelt dat de verzekeraar niet in strijd met de Gedragscode Persoonlijk Onderzoek heeft gehandeld. Het stond de verzekeraar vrij om, bij het rijzen van twijfel over het waarheidsgehalte van de opgaven van benadeelde, een feitenonderzoek in te stellen. Zij mocht daartoe haar interne gegevens raadplegen. Toen deze gegevens het wantrouwen voedden, mocht verzekeraars het feitenonderzoek uitbreiden tot internet. Dat verzekeraar ook Facebook raadpleegde, kan benadeelde haar niet tegenwerpen: gegevens en foto’s op dat medium werden immers door benadeelde welbewust aan de openbaarheid prijsgegeven. Het onderzoek heeft plaatsgevonden vanaf de openbare weg en is niet in strijd geweest met de eisen van proportionaliteit en subsidiariteit. Weliswaar heeft een de persoonlijke levenssfeer schendend onderzoek plaatsgevonden, maar daar tegenover stond het aanzienlijke financiële belang. Er waren geen alternatieve, minder ingrijpende middelen om de opgave te verifiëren. 2. Ten aanzien van het causaal verband tussen klachten en ongeval is nadere bewijslevering nodig, waarvoor de deelgeschilprocedure zich niet leent. 3. Kosten deelgeschil: € 6118; gevorderd: € 9177; uren bovenmatig, uurtarief € 265 redelijk.

Lees verder

Jurisprudentie

Rb, deelgeschil: carrièreverloop, redelijke verwachting, 40% kans op andere functie gezien afname arbeidsplaatsen

  • Rechtbank Rotterdam
  • ECLI:NL:RBROT:2014:6616
  • C-10-4477678- HA RK 14-265

Bepaling hypothetisch carrièreverloop 41-jarige bedrijfsverpleegkundige. 1. De rechtbank stelt voorop dat aan het bewijs van de hypothetische situatie geen hoge eisen mogen worden gesteld. De rechtbank komt tot het oordeel dat zonder het ongeval een reële kans bestond dat benadeelde na het voltooien van zijn opleiding tot bedrijfsverpleegkundige een opleiding tot arbeidshygiënist zou hebben gevolgd en uiteindelijk een functie bij een arbodienst zou hebben gekregen. De rechtbank houdt rekening met de door de arbeidsdeskundige en de verzekeraar genoemde omstandigheid dat het aantal arbeidsplaatsen door onder andere de wijziging van de Arbowet de laatste jaren is sterk afgenomen. Op grond van die ontwikkelingen dient de kans op het verwerven van die functie beperkt te worden geacht. Gelet op deze onzekerheden acht de rechtbank het redelijk dat rekening wordt gehouden met een kans van 40% dat benadeelde in plaats van een eindfunctie als bedrijfsverpleegkundige een eindfunctie van arbeidshygiënist zou hebben verworven. 2. Kosten deelgeschil: € 6338,66; uurtarief € 235 redelijk.

Lees verder

Jurisprudentie

Hof: blootstelling aan asbest ná 1979 niet bewezen, voor periode vóór 1979 beroep op verjaring niet onaanvaardbaar

  • Hof Den Bosch
  • ongepubliceerd
  • HD 200.110.667/02

Asbest. Bij tussenarrest heeft het hof aan appellante (weduwe/erfgename) opgedragen te bewijzen dat de overleden werknemer tijdens zijn werkzaamheden bij werkgever na 1979 blootgesteld is geweest aan asbest. Het hof oordeelt dat appellante niet is geslaagd in bewijslevering; slechts één getuige heeft een verklaring heeft afgelegd over de periode na 1979. Deze verklaring is echter te vaag en innerlijk tegenstrijdig. Ten aanzien van de periode vóór 1979 komt het hof aan de hand van de gezichtspuntencatalogus, ontleend aan HR 28 april 2000 (Van Hese/De Schelde), tot het oordeel dat het beroep van de werkgever op verjaring naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid niet onaanvaardbaar is. Alle gezichtspunten, behalve gezichtspunt g, vallen in meer of mindere mate in het voordeel uit van werkgever.

