Vaknieuws

De Letselschade Raad: hanteren concept Richtlijn Rekenrente prematuur

  • Letselschade Raad
  • 6 oktober 2017
  • drs. Deborah Lauria

De Letselschade Raad heeft signalen ontvangen dat een conceptversie van de nog in ontwikkeling zijnde Richtlijn Rekenrente nu al wordt gehanteerd bij dossierafwikkeling. Daardoor is verwarring en onrust ontstaan, hetgeen De Letschade Raad betreurt. De Letselschade Raad heeft om die reden aan diverse partijen een mail gestuurd en een bericht op de website geplaatst. Het totstandkomingsproces van de Richtlijn Rekenrente bevindt zich in de fase dat, volgens de werkmethodiek van de Werkgroep Normering, externe consultatie plaatsvindt. In deze fase worden letselschadeprofessionals geconsulteerd over de conceptversies van richtlijnen. Daarbij benadrukt De Letselschade Raad dat conceptversies – van welk document ook – niet meer zijn dan dat. De conceptrichtlijn Rekenrente heeft op dit moment dan ook (nog) niet de status van richtlijn van De Letselschade Raad.

Lees verder

Jurisprudentie

Rb: abstracte berekening schade aannemer na deskundigenbericht, rekenrente 2%

  • Rechtbank Gelderland
  • 8 juli 2015
  • ECLI:NL:RBGEL:2015:5935
  • 232165

Rechtbank stelt uitgangspunten schadeberekening verlies van arbeidsvermogen aannemer vast na deskundigenbericht door bedrijfseconoom. Door rechtbank was in eerder tussenvonnis gekozen voor abstracte benadering van de schade. De deskundige heeft voorgesteld de schade op een andere wijze te benaderen, namelijk door de schade te begroten op de kosten van vervanging van ‘de gemiste productiecapaciteit’ van benadeelde De rechtbank ziet echter geen aanleiding van de wijken van de eerder voorgestelde benadering, nu de alternatieve benadering niet een wezenlijk geringere onzekerheid meebrengt. 2. Rekenrente 2%. De rechtbank verwijst hierbij naar de door benadeelde
aangehaalde publicatie van Tiemersma in Verkeersrecht 2013. De rechtbank acht hierbij van belang dat de rekenrente in de periode 2000-2013 feitelijk gemiddeld 2% per jaar bedroeg en dat het CPB aanneemt dat voor professionele pensioenbeleggers de rekenrente de komende 20 jaar gemiddeld 2,2% zal bedragen. Aan de onderbouwing door benadeelde van de te hanteren rekenrente mogen geen al te hoge eisen worden gesteld. Het hanteren van verschillende rekenrentes in onderscheiden perioden ligt niet in de rede. (zie r.o 2.17).

Lees verder

Jurisprudentie

Hof: whiplash, inschatting wanneer benadeelde met en zonder ongeval fulltime zou zijn gaan werken

  • Hof Den Bosch
  • 16 september 2015
  • ECLI:NL:GHSHE:2015:3563
  • HD 200.035.310_02

Ongeval 1994, whiplash, gemeenteambtenaar; vervolg op arrest 16 april 2013. Het hof stelt voorop dat door het onwenselijk lange verloop van de procedure – die bovendien pas 12 jaar na het ongeval is aangevangen – en doordat uit de eerste jaren na het ongeval slechts zeer summier gegevens beschikbaar zijn, de uitgangspunten voor de schadeberekening voor een groot deel slechts door middel van schatting kan worden vastgesteld. 1. Het hof komt tot het oordeel dat benadeelde zonder ongeval na haar echtscheiding in 2002 fulltime zou zijn gaan werken (op het moment van het ongeval werkte zij 8 uur). Het hof oordeelt op basis van het deskundigenbericht van de verzekeringsgeneeskundige dat benadeelde met ongeval vanaf 2003 in staat was om fulltime te werken. 2. Rekenrente 2% (niet betwist).

