Jurisprudentie

Hof: blootstelling aan asbest niet aannemelijk gemaakt, werkgever niet aansprakelijk

  • Hof Amsterdam
  • 6 juni 2017
  • ECLI:NL:GHAMS:2017:2121
  • 200.184.617/01

Werknemer is in 2014 overleden aan mesothelioom. Zijn erfgename stelt de werkgever aansprakelijk. 1. Het hof volgt appellante niet in haar stelling dat zij in het kader van bewijslevering kon volstaan met het aannemelijk maken dat werknemer aan asbest is blootgesteld, in die zin dat hij werkzaam is geweest in gebouwen of schepen waarin asbest was verwerkt. appellante zal in voldoende mate aannemelijk moeten maken, dat hij in aanraking is geweest met asbesthoudende vezels. 2. Het hof oordeelt dat de omkeringsregel niet van toepassing is, aangezien deze niet ziet op de schadeveroorzakende gebeurtenis maar slechts op de bewijslast ten aanzien van de causaliteit. 3. Appellante heeft naar het oordeel van het hof niet bewezen dat werknemer in de uitoefening van zijn werkzaamheden is blootgesteld aan asbest.

Lees verder

Jurisprudentie

Hof: studievertraging na seksueel misbruik toegerekend, behoudens tegenbewijs

  • Hof Den Bosch
  • 25 april 2017
  • ECLI:NL:GHSHE:2017:1847
  • 200.186.862_01

Benadeelde vordert schade, waaronder studievertraging – na seksueel misbruik. Appellant betwist het causaal verband. Het hof overweegt dat het een feit van algemene bekendheid dat seksueel misbruik tot aanzienlijke schadelijke gevolgen – zowel lichamelijk als geestelijk – voor het slachtoffer kunnen leiden. Die schade moet in beginsel als gevolg van het handelen van appellant aan hem worden toegerekend, tenzij appellant aannemelijk maakt dat de schade ook zonder het seksueel misbruik zou zijn ontstaan. Daaraan doet niet af een eventuele vóór het incident bestaande bijzondere lichamelijke of geestelijke kwetsbaarheid (predispositie). Het hof laat appellant toe tot bewijslevering, maar gelast hieraan voorafgaand een comparitie.

Lees verder

Jurisprudentie

Hof: werknemer valt op werk, bewijslast veiligheidsmaatregelen op werkgever

  • Rechtbank Midden-Nederland
  • 18 januari 2016
  • ECLI:NL:RBMNE:2017:995
  • 5040510 UC EXPL 16-6964

Werkneemster stelt dat zij is uitgegleden over plas water en stelt haar werkgever aansprakelijk ex art 7:658 BW. Partijen verschillen van mening over de toedracht van het ongeval. De kantonrechter overweegt dat de exacte toedracht niet van belang is voor de aansprakelijkheidsvraag niet van belang is. Ingevolge art. 7:658 lid 2 BW kan de werkgever alleen aan aansprakelijkheid ontkomen door aan te tonen dat alle redelijkerwijs te nemen maatregelen zijn genomen om dit specifieke ongeval te voorkomen dan wel, indien de toedracht van het ongeval niet komt vast te staan, door te stellen en zo nodig te bewijzen welke veiligheidsmaatregelen meer in het algemeen zijn genomen. De kantonrechter draagt de werkgever op te bewijzen wat precies de toedracht van het ongeval is geweest en dat zij alle maatregelen heeft genomen om dit specifieke ongeval te voorkomen, dan wel dat zij alle mogelijke veiligheidsmaatregelen heeft getroffen die van haar kunnen worden verlangd.

Lees verder

Jurisprudentie

Hof: ziekenhuis heeft niet voldaan aan verzwaarde motiveringsplicht en is aansprakelijk voor mislukte oorreconstructie (behoudens tegenbewijs)

  • Hof Arnhem-Leeuwarden
  • 28 februari 2017
  • ECLI:NL:GHARL:2017:1676
  • 200.111.788/01

Reconstructie van oor is mislukt. Het hof overweegt dat benadeelde moet stellen en zo nodig te bewijzen dat niet lege artis is gehandeld. Op het ziekenhuis rust verzwaarde motiveringsplicht, die meebrengt dat het ziekenhuis benadeelde voldoende feitelijke gegevens en aanknopingspunten verschaft ten aanzien van de mogelijke oorzaken van het niet bereiken van het beoogde resultaat. Het hof heeft niet voldaan de verzwaarde motiveringsplicht. Het medisch dossier en de verklaring van de arts bieden geen inzicht in het handelen en de keuzes van de chirurgen die benadeelde hebben geopereerd, noch kan daaruit worden afgeleid wat de (mogelijke) oorzaken zijn van het teleurstellende resultaat van de operaties. Het hof acht dan ook voorshands bewezen dat de plastisch chirurgen niet lege artis hebben gehandeld. Het ziekenhuis wordt toegelaten tot het leveren van tegenbewijs.

