Jurisprudentie

Rb, deelgeschil: onderneming niet rendabel, instandhouding betreft immateriële schade

  • Rechtbank Den Haag
  • 6 juni 2017
  • ECLI:NL:RBDHA:2017:6065
  • C/09/512450 / HA RK 16-292

De arbeid die verzoekster vóór het ongeval op de boerderij verrichtte, betrof geen loonvormende arbeid omdat van een economisch rendabel boerenbedrijf geen sprake is. De kosten van een derde in verband met het verrichten van werkzaamheden die zij zelf niet meer kan verrichten komen alleen als vermogensschade voor vergoeding in aanmerking als zijnde kosten ter beperking van immateriële schade. De boerderij is het levensdoel van verzoekster. Zij zijn ten diepste en onlosmakelijk met elkaar verbonden. Immateriële schadevergoeding is in hoogte afhankelijk van onder meer de duur en de intensiteit van de pijn die is geleden, het verdriet en de levensvreugde die zijn gederfd. De kosten voor de inschakeling van een derde worden gemaakt ter voorkoming van verdere geestelijke pijn. De kosten ter beperking van immateriële schade kan uit haar aard niet de immateriële schade overstijgen. Toewijzing € 50.000.

Lees verder

Jurisprudentie

Hof: benadeelde onderneemt niets om herstel te bevorderen: verlies van arbeidsvermogen niet toe te rekenen aan het ongeval

  • Hof Arnhem-Leeuwarden
  • 28 juni 2016
  • ECLI:NL:GHARL:2016:5222
  • 200.152.845

Ongeval 2000, toen 18-jarige jongen heeft enkelletsel opgelopen bij verkeersongeval. Hij werkte toen bij zijn vader (als leerling-monteur) in diens garage. 1. Het hof constateert dat benadeelde geen (noemenswaardige) activiteiten ontplooid om te revalideren. Hij heeft ook geen contact gezocht met zijn huisarts. Uit de arbeidsdeskundige rapportage, die inhoudelijk niet is bestreden, blijkt dat benadeelde mogelijkheden heeft om duurzaam inkomen te verwerven, maar dan wel in andere, passende functies. Het hof stelt vast dat benadeelde niet of nauwelijks heeft geprobeerd om zijn herstel te bevorderen dan wel zijn mogelijkheden te onderzoeken om financieel onafhankelijk van zijn ouders te worden door ander passend werk te zoeken. Het hof overweegt dat vergoeding voor geleden (inkomens)schade slechts in aanmerking komt indien deze (inkomens)schade in zodanig verband staat met het ongeval de aansprakelijkheidsvestigende gebeurtenis, dat deze schade als een gevolg van deze gebeurtenis kan worden toegerekend (art 6:98 BW). De door benadeelde gestelde inkomensschade kan naar het oordeel van het hof niet aan het ongeval worden toegerekend, nu benadeelde het zelf in de hand heeft (gehad) om op andere hem passende wijze duurzaam inkomen te genereren door zich bijvoorbeeld om te scholen of binnen het bedrijf van zijn vader passend werk te verrichten. Dat hij hiervoor niet gekozen heeft staat hem vrij, doch dat betekent ook dat hij zijn inkomensschade niet op de verzekeraar kan afwentelen (zie r.o. 3.9). 2. BGK diverse belangenbehartigers 3. Smartengeld; € 7500,-.

Lees verder

Jurisprudentie

Gerecht Curaçao: beperking looptijd vanwege niet voldoen aan schadebeperkingsplicht

  • Gerecht Curaçao
  • 23 mei 2016
  • ECLI:NL:OGEAC:2016:14
  • AR 72740/2015

Motorrijder (47 jaar) loopt bij ongeval in 2012 op Curaçao arm- en knieletsel en geheugenstoornissen op (9% b.i). Hij was voorheen lasser, wilde als buschauffeur aan het werk, maar had geen baan op moment van ongeval. Het Gerecht acht het medisch expertiserapport onvolledig, maar nader onderzoek is moeilijk, omdat doordat benadeelde nadien ernstig letsel heeft opgelopen bij schietpartij. Het Gerecht is van oordeel dat de zaak ook beslecht kan worden zonder onderzoek en schat de schade op basis van art. 6:97 BW. voor het inkomen zonder ongeval sluit het Gerecht aan bij het minimumloon op Curaçao. M.b.t. het inkomen na ongeval stelt het Gerecht vast dat benadeelde in de vier jaar na het ongeval geen inkomen heeft verworven en zich op zijn zachts gezegd niet actief heeft opgesteld om zijn eventuele restverdiencapaciteit te benutten. Naar het oordeel van het Gerecht dient dat door te werken in de looptijd van schade en het acht een looptijd van de schade van 10 jaar redelijk; de looptijd is 17 jaar ervan uitgaande dat benadeelde tot 60e zou hebben gewerkt; 7 jaar blijft voor zijn eigen rekening i.v.m. niet voldoen aan de schadebeperkingsplicht.

