Vaknieuws

PIV-Bulletin 2016-4 Subrogatie en/of cessie; dat en waarom tijdig nadenken hierover kan lonen!

  • PIV-bulletin
  • 1 oktober 2016
  • mr. C. Banis en mr. L.K. de Haan van V&A Advocaten te Rotterdam

De aansprakelijkheidsverzekeraar komt nogal eens in beeld om te betalen wanneer zich een schadeveroorzakend evenement heeft voorgedaan. Denk bijvoorbeeld aan de AVB-verzekeraar die een bedrijf heeft verzekerd waar een arbeidsongeval plaatsvindt met letsel voor een werknemer tot gevolg. Als het betreffende bedrijf verzekeringsdekking heeft en de werknemer een claim indient bij zijn werkgever, zal de AVB-verzekeraar deze claim in behandeling nemen en, als aansprakelijkheid van het bedrijf gegeven is, de werknemer schadeloos stellen. Wat wij nu zien in de praktijk, is dat bij aansprakelijkheidsverzekeraars de focus pleegt te liggen op dit deel van het werk: de claimbehandeling en schadeafwikkeling. Wij begrijpen dat heel goed en willen aan deze praktijk ook zeker niet afdoen. Integendeel. Het kunnen compenseren van (letselschade)slachtoffers die aanspraak hebben op schadevergoeding, is juist een van de belangrijkste functies van de aansprakelijkheidsverzekering. Geld terughalen, waar mogelijk, is echter ook belangrijk. Soms is de daadwerkelijke boosdoener immers een andere partij of zijn er meerdere aansprakelijke partijen aan te wijzen, al dan niet naast de verzekerde. Over het terughalen van geld op deze andere partij(en), oftewel: het plegen van regres, gaat ons artikel. Meer specifiek, willen wij aandacht vragen voor de hierbij – tijdig! – te maken keuze tussen subrogatie en/of cessie. De ervaring leert ons namelijk dat de keuze voor het één en/of het ander het welslagen van regres kan maken of breken.

Lees verder

Jurisprudentie

Hof: arbeidsongeval, onderlinge draagplicht materiële werkgevers 60%-40%

  • Hof Den Bosch
  • 13 oktober 2015
  • ECLI:NL:GHSHE:2015:4088 + ECLI:NL:GHSHE:2015:4086
  • HD 200.142.749_01 + HD 200.142.748_01

Benadeelde, machine operator, is met arm bekneld geraakt in lopende band, toen hij stukje ijzer probeerde te verwijderen. In de hoofdzaak heeft het hof (de formele werkgever en) ReSteel als materiële werkgever en Heros als met een materiële werkgever bij de toepassing van art. 7:658 BW gelijk te stellen werkgever hoofdelijk aansprakelijk geacht. In de vrijwaringsprocedure is de onderlinge draagplicht tussen partijen (art 6:102 BW). Het hof oordeelt dat voor beide partijen geldt dat zij geen afdoende veiligheidsinstructies aan benadeelde hebben gegeven, waarbij het in de rede lag dat ReSteel dat specifiek zou doen ten aanzien van de werkzaamheden aan de haar in eigendom toebehorende opvoerband, en dat Heros dat meer in het algemeen zou doen ten aanzien van de op haar bedrijfsterrein geldende veiligheidsregels, zoals het gebruik van het veiligheidshekwerk en de twee-personen-regel. Het hof komt bij een afweging van de aan ieder van partijen toe te rekenen omstandigheden tot het oordeel dat op Heros het grootste deel van de draagplicht rust nu zij in gebreke is gebleven door een niet-afdoend veiligheidshekwerk te plaatsen. Het hof acht op de voet van art. 6:101 lid 1 BW Heros voor 60% draagplichtig en ReSteel voor 40%.

Lees verder

Jurisprudentie

HR: subrogatie: beperking verhaalsrecht art. 7:692 lid 3 BW geldt ook tegen medeschuldenaren

  • Hoge Raad
  • 23 november 2012
  • BX5880
  • 12/00396

Ongeval met twee auto’s; beide bestuurders hebben schuld aan het ontstaan van het ongeval. De inzittenden van auto 1 (echtgenote en zoon van bestuurder van auto 1) raken gewond; de zorgverzekeraar neemt regres op bestuurder auto 2. (O.g.v. art 7:692 lid 3 BW heeft de zorgverzekeraar geen vorderingsrecht op de echtgenoot/vader.) Kan de zorgverzekeraar de volledige schade op bestuurder 2 verhalen of slechts onder aftrek van het gedeelte dat bestuurder 1 in zijn onderlinge verhouding met bestuurder 2 aangaat. De Hoge Raad oordeelt dat de zorgverzekeraar slechts voor een deel regresrecht heeft. Indien zou worden geoordeeld dat de zorgverzekeraar de schade volledig op bestuurder 2 zou kunnen verhalen, zou dat immers meebrengen dat deze – o.g.v art. 6:102 lid 1 jo art. 6:101 lid 1 BW – langs indirecte weg alsnog regres zou kunnen nemen op de echtgenoot/vader.

Lees verder

Vaknieuws

PIV-Bulletin 2012-5, Verjaring van regresvordering op hoofdelijke medeschuldenaar – HR 6 april 2012, LJN BU3784 – Met twee tips …

  • PIV-bulletin
  • 21 juni 2012
  • Mr. C. Banis en mevrouw mr. L.K. de Haan

Verjaring van regresvordering op hoofdelijke medeschuldenaar – HR 6 april 2012, LJN BU3784 – Met twee tips … Mr. C. Banis en mevrouw mr. L.K. de Haan – Stadermann Luiten Advocaten Op 6 april 2012 heeft de Hoge Raad een belangrijk arrest gewezen over de verjaring van regresvorderingen op een hoofdelijke medeschuldenaar. In de praktijk […]

Lees verder

Jurisprudentie

Hof: regresvordering zorgverzekeraar op hoofdelijk aansprakelijke veroorzaker voor 100% toegewezen, ondanks beperking van art. 7:962 lid 3 BW

  • Hof Arnhem
  • 23 augustus 2011
  • BR6589
  • 200.073.554

Vrouw en kind raken gewond door ongeval waarvoor echtgenoot (resp. vader) en geïntimeerde in gelijke mate aansprakelijk zijn. Zorgverzekeraar Menzis neemt ex art. 6:102 BW regres op geïntimeerde (diens diens verzekeraar Interpolis). Het hof oordeelt dat vast staat dat de slachtoffers hun gehele schade naar keuze zouden kunnen verhalen op geïntimeerde of de echtgenoot, die hoofdelijk verbonden zijn. Zij hebben dus (ook) een vordering van 100% van de schade op geïntimeerde. Het is in die vordering dat Menzis is gesubrogeerd. Dat betekent dat ook Menzis de gehele schade op Interpolis c.s. kan verhalen. Dat Menzis op grond van art. 7:962 lid 3 BW zelf niet de mogelijkheid heeft de schade (ook) op de echtgenoot te verhalen, doet daaraan niet af. (Door de rechtbank was vordering voor 55% toegewezen en voor het overige afgewezen.)

Lees verder