Jurisprudentie

Rb, deelgeschil: kosten hulp bij exploitatie boerderij zijn kosten ter beperking van immateriële schade

  • Rechtbank Den Haag
  • 6 juni 2017
  • ECLI:NL:RBDHA:2017:6086
  • C-09-523194-HA RK 16-606

Benadeelde – alleenstaande vrouw, geboren en getogen op een boerderij, die zij zelfstandig exploiteert zonder economische opbrengst, behoudens voor eigen gebruik – loopt blijvend letsel op. 1. De rechtbank oordeelt dat de kosten als vermogensschade te dienen worden gekwalificeerd. Het gaat hier om kosten ter beperking van de immateriële schade die benadeelde als gevolg van het ongeval leidt. De boerderij was het levensdoel van benadeelde. De schade bestaande uit kosten ter beperking van immateriële schade kan uit haar aard niet de immateriële schade overstijgen. Wat betreft de hoogte van het maximaal te vergoeden bedrag acht de rechtbank van belang dat enerzijds van benadeelde niet kan worden gevergd dat zij het leven moet gaan leiden dat zij niet wenst (lees: de boerderij moet inkrimpen) en anderzijds dat verzekeraar niet aan alle wensen van benadeelde tegemoet hoeft te komen. De rechtbank acht in de gegeven, bijzondere, omstandigheden een immateriële schadevergoeding, en daarmee de maximaal door Univé te vergoeden kosten ter beperking van immateriële schade, van € 50.000 billijk. 2. Kosten deelgeschil: € 5.265,94.

Lees verder

Jurisprudentie

Hof: bezitter loslopende hond aansprakelijk voor letsel fietser, smartengeld € 1000,-

  • Hof Den Haag
  • 25 april 2017
  • ECLI:NL:GHDHA:2017:978
  • 200.179.055

Fietser (geïntimeerde) is in botsing gekomen met loslopende hond van appellant en loopt letsel op. 1. Nu appellant heeft afgezien van het leveren van tegenbewijs, moet het ervoor worden gehouden dat het ongeval is veroorzaakt doordat de hond van appellant ten tijde van het ongeval losliep op het fietspad. 2. Geen eigen schuld appellant. 3. Diverse schadeposten. 4. Smartengeld: € 1000,- – (letsel: sleutelbeenfractuur, scheurtje in schedelbot en een fractuur van jukboog).

Lees verder

Jurisprudentie

Hof: behandeling schadeposten

  • Hof Den Haag
  • 25 mei 2017
  • ECLI:NL:GHDHA:2017:978
  • 200.179.055

De bestuurder van een fiets slaagde in het bewijs dat hij in botsing gekomen was met een hond. [appellant] zag af van het leveren van tegenbewijs. Een beroep op eigen schuld omdat [geïntimeerde], gelet op zijn beperking aan zijn hand, onverantwoord snel zou hebben gereden, is onvoldoende onderbouwd. Een vergoeding van € 28,00 per dag bij opname in een ziekenhuis is conform de letselschaderichtlijn en is toewijsbaar. De noodzaak van een beroep op derden voor huishoudelijke hulp en tuinwerkzaamheden als gevolg van het ongeval is onvoldoende onderbouwd. Een enkele verwijzing naar het rapport van een deskundige is onvoldoende.

Lees verder

Jurisprudentie

Rb, deelgeschil: geen klemmende bezwaren tegen ad-rapport over hypothetisch carrièreverloop, verlies arbeidsvermogen toegewezen

  • Rechtbank Gelderland
  • 4 maart 2014
  • ECLI:NL:RBGEL:2014:8217
  • 252240

Ongeval 1997; destijds 22-jarige student journalistiek loopt bij ongeval o.a. schedelbasisfractuur, hersenkneuzing, diverse breuken en beschadigde nekwervels op. Na afronden studie slaagt hij er niet in een betaalde baan te krijgen en krijgt WAO-uitkering 80-100%. 1. Verlies arbeidsvermogen. Op gezamenlijk verzoek aangestelde arbeidsdeskundige heeft na grondig onderzoek aangegeven dat haalbaar zou zijn geweest dat verzoeker na afronding van zijn opleiding zou zijn gestart als journalist bij een dagblad, na ongeveer vijf jaar zou zijn overgestapt naar een opinietijdschrift in de functie van redacteur en na nog eens vijf jaar de functie van eindredacteur van een opinietijdschrift zou hebben bereikt. De rechtbank oordeelt dat van zwaarwegende bezwaren tegen het rapport geen sprake is en wijst de vordering van € 694.720,- toe. 2. Smartengeld: € 32.000,- (excl. wettelijke rente). 3. Kosten deelgeschil: € 7.661,78.