Lees verder

Jurisprudentie

Hof: hoger beroep deelgeschil mogelijk, bewijs van gebrekkige gladde vloer voorshands geleverd

  • Hof Amsterdam
  • 7 februari 2017
  • ECLI:NL:GHAMS:2017:368
  • 200.180.061/01

Hoger beroep deelgeschil. Appellanten hebben beheerder winkelcentrum aansprakelijk gesteld voor val op gladde houten vloer. 1. In de bestreden deelgeschilbeschikking is het deelgeschil niet beslecht, omdat de zaak zich niet leende voor behandeling in deelgeschil. Dit is geen situatie waarvoor art. 1019cc Rv (rechter gebonden aan oordeel deelgeschillenrechter als bij eindbeslissing) is geschreven. Echter, nu de bodemrechter – die tevens de rechter was in het deelgeschil – zelf heeft overwogen dat bepaalde rechtsoverwegingen beschouwd moeten worden als beslissingen als bedoeld in art. 1019cc Rv, moet worden geconcludeerd dat zij zich kennelijk in de bodemprocedure aan deze overwegingen gebonden acht. Om die reden zijn appellaten dan ook ontvankelijk in het hoger beroep. 2. Het hof stelt voorop dat voor het antwoord op de vraag of de beheerder aansprakelijk is voor de gevolgen van de valpartijen niet van doorslaggevende betekenis is of deze aansprakelijkheid gebaseerd is op art. 6:174 BW of art. 6:162 BW. Deze maatstaven komen overeen met de Kelderluikcriteria. Het hof oordeelt dat appellanten o.g.v. de overgelegde rapportage, verklaringen en foto’s voorshands bewezen hebben dat de vloer ten tijde van de valpartijen niet voldeed aan de eisen die daaraan in de gegeven omstandigheden gesteld mochten worden. Tegenbewijs is mogelijk.

Lees verder

Jurisprudentie

Hof: bewijsnood benadeelde door vernietiging ongevalsladder leidt niet zonder meer tot toewijzing vordering

  • Hof Den Bosch
  • 10 januari 2017
  • ECLI:NL:GHSHE:2017:31
  • 200.170.709_02

Productaansprakelijkheid. Benadeelde valt in 2008 van geknikte uitschuifbare ladder en raakt arbeidsongeschikt. Zij stelt de producent aansprakelijk. Het hof stelt dat o.g.v. art 6:188 BW de benadeelde het gebrek, de schade en het causaal verband daartussen moet bewijzen. Wel geldt de zgn. res ipsa loquitur-leer (bij normaal gebruik wordt het product vermoed gebrekkig te zijn.) De producent kon volstaan met het ontzenuwen van het vermoeden dat de ongevalsladder gebrekkig was. Hierin is hij naar het oordeel van het hof geslaagd. Nu het gebrek in dit stadium niet is komen vast te staan, is het aan benadeelde om dat gebrek te bewijzen. De producent heeft de ongevalsladder echter vernietigd. Benadeelde is door toedoen van de producent in bewijsnood gebracht. Het feit dat contra-expertise door toedoen van de producent niet meer mogelijk is, voor rekening en risico van de producent. Dat leidt echter niet zonder meer tot toewijzing van de vorderingen. Het hof benoemt een deskundige die ter beantwoording van de vraag of, indien de ongevalsladder nog beschikbaar zou zijn geweest relevant onderzoek aan de ongevalsladder had en waartoe dit zou hebben geleid.

