Jurisprudentie

Rb, deelgeschil: geen ruimte voor uitgebreide bewijslevering, kosten zijn niet redelijk

  • Rechtbank Midden-Nederland
  • 14 december 2016
  • ECLI:NL:RBMNE:2016:7598
  • C/16/420717 / HA RK 16-167

In het kader van een deelgeschilprocedure kan een verzoek tot het bepalen van een voorschot worden gedaan. Niet te zware eisen moeten worden gesteld aan de voorwaarde van een deelgeschil dat de verzochte beslissing een bijdrage kan leveren aan de totstandkoming van een vaststellingsovereenkomst. Geen ruimte bestaat voor uitgebreide bewijslevering. Een neuroloog en een orthopeed zijn in een ander verzoek als deskundigen benoemd. De rapporten zijn nog niet beschikbaar. De rechtbank kan niet vaststellen dat een vorderingsrecht bestaat dat het totaal van de reeds verstrekte voorschotten overstijgt. Het verzoek wordt afgewezen. De thans gevorderde buitengerechtelijke kosten voldoen niet aan de dubbele redelijkheidstoets van artikel 6:96 lid 2 onder b BW. Het is niet (meer) redelijk dat [verzoeker] al vier verschillende belangenbehartigers in de arm heeft genomen. Daarom en in verband met de op dit moment nog bestaande onduidelijkheid over het causaal verband en daarmee over de omvang van de schade, is de verzekeraar niet gehouden tot het voldoen van het thans gevorderde bedrag aan buitengerechtelijke kosten. De rechtbank begroot de kosten van de procedure mede bij gebreke van een urenspecificatie overeenkomstig het standpunt van verzekeraar op € 1.000,00.

Lees verder

Jurisprudentie

Rb: onvoldoende onderbouwing van schadeposten

  • Rechtbank Limburg
  • 26 mei 2017
  • ECLI:NL:RBLIM:2017:3843
  • 4641603 \ CV EXPL 15-12534

De kantonrechter is van oordeel dat de noodzaak van ergonomische aanpassingen van keuken, toilet en badkamer op onvoldoende wijze zijn onderbouwd. Zo ontbreken medische verklaringen die de zienswijze van eiseres zouden kunnen ondersteunen. Daarbij komt dat eiseres offertes heeft overgelegd die niet zien op aanpassingen van de diverse ruimtes, maar complete vervanging van zowel keuken, toilet en badkamer. Niet valt in te zien waarom complete vervanging noodzakelijk is. Eiseres heeft daaromtrent niets althans volstrekt onvoldoende gesteld, toewijzing € 500. Kosten van kapper en pedicure zijn niet noodzakelijkerwijs direct voortvloeiend uit het ongeval. Ook in een normale situatie zouden dergelijke kosten wellicht eveneens zijn gemaakt. Verder staat niet vast dat de kosten voor juridische bijstand voor rekening van eiseres zullen komen. Verder toewijzing fysiotherapie € 3.744,00.

Lees verder

Jurisprudentie

Rb: eisen van zelfstandige onvoldoende onderbouwd

  • Rechtbank Limburg
  • 29 maart 2017
  • ECLI:NL:RBLIM:2017:3046

Verzekeraar heeft voor een ongeval in 2003 reeds € 270.000 betaald. De gewonde zelfstandige vordert een groot bedrag wegens VAV, mede aan de hand van een Duits rapport. De rechter acht het VAV onvoldoende onderbouwd omdat geen jaarrekeningen, begroting of strategisch plan zijn overgelegd. Onvoldoende is aangetoond dat het bedrijf winstgevend zou zijn geworden. Slechts op basis van veronderstellingen wordt van verliesgevend voor het ongeval naar winstgevendheid in de situatie zonder ongeval uitgegaan. De kosten van de door de benadeelde gestelde stakingskosten van de onderneming zijn enerzijds dubbel met andere posten en anderzijds niet onderbouwd. De vermindering van waarde van de onderneming is evenzeer onvoldoende onderbouwd omdat het Duitse rapport, waarop dit gebaseerd zou zijn, niet volledig is. Het smartengeld wordt afgewezen omdat ook dat onvoldoende is onderbouwd en niet toegelicht is. Het benoemen van een medisch deskundige wordt afgewezen omdat onvoldoende inzichtelijk is gemaakt waarom de ontvangen uitkering van Achmea niet toereikend is geweest.

