Jurisprudentie

Rb: neurologisch deskundigenbericht ter vaststelling causaal verband tussen onzorgvuldig handelen en schade door CVA

  • Rechtbank Gelderland
  • 1 november 2017
  • ECLI:NL:RBGEL:2017:6092
  • C/05/314392/ HA ZA 17-23

Benadeelde heeft zich in 2010 bij de huisarts gemeld met hartritmestoornissen; vijf dagen later heeft hij een CVA gekregen. De rechtbank stelt vast dat tussen partijen niet (meer) in geschil is dat de huisarts niet de zorg van een goed hulpverlener in acht heeft genomen aangezien de anamnese, het onderzoek en de evaluatie niet volledig zijn geweest. In geschil is of het CVA dat benadeelde heeft geleden en de gestelde geleden schade, bestaande uit verminderd arbeidsvermogen, zorgkosten en immateriële schade, in causaal verband staan met het onzorgvuldig handelen van de huisarts. ten tijde van het huisartsconsult. De vraag is of een andere behandeling een CVA had kunnen voorkomen. De rechtbank heeft behoefte aan voorlichting van een deskundige en benoemt een neuroloog.

Lees verder

Jurisprudentie

Rb: causaal verband tussen mishandeling en PTSS, smartengeld € 7000,-

  • Rechtbank Amsterdam
  • 19 juli 2017
  • ECLI:NL:RBAMS:2017:7444
  • C/13/616866 / HA ZA 16-1044

Eiseres is mishandeld door gedaagden; zij heeft hierbij fysieke klachten en een posttraumatische stressstoornis (PTSS) opgelopen. De rechtbank verwerpt het verweer dat er geen causaal verband is tussen de mishandeling en klachten. De rechtbank overweegt dat eiseres meerdere keren medisch is onderzocht en dat op basis van dat onderzoek klachten zijn vastgesteld die reëel, niet ingebeeld, niet voorgewend en niet overdreven zijn. 2. Smartengeld: € 7000,- (gevorderd: € 70.000,-).

Lees verder

Jurisprudentie

Rb: causaal verband tussen schoonmaakwerkzaamheden en polsletsel onvoldoende onderbouwd, werkgever niet aansprakelijk

  • Rechtbank Midden-Nederland
  • 20 september 2017
  • ECLI:NL:RBMNE:2017:4692
  • 5496570

Interieurverzorgster heeft polsletsel opgelopen en stelt haar werkgever aansprakelijk ex art 7:658 BW/ art 7:611 BW voor de schade door het niet ter beschikking stellen van afdoende ergonomische schoonmaakmiddelen.1.Het is in het kader van de toepassing van art.7:658 BW aan de werknemer om te bewijzen dat de schade in de uitoefening van het werk is ontstaan. Het beroep dat werkneemster doet op arbeidsrechtelijke omkeringsregel wordt verworpen. Voor een vermoeden dat de gezondheidsschade is veroorzaakt door de omstandigheden waarin de werkzaamheden zijn verricht is geen plaats in het geval het verband tussen de gezondheidsschade en de arbeidsomstandigheden te onzeker of te onbepaald is. 2. De stelplicht en bewijslast omtrent dat causaal verband rusten dus onverminderd op werkneemster. Zij heeft haar stelling dat de schade in de uitoefening van het werk is ontstaan onvoldoende onderbouwd.