Lees verder

Vaknieuws

PIV-Bulletin 2016-5 Medische aansprakelijkheid nader belicht: inzage medisch advies, verzwaarde stelplicht en het deskundigenbericht

  • PIV-bulletin
  • 1 december 2016
  • Jonna De Clerck & Petra klein Gunnewiek, beiden advocaat bij Van Benthem & Keulen te Utrecht
  • ECLI:NL:GHAMS:2016:3739

Het Hof Amsterdam[1] heeft zich in een recent arrest uitgelaten over een casus op het gebied van medische aansprakelijkheid. Het betrof een oordeel over het medisch handelen van een gynaecoloog tijdens een keizersnede. Diverse deelonderwerpen kwamen in dit arrest aan bod. In dit artikel zullen wij het arrest bespreken en de onderwerpen inzage in het medisch advies, de verzwaarde stelplicht en het deskundigenbericht nader belichten.

Lees verder

Jurisprudentie

Hof: onvoldoende bepaald verband tussen astma en werkzaamheden, geen toepassing arbeidsrechtelijke omkeringsregeling

  • Hof Den Haag
  • 10 november 2016
  • ECLI:NL:GHDHA:2016:2920
  • 200.171.222/01

Beroepsziekte. Werknemer stelt werkgever aansprakelijk voor longproblemen. Hij stelt dat hij bij werkgever veelvuldig in krappe, vochtige kruipruimten werken, waarbij hij werd blootgesteld aan onder andere schimmels, ongedierte en rioolgas. Het hof overweegt dat de stelplicht en bewijslast ten aanzien van het causaal verband tussen de werkzaamheden en de longproblemen op werknemer rust. Wanneer echter een werknemer in de uitoefening van zijn werkzaamheden is blootgesteld aan voor de gezondheid gevaarlijke omstandigheden en schade aan zijn gezondheid heeft opgelopen, moet het door de werknemer te bewijzen oorzakelijk verband tussen de werkzaamheden en die schade in beginsel worden aangenomen indien de werkgever heeft nagelaten de maatregelen te treffen die redelijkerwijs nodig zijn om te voorkomen dat de werknemer in de uitoefening van zijn werkzaamheden dergelijke schade lijdt (‘arbeidsrechtelijke omkeringsregel’).Het hof concludeert op basis van het medisch deskundigenrapport dat niet kan worden vastgesteld dat daadwerkelijk een voor de gezondheid schadelijke blootstelling heeft plaatsgevonden. Aldus kan evenmin worden aangenomen dat de astma van werknemer een gevolg kan zijn van de arbeidsomstandigheden bij werkgever: het verband tussen de werkzaamheden en de astma is te onbepaald. Het hof komt derhalve niet toe aan toepassing van de omkeringsregel. Dat betekent dat werknemer het causaal verband tussen de werkzaamheden en zijn astma moet stellen en bewijzen. Hierin is hij niet geslaagd.

Lees verder

Jurisprudentie

Hof: arbeidsrechtelijke omkeringsregel, werkgever aansprakelijk voor letsel werknemer door tillen zware papiervellen

  • Hof Arnhem-Leeuwarden
  • 8 november 2016
  • ECLI:NL:GHARL:2016:8930
  • 200.100.230/01

Beroepsziekte. Werknemer (heftruckchauffeur/ papiersnijder) is arbeidsongeschikt geworden als gevolg van arthose aan zijn handen zijn rechter schouder, hoofd en nek en stelt zijn werkgever aansprakelijk.
Het hof stelt voorop dat op werknemer de bewijslast rust van zijn stelling dat sprake is van gezondheidsklachten die door de blootstelling aan gevaarlijke omstandigheden zijn veroorzaakt en deze blootstelling bij werkgever heeft plaatsgevonden. Daarbij geldt wel, zoals de Hoge Raad in HR 7 juni 2013 (ECLI:NL:HR:2013:BZ1721) heeft overwogen, dat wanneer een werknemer in de uitoefening van zijn werkzaamheden is blootgesteld aan voor de gezondheid gevaarlijke omstandigheden en schade aan zijn gezondheid heeft opgelopen, het oorzakelijk verband tussen de werkzaamheden en die schade in beginsel moet worden aangenomen indien de werkgever heeft nagelaten de maatregelen te treffen die redelijkerwijs nodig zijn om te voorkomen dat de werknemer in de uitoefening van zijn werkzaamheden dergelijke schade lijdt (‘arbeidsrechtelijke omkeringsregel’). Het hof is van oordeel dat de werkgever de stelling dat met de getilde gewichten de NIOSH-norm ruimschoots is overschreden, onvoldoende gemotiveerd heeft bestreden. In het bijzonder acht het hof van belang dat vast is komen te staan dat werknemer regelmatig zware stapels papier (30-48 kg) moest tillen. Bovendien staat vast dat werknemer onder een hoge werkdruk moest werken en in strijd met de Arbeidstijdenwet meer dan vijfeneenhalf uur aaneengesloten heeft gewerkt. Het hof oordeelt dat de werkgever t.a.v. de arbeidsomstandigheden niet heeft voldaan aan de op haar rustende verplichtingen op grond van artikel 5.2 Arbobesluit. Het hof acht de werkgever aansprakelijk ex art 7:658 lid 1 BW.