Lees verder

Rb: smartengeld € 125.000,-; rechtbank in bodemprocedure gehouden aan beslissing in deelgeschil

  • Rechtbank Noord-Nederland
  • 29 maart 2017
  • ECLI:NL:RBNNE:2017:1058
  • C/19/113032 / HA ZA 16-8

Benadeelde heeft bij ongeval hoge dwarslaesie opgelopen en is na drie maanden overleden. In deelgeschil is een smartengeld billijk geacht van € 125.000,-. Verzekeraar spant een bodemprocedure aan en vordert dat de rechtbank voor recht zal verklaren dat de te smartengeldvergoeding dient te worden begroot op € 25.000,- vanwege de korte duur van het lijden. De rechtbank wijst de vordering af, omdat hij aan de beslissing van de deelgeschilrechter gebonden is, tenzij is gebleken dat deze berust op een onjuiste feitelijke of juridische grondslag. De rechtbank is van oordeel dat daarvan geen sprake is.

Lees verder

Jurisprudentie

Rb, deelgeschil: gemiste diagnose waardoor reële overlevingskans verloren is gegaan: smartengeld € 200.000,-

  • Rechtbank Rotterdam
  • 21 maart 2017
  • ECLI:NL:RBROT:2017:2139
  • C/10/513740 / HA RK 16-977

Uroloog heeft bij patiënte tumor in de nier niet onderkend. De aansprakelijkheid voor een verwijtbaar delay in de diagnose is erkend vanaf 2008. Door het verwijtbaar delay is de overlevingskans van 92% (2008) gedaald naar 13% (2013). In 2014 is patiënte aan de gevolgen van kanker overleden. Verzoekers vorderen € 500.000,- smartengeld. 1. De rechtbank wijst € 200.000,- toe. De rechtbank overweegt hierbij dat door het ernstig verwijtbaar medisch handelen heeft geleid tot een delay van vijf jaar waardoor de aanvankelijke reële kans op overleving verloren is gegaan. Dit heeft geresulteerd in een lijdensweg van dertien maanden waarin patiënte werd geconfronteerd met veel pijn, angst en verdriet totdat zij op de relatief jonge leeftijd van 50 jaar overleed. Niet in geschil is dat in andere landen in vergelijkbare gevallen door de rechter hogere bedragen worden toegekend dan in Nederland. Deze omstandigheid is echter van beperkt gewicht. De ontwikkeling van de maatschappelijke opvattingen over de hoogte van smartengeld in Nederland weegt zwaarder. Die maatschappelijke opvattingen zijn in de loop van de jaren gewijzigd. 2. BGK: verwijzing naar PIV-staffel. 3. Kosten deelgeschil: € 7.823,27.

Lees verder

Jurisprudentie

NAM aansprakelijk immateriële schade inwoners Groningen na aardbevingen

  • Rechtbank Noord-Nederland
  • 1 maart 2017
  • C/19/109028 / HA ZA 15-33

De Nederlandse Aardolie Maatschappij (NAM) is aansprakelijk voor de door inwoners van het Groningenveld geleden en/of nog te lijden immateriële schade, als gevolg van de aardbevingen. 127 eisers vorderden een verklaring voor recht. De rechtbank oordeelt dat voor het deel van het Groningenveld, waar regelmatig aardbevingen worden gevoeld en schade wordt geleden, gesproken kan worden van een situatie waarin door de NAM een ernstige inbreuk wordt gemaakt op een fundamenteel persoonlijkheidsrecht, het recht op een ongestoord woongenot. Ook zonder dat er sprake is van geestelijk letsel leidt dit tot aantasting in de persoon, bij degenen die daardoor persoonlijk gevoelens van angst, zorg en psychisch onbehagen ervaren. In een schadestaatprocedure zal per eiser de hoogte van de schadevergoeding worden bepaald.