Lees verder

Jurisprudentie

Hof: geen no cure no pay-vergoeding voor belangenbehartiger na inschakelen advocaat voor procedure

  • Hof Den Bosch, Overige belangenbehartigers
  • ECLI:NL:GHSHE:2014:2152
  • HD 200.117.250_01

Belangenbehartiger heeft met cliënt overeenkomst op basis van ‘no cure no pay’ gesloten in een conflict met een AOV-verzekeraar. De cliënt schakelt op advies van de belangenbehartiger zelf een advocaat in om te procederen; de AOV-verzekeraar wordt in de procedure veroordeeld tot betaling van € 163.000; de belangenbehartiger vordert een succes fee van € 33.558. De rechtbank heeft belangenbehartiger opgedragen te bewijzen dat bij het sluiten van de overeenkomst tussen partijen is afgesproken dat een gerechtelijke procedure zo nodig door een ander dan belangenbehartiger gevoerd zou (kunnen) worden. De rechtbank achtte belangenbehartiger niet in het bewijs geslaagd. Het hof bevestigt deze uitspraak. De betekenis van een omstreden overeenkomst moet door de rechter worden vastgesteld aan de hand van hetgeen partijen over en weer hebben verklaard en van hetgeen zij redelijkerwijs van elkaar mochten verwachten. Uit de tekst van de machtiging en de verklaringen kan naar het oordeel van het hof niet de ruime uitleg die belangenbehartiger voorstaat worden afgeleid, zodat het op de weg van belangenbehartiger lag om nader bewijs te leveren. Dit bewijs is niet geleverd.

Lees verder

Jurisprudentie

Hof: verlies van arbeidsvermogen molenaar afgewezen, benoeming deskundigen ter vaststelling beperking zelfwerkzaamheid

  • Hof Den Bosch
  • ECLI:NL:GHSHE:2014:984
  • HD 200.101.730/01

Ongeval 1989; benadeelde heeft in 1988 diploma Milling Logistics behaald; in 1991 molen van vader overgenomen; te behalen bedrijfseconomisch resultaat molen was minimaal. 1. Eiswijziging (eerst overnemen molen, vervolgens carrière elders) in hoger beroep afgewezen. 2. Verlies van arbeidsvermogen. Vordering is enkel gebaseerd op het carrièreverloop van studiegenoten. Naar het oordeel van het hof is het –gezien hetgeen de neuropsycholoog stelt omtrent zijn persoonlijkheid- aan gerede twijfel onderhevig of benadeelde in staat zou zijn geweest een vergelijkbare carrière te realiseren. Nu benadeelde eerst steeds benadrukte hoe belangrijk het overnemen van de molen voor hem was en hij 23,5 jaar na het ongeval de grondslag van zijn vordering radicaal heeft gewijzigd, heeft hij onvoldoende aanknopingspunten gegeven voor zijn specifieke situatie. Verlies arbeidsvermogen (ruim 1 miljoen) afgewezen. 3. Huishoudelijke hulp: onvoldoende onderbouwd en afgewezen. 4. Verlies zelfwerkzaamheid. Normbedrag € 1000,- per jaar toegewezen op basis van Letselschaderichtlijn vanaf 2006; voorgaande jaren moeten worden geïndexeerd. Benoeming verzekeringsgeneeskundige en arbeidsgeneeskundige ter vaststelling beperking zelfwerkzaamheid.

Lees verder

Jurisprudentie

Rb, deelgeschil: toedracht ongeval is niet komen vast te staan na voorlopig getuigenverhoor

  • Rechtbank Oost-Brabant
  • ECLI:NL:RBOBR:2014:719
  • C/01/269717 / EX RK 13-162

Deelgeschil na eerder voorlopig getuigenverhoor. Fietser stelt dat zij ten val is gekomen doordat bestuurder van geparkeerde bedrijfsbus het portier ineens opendeed, terwijl zij passeerde. Verzekeraar van de bus stelt dat zij zelf tegen de spiegel van de bedrijfsbus gereden. De rechtbank weegt de verschillende getuigenverklaringen en komt tot het oordeel dat geen sprake is van aanvullende bewijzen die zodanig sterk zijn dat zij de verklaring van benadeelde als partijgetuige, die voorts op onderdelen tegenstrijdig is met wat zij ter comparitie heeft verklaard, voldoende geloofwaardig maken. Verzoek afgewezen. Kosten deelgeschil begroot op € 3.080,26 (uurtarief € 225,-), maar afgewezen.