Lees verder

Vaknieuws

PIV-Bulletin 2017-1 LSA Symposion 2017 Wie eist bewijst, wie stelt krijgt geld

  • PIV-bulletin
  • 1 februari 2017
  • P. van Steensel

Het 28e LSA Symposion, het jaarlijkse congres van de letselschadeadvocaten, ging dit jaar grotendeels over bewijsleer, bewijslast, bewijsrecht en de wijze van bewijzen in letselschadeprocessen. ‘Wie eist bewijst, wie stelt krijgt geld’ was min of meer de rode draad in zes presentaties van respectievelijk een advocaat, een hoogleraar, een kennismanager bij een verzekeraar, een rechter, een mediator en een oud-wereldkampioen debatteren. Circa 450 deelnemers waren op vrijdag 27 januari 2017 naar Huis ter Duin in Noordwijk gekomen voor een levendig en leerzaam congres.

Lees verder

Jurisprudentie

Rb: toewijzing verklaring voor recht dat verzekeraar voldoende betaalde

  • Rechtbank Overijssel
  • 29 juni 2016
  • ECLI:NL:RBOVE:2016:4677
  • C/08/169802 / HA ZA 15-187

Er is sprake van ongevalsgerelateerde klachten. Niet is komen vast te staan dat deze tot de door benadeelde gestelde beperkingen hebben geleid. Benadeelde is niet in staat gebleken zijn stellingen omtrent de beperkingen voldoende te concretiseren en te onderbouwen. Bewijslevering op dit punt, bijvoorbeeld aan de hand van een deskundigenonderzoek, is daarom niet aan de orde. De vordering van verzekeraar in conventie om voor recht te verklaren dat het ongeval niet heeft geleid tot meer schade dan reeds door middel van betaling van voorschotten is vergoed, wordt toegewezen.

Lees verder

Jurisprudentie

Hof: kop-staartbotsing: vermoeden van schuld achterop rijder, geen bewijs van eigen schuld voorganger

  • Hof Amsterdam
  • 26 april 2016
  • ECLI:NL:GHAMS:2016:1720
  • 200.149.909/01

Kop-staartbotsing op 80 km/uur-weg. De verzekeraar van de achterop rijder is in appel gegaan van de uitspraak van de rechtbank, waarin de achterop rijder aansprakelijk werd geacht. Het hof oordeelt dat het feit dat de achterop rijder haar voertuig niet tijdig tot stilstand heeft weten brengen, in combinatie met de omstandigheid dat zij reed op minder dan een halve seconde afstand tot het oordeel dat zij in strijd met artikel 19 RVV (voldoende afstand) heeft gehandeld. Het betoog dat de achterop rijder geen onverwachte noodstop behoefde te verwachten brengt niet mee dat zij niet in strijd met artikel 19 RVV heeft gehandeld. Wel kan de omstandigheid dat de voorganger zonder noodzaak een noodstop heeft gemaakt eigen schuld opleveren (art. 6:101 BW). De verzekeraar van de achterop rijder is er niet in geslaagd te bewijzen dat de voorganger (mede) heeft geremd voor de overstekende eenden en aldus zonder noodzaak heeft geremd.

Lees verder

Jurisprudentie

HR: afgifte psychiatrisch rapport over de schutter in het schietincident te Alphen a/d Rijn

  • 10 juli 2015
  • ECLI:NL:HR:2015:1834
  • 14/02554

Een vordering op de voet van art. 843a lid 1 Rv tot overlegging stukken m.b.t. een rechtsbetrekking kan worden ingesteld tegen partijen bij de in deze bepaling bedoelde rechtsbetrekking, en tegen derden die bij die rechtsbetrekking geen partij zijn. Voor de toepassing van art. 843a lid 1 Rv m.b.t. het psychiatrisch rapport na diens overlijden opgemaakt is niet vereist dat tussen de eiser en de Staat een rechtsbetrekking bestaat. De Raad casseert het arrest van het Hof en verwijst naar een ander hof. De mogelijkheid bestaat dat niet aan de vordering behoeft te worden voldaan in verband met een functioneel verschoningsrecht, wegens gewichtige redenen of omdat redelijkerwijs kan worden aangenomen dat een behoorlijke rechtsbedeling ook zonder verschaffing van de gevraagde gegevens is gewaarborgd.