Lees verder

Jurisprudentie

Rb: werkgever niet aansprakelijk voor depressie werknemer

  • Rechtbank Den Haag
  • 31 augustus 2017
  • ECLI:NL:RBDHA:2017:9803
  • 5818040 RL EXPL 17-7132

Werknemer stelt werkgever ex art 7:658 en 6:162 BW aansprakelijk voor depressie als gevolg van slechte werkomstandigheden, onder meer door pesten en hoge werkdruk. Werkgever stelt dat werknemer geen bewijs heeft geleverd van de omstandigheden en dat er sprake was van een recidiverende psychische stoornis. De kantonrechter overweegt dat er causaal verband moet bestaan tussen die werkzaamheden en die psychische schade en dat een werkgever pas maatregelen kan nemen als hij bekend is met de klachten van de werknemer. Werkgever heeft onweersproken naar voren gebracht dat werknemer geen klachten heeft geuit. Onder deze omstandigheden was het onmogelijk voor de werkgever om rekening te houden met een bijzondere kwetsbaarheid van werknemer. Werkgever droeg daarvan simpelweg geen kennis. Dat betekent dat werkgever geen maatregelen heeft kunnen treffen om schade te voorkomen.

Lees verder

Jurisprudentie

Hof: werkgever aansprakelijk voor visusklachten na smeltspat, deskundigenbericht ter vaststelling hoofdpijnklachten

  • Hof Den Bosch
  • 29 augustus 2017
  • ECLI:NL:GHSHE:2017:3803
  • 200.154.171_01

Werknemer – ovenoperator – krijgt in 2005 smeltspat in oog bij (schoon)werkzaamheden van de oven en loopt een hoornvliesbeschadiging op. Ondanks het herstel van het hoornvlies houdt werknemer visus- en hoofdpijnklachten en raakt hij volledig arbeidsongeschikt.1. Het hof acht de werkgever aansprakelijk voor de visusklachten. De omstandigheid dat de werkgever ter afwering van het gevaar van smeltspatten veiligheidsmaatregelen heeft genomen (het ter beschikking stellen van beschermingsmiddelen) brengt nog niet mee dat de werkgever zich van zijn voormelde verplichtingen heeft gekweten of dat het treffen van andere, meer effectieve, maatregelen (“maanmannetjeskostuum”) niet van hem kon worden gevergd. 2. Het hof acht voorlichting door deskundigen (neuroloog en psychiater) noodzakelijk om zich een oordeel te kunnen vormen over het causaal verband tussen het ongeval en de hoofdpijnklachten.

Lees verder

Vaknieuws

Dirkzwager advocaten: “A-G mr. Wuisman: de Hoge Raad geeft in ZA/De Greef (2001) geen rechtsregel”

  • Assurantie Magazine, Hoge Raad
  • 15 september 2017
  • Henriek Kragt

De Hoge Raad geeft in Zwolsche Algemeene/De Greef (2001) geen rechtsregel dat ‘niet al te hoge eisen aan het bewijs van het oorzakelijke verband tussen het ongeval en de gezondheidsklachten kunnen worden gesteld’, aldus A-G mr. Wuisman in zijn conclusie bij HR 8 september 2017. “De vaste jurisprudentie (…), betreft het bewijs van het verband tussen een ongeval en whiplashklachten. Bij het citaat sub 2.7 uit het arrest van 8 juni 2001 van de Hoge Raad (arrest Zwolsche Algemeene/De Greeff) past de aantekening dat de Hoge Raad met de passage dat “niet al te hoge eisen aan het bewijs van het oorzakelijke verband tussen het ongeval en de gezondheidsklachten kunnen worden gesteld” aanhaakt bij een in cassatie niet bestreden oordeel van het hof. De passage geeft derhalve niet een eigen oordeel van de Hoge Raad weer. Dat is met name in lagere rechtspraak onvoldoende onderkend.”

Lees verder

Jurisprudentie

Hoge Raad: onvoldoende medische gegevens ter vaststelling van causaal verband (art 81 RO)

  • Hoge Raad
  • 8 september 2017
  • ECLI:NL:HR:2017:2273
  • 16/04222

Whiplash. Benadeelde is in 15 jaar tijd betrokken geweest bij vijf ongevallen, waarbij zijn hij auto van achteren is aangereden. Hij spreekt één van de betrokken WAM-verzekeraars aan tot schadevergoeding. De Hoge Raad laat het afwijzend oordeel van het hof in stand. Het hof oordeelde dat dat benadeelde heeft nagelaten om ter vaststelling van het causaal heeft nagelaten voldoende (medische) stukken in het geding te brengen, terwijl voor dit nalaten geen rechtvaardiging is gebleken. De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep zonder nadere motivering (art 81 RO).

