Jurisprudentie

Hof: geen analoge toepassing art. 185 WVW op ongeval scootmobiel en auto

  • Hof Den Bosch
  • 26 september 2017
  • ECLI:NL:GHSHE:2017:4154
  • 200.197.209_01

Hoger beroep van deelgeschil; ongeval tussen scootmobiel en auto. In deelgeschil heeft de rechtbank geoordeeld dat het aansprakelijkheidsregime van art. 185 WVW niet van overeenkomstige toepassing is op het ongeval. 1. Het hof oordeelt dat de rechtbank in het deelgeschil alleen ten aanzien van dát geschilpunt (analoge toepassing artikel 185 WVW) uitdrukkelijk en zonder voorbehoud een beslissing genomen en kan alleen dát geschilpunt onderwerp zijn van dit hoger beroep. 2. Het hof bevestigt het oordeel van de rechtbank dat analoge toepassing van art. 185 WVW niet aan de orde. Art. 185 WVW regelt blijkens de wetsgeschiedenis een bijzondere aansprakelijkheid waartoe het gebruik van motorvoertuigen kan leiden. Gelet op de definitie van motorrijtuigen (waaronder ook een scootmobiel valt) heeft de wetgever dit bijzondere aansprakelijkheidsregime willen beperken tot ongevallen met een motorrijtuig en een fietser of voetganger. 3. Of sprake is van eigen schuld van eiser komt pas aan de orde nadat aansprakelijkheid van gedaagde is komen vast te staan. Hierover heeft de rechtbank nu juist niet uitdrukkelijk en zonder voorbehoud beslist. Dat dient eerst te gebeuren, in de bodemprocedure bij de rechtbank.

Lees verder

Jurisprudentie

Hof: geen bindende eindbeslissing in deelgeschil over materiële rechtsverhouding; hoger beroep niet ontvankelijk

  • Hof Arnhem-Leeuwarden
  • 27 juni 2017
  • ECLI:NL:GHARL:2017:5372
  • 200.163.655

Benadeelde, werkzaam als ZZP-er, loopt in 2009 bij eenzijdig verkeersongeval in auto van het bedrijf van zijn ouders ernstig letsel op. Hij heeft het bedrijf aansprakelijk gesteld op grond van het feit dat geen behoorlijke verzekering was afgesloten voor deelname aan het verkeer (art 7:611 BW). De rechtbank heeft het verzoek afgewezen, omdat nader onderzoek en bewijslevering was, waarvoor de deelgeschilprocedure niet geschikt is en heeft het verzoek afgewezen. Het hof verklaart benadeelde niet-ontvankelijk is in zijn vorderingen in hoger beroep. Nu de grieven in wezen aanvoeren dat de deelgeschilrechter ten onrechte géén bindende eindbeslissingen heeft genomen, maar zich overigens niet richten tegen in de beschikking als zodanig aan te wijzen bindende eindbeslissingen omtrent de materiële rechtsverhouding, concludeert de rechtbank dat benadeelde niet-ontvankelijk is in zijn vorderingen in hoger beroep.

Lees verder

Jurisprudentie

Rb, arbeidsongeval met betwiste toedracht leent zich niet voor deelgeschil; procedure volstrekt onnodig ingesteld

  • Rechtbank Rotterdam
  • 14 april 2017
  • ECLI:NL:RBROT:2017:7335
  • 5740839 VZ VERZ 17-2808

Stuurman valt overboord van binnenvaartschip en overlijdt. Verzoekster verzoekt verklaring voor recht dat de werkgever aansprakelijk is ex art 7:658 BW. 1. De kantonrechter overweegt dat, gezien de uiteenlopende standpunten van partijen, zonder verder bewijs, niet vast dat de kapitein verzuimd heeft de stuurman te wijzen op zijn verplichting zijn zwemvest aan te trekken. Sterker nog, er staat niet eens vast of [de stuurman het zwemvest al dan niet droeg. Bij deze stand van zaken is naar het oordeel van de kantonrechter bewijslevering dan ook geïndiceerd. De kantonrechter komt tot het oordeel dat het verstrekken van een of meerdere bewijsopdrachten naar verwachting zal leiden tot een zodanig uitvoerige procedure, met alle daarmee gepaard gaande hoeveelheid tijd, kosten en moeite, dat dit zich niet verhoudt met de aard van de onderhavige deelgeschilprocedure. 2. De kosten van de procedure worden niet begroot, nu de procedure volstrekt onnodig of onterecht is ingesteld.

