Jurisprudentie

Hof: studievertraging na seksueel misbruik toegerekend, behoudens tegenbewijs

  • Hof Den Bosch
  • 25 april 2017
  • ECLI:NL:GHSHE:2017:1847
  • 200.186.862_01

Benadeelde vordert schade, waaronder studievertraging – na seksueel misbruik. Appellant betwist het causaal verband. Het hof overweegt dat het een feit van algemene bekendheid dat seksueel misbruik tot aanzienlijke schadelijke gevolgen – zowel lichamelijk als geestelijk – voor het slachtoffer kunnen leiden. Die schade moet in beginsel als gevolg van het handelen van appellant aan hem worden toegerekend, tenzij appellant aannemelijk maakt dat de schade ook zonder het seksueel misbruik zou zijn ontstaan. Daaraan doet niet af een eventuele vóór het incident bestaande bijzondere lichamelijke of geestelijke kwetsbaarheid (predispositie). Het hof laat appellant toe tot bewijslevering, maar gelast hieraan voorafgaand een comparitie.

Lees verder

Jurisprudentie

HR: oordeel hof over carrièreverloop en persoonlijkheidsstructuur benadeelde onbegrijpelijk

  • Hoge Raad
  • 17 februari 2017
  • ECLI:NL:HR:2017:273
  • 16/00939

Benadeelde heeft in 1989 whiplashletsel opgelopen. Vóór het ongeval had benadeelde molen van ouders overgenomen. Uit bedrijfseconomisch onderzoek bleek dat molen niet rendabel was. Benadeelde stelde aanvankelijk dat de molen zijn lust en zijn leven was; in hoger beroep stelde hij (23 jaar na het ongeval) dat hij een diploma van de SMS zou hebben behaald en een carrière vergelijkbaar met die van medestudenten zou hebben gehad. Het hof wees de vordering af. De Hoge Raad acht het oordeel van het hof onbegrijpelijk. De Hoge Raad oordeelt dat de vermeldingen in het neuropsychologisch rapport dat het algehele functioneren van benadeelde nadelig wordt beïnvloed door pre-existente en niet-ongevalsgerelateerde psychologische factoren, zonder nadere motivering niet het oordeel kunnen dragen dat aan gerede twijfel onderhevig is of benadeelde een vergelijkbare carrière had kunnen realiseren als zijn studiegenoten. Het rapport vermeldt immers niet in hoeverre de persoonlijkheidsstructuur van benadeelde zonder ongeval van invloed zou zijn geweest De Hoge Raad oordeelt voorts dat benadeelde niet behoefde te verklaren waarom hij in hoger beroep een ander standpunt innam dan in eerste aanleg. Het stond hem immers in beginsel vrij in hoger beroep de grondslag van zijn vordering te wijzigen. Volgt verwijzing naar een ander hof.

Lees verder

Jurisprudentie

Rb: elektrocutieongeval, aanknoping bij whiplashjurisprudentie, klachten plausibel en toegerekend

  • Rechtbank Overijssel
  • 28 december 2016
  • ECLI:NL:RBOVE:2016:5157
  • 659775 CV 13-1811

Werknemer heeft hoofdpijn,vermoeidheid en concentratieproblemen na elektrocutieongeval op het werk. 1. De kantonrechter overweegt dat uit de deskundigenberichten blijkt dat er geen
medisch-wetenschappelijk bewijs dat een elektrocutie leidt tot klachten en beperkingen.
Dit betekent niet dat de beperkingen niet in causaal verband kunnen staan met het ongeval. De kantonrechter zoekt, gelet op de gelijkenis met de neuro(psycho)logische klachten, aansluiting bij de jurisprudentie over het causaliteitsvraagstuk in geval van ‘whiplash’ (ZA/De Greef).
De kantonrechter neemt dan ook tot uitgangspunt dat bij werknemer sprake is van een consistent, consequent en samenhangend en daarmee van een plausibel klachtenpatroon en stelt vast dat de klachten en beperkingen niet al aan de orde waren voor het ongeval. 2. De kantonrechter overweegt dat, indien er al vanuit moet worden gegaan dat werknemer meer dan een ander vatbaar zou zijn voor vermoeidheidsklachten (predispositie) dit op zichzelf aan volledige toerekening niet in de weg staat. De aansprakelijke (rechts)persoon heeft het slachtoffer immers te nemen zoals die is. Vordering toegewezen.