Lees verder

Jurisprudentie

Rb: leerling ROC loopt letsel op door glazen klapdeur, bewijslast dat glas niet voldeed aan NEN-norm op leerling

  • Rechtbank Gelderland
  • 20 juli 2016
  • ECLI:NL:RBGEL:2016:4565
  • 297071

Leerling kappersopleiding ROC verlaat in 2008 geïrriteerd het examenlokaal door klapdeur met ruiten en breekt daarbij met zijn rechterarm door het glas. Hij loopt hierbij , peesletsel op. De rechtbank oordeelt dat van ROC naar maatstaven van zorgvuldigheid verwacht mocht worden dat zij de klapdeur had voorzien van glas dat aan de NEN-norm voldeed teneinde de gevolgen van een eventueel ongeluk te beperken en dat zij voor zover zij dat niet heeft gedaan onrechtmatig heeft gehandeld. Dat toepassing van de des betreffende NEN-norm niet wettelijk verplicht is doet daar net aan af. Nu ROC betwist dat de klapdeur voorzien was van dat niet aan de NEN 3569-norm voldeed, dient eerst te worden vastgesteld of dit het geval was. De bewijslast daarvan ligt op grond van de hoofdregel van artikel 150 Rv bij eiser. De rechtbank draagt eiser op te bewijzen dat ten tijde van het ongeluk in de klapdeur geen veiligheidsglas zat dat voldeed aan de NEN 3569 norm.

Lees verder

Jurisprudentie

Hof: meubelmaker niet geslaagd in bewijs dat sprake was van arbeidsovereenkomst; geen rechtsvermoeden ex art. 7:610a BW, geen situatie ex art. 7:658 lid 4 BW

  • Hof Den Bosch
  • 19 juli 2016
  • ECLI:NL:GHSHE:2016:3080
  • 200.151.359/01

Meubelmaker loopt letsel op en stelt het meubelbedrijf aansprakelijk ex art 7:658 BW. Het meubelbedrijf betwist dat sprake was van een arbeidsovereenkomst. Bij tussenvonnis heeft de rechtbank de meubelmaker opgedragen te bewijzen dat dat ten tijde van het ongeval in 2007 sprake was van (het rechtsvermoeden van) een arbeidsovereenkomst dan wel van een situatie als bedoeld in art. 7:658 lid 4 BW. (In art. 7:610a BW is bepaald dat hij die ten behoeve van een ander tegen beloning door die ander gedurende drie opeenvolgende maanden, wekelijks dan wel gedurende ten minste twintig uren per maand arbeid verricht, wordt vermoed deze arbeid te verrichten krachtens arbeidsovereenkomst.) Het hof komt na het horen van verschillende getuigen tot de conclusie dat de meubelmaker geen beroep kan doen op het rechtsvermoeden van art. 7:610a BW en dat hij niet heeft bewezen dat het meubelbedrijf hem arbeid heeft laten verrichten als bedoeld in art. 7:658 lid 4 BW.

Lees verder

Jurisprudentie

Hof: kop-staartbotsing: vermoeden van schuld achterop rijder, geen bewijs van eigen schuld voorganger

  • Hof Amsterdam
  • 26 april 2016
  • ECLI:NL:GHAMS:2016:1720
  • 200.149.909/01

Kop-staartbotsing op 80 km/uur-weg. De verzekeraar van de achterop rijder is in appel gegaan van de uitspraak van de rechtbank, waarin de achterop rijder aansprakelijk werd geacht. Het hof oordeelt dat het feit dat de achterop rijder haar voertuig niet tijdig tot stilstand heeft weten brengen, in combinatie met de omstandigheid dat zij reed op minder dan een halve seconde afstand tot het oordeel dat zij in strijd met artikel 19 RVV (voldoende afstand) heeft gehandeld. Het betoog dat de achterop rijder geen onverwachte noodstop behoefde te verwachten brengt niet mee dat zij niet in strijd met artikel 19 RVV heeft gehandeld. Wel kan de omstandigheid dat de voorganger zonder noodzaak een noodstop heeft gemaakt eigen schuld opleveren (art. 6:101 BW). De verzekeraar van de achterop rijder is er niet in geslaagd te bewijzen dat de voorganger (mede) heeft geremd voor de overstekende eenden en aldus zonder noodzaak heeft geremd.