Lees verder

Jurisprudentie

Rb, deelgeschil: whiplashklachten onvoldoende onderbouwd, mede gezien pre-existente klachten, BGK en kosten deelgeschil afgewezen

  • Rechtbank Oost-Brabant
  • 8 september 2017
  • ECLI:NL:RBOBR:2017:4869
  • C/01/318769 / EX RK 17-42

Ongeval 2008, whiplash, eerdere (whiplash)klachten in 2000. 1. Naar het oordeel van de rechtbank heeft benadeelde onvoldoende gesteld om te kunnen aannemen dat sprake is van een consistent, consequent en samenhangend patroon van klachten. Het door benadeelde overgelegde huisartsenjournaal loopt maar tot 2013. Daarnaast valt op dat benadeelde pas 10 dagen na het ongeval voor het eerst zijn huisarts raadpleegt. Er is geen sprake van een consequent en blijvend patroon van de gestelde klachten. Het gaat immers op het eerst gezicht niet steeds om dezelfde klachten. Het voorgaande klemt temeer, nu vaststaat dat benadeelde relevante pre-existente klachten kende en nog kent. 2. BGK doorstaan dubbele redelijkheidstoets niet. 3. Kosten deelgeschil niet begroot, deelgeschil volstrekt onnodig ingesteld.

Lees verder

Jurisprudentie

Rb, deelgeschil: ongeval te hard rijdende inhaler en verzoekster: 80%-20% na billijkheidscorrectie

  • Rechtbank Midden-Nederland
  • 9 augustus 2017
  • ECLI:NL:RBMNE:2017:4058
  • 5946625

Aanrijding tussen verzoekster die met auto voorrangsweg opreed en de bij verweerder verzekerde auto, die met hoge snelheid aan het inhalen was. 1. Vast staat dat de inhaler te hard heeft gereden. De rechtbank overweegt dat verzoekster onvoldoende heeft geanticipeerd op de mogelijkheid dat auto’s harder rijden dan is toegestaan. Oversteken had vermeden moeten worden. 2. De kantonrechter komt tot een causale weging van 60% voor de hardrijdende auto en 40% voor verzoekster. 3. Na toepassing van billijkheidscorrectie 80%-20%. De kantonrechter weegt hierbij mee de ernst van het letsel, de nog steeds aanwezige lichamelijke en psychische klachten en het feit dat verzoekster geen dienstbetrekking meer heeft en zij dus inkomensverlies lijdt. 4. Kosten deelgeschil: € 2.678,- (x 80%).

Lees verder

Jurisprudentie

Rb, deelgeschil: letselschadezaak tegen beter weten in in volle omvang voorgelegd: verzoek en kosten afgewezen

  • Ongepubl. jurisprudentie, Rechtbank Amsterdam
  • 22 augustus 2017
  • 5845783 EA VERZ 17-268 en 5876221 EA VERZ 17-310

Benadeelde verzoekt de kantonrechter een uitspraak te doen over het causaal verband en de klachten, de kosten van psychologische hulp, arbeidsdeskundige begeleiding, studievertraging etc. (in totaal 11 punten, A t/m K). De kantonrechter stelt vast dat van een onderhandelingstraject tussen partijen geen sprake meer is. Het verzoek van benadeelde strekt zich uit over het gehele geschil tussen partijen. De feiten, het causaal verband, de omvang van de schade en de buitengerechtelijke kosten staan ter discussie. Als op al deze punten moet worden beslist zoals benadeelde verzoekt, zou deze procedure het karakter van een bodemprocedure krijgen. De kantonrechter concludeert dat geen sprake is van een geschil dat zich leent voor een deelgeschilprocedure. 2. De kosten van het deelgeschil worden afgewezen. Nu op basis van hetzelfde geschil al eerder een verzoek bij de rechtbank Midden-Nederland is ingediend met dezelfde uitkomst, kan niet anders worden geoordeeld dan dat benadeelde onderhavige verzoeken onnodig en tegen beter weten in heeft ingediend.

