Jurisprudentie

HR: letselschadeadvocaat niet aansprakelijk voor adviseren eindafwikkeling zonder voorbehoud (art 81 RO)

  • Hoge Raad
  • 13 oktober 2017
  • NJF 2016/265 ECLI:NL:HR:2017:2621
  • 16/04332

De Hoge Raad verwerpt zonder nadere motivering (art 81 RO) het door benadeelde ingestelde cassatieberoep tegen de uitspraak van het hof dat haar letselschadeadvocaat niet aansprakelijk is voor het adviseren van een eindafwikkeling zonder voorbehoud. Benadeelde had in 1994 als 12-jarige meisje met pre-existent beenlengteverschil beenbreuk opgelopen bij ongeval. Vanaf 2008 krijgt zij steeds meer last van enkel en raakt arbeidsongeschikt. Het hof oordeelde dat de advocaat niet heeft gehandeld in strijd met wat redelijkerwijze van een letselschadeadvocaat mag worden verlangd. Hij heeft zich laten voorlichten door medisch deskundigen. Hij behoefde de deskundigheid van de verzekeringsgeneeskundige niet in twijfel diende te trekken. Het hof oordeelde voorts ‘dat, voor zover in de verwijten benadeelde besloten ligt dat een letselschadeadvocaat te allen tijde dient aan te sturen op het opnemen van een voorbehoud voor het geval zich in de toekomst alsnog schade voor zou doen, geldt dat de aard van een vaststellingsovereenkomst met zich brengt dat de daarbij betrokken partijen een bestaande onzekerheid willen wegnemen en zich daarom vastleggen op een afspraak waarbij zij in elk geval weten waar zij aan toe zijn.’

Lees verder

Jurisprudentie

Raad van Discipline: schorsing advocaat na excessief declareren in letselzaak

  • Raad van Discipline
  • 25 september 2017
  • ECLI:NL:TADRARL:2017:159
  • 16-1014

De Raad van Discipline oordeelt: Door aanspraak te maken op een resultaatgerelateerd honorarium van 30% van het behaalde resultaat, een ongelimiteerd urenhonorarium en op vergoeding van buitengerechtelijke kosten door de verzekeraar heeft de advocaat volgens eigen zeggen in deze zaak recht op een totaalbedrag van € 33.276,12. Door de verzekeraar is aan klaagster vergoed een bedrag van € 26.250,- aan schade. De vermeende aanspraken van de advocaat staan derhalve in geen verhouding tot het belang van de zaak en overstijgt het belang van de zaak dus ruimschoots: dit is circa 125 % van de schadevergoeding van € 26.250,-. De raad oordeelt dat deze wijze van declareren excessief is. In verhouding tot de door klaagster ontvangen schadevergoeding is dan geen sprake meer van een ‘redelijk salaris’ waarover Gedragsregel 25 spreekt. Naar het oordeel van de raad is een voorwaardelijke schorsing van 13 weken passend.

Lees verder

Vaknieuws

Register Letselschade gelanceerd: nieuw kwaliteitsstelsel van dienstverleners in de letselschadebranche

  • Letselschade Raad
  • 15 maart 2017

Op 15 maart 2017 vond bij De Letselschade Raad in Den Haag de officiële lancering plaats van het nieuwe Register Letselschade, het nieuwe kwaliteitslabel van dienstverleners in de letselschadebranche. Het nieuwe register vloeit voort uit het opgaan van de Stichting Keurmerk Letselschade per 1 januari jl. in De Letselschade Raad na een fusie tussen beide organisaties. Door de komst van het nieuwer register ontstaat er één overkoepelend kwaliteitsstelsel voor professionele letselschadedienstverleners.

Lees verder

Jurisprudentie

Rb: “dubbel declareren” is in strijd met de goede zeden

  • Rechtbank Noord-Holland
  • 2 november 2016
  • ECLI:NL:RBNHO:2016:9078
  • 4978539/CV EXPL 16-3023

Belangenbehartiger vordert van zijn cliënt betaling van “succes-fee” van 25%. Door de WA-verzekeraar zijn de redelijke kosten reeds rechtstreeks vergoed. De kantonrechter oordeelt dat “dubbel declareren” in een situatie waarbij de aansprakelijkheid reeds door de verzekeraar reeds is erkend, onzedelijk is. Voor dit oordeel wijst de kantonrechter naar objectieve aanknopingspunten bestaande uit de inhoud van de GBL, het persbericht van het Verbond van Verzekeraars en het PIV en het antwoord van de Minister van Financiën op Kamervragen. De Letselschade Raad noemt het dubbel declareren onetisch en onaanvaardbaar. Het Verbond en het PIV spreken zelfs over oplichting; deze mening werd gedeeld door de Minister van Financiën. Daarnaast wijst de kantonrechter op de maatschappelijke discussie over de “graaicultuur” waarbij veel mensen zich verzetten tegen bovenmatige beloningen. De kantonrechter acht het artikel in de overeenkomst tussen belangenbehartiger en cliënt waarvan de belangenbehartiger nakoming vordert, in strijd is met de goede zeden en derhalve nietig.

Lees verder

Jurisprudentie

Rb: belangenbehartiger heeft redelijk gehandeld door vaststellingsovereenkomst te adviseren

  • Rechtbank Rotterdam
  • 16 december 2015
  • ECLI:NL:RBROT:2015:9824
  • C/10/451288 / HA ZA 14-529

Tussen benadeelde en aansprakelijke verzekeraar is een vaststellingsovereenkomst voor een bedrag van € 320.000,- tot stand gekomen. Benadeelde stelt haar belangenbehartiger aansprakelijk ex art 6:74 BW. Zij stelt dat de schade hoger is en dat belangenbehartiger er niet op aan moeten sturen om de letselschadezaak zonder voorbehoud en tegen finale kwijting af te sluiten. De rechtbank overweegt dat belangenbehartiger uit de brief van benadeelde heeft kunnen opmaken dat de letselschadezaak zijn weerslag had op haar geestelijke en lichamelijke gezondheid, maar van een redelijk bekwaam en redelijk handelend bemiddelaar behoefde niet te worden verwacht dat hij hieruit zou afleiden dat benadeelde niet in staat was om over het al dan niet sluiten van een vaststellingsovereenkomst te beslissen. Zo heeft benadeelde in duidelijke bewoordingen de door haar omschreven problemen omschreven. Verder acht de rechtbank van belang dat met het treffen van een schikking het risico van een – mogelijk nadelig- psychiatrisch onderzoek werd vermeden en dat er onzekerheid bestond over de resterende arbeidscapaciteit. Door benadeelde te adviseren, althans niet af te raden, de vaststellingsovereenkomst te sluiten, heeft belangenbehartiger gehandeld zoals van een redelijk bekwaam en redelijk handelend vakgenoot verwacht mocht worden.

Lees verder