Lees verder

Jurisprudentie

Hof: organisatoren zeilwedstrijd aansprakelijk voor hersenletsel wegens onvoldoende instructies; verlies arbeidsvermogen

  • Hof Arnhem-Leeuwarden
  • ECLI:NL:GHARL:2014:555
  • 200.082.867-01

Benadeelde wordt tijdens zeilwedstrijd geraakt door de grootschoot en loopt hersenletsel op. Zij stelt de organisatoren van de wedstrijd aansprakelijk. 1. Het hof had bij tussenarrest de organisatoren toegelaten tot het leveren van tegenbewijs tegen het voorshands bewezen geachte feit dat zij benadeelde onvoldoende hadden gewaarschuwd m.b.t. de grootschoot. Het hof is van oordeel dat de verklaringen van de getuigen het vermoeden niet ontzenuwen. 2. Geen eigen schuld benadeelde. 3. Schade wegens verlies van arbeidsvermogen onvoldoende onderbouwd. Nadere toelichting van medische specialist nodig. Het hof oordeelt dat er niet van kan worden uitgegaan dat benadeelde dezelfde potenties had als haar collega’s. Zonder nadere onderbouwing, die ontbreekt, kan niet worden aangenomen dat iedere “high potential” eenzelfde carrièrepad aflegt. Nadere info nodig. Voorschot € 25.000,- toegewezen (€ 100.000,- gevorderd).

Lees verder

Jurisprudentie

Hof: werknemer niet geslaagd in bewijs van oplopen letselschade tijdens werkzaamheden

  • Hof Den Bosch
  • ECLI:NL:GHSHE:2013:3963
  • HD 200.106.756/01

Werkgeversaansprakelijkheid; art 7:685 BW. Werknemer stelt dat hij tijdens de uitvoering van zijn werkzaamheden is gestruikeld en polsletsel heeft opgelopen. Werknemer heeft hierover aanvankelijk niets tegen werkgever gezegd. Het hof stelt voorop dat de werknemer conform de hoofdregel van artikel 150 Rv. dient te stellen en bij betwisting te bewijzen dat hij schade heeft geleden tijdens de uitvoering van zijn werkzaamheden. Dit betekent niet dat de werknemer ook dient te bewijzen hoe het ongeval zich heeft voltrokken. Het hof acht werknemer niet geslaagd in het bewijs. In een eerder voorlopig getuigenverhoor zijn werknemer en twee collega’s gehoord. Door de werkgever is betwist dat deze collega’s en werknemer op enig moment tegelijk aanwezig waren.

Lees verder

Jurisprudentie

Hof: vermoeden causaal verband tendovaginitis en werk

  • Hof Arnhem-Leeuwarden
  • ECLI:NL:GHARL:2013:5339
  • 200.044.328-01

De arbeidsrechtelijke omkeringsregel leidt niet tot een omkering van de bewijslast, maar drukt slechts het vermoeden uit dat de gezondheidsschade van de werknemer is veroorzaakt door de omstandigheden waarin deze zijn werkzaamheden heeft verricht. De werkgever hoeft niet te bewijzen dat de gezondheidsklachten niet zijn veroorzaakt door de omstandigheden waaronder de werknemer zijn werkzaamheden heeft verricht, maar kan volstaan met het ontzenuwen van het vermoeden dat dit het geval is. Voor de rechter geldt een beperkte motiveringsplicht ten aanzien van zijn beslissing om de bevindingen van deskundigen al dan niet te volgen. Wel dient hij bij de beantwoording van de vraag of hij de conclusies waartoe een deskundige in zijn rapport is gekomen in zijn beslissing zal volgen, alle terzake door partijen aangevoerde feiten en omstandigheden in aanmerking te nemen en op basis van die aangevoerde stellingen in volle omvang te toetsen of aanleiding bestaat van de in het rapport geformuleerde conclusies af te wijken. Aanvullende vragen worden aan de deskundige gesteld.

Lees verder