Lees verder

Jurisprudentie

Rb, deelgeschil: integriteitsschade wegens niet melden van veelvoorkomende complicatie afgewezen

  • Rechtbank Zeeland-West-Brabant
  • 9 februari 2017
  • ECLI:NL:RBZWB:2017:851
  • 5483643 OV VERZ 16-7840

Benadeelde stelt arts aansprakelijk voor integriteitsschade (€ 10.000,- ) na prostaatoperatie. Door arts was veel voorkomende complicatie (verlies van uitwendige ejaculatie; komt in 70-80% gevallen voor) niet gemeld; hiervoor is hij tuchtrechtelijk veroordeeld. De kantonrechter overweegt dat hij zich zelfstandig een oordeel dient te vormen, waarbij een eventueel afwijkend oordeel van de tuchtrechter gemotiveerd moet worden. De “omkeringsregel” met betrekking tot de bewijslast geldt bij de inlichtingenplicht niet. De kantonrechter ziet geen aanleiding benadeelde het bewijs van zijn stelling dat hij onvoldoende is ingelicht op te dragen. Naar het oordeel van de kantonrechter heeft benadeelde onvoldoende onderbouwd gesteld dat hij als redelijk handelende patiënt niet voor de behandeling had gekozen als hij voldoende was geïnformeerd. Dat benadeelde van de ingreep zou hebben afgezien ligt niet voor de hand. 2. De kantonrechter acht onvoldoende onderbouwd dat, als komt vast te staan dat de informatieplicht is geschonden, daardoor sprake is van een zodanig ernstige schending van de persoonlijke levenssfeer dat die moet worden aangemerkt als een persoonsaantasting in de zin van artikel 6:106 lid 1 sub b BW. 3. Kosten deelgeschil: € 4.365,25.

Lees verder

Jurisprudentie

Rb: ongeval ZZP-er, verzwegen sportactiviteiten niet relevant, diverse schadeposten toegewezen

  • Rechtbank Limburg
  • 8 februari 2017
  • ECLI:NL:RBLIM:2017:1058
  • 04 5099371 CV 16 5423

ZZP-er valt in december 2011 tijdens onderhoudswerkzaamheden in Engeland van vliegtuigtrap en verbrijzelt zijn voet. Bij eerder tussenvonnis is de opdrachtgever aansprakelijk geacht. 1. De opdrachtgever stelt dat benadeelde de kantonrechter niet volledig en naar waarheid heeft voorgelicht, door niet te vermelden dat hij heeft deelgenomen aan een triatlon en dat hij op wintersport is geweest. De kantonrechter passeert het verweer, nu ter zitting duidelijk is geworden dat de (sport)activiteiten hebben plaatsgevonden in 2013 en 2014. Dit is geruime tijd na de periode waarover eiser schadevergoeding vordert. 2. Verlies arbeidsvermogen. De vraag of benadeelde zijn werkzaamheden in 2012 bij de opdrachtgever had kunnen continueren acht de kantonrechter minder relevant, nu immers niet in geschil is dat benadeelde in een gezonde toestand hoe dan ook elders inkomen had kunnen genereren. 3. Smartengeld, verbrijzeld hielbot, 51 dagen ziekenhuis : € 11.000,-. 4. BGK afgewezen. Het betreft kosten ter voorbereiding en instructie van de zaak. Daarnaast passen de door benadeelde gevorderde kosten – integrale voldoening van de facturen van de advocaten – niet binnen het kader van artikel 6:96 BW.

Lees verder

Jurisprudentie

Gerecht Curaçao: eenzijdig medisch rapport niet concreet betwist, smartengeld oudere slachtoffers

  • Gerecht Curaçao
  • 19 december 2016
  • ECLI:NL:OGEAC:2016:132
  • 73756/2015

Benadeelden (71 en 74 jaar op moment ongeval) lopen ernstig letsel (diverse breuken) op bij ongeval op Curaçao. 1. Het gerecht oordeelt dat de medische rapportages als uitgangspunt kunnen dienen bij de vaststelling van de beperkingen. Het Gerecht constateert dat New India geen concrete bezwaren heeft geformuleerd ten aanzien van de inhoud van de medische rapporten. Weliswaar is de verzekeraar niet betrokken geweest bij de totstandkoming van de rapporten en dus het beginsel van hoor en wederhoor niet is nageleefd, maar dit staat niet aan de bruikbaarheid in de weg. 2. Smartengeld Het Gerecht is enerzijds van oordeel dat het smartengeld lager zou moeten uitvallen omdat sprake is van een beperkte lijdensduur. Anderzijds stonden eisers nog actief in het leven en was er een redelijke verwachting zij nog een aantal jaren in kwalitatief goede gezondheid had kunnen leven als het ongeval niet had plaatsgevonden. Dat is hen door het ongeval ontnomen. Smartengeld vastgesteld op € 25.000,– resp. € 15.000,–. 3. Diverse andere schadeposten.