Lees verder

Jurisprudentie

Rb, deelgeschil: whiplashklachten ongevalsgevolg ondanks bestaande ADHD; verzekeringsgeneeskundige ter vaststelling beperkingen

  • Rechtbank Midden-Nederland
  • 7 september 2016
  • ECLI:NL:RBMNE:2016:5344
  • C/16/392188 / HA RK 15-109 MAR

Whiplash 1. De rechtbank oordeelt dat het causaal verband niet doorbroken door de pre-existente ADHD problematiek bij verzoeker. De discussie tussen partijen komt neer op de vraag of, doordat voor het ongeval reeds ADHD klachten bestonden, sprake is van relevante pre-existentie of predispositie. Naar het oordeel van de rechtbank kan deze kwalificatie in het midden blijven. Weliswaar kampte verzoeker voor het ongeval met klachten (en beperkingen) die verband hielden met de bij hem geconstateerde ADHD, maar er was toen geen sprake van blijvende beperkingen noch van verlies aan verdienvermogen. Verzoeker had immers baat bij de medische behandeling en hij werkte. Om die reden is naar het oordeel van de rechtbank geen sprake van pre-existentie. Indien de ADHD als predispositie zou worden gekwalificeerd, dan staat dit aan volledige toerekening niet in de weg. De rechtbank komt tot de slotsom dat de klachten als ongevalsgevolg kunnen worden beschouwd. Dit geldt echter niet voor de beperkingen. Met de verzekeraar is de rechtbank van oordeel dat voor het vaststellen van ongevalsgerelateerde beperkingen eerst een onderzoek door een verzekeringsgeneeskundige zal moeten plaatsvinden. De rechtbank wijst er op dat rekening moet worden gehouden met de mogelijke verbetering indien de therapeutische suggestie van de deskundige zou worden opgevolgd (SOLK-poli). 2. Kosten deelgeschil: € 9350,50.

Lees verder

Jurisprudentie

Rb: whiplash, beperkte looptijd schade zelfstandig onderneemster, nu zij ander passend werk had kunnen verrichten

  • Ongepubl. jurisprudentie, Rechtbank Noord-Nederland
  • 14 oktober 2015
  • C/l9/77076 / HA ZA 09-973

Whiplash, ongeval 1997. De rechtbank oordeelde bij eerder tussenvonnis dat benadeelde haar eigen werk als onderneemster van een kinderkledingzaak niet meer kan doen. De rechtbank oordeelt in het kader van de schadebeperkingsplicht dat het redelijk was dat benadeelde aanvankelijk probeerde haar eigen bedrijf voort te zetten. Zij was destijds net gestart. Dat benadeelde door haar arbeidsongeschiktheid extra personeelskosten moest maken, komt dan ook voor rekening van verzekeraar. De rechtbank is het echter met verzekeraar eens dat het niet redelijk is om alle opgevoerde jaren voor haar rekening te laten komen. Nog daargelaten de vraag hoe de gestelde predispositie zou hebben doorgewerkt in de bedrijfsresultaten zonder ongeval, stelt de rechtbank vast dat benadeelde na verloop van enkele jaren toch heeft moeten constateren dat zij met haar eigen bedrijf geen volwaardig inkomen kon genereren. Dit terwijl al was vastgesteld dat benadeelde ander passend werk kon verrichten. Onder deze omstandigheden is de schade in redelijkheid mede als een gevolg van het te lang door blijven werken in de eigen zaak in plaats van ander passend werk te zoeken aan benadeelde toe te rekenen. De rechtbank wijst de schade toe tot 2000; de schade over de periode daarna wordt afgewezen. 2. Smartengeld: € 6000,- (gevorderd:€ 22.689,-). 3. Huishoudelijk hulp afgewezen.