Lees verder

Jurisprudentie

Rb, deelgeschil: letselschadezaak tegen beter weten in in volle omvang voorgelegd: verzoek en kosten afgewezen

  • Ongepubl. jurisprudentie, Rechtbank Amsterdam
  • 22 augustus 2017
  • 5845783 EA VERZ 17-268 en 5876221 EA VERZ 17-310

Benadeelde verzoekt de kantonrechter een uitspraak te doen over het causaal verband en de klachten, de kosten van psychologische hulp, arbeidsdeskundige begeleiding, studievertraging etc. (in totaal 11 punten, A t/m K). De kantonrechter stelt vast dat van een onderhandelingstraject tussen partijen geen sprake meer is. Het verzoek van benadeelde strekt zich uit over het gehele geschil tussen partijen. De feiten, het causaal verband, de omvang van de schade en de buitengerechtelijke kosten staan ter discussie. Als op al deze punten moet worden beslist zoals benadeelde verzoekt, zou deze procedure het karakter van een bodemprocedure krijgen. De kantonrechter concludeert dat geen sprake is van een geschil dat zich leent voor een deelgeschilprocedure. 2. De kosten van het deelgeschil worden afgewezen. Nu op basis van hetzelfde geschil al eerder een verzoek bij de rechtbank Midden-Nederland is ingediend met dezelfde uitkomst, kan niet anders worden geoordeeld dan dat benadeelde onderhavige verzoeken onnodig en tegen beter weten in heeft ingediend.

Lees verder

Jurisprudentie

Rb, deelgeschil: verzekeraar niet aansprakelijk voor pensioenschade na faillissement werkgever

  • Rechtbank Den Haag
  • 18 juli 2017
  • ECLI:NL:RBDHA:2017:8443
  • 5953842 EJ VERZ 17-84009

Benadeelde is in 2009 volledig arbeidsongeschikt geraakt door ongeval waarvoor de werkgever aansprakelijk is. In 2010 gaat de werkgever failliet. Benadeelde claimt pensioenschade van verzekeraar. Verzekeraar betwist het causaal verband en stelt dat pensioenschade ontstaan door het faillissement en doordat benadeelde zelf geen gebruik heeft gemaakt van de mogelijkheid van vrijwillige voortzetting van de pensioenopbouw. 1. De kantonrechter stelt voorop dat een aansprakelijke partij op grond van de wet slechts gehouden is tot vergoeding van schade in de vorm van een geldsom. Benadeelde was gehouden om zelf tijdig de aanvraag te doen voor de vrijwillige voorzetting van het ouderdomspensioen en de daartoe verschuldigde premies te betalen. Wanneer hij daartoe financieel niet in staat was, had hij tijdig en uitdrukkelijk om een voorschot ten behoeve van de premiebetalingen moeten vragen. De kantonrechter acht de verzekeraar niet aansprakelijk voor de pensioenschade. 2. Kosten deelgeschil vastgesteld op , maar afgewezen, omdat werkgever niet aansprakelijk is voor de pensioenschade.

Lees verder

Jurisprudentie

Hof: psychisch klachten geen gevolg van onvoldoende bevoorschotting door verzekeraar

  • Hof Den Haag
  • 29 augustus 2017
  • ECLI:NL:GHDHA:2017:2368
  • 200.188.976/01

Whiplash, ongeval 2008, zelfstandige timmerman. Benadeelde stelt dat zijn psychische klachten met name zijn veroorzaakt door zijn financiële problemen door de niet tijdige en niet adequate bevoorschotting door de verzekeraar. Het hof is met de rechtbank van oordeel dat het gebrek aan financiële middelen niet het gevolg is geweest van de wijze van bevoorschotting. Verzekeraar deed regelmatig betalingen het inkomen van benadeelde is hierdoor steeds op peil is gebleven. Het hof oordeelt dat de psychische klachten niet worden veroorzaakt door het ongeval.