Lees verder

Jurisprudentie

Rb, deelgeschil: ziekenhuis en verzekeraar gehouden mee te werken aan deskundigenbericht buiten rechte

  • 22 juni 2016
  • ECLI:NL:RBGEL:2017:4179
  • C/05/301381 / HA RK 16-92

Benadeelde verwijt het ziekenhuis dat na constatering van carpaal tunnelsyndroom niet met spoed tot operatie is overgegaan en dat bij de operatie een zenuw is beschadigd. Hij verzoekt de rechtbank a. voor recht te verklaren dat het ziekenhuis/de verzekeraar aansprakelijk is en b. subsidiair dat het ziekenhuis mee dient te werken aan een deskundigenonderzoek. Verzoek a. wordt afgewezen. Door de tijd en kosten die met onderzoek zijn gemoeid leent het verzoek zich niet voor een deelgeschil. 2. Het verzoek om medewerking aan deskundigenbericht buiten rechte wordt toegewezen. Dat verzoeker ook een verzoek om een voorlopig deskundigenbericht kan doen doet hieraan niet af. De rechtbank oordeelt dat vanuit het algemene contractenrecht een medewerkingsplicht niet licht valt aan te nemen. De onderhavige kwestie is echter in meerdere opzichten bijzonder. Verplichtingen die de redelijkheid en billijkheid meebrengen bij de afhandeling van een claim als de onderhavige kunnen blijken uit de normen die voor deze afhandeling in de praktijk worden gehanteerd. In dat verband is relevant dat het ziekenhuis en de verzekeraar is aangesloten bij de GOMA. De rechtbank verwijst naar art 18 GOMA en oordeelt dat het ziekenhuis en de verzekeraar door de rechter gehouden kunnen worden aan onderzoek buiten rechte. Benadeelde en het ziekenhuis/verzekeraar dienen ieder de helft van de kosten te vergoeden. 3. Kosten deelgeschil: € 10.981,10 (uurtarief € 265,-).

Lees verder

Jurisprudentie

Rb: uurtarief € 255,- redelijk in complexe zaak; voor dit uurtarief mag efficiënt werken worden verwacht

  • Rechtbank Gelderland
  • 6 januari 2016
  • ECLI:NL:RBGEL:2016:7169
  • C/05/286435/HA RK 15-104

Benadeelde wordt tijdens evenement van in het water liggend luchtkussen gelanceerd en loopt een nekwervelfractuur op. Aansprakelijkheid wordt eerst afgewezen, maar na latere overlegging filmbeelden alsnog erkend. Benadeelde verzoekt om betaling van € 42.203,30, waarvan € 21.749,69 ter zake van BGK (66 uur a € 255,-). 1. BGK. De rechtbank acht het uurtarief van 255,- niet onredelijk, gezien de complexiteit en het belang van de zaak. Dit relatief hoge uurtarief betekent wel dat verwacht mag worden dat efficiënt is gewerkt. In dat verband is het volgende van belang. Hoewel onzeker is of aansprakelijkheid zou zijn erkend als de filmbeelden eerder waren overgelegd, ligt dit wel voor de hand. Anderzijds is niet in geschil dat de advocaat van benadeelde meerdere keren heeft gerappelleerd. Al met al acht de rechtbank ongeveer de helft van de kosten van werkzaamheden in de periode maart 2014 tot oktober 2014 niet in redelijkheid gemaakt (9 uur). 2. Studievertraging afgewezen, want geen ongevalsgevolg. 3. Voorschot van € 25.000,- afgewezen. 4. Kosten deelgeschil: € 6.611,-.

Lees verder

Jurisprudentie

Rb, deelgeschil: verzekeraar niet aansprakelijk voor pensioenschade na faillissement werkgever

  • Rechtbank Den Haag
  • 18 juli 2017
  • ECLI:NL:RBDHA:2017:8443
  • 5953842 EJ VERZ 17-84009

Benadeelde is in 2009 volledig arbeidsongeschikt geraakt door ongeval waarvoor de werkgever aansprakelijk is. In 2010 gaat de werkgever failliet. Benadeelde claimt pensioenschade van verzekeraar. Verzekeraar betwist het causaal verband en stelt dat pensioenschade ontstaan door het faillissement en doordat benadeelde zelf geen gebruik heeft gemaakt van de mogelijkheid van vrijwillige voortzetting van de pensioenopbouw. 1. De kantonrechter stelt voorop dat een aansprakelijke partij op grond van de wet slechts gehouden is tot vergoeding van schade in de vorm van een geldsom. Benadeelde was gehouden om zelf tijdig de aanvraag te doen voor de vrijwillige voorzetting van het ouderdomspensioen en de daartoe verschuldigde premies te betalen. Wanneer hij daartoe financieel niet in staat was, had hij tijdig en uitdrukkelijk om een voorschot ten behoeve van de premiebetalingen moeten vragen. De kantonrechter acht de verzekeraar niet aansprakelijk voor de pensioenschade. 2. Kosten deelgeschil vastgesteld op , maar afgewezen, omdat werkgever niet aansprakelijk is voor de pensioenschade.