Lees verder

Jurisprudentie

HR: ernstige psychische reactie na ongeval geen reden voor beperking looptijd tot 55 wegens predispositie

  • Hoge Raad
  • 27 november 2015
  • ECLI:NL:HR:2015:3397
  • 15/00066

Werknemer, magazijnmedewerker krijgt bij twee arbeidsongevallen in 1995 een gewicht op zijn hoofd en/of schouders en raakt volledig arbeidsongeschikt. Het hof heet overwogen
dat dient te worden beoordeeld of de predispositie van benadeelde, in casu de omstandigheid dat hij op een somatische wijze reageert en de klachten verergert, in die hypothetische situatie tot inkomensderving zou hebben geleid. Nu de deskundigen geen duidelijke aanknopingspunten kunnen geven komt het aan op de redelijke verwachting van de rechter omtrent toekomstige ontwikkelingen. Het hof komt tot het oordeel dat benadeelde in de situatie waarin de ongevallen worden weggedacht, door een ‘al dan niet ernstig life-event’ vanaf 55-jarige leeftijd niet meer in staat zou zijn geweest loonvormende arbeid te verrichten. De Hoge Raad oordeelt echter: “Zonder nadere motivering is niet begrijpelijk op grond waarvan het hof van oordeel is dat de enkele omstandigheid dat benadeelde in het onderhavige geval op relatief gering letsel heeft gereageerd met een ernstige psychische reactie, aannemelijk maakt dat benadeelde op enig ander moment in zijn leven – en in ieder geval uiterlijk omstreeks 55-jarige leeftijd – op eenzelfde wijze zou hebben gereageerd op een al dan niet ernstig life-event. Het hof heeft in het bijzonder niets vastgesteld omtrent reeds voorgevallen andere gebeurtenissen in het leven van benadeelde die als een dergelijk ‘al dan niet ernstig life-event’ kunnen worden aangemerkt en aldus evenmin beoordeeld in hoeverre de reactie van benadeelde op een dergelijke gebeurtenis dit aannemelijk maakt. (…)”

Lees verder

Jurisprudentie

Rb: causaal verband, “redelijke verwachtingen”, geen verlies van arbeidsvermogen vanwege predispositie van benadeelde

  • Ongepubl. jurisprudentie, Rechtbank Limburg
  • 9 september 2015
  • C/04/125680 / HA ZA 13-289

Whiplash; twee ongevallen in 2008 en 2011. 1. De rechtbank oordeelt dat nu er geen sprake is van toegenomen letsel na het 2e ongeval er geen sprake is van mengschade en van alternatieve causaliteit. 2. Causaliteit 1e ongeval en verlies van arbeidsvermogen? De rechtbank acht postwhiplashsyndroom aannemelijk; de klachten zijn consistent, consequent, etc. Van belang is dat bij het verdienvermogen zonder ongeval rekening dient te worden gehouden met de predispositie van de benadeelde. Waar het om draait, is of het redelijk is te veronderstellen dat de betreffende predispositie ook zonder ongeval tot een verminderd verdienvermogen zou hebben geleid. Volgens de Hoge Raad komt het daarbij aan op “de redelijke verwachting van de rechter omtrent de toekomstige ontwikkelingen”. Als de aansprakelijk gestelde partij zich erop beroept dat de predispositie als het ongeval wordt weggedacht óók tot schade had geleid, dan zal de benadeelde partij de bewijslast dragen dat dit niet het geval is (HR 13 december 2002, NJ 2003, 212 (B./Olifiers)). De rechtbank stelt vast dat uit de overgelegde stukken blijkt dat benadeelde over geen enkele opleiding beschikt en dat zijn arbeidsverleden versnipperd is, onder andere door langdurige onderbrekingen en een detentie van vijfjaar. Dit wordt bij de beoordeling als uitgangspunt meegenomen. Tevens moet rekening worden gehouden met het feit dat uit de overgelegde medische gegevens blijkt dat benadeelde al vóór het ongeval met diverse lichamelijke klachten zijn huisarts consulteerde (o.a. nekklachten) en . dat benadeelde veelvuldig is uitgevallen, terwijl daarvan niet kan worden gezegd dat dit het gevolg is van het postwhiplashsyndroom. De rechtbank oordeelt dat vanwege de predispositie niet te verwachten is dat benadeelde zonder het ongeval meer inkomen zou hebben genoten dan hij thans ingevolge de WIA geniet. Schade wegens verlies aan arbeidsvermogen afgewezen. 3. Smartengeld: € 1000,-; 4. BGK: de rechtbank gaat uit van de PIV-staffel; beide partijen hadden dit als optie genoemd.

