Jurisprudentie

Rb: niet voldaan aan relativiteitsvereiste, werkgever niet aansprakelijk voor schade dochter door beroepsziekte vader

  • Rechtbank Midden-Nederland
  • 22 maart 2017
  • ECLI:NL:RBMNE:2017:2000
  • C/16/409379 / HA ZA 16-112

Vader raakt tijdens dienstverband bij gemeente arbeidsongeschikt als gevolg van de ziekte van Lyme. Hij stelt dat zijn minderjarige dochter hierdoor klachten heeft ontwikkeld en is blijven zitten en hij vordert (als wettelijke vertegenwoordiger) de schade die zij heeft geleden. De rechtbank overweegt art. 6:163 BW bepaalt dat er geen verplichting tot schadevergoeding bestaat, wanneer de geschonden norm niet strekt tot bescherming van de schade zoals de benadeelde die heeft geleden ( relativiteitsvereiste). De gemeente diende op basis van de publiekrechtelijke variant van art 7:658 BW– te zorgen voor veilige werkomstandigheden van de vader. Deze norm geldt naar het oordeel van de rechtbank alleen in de verhouding tussen het bestuursorgaan en de ambtenaar die bij dit bestuursorgaan in dienst is of was. Geen schending art 8 EVRM. Vordering afgewezen.

Lees verder

Jurisprudentie

RB: Schietincident Alphen aan den Rijn, wel onrechtmatig wapenverlof geen relativiteit

  • Rechtbank Den Haag
  • 4 februari 2015
  • ECLI:NL:RBDHA:2015:1061
  • C/09/444726 / HA ZA 13-665

In 2005 was een wapenverlof geweigerd in verband met luchtbuksincidenten. De politie was bekend met een gedwongen opname in een psychiatrische inrichting wegens gevaar voor zichzelf. Er behoorde twijfel te zijn of aan [V.] het voorhanden hebben van wapens of munitie kon worden toevertrouwd, waarop een weigeringsbesluit had moeten volgen. Ook de verlengingen van het wapenverlof waren daarom onrechtmatig. De WWM bevat geen bepalingen waaraan de individuele burger rechtstreeks rechten kan ontlenen en voorziet niet in een regeling waaraan de individuele burger bescherming kan ontlenen. De onrechtmatige vergunning verlening strekte niet tot bescherming van de individuele belangen van de benadeelde burgers. Uit de beschikbare informatie met name dat gevaar voor [V.] zelf bestond, kan niet worden afgeleid dat willekeurige derden, zoals eisers, een veiligheidsrisico liepen. Van veronachtzaming van belangen van willekeurige derden en dus van eisers is derhalve geen sprake, zodat de politie geen ongeschreven zorgvuldigheidsnorm jegens eisers heeft geschonden.

Lees verder