Lees verder

Jurisprudentie

Rb: whiplash naar Duits recht, deskundigenbericht ter vaststelling causaal verband

  • Rechtbank Gelderland
  • 28 juni 2017
  • ECLI:NL:RBGEL:2017:3987
  • C/05/302179 / HA ZA 16-245 / 167

Whiplash na aanrijding met hoge snelheid in Duitsland; Duits recht is van toepassing. De rechtbank stelt vast dat de verzekeraar niet heeft weersproken dat er in Duitsland vier categorieën whiplashtrauma (cat. 1: snelheid minder dan 10 km/uur: in beginsel geen letsel is. Cat. 2 snelheid tussen 10 en 50 km/uur. Cat. 3 snelheid tussen 50 en 80 km/uur en Cat 4. dodelijke ongevallen.) en dat sprake is van een cat. 3 ongeval. De rechtbank concludeert op grond van uitspraken dat naar Duits recht ten aanzien van de bewijslevering geen absolute of onomstotelijke zekerheid vereist is en evenmin een aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid, maar een in de praktijk bruikbare graad van zekerheid, “die twijfel het zwijgen oplegt”. De overgelegde rapportages van de arbeidsdeskundige en de verzekeringsarts leveren naar het oordeel van de rechtbank voldoende aanwijzingen op voor de conclusie dat sprake kan zijn (geweest) van een whiplash. De rechtbank ziet aanleiding om een deskundige te benoemen om te beoordelen of, en zo ja in hoeverre, de gestelde klachten het gevolg zijn van het ongeval.

Lees verder

Jurisprudentie

Rb: geen causaal verband ongeval en knie- en psychische klachten, schouderklachten wel

  • Rechtbank Gelderland
  • 14 juni 2017
  • ECLI:NL:RBGEL:2017:4006
  • C/05/249568 / HA ZA 13-586

De rechtbank oordeelt op basis van deskundigenberichten dat er geen causaal verband bestaat tussen de knieklachten en psychische klachten van benadeelde en het ongeval van 2002. Thans moet beoordeeld worden in hoeverre het door het ongeval veroorzaakte schouderletsel voor benadeelde schade heeft veroorzaakt. Hiertoe acht de rechtbank het inwinnen van deskundigenberichten door een verzekeringsarts, arbeidskundige en een financieel specialist noodzakelijk. De rechtbank gelast een comparitie om zich hierover uit te laten.

Lees verder

Jurisprudentie

Rb: whiplash, plausibel klachtenpatroon, aanvullende expertise na eerdere rechtmatige observatie

  • Rechtbank Overijssel
  • 30 november 2016
  • ECLI:NL:RBOVE:2016:5325
  • C/08/180451 / HA ZA 15-666

Eiser –exploitant van jachthaven-vordert verklaring voor recht dat hij als gevolg van ongeval arbeidsongeschikt is geworden en verzekeraar te veroordelen € 592.373,- te betalen. (Eerder had een deelgeschil plaats gevonden over een observatie van benadeelde; de rechter oordeelde toen dat de discrepantie tussen de presentatie van de klachten en de ontplooide activiteiten dusdanig was dat de verzekeraar fraude vermoedde en de onderhandelingen staakte.) Het geschil in deze procedure spitst zich toe op de vraag of bij eiser sprake is van een plausibel klachtenpatroon. De rechtbank verwijst naar Zwolsche Algemeene / De Greef en overweegt dat er sprake dient te zijn van een plausibel klachtenpatroon, d.w.z. een consistent, consequent en samenhangend patroon van klachten (Gerechtshof Leeuwarden 9 oktober 2012). Door eiser is na de observatie een eenzijdige expertise gevraagd door neuroloog; verzekeraar is toen niet in de gelegenheid geweest te reageren. De rechtbank stelt verzekeraar in de gelegenheid commentaar te geven op de eenzijdige rapportage, zodat deze dit kan verwerken in een aanvullende rapportage.