Lees verder

Jurisprudentie

Rb, deelgeschil: verzekeraar niet gebonden aan eenzijdig uitgebracht expertiserapport

  • Rechtbank Den Haag
  • 24 maart 2015
  • ECLI:NL:RBDHA:2015:4760
  • C-09-476945 - HA RK 14-598

Psychische klachten (angst, bedplassen) minderjarig meisje ongevalsgevolg? De ouders vragen verklaring voor recht dat (b.) de – eenzijdig – uitgebrachte expertiserapporten als bindend uitgangspunt hebben te gelden en (c.) dat PTSS aan het ongeval moet worden toegerekend. Ad b. De rechtbank oordeelt dat de rapporten niet tot uitgangspunt kunnen dienen voor de verdere schaderegeling, omdat de verzekeraar 1) niet bij de keuze van de deskundige betrokken is geweest, 2) onvoldoende hoor en wederhoor heeft plaatsgevonden, 3) de expertisearts niet heeft kunnen beschikken over alle relevante informatie en 4) de verzekeraar gefundeerde kritiek heeft op het expertiserapport, terwijl niet blijkt dat de expertisearts die kritiek op een voldoende wijze in haar rapport heeft meegewogen. Kosten expertiserapporten (a.) afgewezen, nu de rapporten niet bruikbaar zijn. Ad c. Nu de waarde van de rapporten beperkt is kan op basis van die rapporten niet worden aangenomen dat causaal verband tussen het ongeval en de psychische klachten voldoende vaststaat. Kosten deelgeschil teruggebracht tot € 4928,40; aantal uren bovenmatig, uurtarief teruggebracht van € 265 tot € 240.

Lees verder

Jurisprudentie

Hof: 20% proportionele aansprakelijkheid voor klachten na ongeval vanwege voor rekening van benadeelde komende factoren

  • Hof Den Bosch
  • 7 april 2015
  • ECLI:NL:GHSHE:2015:1249
  • HD103.004.710_01

Werknemer heeft rugklachten na arbeidsongeval in 1997 en raakt volledig arbeidsongeschikt. Uit diverse deskundigenberichten – door orthopedisch chirurg, psychiater en verzekeringsarts – volgt onder meer dat werknemer pre-existente rugklachten had, dat hij behandeladviezen niet heeft opgevolgd, dat sprake was van Cannabisverslaving en dat er psychiatrische problemen zijn ontstaan. 1. Het hof stelt vast dat de gevolgen van het ongeval van zeer kortdurende aard zijn geweest en gaat voor het eerste jaar uit van 100% causaal verband. Voor de periode daarna ligt dat echter anders, aldus het hof. In die periode komen de factoren die voor rekening van werknemer zijn, veel meer op de voorgrond. Het hof ziet daarom aanleiding om in dit geval de leer van de proportionele aansprakelijkheid toe te passen. Het hof schat, bij gebrek aan concrete gegevens, dat de schade nog voor 20% in causaal verband staat met de schade – en dus voor 80% moet worden toegerekend aan voor risico van werknemer komende factoren – en dat vanaf 2001 geen causaal verband met het incident. 2. Smartengeld voor rugklachten met uitstraling en psychische klachten € 3500.