Lees verder

Jurisprudentie

Rb: rekenrente 3%, ‘rechtbank wil waken voor voortdurende discussie over rekenrente’; BGK drastisch verminderd

  • Rechtbank Midden-Nederland
  • 22 juli 2015
  • ECLI:NL:RBMNE:2015:5492
  • C-16-352307 - HA ZA 13-682

Vaststelling schade verlies van arbeidsvermogen na rekenkundig deskundigenbericht. 1. Pensioenschade. De rechtbank overweegt dat het gaat het om toekomstige schade waarbij gedurende de gehele – betrekkelijk lange – looptijd rekening moet worden gehouden met fluctuaties in het te behalen rendement en inflatie. De rechtbank ziet in de huidige economische situatie geen reden om af te wijken van het algemeen gebruikelijke uitgangspunt dat rekening wordt gehouden met een rekenrente van 3% (rendement 6% en inflatie 3%). Dat bij kort lopende schades in een enkel geval een lagere rekenrente wordt toegepast, kan daar niet aan afdoen. De rechtbank wil ervoor waken dat op grond van fluctuerende economische omstandigheden voortdurend discussie bestaat over de rekenrente, nu de rendementscomponent in rekenrente niet (alleen) hoeft te slaan op extern te behalen resultaten, maar ook kan zien op een rendement vanwege besparingen, zoals het aflossen van schulden. 2. BGK. Gevorderd totaal € 161.104,00 (uurtarief € 265,-) . De rechtbank ziet aanleiding de gevorderde BGK drastisch te matigen tot € 50.456,00. Van de (geschatte) hoeveelheid studietijd brengt de rechtbank 85% in mindering. Uurtarief € 200,- conform vermelding op website.

Lees verder

Jurisprudentie

Rb: smartengeld dwarslaesie € 130.000,-, rekenrente 2% voor eerste 20 jaar

  • Rechtbank Noord-Holland
  • 8 oktober 2014
  • ECLI:NL:RBNHO:2014:9243
  • C-14-135153 HA ZA 12-56

Dwarslaesie na schietpartij. 1. Geen eigen schuld; geweld was disproportioneel, zodat billijkheid eist dat vergoedingsplicht van gedaagden in stand blijft. 2. Smartengeld: € 130.000. (Dwarslaesie C-6-C-7, rolstoelgebonden en afhankelijk van anderen, o.a. verwijdering lever, galbaas en nier, actief sporter). De rechtbank merkt op “dat de rechtbank niet doof is voor signalen uit de rechtswetenschap dat de vergoeding voor immateriële schadevergoeding in Nederland ten opzichte van het buitenland de afgelopen decennia uit de pas is gaan lopen (…). ” 3. Rekenrente, looptijd 38 jaar. De rechtbank ziet, gezien de lage rentestand van de afgelopen jaren en de termijn waarmee rekening moet worden gehouden, aanleiding om voor een periode van 20 jaar de rekenrente vast te stellen op 2%, en voor de resterende periode op 3%. 4. Verlies van arbeidsvermogen startend zelfstandig stukadoor; de rechtbank zoekt aansluiting bij de cao.

Lees verder

Jurisprudentie

Rb, deelgeschil: hypothetische situatie onvoldoende aannemelijk gemaakt; rekenrente lager dan 3% gezien economische omstandigheden

  • Rechtbank Midden-Nederland
  • 17 september 2014
  • ongepubliceerd
  • C1161368625 / HA RK 14-1

Meerdere verzoeken in één deelgeschil. 1. Benadeelde (uitzendkracht) verzoekt vergoeding verlies van arbeidsvermogen op basis van vaste aanstelling. De rechtbank overweegt dat geen hoge eisen mogen worden gesteld aan het bewijs van een hypothetische situatie, maar dat het standpunt wel voldoende aannemelijk moet zijn. Benadeelde heeft onvoldoende onderbouwd dat hij in loondienst zou gaan werken. Deelgeschil leent zich niet voor nadere bewijslevering. Verzoek afgewezen. 2. Voorschot van € 50.000,- toegewezen (verzocht was € 100.000,-). 3. Rekenrente. Op het verzoek de rekenrente te bepalen op 1% geeft de rechtbank geen beslissing. De hoogte van de rekenrente wordt namelijk (mede) bepaald door de looptijd van de (toekomst)schade, waarover nog geen duidelijkheid bestaat. De rechtbank merkt op “dat in de huidige economische omstandigheden, meer in het bijzonder de ontwikkeling van de rente en de inflatie in de laatste jaren, een aanwijzing kan worden gevonden de rekenrente in ieder geval vast te stellen en op een lager percentage dan de 3% die gewoonlijk gehanteerd wordt (werd)”. 4. Kosten deelgeschil: € 5300,- (gevorderd: € 9.518,80 (35,92 uur a € 265,-); aantal uren niet redelijk, uurtarief wel.