Lees verder

Jurisprudentie

Rb, deelgeschil: niet verschenen werkgever aansprakelijk voor val van ladder, voorschot afgewezen

  • Rechtbank Den Haag
  • 29 september 2016
  • ECLI:NL:RBDHA:2016:14590
  • 5081687 RP VERZ 16-50376

Werknemer verzoekt om verklaring voor recht dat werkgever aansprakelijk is voor polsletsel als gevolg van val van ladder. De werkgever verschijnt niet in de deelgeschilprocedure en voert geen verweer. 1. De rechtbank verklaart voor recht dat de werkgever aansprakelijk is voor het bedrijfsongeval en dat hij de materiële en immateriële schade van werknemer r dient te vergoeden. Het gevraagde voorschot van € 5000,- op de immateriële schade wordt afgewezen. 2. Nu de vordering onvoldoende is onderbouwd acht de rechtbank thans onvoldoende aannemelijk dat in een eventuele bodemprocedure het verzochte voorschot zal worden toegewezen. Dit verzoek zal dan ook worden afgewezen. 3. Kosten deelgeschil: € 2.271,95.

Lees verder

Jurisprudentie

Rb: omstandigheden en directe confrontatie onvoldoende onderbouwd, shockschade afgewezen

  • Rechtbank Rotterdam
  • 2 december 2016
  • ECLI:NL:RBROT:2016:10062
  • C/10/501115 / HA ZA 16-449

Vrouw wordt vermoord door ex-partner. De vader van de vermoorde vrouw (eiser) vordert shockschade van de ex-partner (gedaagde). De rechtbank overweegt dat de vraag of gedaagde aansprakelijk is voor shockschade beantwoord te worden aan de hand van de criteria van het Taxibus-arrest. De rechtbank overweegt dat het voor eiser een schokkende gebeurtenis moet zijn geweest om met het ontzielde lichaam van zijn dochter te worden geconfronteerd, maar dat gesteld noch gebleken is wanneer, waar, op welke wijze en onder welke omstandigheden dit is gebeurd. Er is dan ook onvoldoende en onderbouwd gesteld dat er sprake is geweest van een directe confrontatie met de onrechtmatige daad zoals vereist voor toewijzing van shockschade. Vordering afgewezen.

Lees verder

Jurisprudentie

Hof: Vergoeding immateriële schade naar maatschappelijke opvattingen niet als beloning ervaren

  • Hof Arnhem-Leeuwarden
  • 23 februari 2016
  • ECLI:NL:GHARL:2016:1393
  • 15/00156

Aan een politieambtenaar is een aanslag in de inkomstenbelasting opgelegd voor een van de werkgever ontvangen bruto vergoeding voor immateriële schade wegens ernstig letsel tijdens de dienst opgelopen. De rechtbank verklaarde zijn beroep ongegrond. De vergoeding is loon in de zin van art. 10 LB. In het kader van dat artikel is loon al hetgeen uit een dienstbetrekking of een vroegere dienstbetrekking wordt genoten, daaronder mede begrepen hetgeen wordt vergoed of verstrekt in het kader van de dienstbetrekking, behalve indien het nadeel geen of onvoldoende verband houdt met de dienstbetrekking. Vrije vergoedingen zijn ingevolge art 15 LB vergoedingen voorzover zij naar algemene maatschappelijke opvattingen niet als beloningsvoordeel worden ervaren. Daarvan is hier sprake. De werkgever heeft zonder aansprakelijkheid daartoe te erkennen beoogd uit onrechtmatige daad, gepleegd door een derde, voortgevloeide immateriële schade te vergoeden. Cassatie is ingesteld door de staatssecretaris van Financiën

Lees verder

Jurisprudentie

Rb: shockschade € 40.000,- voor zoon die vermoorde moeder vindt, shockschade andere familieleden afgewezen

  • Rechtbank Gelderland
  • 12 oktober 2016
  • ECLI:NL:RBGEL:2016:5852
  • C/05/294607 / HA ZA 15-704 / 167 / 57 / 103

Vrouw wordt door ex-partner om het leven gebracht. Vader, moeder, broer, zus en (destijds) 7-jarige zoon van vrouw vorderen vergoeding van immateriële schade. 1. De rechtbank wijst smartengeld van eisers af. Het stelsel van de wet (art 6:108 BW) staat aan toekenning van een vergoeding immateriële schade in de weg. 2. De rechtbank wijst € 40.000,- aan shockschade van de zoon toe. De zoon heeft de volgende ochtend het gekneusde en gebroken dode lichaam van zijn moeder heeft gevonden, liggend in een plas bloed. De rechtbank is van oordeel dat sprake is van een directe en rechtstreekse confrontatie met de gevolgen van het misdrijf en dat hij bij deze confrontatie een ernstige psychische schok (PTSS) heeft opgelopen. 3. Shockschade van overige eisers afgewezen.

Lees verder