Lees verder

Jurisprudentie

Rb: deelgeschil over BGK heeft meer kenmerken van incassoprocedure dan van letselschadezaak: uurtarief hooguit € 100,-

  • Rechtbank Gelderland
  • 11 mei 2016
  • ECLI:NL:RBGEL:2016:7166
  • C/05/300965 / HA RK 16-89 / 167 / 512

Deelgeschil over BGK na eerder deelgeschil, waarin voorschot op BGK werd toegewezen. Verzekeraar verzet zich er in deze procedure tegen dat de deelgeschilprocedure wordt aangewend enkel om betaling van declaraties van de advocaat af te dwingen. Als verweer tegen het verzoek is dat bezwaar verworpen. Dit bezwaar is echter niet zonder belang in het kader van het te hanteren maximaal redelijke uurtarief bij de beoordeling in de zin van art. 1019aa Rv. Dit maximaal redelijke uurtarief hangt immers onder meer af van de aard van de procedure. De onderhavige procedure heeft meer kenmerken van een incassoprocedure dan van een letselschadezaak. Een voldoende rechtvaardiging voor het hanteren van een specialistentarief is er dan niet. De rechtbank acht daarom een uurtarief van hooguit € 100,00 exclusief 6% kantoorkosten en 21% nog redelijk. De rechtbank begroot de kosten van het deelgeschil op € 2.173,60 (€ 100,00 plus 6% plus 21% maal 10, plus € 15,00 plus € 876,00); gevorderd: € 9.635,03.

Lees verder

Jurisprudentie

Rb, deelgeschil: aansprakelijkheidsvraag gemeente voor val fietser niet geschikt voor deelgeschil vanwege bewijslevering

  • Rechtbank Gelderland
  • 16 januari 2017

Ter hoogte van varkensruggen (betonnen stootranden) komt fietser ten val. Zij stelt de gemeente ex art. 6:174 BW aansprakelijk. De rechtbank oordeelt dat de aanwezigheid van varkensruggen op het wegdek nog niet betekent dat de weg niet voldoet aan de eisen die men aan de weg mag stellen in de zin van art. 6:174 BW. Voor aansprakelijkheid is vereist dat vastgesteld kan worden dat het ongeval het gevolg is van de slechte zichtbaarheid van de varkensruggen en het onvoldoende waarschuwen voor het gevaar van de varkensruggen voor fietsers. De rechtbank kan niet tot een beslissing komen zonder bewijsopdracht en het horen van getuigen. De met dergelijke instructie gepaard gaande tijd en moeite staan naar het oordeel van de rechtbank niet in verhouding tot de kans dat een vaststellingsovereenkomst tot stand zal komen. Ook als de omkeringsregel van toepassing zou zijn, zou dit de noodzaak van bewijslevering niet wegnemen, maar slechts verleggen naar de gemeente. Verzoek afgewezen. 2. Kosten deelgeschil vastgesteld op: € 2.103,00 (uurtarief € 150,-).

Lees verder

Jurisprudentie

Rb, deelgeschil: aansprakelijk kwekerij voor val afgewezen; aantal uren deels tegen uurtarief van € 100,- redelijk

  • Rechtbank Gelderland
  • 13 januari 2016
  • ECLI:NL:RBGEL:2016:7170
  • C/05/286211 / HA RK 15-97

Benadeelde valt op het erf van een azaleakwekerij. Zij stelt de kwekerij aansprakelijk ex art 6:174 BW. 1. De rechtbank overweegt dat vast moet komen te staan dat verzoekster is gevallen door gladheid van de plaat waarop zij toen liep als gevolg van het ontbreken van ribbels of reliëf op die plaat. De rechtbank oordeelt dat benadeelde de toedracht onvoldoende heeft toegelicht. Verzoek afgewezen. 2. Kosten deelgeschil begroot op € 3.927,10: Uurtarief voor gedeelte van de uren: € 250,-; de rechtbank acht het aantal uren niet onredelijk te noemen, zeker niet in aanmerking genomen dat meer dan een derde van deze uren is gedeclareerd tegen € 100,00 per uur.