Lees verder

Jurisprudentie

Rb: werkgever aansprakelijk voor letsel werknemer bij overval op supermarkt

  • 8 april 2015
  • ongepubliceerd
  • 3394920 I.JC EXPL 14-141 S3 MS/1270

Werknemer loopt schouderletsel op bij een overval in supermarkt van Albert Heijn in 2005. Overvallers waren door de openstaande magazijndeuren binnen gedrongen. De kantonrechter komt tot het oordeel dat de werkgever haar stelling – dat zij aan haar zorgplicht heeft voldaan – onvoldoende heeft onderbouwd. Zij heeft weliswaar een groot aantal veiligheidsmaatregelen beschreven die zij normaliter treft (alarmsysteem, camerasystemen, overvalknoppen, rolluiken, rampalen voor de toegangsdeuren, winkelveiligheidsplan (WVP) waarin het filiaal nadere veiligheidsmaatregelen vastlegt) maar heeft niet gemotiveerd gesteld dat zij die specifieke maatregelen bij dit filiaal heeft getroffen om te voorkomen dat overvallers het filiaal tijdens het lossen van goederen via de magazijndeur konden binnendringen. De kantonrechter acht de werkgever aansprakelijk.

Lees verder

Jurisprudentie

Rb, deelgeschil: verklaringen van motorrijders niet consequent, onvoldoende als bewijs

  • Rechtbank Noord-Nederland
  • 23 januari 2015
  • ECLI:NL:RBNNE:2015:297
  • C18/149894/HA RK 14-202

In een bocht op een smalle weg rijden motorrijders een fietster en een auto tegemoet. De auto zou volgens de motorrijders al dan niet de fietster ingehaald hebben en links gereden hebben. Op motorijder rust de bewijslast van de omschreven toedracht. Voor de beantwoording van het verzoek zijn de getuigenverklaringen van doorslaggevend belang. Volgens de rechtbank kan de aansprakelijkheid niet worden vastgesteld op basis van de getuigenverklaringen. De verklaringen van verzoeker zijn niet consistent. De fietster, de autobestuurster en haar inzittende moeder leggen in twee instanties wel consistente verklaringen af dat de auto netjes rechts reed. Geen verklaring voor recht dat de autoverzekeraar aansprakelijk is. Omdat de aansprakelijkheid niet is komen vast te staan, zal de rechtbank de kosten slechts begroten en niet tevens een veroordeling tot betaling daarvan uitspreken.

Lees verder

Jurisprudentie

Rb: art 185 WVW-zaak niet geschikt voor deelgeschilprocedure vanwege nadere bewijslevering

  • Rechtbank Oost-Brabant
  • 26 augustus 2014
  • ECLI:NL:RBOBR:2014:5188
  • C/01/274839 / EX RK 14-78

Reflexwerking art 185 WVW. 19-jarige automobiliste rijdt voetganger aan, die hierdoor overlijdt. Automobiliste stelt de AVP-verzekeraar van de voetganger aansprakelijk voor de door haar geleden (psychische) schade. De rechtbank oordeelt dat op basis van de eigen stellingen van de automobiliste wel vast dat van overmacht geen sprake is geweest. Ook staat wel vast dat de voetganger een verkeersfout heeft gemaakt bij het oversteken. Om te kunnen bepalen voor welk deel de verzekeraar aansprakelijk is (causale verdeling en billijkheidscorrectie) moet meer komen vast te staan over de precieze toedracht van de aanrijding. Daarvoor zullen getuigen moeten worden gehoord en wellicht een ongevallenexpert moeten worden geraadpleegd. Een dergelijke bewijsvoering gaat het bestek van de deelgeschilprocedure te buiten. Kosten deelgeschil begroot op € 4.282,-, maar afgewezen.

Lees verder

Jurisprudentie

Hof: ongeval tijdens paardrijles, deel schade voor eigen rekening na toerekening omstandigheden?

  • Hof Arnhem-Leeuwarden
  • 15 juli 2014
  • ECLI:NL:GHARL:2014:5670
  • 200.118.662/01

Vrouw valt tijdens paardrijles in manege van paard en loopt hoge dwarslaesie op. Niet ter discussie staat dat de manege aansprakelijk is ex art. 6:179 BW. In de procedure is aan de orde of een deel van de schade voor rekening van benadeelde moet blijven (art .6:101 BW). Het hof verwijst naar HR 25 oktober 2002, ECLI:NL:HR:2002:AE7010, waaruit volgt dat wanneer noch de benadeelde noch de eigenaar onzorgvuldigheid te verwijten is in de regel het onberekenbare gedrag van het paard onder omstandigheden aan de berijder kan worden toegerekend. Het percentage is niet standaard 50%, maar afhankelijk van de omstandigheden. Het hof bespreekt een aantal omstandigheden (leeftijd benadeelde, benadeelde vroeg zelf om dit paard, onvoldoende diploma’s instructrice etc.), maar komt nog niet tot een eindoordeel. Het hof draagt de manege op te bewijzen dat het ongeval was te wijten aan een verkeerde houding van benadeelde en aan benadeelde om omstandigheden rond de paardrijles te bewijzen (baan niet vlak, chaotische omstandigheden).