Lees verder

Vaknieuws

Causaliteit sneller dan uw ‘Hart lief’ is

  • PIV-bulletin
  • 1 februari 2015
  • Mevrouw mr. J. Haliloviƈ

Causaliteit sneller dan uw ‘Hart lief’ is – HR 3 oktober 20141 – Brunner update by Hartlief …   Mevrouw mr. J. Haliloviƈ – Cunningham Lindsey   Bij causaliteit kan een verdeling gemaakt worden tussen het condicio sine qua non-verband (csqn-verband) en de redelijke toerekening ex art. 6:98 BW. Eerst dient het csqn-verband te worden […]

Lees verder

Jurisprudentie

Rb, deelgeschil: psychiatrische klachten na whiplash ongevalsgevolg; adequate behandeling o.g.v. schadebeperkingsplicht

  • Rechtbank Midden-Nederland
  • 24 december 2014
  • ECLI:NL:RBMNE:2014:7324
  • C/16/371618 / HA RK 14-133 MAR

Whiplash, ongeval 2004 (toen) 35-jarige man, somatische en psychiatrische klachten. Causaal verband met ongeval? 1. De rechtbank concludeert op basis van de rapportages van de deskundigen rechtbank dat sprake is van causaal verband tussen de klachten en het ongeval. Uit het rapport van neuroloog volgt dat hoewel de somatisatie stoornis enige maanden na het ongeval is ontstaan, deze toch als ongevalsgevolg moet worden beschouwd; door het ongeval zijn pijnklachten ontstaan en er ontstonden problemen op het werk en in de privé situatie, wat de somatisatie stoornis heeft geluxeerd. Hieraan doet niet af dat de klachten van benadeelde niet (ook) neurologisch te verklaren zijn. 2. De rechtbank is met de verzekeraar van oordeel dat wel rekening moet worden gehouden met de mogelijkheid dat de situatie van benadeelde mogelijk nog kan verbeteren wanneer een adequate behandeling wordt ingezet. Op basis van de rapportage beschouwt de rechtbank als adequate behandeling een behandeling in een klinische setting waarbij het accent ligt op activerende revalidatie (concreet wordt een Centrum voor Onbegrepen Lichamelijke Klachten genoemd).
De rechtbank is van oordeel dat het – in het kader van de schadebeperkingsplicht- in ieder geval voor wat betreft de toekomstige schade op zijn weg ligt behandeling te ondergaan. 3. Kosten deelgeschil: € 7.477,56.

Lees verder

Jurisprudentie

Rb: proportionele aansprakelijkheid wel jegens benadeelde, niet jegens regresnemer; epilepsie voor 40% door mishandeling veroorzaakt

  • Rechtbank Rotterdam
  • 27 augustus 2014
  • ECLI:NL:RBROT:2014:7276
  • C/10/131173 / HA ZA 99-2884

Vaststelling causaal verband letsel en mishandeling in 1992. In 2011 is reeds vastgesteld dat geen causaal verband bestaat tussen psychiatrische klachten en ongeval. Over het causaal verband tussen de epilepsie en het ongeval heeft de neuroloog geantwoord dat hij het verband “denkbaar” acht, d.w.z. tussen de 40% en de 60%. De rechtbank ziet geen aanleiding om de omkeringsregel toe te passen, maar acht toepassing van het leerstuk van de proportionele aansprakelijkheid wel passend. Meegewogen wordt dat een specifieke norm ter voorkoming van letsel is geschonden en dat mishandeling een opzettelijke aantasting van het grondrecht van respect voor de lichamelijke integriteit inhoudt, die ruime toerekening rechtvaardigt. De rechtbank ziet in de gepaste terughoudendheid bij het gebruik van de proportionele aansprakelijkheid, aanleiding om aan te sluiten bij het laagste door de neuroloog genoemde percentage (40%) en oordeelt dat de epilepsie voor 40% door de mishandeling is veroorzaakt. 2. Regres door gemeente o.g.v. de VOA. De rechtbank oordeelt dat, vanwege de terughoudendheid waarmee proportionele aansprakelijkheid moet worden toegepast dat voor toepassing van proportionele aansprakelijkheid ten gunste van de gemeente geen ruimte is. 3. De rechtbank gelast deskundigenbericht door verzekeringsarts ten aanzien van beperkingen van benadeelde.