Lees verder

Jurisprudentie

Rb, deelgeschil: bezitter aansprakelijk voor letsel door onstuimige hond, geen eigen schuld

  • Rechtbank Gelderland
  • 11 oktober 2016
  • ECLI:NL:RBGEL:2016:7165
  • C/05/300449 / HA RK 16-80

Verzoekster wordt omver gelopen door de hond van gedaagde, die met zijn aan het spelen was en loopt letsel op. 1. De rechtbank acht verweer aansprakelijk ex art 6:179 BW. De rechtbank verwerpt het beroep op risicoaanvaarding. 2. De rechtbank oordeelt dat evenmin sprake is van eigen schuld. Gesteld noch gebleken is dat eiseres bekend was met het wilde gedrag van de hond. Gesteld is slechts dat gedaagde in algemene zin aan eiseres heeft aangegeven dat hond druk was, niet dat hij, eenmaal losgelaten, in volle vaart tegen personen kon aanrennen. Het loslaten van de hond en het niet uitwijken levert geen eigen schuld op. 3. Kosten deelgeschil afgewezen. Vast staat dat verzoekster is verzekerd tegen de kosten van rechtsbijstand en dat deze kosten ook daadwerkelijk worden gedragen door haar rechtsbijstandsverzekeraar. Niet valt dan in te zien waarom deze kosten voor verzoekster een schadepost vormen.

Lees verder

Jurisprudentie

Rb, deelgeschil: maandelijks voorschot toegekend wegens gemiste pgb’s voor zorg voor kinderen

  • Rechtbank Gelderland
  • 21 juli 2017
  • ECLI:NL:RBGEL:2017:3854
  • C/05/318357 / HZ RK 17-17

Verzoek om voorschot wegens verlies van arbeidsvermogen, onder meer door het missen van pgb’s. Benadeelde heeft 4 kinderen met autisme, voor wie hij vóór het ongeval de zorg had en waarvoor hij pgb’s ontving. Na het ongeval kon hij geen zorgtaken meer verrichten en ontving hij minder aan pgb’s. 1. De rechtbank stelt voorop dat het wettelijk systeem van de pgb’s met zich brengt dat de geïndiceerde zorg per definitie ‘bovengebruikelijke’ zorg betreft, hetgeen met zich brengt dat de vergoeding voor deze verrichte zorg – ook indien door een ouder verricht – moet worden aangemerkt als inkomen voor verrichte arbeid. De rechtbank oordeelt dat voldoende is dat benadeelde aannemelijk maakt dat zijn schade groter is dan de reeds verstrekte voorschotten en is nadere informatie op dit punt niet noodzakelijk. Bovendien is door de Sociale Verzekeringsbank reeds getoetst of de aan benadeelde verstrekte bedragen uit de pgb’s zijn gegrond op een met hem gesloten zorgovereenkomst en voldoen aan de afgegeven indicatie. De rechtbank veroordeelt verzekeraar om van september 2016 tot juli 2017 maandelijks een voorschot van € 2.000,00 te betalen. 2. Kosten deelgeschil: € 8.614,81.

Lees verder

Jurisprudentie

Rb, deelgeschil: fietser valt over betonnen randje, zaak vanwege bewijslevering niet geschikt voor deelgeschil

  • Rechtbank Gelderland
  • 18 januari 2016
  • ECLI:NL:RBGEL:2017:4129
  • c/05/290791 / HA RK 15-156

Benadeelde stapt bij wegafzetting van fiets, komt ten val over een betonnen randje en breekt haar bekken. Zij stelt de gemeente aansprakelijk ex art 6:174 BW. 1. De rechtbank overweegt dat doorslaggevend bewijs omtrent de situatie niet voorhanden is. Beide partijen hebben hun standpunt met foto’s toegelicht, die niet eenzelfde beeld van de situatie ter plaatste. Zonder nadere instructie, waarschijnlijk in de vorm getuigenverhoren, kunnen daarom de door benadeelde gestelde omstandigheden waaronder zij is gevallen niet worden vastgesteld. De met dergelijke instructie gepaard gaande tijd en moeite staan naar het oordeel van de rechtbank niet in verhouding tot de kans dat een vaststellingsovereenkomst tot stand zal komen. Het verzoek stuit daarom af op artikel 1019z Rv. 2. Kosten deelgeschil begroot op € 4.677,23 (gevorderd: € 8.455,97).

Lees verder