Vaknieuws

Register Letselschade gelanceerd: nieuw kwaliteitsstelsel van dienstverleners in de letselschadebranche

  • Letselschade Raad
  • 15 maart 2017

Op 15 maart 2017 vond bij De Letselschade Raad in Den Haag de officiële lancering plaats van het nieuwe Register Letselschade, het nieuwe kwaliteitslabel van dienstverleners in de letselschadebranche. Het nieuwe register vloeit voort uit het opgaan van de Stichting Keurmerk Letselschade per 1 januari jl. in De Letselschade Raad na een fusie tussen beide organisaties. Door de komst van het nieuwer register ontstaat er één overkoepelend kwaliteitsstelsel voor professionele letselschadedienstverleners.

Lees verder

Jurisprudentie

Rb: “dubbel declareren” is in strijd met de goede zeden

  • Rechtbank Noord-Holland
  • 2 november 2016
  • ECLI:NL:RBNHO:2016:9078
  • 4978539/CV EXPL 16-3023

Belangenbehartiger vordert van zijn cliënt betaling van “succes-fee” van 25%. Door de WA-verzekeraar zijn de redelijke kosten reeds rechtstreeks vergoed. De kantonrechter oordeelt dat “dubbel declareren” in een situatie waarbij de aansprakelijkheid reeds door de verzekeraar reeds is erkend, onzedelijk is. Voor dit oordeel wijst de kantonrechter naar objectieve aanknopingspunten bestaande uit de inhoud van de GBL, het persbericht van het Verbond van Verzekeraars en het PIV en het antwoord van de Minister van Financiën op Kamervragen. De Letselschade Raad noemt het dubbel declareren onetisch en onaanvaardbaar. Het Verbond en het PIV spreken zelfs over oplichting; deze mening werd gedeeld door de Minister van Financiën. Daarnaast wijst de kantonrechter op de maatschappelijke discussie over de “graaicultuur” waarbij veel mensen zich verzetten tegen bovenmatige beloningen. De kantonrechter acht het artikel in de overeenkomst tussen belangenbehartiger en cliënt waarvan de belangenbehartiger nakoming vordert, in strijd is met de goede zeden en derhalve nietig.

Lees verder

Jurisprudentie

Rb: belangenbehartiger heeft redelijk gehandeld door vaststellingsovereenkomst te adviseren

  • Rechtbank Rotterdam
  • 16 december 2015
  • ECLI:NL:RBROT:2015:9824
  • C/10/451288 / HA ZA 14-529

Tussen benadeelde en aansprakelijke verzekeraar is een vaststellingsovereenkomst voor een bedrag van € 320.000,- tot stand gekomen. Benadeelde stelt haar belangenbehartiger aansprakelijk ex art 6:74 BW. Zij stelt dat de schade hoger is en dat belangenbehartiger er niet op aan moeten sturen om de letselschadezaak zonder voorbehoud en tegen finale kwijting af te sluiten. De rechtbank overweegt dat belangenbehartiger uit de brief van benadeelde heeft kunnen opmaken dat de letselschadezaak zijn weerslag had op haar geestelijke en lichamelijke gezondheid, maar van een redelijk bekwaam en redelijk handelend bemiddelaar behoefde niet te worden verwacht dat hij hieruit zou afleiden dat benadeelde niet in staat was om over het al dan niet sluiten van een vaststellingsovereenkomst te beslissen. Zo heeft benadeelde in duidelijke bewoordingen de door haar omschreven problemen omschreven. Verder acht de rechtbank van belang dat met het treffen van een schikking het risico van een – mogelijk nadelig- psychiatrisch onderzoek werd vermeden en dat er onzekerheid bestond over de resterende arbeidscapaciteit. Door benadeelde te adviseren, althans niet af te raden, de vaststellingsovereenkomst te sluiten, heeft belangenbehartiger gehandeld zoals van een redelijk bekwaam en redelijk handelend vakgenoot verwacht mocht worden.

Lees verder