Lees verder

Jurisprudentie

Hof: mishandeling, veroorzaker niet aansprakelijk voor pre-existente psychische klachten

  • Hof Den Bosch
  • 10 juni 2014
  • ECLI:NL:GHSHE:2014:1717
  • HD 200.032.775_01

Schadevergoedingsvordering na mishandeling in 2003. Uitspraak na neurologische en psychiatrische expertise, ter beantwoording van de vraag of gestelde klachten (o.a. heftige stemmingswisselingen, concentratieverlies), zijn veroorzaakt door die mishandeling. Het hof overweegt dat de veroorzaker het slachtoffer dient te nemen zoals deze is, dus inclusief pre-existente klachten, persoonlijkheid en moeilijke privé-situatie. Dit leidt er evenwel niet toe dat veroorzaker aansprakelijk is voor schade die is veroorzaakt door al bestaande klachten. Het hof komt tot het oordeel dat er geen verlies van arbeidsvermogen is als gevolg van het ongeval. Daarbij neemt het hof in aanmerking dat de deskundige heeft vastgesteld dat reeds sprake was van agressieregulatieproblematiek, antisociale karaktertrekken en middelenmisbruik, en dat benadeelde aantoonbaar hersenletsel had door een scooterongeval in 2001. Smartengeld voor snijwonden, losse tand, haematoom: € 1000.

Lees verder

Jurisprudentie

Rb, deelgeschil: causaal verband kop-staartbotsing en rugklachten niet onderbouwd

  • Rechtbank Den Haag
  • 3 december 2013

Nek- en rugklachten gevolg van ongeval van mei 2011? 1. De rechtbank oordeelt dat de nekklachten tot november 2011 gevolg zijn van het ongeval; daarna ontbreekt medische informatie. 2. T.a.v de rugklachten oordeelt de rechtbank dat benadeelde het causaal verband onvoldoende heeft onderbouwd. De rechtbank stelt voorop dat een kop-staartbotsing, waarvan sprake is, in beginsel niet leidt tot letsel aan de onderrug. Medisch en juridisch causaal verband tussen een kop-staartbotsing en rugklachten is daarom niet zonder meer gegeven. Een belangrijke aanwijzing voor het bestaan van causaal verband kan zijn dat de klachten zich kort na het ongeval hebben geopenbaard. Uit de medische informatie blijkt echter dat benadeelde pas drie na het ongeval melding heeft gemaakt bij zijn huisarts van rugklachten. Verzoek afgewezen. 3. Kosten deelgeschil begroot op € 4136,-. Deze kosten komen alleen voor vergoeding in aanmerking indien het causaal verband tussen rugklachten en ongeval moet worden aangenomen.

Lees verder

Jurisprudentie

Rb, deelgeschil: causaal verband kop/staartbotsing en rugklachten niet onderbouwd

  • Rechtbank Den Haag
  • 3 december 2013

Nek- en rugklachten gevolg van ongeval van mei 2011? 1. De rechtbank oordeelt dat de nekklachten tot november 2011 gevolg zijn van het ongeval; daarna ontbreekt medische informatie. 2. T.a.v de rugklachten oordeelt de rechtbank dat benadeelde het causaal verband onvoldoende heeft onderbouwd. De rechtbank stelt voorop dat een kop-staartbotsing, waarvan sprake is, in beginsel niet leidt tot letsel aan de onderrug. Medisch en juridisch causaal verband tussen een kop-staartbotsing en rugklachten is daarom niet zonder meer gegeven. Een belangrijke aanwijzing voor het bestaan van causaal verband kan zijn dat de klachten zich kort na het ongeval hebben geopenbaard. Uit de medische informatie blijkt echter dat benadeelde pas drie na het ongeval melding heeft gemaakt bij zijn huisarts van rugklachten. Verzoek afgewezen. 3. Kosten deelgeschil begroot op € 4136,-. Deze kosten komen alleen voor vergoeding in aanmerking indien het causaal verband tussen rugklachten en ongeval moet worden aangenomen.

Lees verder