Lees verder

Jurisprudentie

Hof: stelplichten bewijslast na teleurstellende ooroperatie

  • Hof Arnhem-Leeuwarden
  • 22 maart 2016
  • ECLI:NL:GHARL:2016:2372
  • 200.111.788/01

Medische aansprakelijkheid. Benadeelde heeft verklaring voor recht gevraagd dat het ziekenhuis (UMCG) aansprakelijk is voor de schade als gevolg van een oorreconstructie. Het hof stelt voorop dat volgens vaste rechtspraak stelplicht en bewijslast t.a.v. het onzorgvuldig handelen van de arts op de patiënt rusten, maar dat de arts aanknopingspunten dient te verschaffen aan de patiënt voor de op hem rustende stelplicht en bewijslast. Tussen partijen niet in geschil is dat de operaties niet het beoogde resultaat hebben gehad. Het hof constateert dat op basis van het medisch dossier niet kan worden vastgesteld waarom de oorreconstructie niet het door partijen gewenste resultaat heeft gehad. Tijdens het pleidooi in hoger beroep is aan de orde gekomen dat een ander ziekenhuis (het UMCU) eveneens over een medisch dossier van benadeelde beschikt. Het hof stelt het ziekenhuis in de gelegenheid deze gegevens in het geding te brengen.

Lees verder

Jurisprudentie

Rb: gezondheidsklachten te onbepaald, arbeidsrechtelijke omkeringsregel niet van toepassing

  • Rechtbank Noord-Holland
  • 10 november 2015
  • ECLI:NL:RBNHO:2015:10965
  • 3938754

Werkneemster, werkneemster in kledingsorteerbedrijf, stelt in 2010 haar werkgever aansprakelijk voor schouderklachten. Partijen zijn verdeeld over de vraag of de arbeidsrechtelijke omkeringsregel (HR 7 juni 2013) van toepassing is. De kantonrechter komt tot het oordeel dat het verband tussen de schouderklachten van werkneemster en de arbeidsomstandigheden te onbepaald en te onzeker is. Bovendien heeft werkneemster onvoldoende aannemelijk gemaakt dat haar klachten kunnen zijn veroorzaakt door de arbeidsomstandigheden bij werkgever. Ook is onduidelijk gebleven of de schouderklachten in zijn algemeenheid hun oorzaak kunnen vinden in de verrichte werkzaamheden. Dat de werkzaamheden de klachten kunnen onderhouden of verergeren, zoals door de fysiotherapeut is verklaard, is hiervoor niet voldoende. Dit betekent dat de arbeidsrechtelijke omkeringsregel niet van toepassing is en dat op werkneemster de volledige stelplicht en bewijslast rust. Werkneemster dient o.g.v. art 7:658 lid 2 BW te stellen en zo nodig te bewijzen dat de schouderklachten in de uitoefening van haar werkzaamheden zijn ontstaan. Indien zij hierin slaagt, is vervolgens de vraag aan de orde of de werkgever de op haar rustende zorgplicht is nagekomen.

Lees verder

Jurisprudentie

Hof Aruba: scooterongeval, geen bewijs dat benadeelde geen helm heeft gedragen

  • HvJ Antillen en Aruba
  • 19 januari 2016
  • ECLI:NL:OGHACMB:2016:4
  • AR 186/12 - ghis 67835 - H 105/14

gedragen zijn verschillende verklaringen afgelegd. Hieruit is niet met voldoende mate van zekerheid af te leiden of benadeelde een helm droeg, en zo ja, welke soort helm en op welke wijze deze op het hoofd was bevestigd. De stelplicht en de bewijslast ten aanzien van feiten en omstandigheden die de schadevergoedingsplicht verminderen rusten op de busmaatschappij. Nu deze geen voldoende specifiek bewijsaanbod heeft gedaan, wordt de stelling dat benadeelde geen helm droeg gepasseerd.

Lees verder