Lees verder

Jurisprudentie

Rb: whiplash, beperkte looptijd schade zelfstandig onderneemster, nu zij ander passend werk had kunnen verrichten

  • Ongepubl. jurisprudentie, Rechtbank Noord-Nederland
  • 14 oktober 2015
  • C/l9/77076 / HA ZA 09-973

Whiplash, ongeval 1997. De rechtbank oordeelde bij eerder tussenvonnis dat benadeelde haar eigen werk als onderneemster van een kinderkledingzaak niet meer kan doen. De rechtbank oordeelt in het kader van de schadebeperkingsplicht dat het redelijk was dat benadeelde aanvankelijk probeerde haar eigen bedrijf voort te zetten. Zij was destijds net gestart. Dat benadeelde door haar arbeidsongeschiktheid extra personeelskosten moest maken, komt dan ook voor rekening van verzekeraar. De rechtbank is het echter met verzekeraar eens dat het niet redelijk is om alle opgevoerde jaren voor haar rekening te laten komen. Nog daargelaten de vraag hoe de gestelde predispositie zou hebben doorgewerkt in de bedrijfsresultaten zonder ongeval, stelt de rechtbank vast dat benadeelde na verloop van enkele jaren toch heeft moeten constateren dat zij met haar eigen bedrijf geen volwaardig inkomen kon genereren. Dit terwijl al was vastgesteld dat benadeelde ander passend werk kon verrichten. Onder deze omstandigheden is de schade in redelijkheid mede als een gevolg van het te lang door blijven werken in de eigen zaak in plaats van ander passend werk te zoeken aan benadeelde toe te rekenen. De rechtbank wijst de schade toe tot 2000; de schade over de periode daarna wordt afgewezen. 2. Smartengeld: € 6000,- (gevorderd:€ 22.689,-). 3. Huishoudelijk hulp afgewezen.

Lees verder

Jurisprudentie

Rb, deelgeschil: verklaring voor recht dat benadeelde niet in strijd heeft gehandeld met schadebeperkingsplicht toegewezen

  • Rechtbank Limburg
  • 1 april 2015
  • ECLI:NL:RBLIM:2015:3104
  • C-03-199771 - HA RK 14-265

Benadeelde vraagt een verklaring voor recht dat hij op geen enkel moment in strijd heeft gehandeld met schadebeperkingsplicht (art 6:101 BW), zodat er daardoor voor de verzekeraar geen grond bestaat om de onderhandelingen te staken. Door de verzekeraar waren de onderhandelingen gestaakt, omdat benadeelde het coachingstraject had stopgezet en zich niet wilde richten op re-integratie voordat het schadetraject was afgerond. 1. De rechtbank wijst de verklaring voor recht toe. Verzekeraar heeft onvoldoende onderbouwd dat benadeelde zijn schadebeperkingsplicht heeft geschonden. Niet gesteld of gebleken is dat het stopzetten van het traject bij de psycholoog enige negatieve invloed heeft gehad op de resterende verdiencapaciteit van benadeelde dan wel de hoogte van de schade. Verzekeraar gaat naar het oordeel van de rechtbank te gemakkelijk voorbij aan het feit dat in meerdere onderzoeken naar voren komt dat benadeelde naast fysieke klachten, ook psychische klachten heeft, waardoor hij zich moeilijk kan richten op meerdere zaken tegelijk. 2. De rechtbank wijst de verklaring voor recht dat de verzekeraar gehouden is de volledige schade te vergoeden af, omdat hierbij geen rekening is gehouden met de eventuele restverdiencapaciteit van benadeelde. 3. Kosten deelgeschil € 6951,52 redelijk; uurtarief € 260 gebruikelijk.

Lees verder

Jurisprudentie

Rb, deelgeschil: psychiatrische klachten na whiplash ongevalsgevolg; adequate behandeling o.g.v. schadebeperkingsplicht

  • Rechtbank Midden-Nederland
  • 24 december 2014
  • ECLI:NL:RBMNE:2014:7324
  • C/16/371618 / HA RK 14-133 MAR

Whiplash, ongeval 2004 (toen) 35-jarige man, somatische en psychiatrische klachten. Causaal verband met ongeval? 1. De rechtbank concludeert op basis van de rapportages van de deskundigen rechtbank dat sprake is van causaal verband tussen de klachten en het ongeval. Uit het rapport van neuroloog volgt dat hoewel de somatisatie stoornis enige maanden na het ongeval is ontstaan, deze toch als ongevalsgevolg moet worden beschouwd; door het ongeval zijn pijnklachten ontstaan en er ontstonden problemen op het werk en in de privé situatie, wat de somatisatie stoornis heeft geluxeerd. Hieraan doet niet af dat de klachten van benadeelde niet (ook) neurologisch te verklaren zijn. 2. De rechtbank is met de verzekeraar van oordeel dat wel rekening moet worden gehouden met de mogelijkheid dat de situatie van benadeelde mogelijk nog kan verbeteren wanneer een adequate behandeling wordt ingezet. Op basis van de rapportage beschouwt de rechtbank als adequate behandeling een behandeling in een klinische setting waarbij het accent ligt op activerende revalidatie (concreet wordt een Centrum voor Onbegrepen Lichamelijke Klachten genoemd).
De rechtbank is van oordeel dat het – in het kader van de schadebeperkingsplicht- in ieder geval voor wat betreft de toekomstige schade op zijn weg ligt behandeling te ondergaan. 3. Kosten deelgeschil: € 7.477,56.

Lees verder

Jurisprudentie

Rb, deelgeschil: ziekenhuis aansprakelijk voor val patiënt van trolley op SEH

  • Rechtbank Amsterdam
  • 13 februari 2014
  • ECLI:NL:RBAMS:2014:794
  • 552175 / HA RK 13/331

Verwarde patiënt valt op de afdeling spoedeisende hulp van een trolley gevallen. De rechtbank concludeert, met inachtneming van de ‘Richtlijn vrijheidsbeperkende interventies’ van het ziekenhuis en alles overwegende , dat ten opzichte van deze patiënt niet de zorgvuldigheid in acht is genomen die van een redelijk bekwaam en redelijk handelend vakgenoot in gelijke omstandigheden mocht worden verwacht, nu de patiënt aan een groter risico is blootgesteld dan onder de gegeven omstandigheden redelijkerwijs verantwoord was.

Lees verder