Vaknieuws

Dirkzwager: Werkgeveraansprakelijkheid: kenbaarheid van een verhoogd risico op psychische schade

  • Assurantie Magazine
  • 12 oktober 2017
  • Pauline Janssen
  • ECLI:NL:RBDHA:2017:9803

Dirkzwager advocaten bespreekt het vonnis van de Rechtbank Den Haag van 31 augustus 2017. Uit dit vonnis volgt dat een werkgever niet bedacht behoeft te zijn op een eventuele bijzondere psychische kwetsbaarheid van een werknemer teneinde werkgeversaansprakelijkheid te voorkomen. Zolang een werknemer niet op een of andere wijze kenbaar heeft gemaakt dat hij een verhoogd risico op psychische schade loopt, mag de werkgever veronderstellen dat een werknemer tegen een normale werklast en een normale bedrijfscultuur opgewassen is. De verantwoordelijkheid ligt daarmee niet bij de werkgever, maar bij de werknemer. Deze conclusie sluit aan bij een uitspraak van het Hof Arnhem.

Lees verder

Jurisprudentie

Hof: geen analoge toepassing art. 185 WVW op ongeval scootmobiel en auto

  • Hof Den Bosch
  • 26 september 2017
  • ECLI:NL:GHSHE:2017:4154
  • 200.197.209_01

Hoger beroep van deelgeschil; ongeval tussen scootmobiel en auto. In deelgeschil heeft de rechtbank geoordeeld dat het aansprakelijkheidsregime van art. 185 WVW niet van overeenkomstige toepassing is op het ongeval. 1. Het hof oordeelt dat de rechtbank in het deelgeschil alleen ten aanzien van dát geschilpunt (analoge toepassing artikel 185 WVW) uitdrukkelijk en zonder voorbehoud een beslissing genomen en kan alleen dát geschilpunt onderwerp zijn van dit hoger beroep. 2. Het hof bevestigt het oordeel van de rechtbank dat analoge toepassing van art. 185 WVW niet aan de orde. Art. 185 WVW regelt blijkens de wetsgeschiedenis een bijzondere aansprakelijkheid waartoe het gebruik van motorvoertuigen kan leiden. Gelet op de definitie van motorrijtuigen (waaronder ook een scootmobiel valt) heeft de wetgever dit bijzondere aansprakelijkheidsregime willen beperken tot ongevallen met een motorrijtuig en een fietser of voetganger. 3. Of sprake is van eigen schuld van eiser komt pas aan de orde nadat aansprakelijkheid van gedaagde is komen vast te staan. Hierover heeft de rechtbank nu juist niet uitdrukkelijk en zonder voorbehoud beslist. Dat dient eerst te gebeuren, in de bodemprocedure bij de rechtbank.

Lees verder

Jurisprudentie

Rb: eigenaar hond aansprakelijk voor zwaar letsel door hondenbeet

  • Rechtbank Rotterdam
  • 27 september 2017
  • ECLI:NL:RBROT:2017:7453
  • C/10/521778 / HA ZA 17-214

Eiseres is in haar arm gebeten door de hond van gedaagde. Pas nadat gedaagde de hond met een mes verwondt laat de hond de arm van eiseres los. Zij loopt ernstig letsel op en raakt volledig arbeidsongeschikt. De rechtbank acht gedaagde aansprakelijk ex art 6:179 BW. Het verweer van gedaagde dat sprake is van eigen schuld van eiseres, omdat zij met een brillenkoker een stap zette richting de hond in de woning zette wordt verworpen.

Lees verder

Jurisprudentie

Rb: botsing tussen links afslaande auto en inhalende motorfiets: 80%-20% na billijkheidscorrectie

  • Rechtbank Gelderland
  • 16 augustus 2017
  • ECLI:NL:RBGEL:2017:4946
  • 310892

Eiser haalt op zijn motorfiets de personenauto van gedaagde in, die op dat moment linksaf slaat. Eiser raakt door de botsing zwaar gewond. 1. De rechtbank stelt vast dat gedaagde de motorfiets niet heeft laten voorgaan toen hij afsloeg. Ook als gedaagde heeft voorgesorteerd en richting aangegeven ontheft hem dat niet van de plicht om voorrang te verlenen aan inhalend verkeer. De rechtbank acht gedaagde aansprakelijk. 2. Eigen schuld. De rechtbank is van oordeel dat de weggedraging van gedaagde, meer gevaar in het leven heeft geroepen dan de weggedraging van eiser en dat de fouten van in de verhouding 60% – 40% tot de schade hebben bijgedragen. 3. Billijkheidscorrectie vanwege het verschil in ernst van de gevolgen van het ongeval. De billijkheid eist naar het oordeel van de rechtbank dat de vergoedingsplicht tot 80% wordt verhoogd.