Lees verder

Jurisprudentie

Rb, deelgeschil: causaliteit staat niet vast: voorschot afgewezen; niet gespecificeerde BGK afgewezen

  • Rechtbank Midden-Nederland
  • 14 december 2016
  • ECLI:NL:RBMNE:2016:7598
  • C/16/420717 / HA RK 16-167

Benadeelde verzoekt om voorschot van € 24.000,- en maandelijks € 2000,-. 1. De rechtbank wijst het verzoek af. Zonder inzicht in de medische situatie is het voor de rechtbank niet mogelijk vast te stellen of, en zo ja in hoeverre, benadeelde sprake is van neurologisch en/of orthopedisch letsel, en beperkingen. Om te kunnen beoordelen of benadeelde in staat is zich een inkomen uit arbeid te verwerven is het bovendien nodig een verzekeringsgeneeskundige en een arbeidsdeskundige in te schakelen. Op dit moment bestaat nog geenszins duidelijkheid over de klachten en de daaruit voortvloeiende beperkingen die kunnen worden toegeschreven aan het ongeval, terwijl, binnen de deelgeschilprocedure geen ruimte bestaat voor (uitgebreide) bewijslevering. Nu het causaal verband (nog) niet kan worden vastgesteld bestaat ook te weinig duidelijkheid over de omvang van de schade. 2. BGK. Gevorderd: € 23.041,33. Bij gebreke van een urenspecificatie ziet de rechtbank aanleiding de kosten te begroten overeenkomstig het standpunt van de verzekeraar. € 1.000,- toegewezen.

Lees verder

Jurisprudentie

Rb, deelgeschil: verband tussen polsklachten en werk te onzeker en te onbepaald

  • Rechtbank Den Haag
  • 16 maart 2017
  • ECLI:NL:RBDHA:2017:2703

De rechter memoreert dat wanneer een werknemer in de uitoefening van zijn werkzaamheden is blootgesteld aan voor de gezondheid gevaarlijke omstandigheden en schade aan zijn gezondheid heeft opgelopen, het door de werknemer te bewijzen oorzakelijk verband tussen de werkzaamheden en die schade in beginsel moet worden aangenomen indien de werkgever heeft nagelaten de maatregelen te treffen die redelijkerwijs nodig zijn om te voorkomen dat de werknemer in de uitoefening van zijn werkzaamheden dergelijke schade lijdt (HR 9 januari 2009, ECLI:NL:HR:2009:BF8875 de arbeidsrechtelijke omkeringsregel). Deze regel drukt het vermoeden uit dat de gezondheidsschade van de werknemer is veroorzaakt door de omstandigheden waarin deze zijn werkzaamheden heeft verricht en dat voor dat vermoeden geen plaats is als het verband tussen de gezondheidsschade en de arbeidsomstandigheden te onzeker of te onbepaald is (HR 7 juni 2013 ECLI:NL:HR:2013:BZ1717 en ECLI:NL:HR:2013:BZ1721). Hoewel de stellingen van de werknemer ter zake het gebruik van de zaagmachine grotendeels ongegrond zijn blijft overeind dat deze weleens voor de pols pijnlijk terug kon slaan. Daardoor is sprake van werk dat schadelijk voor de gezondheid kan zijn. De werknemer heeft evenwel onvoldoende aannemelijk gemaakt dat zijn polsklachten door de arbeidsomstandigheden zijn veroorzaakt, het verband daarmede is te onzeker en te onbepaald.

Lees verder