Lees verder

Jurisprudentie

Hof: whiplash, klachten niet geobjectiveerd maar plausibel; diverse schadeposten, rekenrente 2,2%

  • Hof Den Bosch
  • 5 november 2013
  • ECLI:NL:GHSHE:2013:5188
  • HD 200.011.012_01

Tussenarrest, whiplash, volledige arbeidsongeschiktheid medewerkster ABP. 1. Medische en juridische causaliteit. Het hof komt niet terug op zijn beslissing dat benadeelde ten gevolge van het ongeval volledig arbeidsongeschikt is geraakt. Door neuroloog, psychiater en neuropsycholoog waren geen beperkingen vastgesteld, maar het hof acht de klachten plausibel. Het hof vindt onderzoek door verzekeringsgeneeskundige en arbeidsdeskundige niet nodig. 2. Huishoudelijke hulp. Toekenning uren op basis van indicatiestelling. Voorbehoud voor wijzigingen t.a.v. huishoudelijke in de toekomst afgewezen. 3. Smartengeld € 10.000 4. Verlies van arbeidsvermogen: benoeming rekenaar van NRL; pensioenleeftijd 66 jaar 5. Nevenverdiensten als nagelstyliste: gedeeltelijk toegewezen. 6. Rekenrente: gezien de lage rentestand van de afgelopen jaren en de looptijd van 20 jaar ziet het hof aanleiding conform het CPB-advies 2012 een rekenrente vast te stellen van 2,2% (rendement 4,2 %; inflatie 2%).

Lees verder

Jurisprudentie

Rb: SVI-verzekeraar moet BGK boven de verzekerde som vergoeden

  • Rechtbank Breda
  • 27 maart 2013
  • BZ6469,
  • C/02/249431 / HA ZA 12-354

Ongeval directeur klusbedrijf; verzekerde som SVI overschreden. De rechtbank oordeelt dat, gezien de strekking van artikel 7:959 lid 1 BW (= kosten tot vaststelling schade boven verzekerde som) en de aansluiting van de wetgever bij de formulering van art. 6:96 lid 2 aanhef en sub b, er geen reden bestaat om advocaatkosten uit te zonderen van de ‘kosten ter vaststelling van de schade’ als bedoeld in lid 1 BW. Hieraan doet niet af dat BGK als vermogensschade worden aangemerkt. Van deze bepaling mag ten opzichte van niet-natuurlijke persoon worden afgeweken. De rechtbank oordeelt echter op basis van de Haviltex-maatstaf dat de bepaling in de polis hierover voor de gemiddelde verzekeringnemer onvoldoende duidelijk was. Wettelijke rente niet verschuldigd over periodieke schade, want er is geen ingebrekestelling verstuurd, wel over BGK.

Lees verder

Jurisprudentie

Hof: zeer zwaar letsel: smartengeld € 85.000; BGK € 38.483 redelijk

  • Hof Den Haag
  • 27 november 2012
  • BZ0874
  • 200.072.777/01

Benadeelde loopt ernstig letsel aan strottenhoofd op doordat slagboom zich in auto boort en overlijdt twee jaar later na diverse operaties. 1. Smartengeld: € 85.000 (aangeboden € 50.000,-; het hof noemt als bepalende factoren: de aard van het letsel en de gevolgen daarvan, de grond waarop de aansprakelijkheid berust, de vraag of de schade opzettelijk of door schuld is teweeggebracht, . bedragen die door Nederlandse rechters in vergelijkbare gevallen zijn toegekend rekening houdend met geldontwaarding. 2. BGK: gevorderd € 41.291,03 9 (totale gevorderde schade € 106.815,–). Het hof overweegt dat het niet (enkel) om de verhouding BGK t.o.v. de schade gaat, maar ook en met name om de vraag of de werkzaamheden in redelijkheid zijn verricht. Aansprakelijkheid was niet aanstonds erkend; kosten opstellen dagvaarding geen kosten ter adstructie van de zaak nu geen procedure is gevolgd; facturen wijken niet wezenlijk af van hetgeen in de branche gebruikelijk is. Vijf huisbezoeken a 2 uur in dit geval redelijk. Toegewezen: totaal € 38.483,01.

Lees verder