Lees verder

Jurisprudentie

Rb: causaal verband tussen schoonmaakwerkzaamheden en polsletsel onvoldoende onderbouwd, werkgever niet aansprakelijk

  • Rechtbank Midden-Nederland
  • 20 september 2017
  • ECLI:NL:RBMNE:2017:4692
  • 5496570

Interieurverzorgster heeft polsletsel opgelopen en stelt haar werkgever aansprakelijk ex art 7:658 BW/ art 7:611 BW voor de schade door het niet ter beschikking stellen van afdoende ergonomische schoonmaakmiddelen.1.Het is in het kader van de toepassing van art.7:658 BW aan de werknemer om te bewijzen dat de schade in de uitoefening van het werk is ontstaan. Het beroep dat werkneemster doet op arbeidsrechtelijke omkeringsregel wordt verworpen. Voor een vermoeden dat de gezondheidsschade is veroorzaakt door de omstandigheden waarin de werkzaamheden zijn verricht is geen plaats in het geval het verband tussen de gezondheidsschade en de arbeidsomstandigheden te onzeker of te onbepaald is. 2. De stelplicht en bewijslast omtrent dat causaal verband rusten dus onverminderd op werkneemster. Zij heeft haar stelling dat de schade in de uitoefening van het werk is ontstaan onvoldoende onderbouwd.

Lees verder

Jurisprudentie

Rb: werkgever niet aansprakelijk voor depressie werknemer

  • Rechtbank Den Haag
  • 31 augustus 2017
  • ECLI:NL:RBDHA:2017:9803
  • 5818040 RL EXPL 17-7132

Werknemer stelt werkgever ex art 7:658 en 6:162 BW aansprakelijk voor depressie als gevolg van slechte werkomstandigheden, onder meer door pesten en hoge werkdruk. Werkgever stelt dat werknemer geen bewijs heeft geleverd van de omstandigheden en dat er sprake was van een recidiverende psychische stoornis. De kantonrechter overweegt dat er causaal verband moet bestaan tussen die werkzaamheden en die psychische schade en dat een werkgever pas maatregelen kan nemen als hij bekend is met de klachten van de werknemer. Werkgever heeft onweersproken naar voren gebracht dat werknemer geen klachten heeft geuit. Onder deze omstandigheden was het onmogelijk voor de werkgever om rekening te houden met een bijzondere kwetsbaarheid van werknemer. Werkgever droeg daarvan simpelweg geen kennis. Dat betekent dat werkgever geen maatregelen heeft kunnen treffen om schade te voorkomen.

Lees verder

Jurisprudentie

Hof: werkgever aansprakelijk voor visusklachten na smeltspat, deskundigenbericht ter vaststelling hoofdpijnklachten

  • Hof Den Bosch
  • 29 augustus 2017
  • ECLI:NL:GHSHE:2017:3803
  • 200.154.171_01

Werknemer – ovenoperator – krijgt in 2005 smeltspat in oog bij (schoon)werkzaamheden van de oven en loopt een hoornvliesbeschadiging op. Ondanks het herstel van het hoornvlies houdt werknemer visus- en hoofdpijnklachten en raakt hij volledig arbeidsongeschikt.1. Het hof acht de werkgever aansprakelijk voor de visusklachten. De omstandigheid dat de werkgever ter afwering van het gevaar van smeltspatten veiligheidsmaatregelen heeft genomen (het ter beschikking stellen van beschermingsmiddelen) brengt nog niet mee dat de werkgever zich van zijn voormelde verplichtingen heeft gekweten of dat het treffen van andere, meer effectieve, maatregelen (“maanmannetjeskostuum”) niet van hem kon worden gevergd. 2. Het hof acht voorlichting door deskundigen (neuroloog en psychiater) noodzakelijk om zich een oordeel te kunnen vormen over het causaal verband tussen het ongeval en de hoofdpijnklachten.

Lees verder

Jurisprudentie

Rb, deelgeschil: whiplashklachten onvoldoende onderbouwd, mede gezien pre-existente klachten, BGK en kosten deelgeschil afgewezen

  • Rechtbank Oost-Brabant
  • 8 september 2017
  • ECLI:NL:RBOBR:2017:4869
  • C/01/318769 / EX RK 17-42

Ongeval 2008, whiplash, eerdere (whiplash)klachten in 2000. 1. Naar het oordeel van de rechtbank heeft benadeelde onvoldoende gesteld om te kunnen aannemen dat sprake is van een consistent, consequent en samenhangend patroon van klachten. Het door benadeelde overgelegde huisartsenjournaal loopt maar tot 2013. Daarnaast valt op dat benadeelde pas 10 dagen na het ongeval voor het eerst zijn huisarts raadpleegt. Er is geen sprake van een consequent en blijvend patroon van de gestelde klachten. Het gaat immers op het eerst gezicht niet steeds om dezelfde klachten. Het voorgaande klemt temeer, nu vaststaat dat benadeelde relevante pre-existente klachten kende en nog kent. 2. BGK doorstaan dubbele redelijkheidstoets niet. 3. Kosten deelgeschil niet begroot, deelgeschil volstrekt onnodig ingesteld.