Lees verder

Jurisprudentie

Hof: terecht beroep op opzetclausule ‘nieuwe stijl’ na brandstichting

  • Hof Arnhem-Leeuwarden
  • 17 december 2013
  • ECLI:NL:GHARL:2013:9641
  • 200.116.697-01

Appellant heeft brand gesticht op korenveld; hiervoor is hij strafrechtelijk veroordeeld. Kan AVP-verzekeraar een beroep op de opzetclausule ‘nieuwe stijl’ doen? Het hof oordeelt dat aan het in het strafvonnis bewezen verklaarde opzet niet de dwingende bewijskracht van artikel 161 Rv toekomt, nu de strafrechtelijke kwalificatie ‘opzet’ en het civielrechtelijk begrip ‘opzet’ een verschillende lading hebben. Het strafrechtelijk begrip ‘opzet’ neemt de gemiddeld normale mens tot uitgangspunt, terwijl het verzekeringsrecht een veel subjectievere invalshoek hanteert die noopt tot een grotere mate van terughoudendheid in het aanvaarden van opzet. Wel is het hof van oordeel dat uit de aard van de door appellant gepleegde handelingen, te weten het stichten van branden door met een aansteker koren respectievelijk een bank in een woning aan te steken, voorshands, behoudens tegenbewijs, het opzettelijk karakter van dit wederrechtelijk handelen volgt.

Lees verder

Jurisprudentie

Rb, in k.g.: onvoldoende onderbouwd dat geleden schade hoger is dan verstrekte voorschotten

  • Rechtbank Den Haag
  • 19 juli 2013
  • C/09/4434891 KG ZA 13-578

Benadeelde, medewerkend echtgenote in horecabedrijf, heeft in 2011 zwaar letsel opgelopen. Revalidatie tot eind 2012, nadien stemmingswisselingen. Zij vordert in kort geding een aanvullend voorschot van € 5000,- + € 2500,- per maand gedurende twee jaar. De rechtbank oordeelt dat de kern van dit juridische geschil is gelegen in de vraag of de door benadeelde gestelde schade meer bedraagt dan de door de verzekeraar reeds verstrekte voorschotten van € 53.000,-. Die vraag kan nog niet beantwoord worden omdat nog niet duidelijk is in hoeverre sprake is van causaal verband tussen het ongeval en de medische klachten. Benadeelde heeft weliswaar een hoeveelheid schadeposten opgevoerd en voorzien van toelichting, maar zij heeft verzuimd om te onderbouwen dat en in hoeverre de thans opgevoerde schade het reeds uitgekeerde voorschot te boven gaat. Vordering afgewezen.

Lees verder

Jurisprudentie

RB; Deelgeschil: verzekeraar wiellaadschop aansprakelijk voor aanrijding met personenauto

  • Rechtbank Breda
  • 6 augustus 2012
  • BX3739
  • 246702 / HA RK 12-60

Aanrijding tussen personenauto en wiellaadschop op een openbare weg buiten de bebouwde kom. Ten tijde van het ongeval had de wiellaadschop geen ontheffing voor het op de openbare weg rijden. Geen causaal verband tussen het rijden zonder ontheffing en het ongeval. Indien de ontheffing zou zijn verleend, had bij duisternis de uitstekende laadschop voorzien moeten zijn van markeringsborden en/of markeringsverlichting. Doordat de markering niet was aangebracht, is een gevaarlijke situatie in het leven geroepen. Tegemoetkomend verkeer werd in het duister niet gewaarschuwd voor de brede laadschop die de rijstrook van het tegemoetkomend verkeer gedeeltelijk in beslag nam. De verzekeraar van de wiellaadschop is aansprakelijk. Geen sprake van eigen schuld. Mede gelet op de ervaring van de belangenbehartiger acht de rechtbank het uurtarief van € 245, – redelijk. De bestede tijd is onvoldoende onderbouwd. De rechtbank begroot de tijdsbesteding op 10 uur in plaats van 23,2 uur.

Lees verder