Lees verder

Vaknieuws

Dirkzwager advocaten: “A-G mr. Wuisman: de Hoge Raad geeft in ZA/De Greef (2001) geen rechtsregel”

  • Assurantie Magazine, Hoge Raad
  • 15 september 2017
  • Henriek Kragt

De Hoge Raad geeft in Zwolsche Algemeene/De Greef (2001) geen rechtsregel dat ‘niet al te hoge eisen aan het bewijs van het oorzakelijke verband tussen het ongeval en de gezondheidsklachten kunnen worden gesteld’, aldus A-G mr. Wuisman in zijn conclusie bij HR 8 september 2017. “De vaste jurisprudentie (…), betreft het bewijs van het verband tussen een ongeval en whiplashklachten. Bij het citaat sub 2.7 uit het arrest van 8 juni 2001 van de Hoge Raad (arrest Zwolsche Algemeene/De Greeff) past de aantekening dat de Hoge Raad met de passage dat “niet al te hoge eisen aan het bewijs van het oorzakelijke verband tussen het ongeval en de gezondheidsklachten kunnen worden gesteld” aanhaakt bij een in cassatie niet bestreden oordeel van het hof. De passage geeft derhalve niet een eigen oordeel van de Hoge Raad weer. Dat is met name in lagere rechtspraak onvoldoende onderkend.”

Lees verder

Jurisprudentie

Rb, deelgeschil: ongeval te hard rijdende inhaler en verzoekster: 80%-20% na billijkheidscorrectie

  • Rechtbank Midden-Nederland
  • 9 augustus 2017
  • ECLI:NL:RBMNE:2017:4058
  • 5946625

Aanrijding tussen verzoekster die met auto voorrangsweg opreed en de bij verweerder verzekerde auto, die met hoge snelheid aan het inhalen was. 1. Vast staat dat de inhaler te hard heeft gereden. De rechtbank overweegt dat verzoekster onvoldoende heeft geanticipeerd op de mogelijkheid dat auto’s harder rijden dan is toegestaan. Oversteken had vermeden moeten worden. 2. De kantonrechter komt tot een causale weging van 60% voor de hardrijdende auto en 40% voor verzoekster. 3. Na toepassing van billijkheidscorrectie 80%-20%. De kantonrechter weegt hierbij mee de ernst van het letsel, de nog steeds aanwezige lichamelijke en psychische klachten en het feit dat verzoekster geen dienstbetrekking meer heeft en zij dus inkomensverlies lijdt. 4. Kosten deelgeschil: € 2.678,- (x 80%).

Lees verder

Jurisprudentie

Hoge Raad: onvoldoende medische gegevens ter vaststelling van causaal verband (art 81 RO)

  • Hoge Raad
  • 8 september 2017
  • ECLI:NL:HR:2017:2273
  • 16/04222

Whiplash. Benadeelde is in 15 jaar tijd betrokken geweest bij vijf ongevallen, waarbij zijn hij auto van achteren is aangereden. Hij spreekt één van de betrokken WAM-verzekeraars aan tot schadevergoeding. De Hoge Raad laat het afwijzend oordeel van het hof in stand. Het hof oordeelde dat dat benadeelde heeft nagelaten om ter vaststelling van het causaal heeft nagelaten voldoende (medische) stukken in het geding te brengen, terwijl voor dit nalaten geen rechtvaardiging is gebleken. De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep zonder nadere motivering (art 81 RO).

Lees verder

Jurisprudentie

Rb, deelgeschil: letselschadezaak tegen beter weten in in volle omvang voorgelegd: verzoek en kosten afgewezen

  • Ongepubl. jurisprudentie, Rechtbank Amsterdam
  • 22 augustus 2017
  • 5845783 EA VERZ 17-268 en 5876221 EA VERZ 17-310

Benadeelde verzoekt de kantonrechter een uitspraak te doen over het causaal verband en de klachten, de kosten van psychologische hulp, arbeidsdeskundige begeleiding, studievertraging etc. (in totaal 11 punten, A t/m K). De kantonrechter stelt vast dat van een onderhandelingstraject tussen partijen geen sprake meer is. Het verzoek van benadeelde strekt zich uit over het gehele geschil tussen partijen. De feiten, het causaal verband, de omvang van de schade en de buitengerechtelijke kosten staan ter discussie. Als op al deze punten moet worden beslist zoals benadeelde verzoekt, zou deze procedure het karakter van een bodemprocedure krijgen. De kantonrechter concludeert dat geen sprake is van een geschil dat zich leent voor een deelgeschilprocedure. 2. De kosten van het deelgeschil worden afgewezen. Nu op basis van hetzelfde geschil al eerder een verzoek bij de rechtbank Midden-Nederland is ingediend met dezelfde uitkomst, kan niet anders worden geoordeeld dan dat benadeelde onderhavige verzoeken onnodig en tegen beter weten in heeft ingediend.

Lees verder

Jurisprudentie

Rb, deelgeschil: verzekeraar niet aansprakelijk voor pensioenschade na faillissement werkgever

  • Rechtbank Den Haag
  • 18 juli 2017
  • ECLI:NL:RBDHA:2017:8443
  • 5953842 EJ VERZ 17-84009

Benadeelde is in 2009 volledig arbeidsongeschikt geraakt door ongeval waarvoor de werkgever aansprakelijk is. In 2010 gaat de werkgever failliet. Benadeelde claimt pensioenschade van verzekeraar. Verzekeraar betwist het causaal verband en stelt dat pensioenschade ontstaan door het faillissement en doordat benadeelde zelf geen gebruik heeft gemaakt van de mogelijkheid van vrijwillige voortzetting van de pensioenopbouw. 1. De kantonrechter stelt voorop dat een aansprakelijke partij op grond van de wet slechts gehouden is tot vergoeding van schade in de vorm van een geldsom. Benadeelde was gehouden om zelf tijdig de aanvraag te doen voor de vrijwillige voorzetting van het ouderdomspensioen en de daartoe verschuldigde premies te betalen. Wanneer hij daartoe financieel niet in staat was, had hij tijdig en uitdrukkelijk om een voorschot ten behoeve van de premiebetalingen moeten vragen. De kantonrechter acht de verzekeraar niet aansprakelijk voor de pensioenschade. 2. Kosten deelgeschil vastgesteld op , maar afgewezen, omdat werkgever niet aansprakelijk is voor de pensioenschade.

Lees verder

Jurisprudentie

Hof: psychisch klachten geen gevolg van onvoldoende bevoorschotting door verzekeraar

  • Hof Den Haag
  • 29 augustus 2017
  • ECLI:NL:GHDHA:2017:2368
  • 200.188.976/01

Whiplash, ongeval 2008, zelfstandige timmerman. Benadeelde stelt dat zijn psychische klachten met name zijn veroorzaakt door zijn financiële problemen door de niet tijdige en niet adequate bevoorschotting door de verzekeraar. Het hof is met de rechtbank van oordeel dat het gebrek aan financiële middelen niet het gevolg is geweest van de wijze van bevoorschotting. Verzekeraar deed regelmatig betalingen het inkomen van benadeelde is hierdoor steeds op peil is gebleven. Het hof oordeelt dat de psychische klachten niet worden veroorzaakt door het ongeval.

Lees verder

Jurisprudentie

Rb: gordelkwestie niet geschikt voor deelgeschil vanwege bewijslevering, kosten deelgeschil voor 100% toegewezen

  • Rechtbank Gelderland
  • 1 maart 2017
  • ECLI:NL:RBGEL:2017:4228
  • C/05/312030 / HA RK 16-244

Benadeelde verzoekt verklaring voor recht dat de verzekeraar volledige aansprakelijk is voor de gevolgen van het ongeval; verzekeraar beroep zich op eigen schuld wegens het niet dragen van de gordel. 1. De rechtbank oordeelt dit zonder bewijslevering niet is vast te stellen. Gezien de tijd en kosten die met bewijslevering gepaard zullen gaan zijn, is het verzoek niet geschikt voor een deelgeschil. 2. Indien de rechtbank ervan uitgaat dat verzoeker de gordel niet droeg, kan niet worden geoordeeld dat de billijkheid eist dat verzekeraar de schade toch volledig dient te vergoeden. Daarvoor vormt het niet dragen van de autogordel een te ernstig verwijt. 3. Kosten deelgeschil: € 7.534,69 (uurtarief € 270,- niet onredelijk). Kosten voor 100% toegewezen, ook al is mogelijk schade van eigen schuld. De rechtbank acht hierbij van belang dat de wetgever met art. 1019aa Rv heeft beoogd de financiële drempel voor de benadeelde te verlagen.

Lees verder