Jurisprudentie

Rb, deelgeschil: (overleden) vader aansprakelijk ex art 6:174 BW voor val dochter door verrot dak, 60% eigen schuld

  • Rechtbank Oost-Brabant
  • 6 december 2017
  • ECLI:NL:RBOBR:2017:6446
  • C/01/321370 / EX RK 17-78

Vrouw verricht werkzaamheden op het dak van schuur van haar vader en valt door een door verrotting zwak geworden deel van het dak. Zij spreekt haar twee zussen aan als (mede-)erfgenamen van haar inmiddels overleden vader. 1. De rechtbank oordeelt de vader als bezitter van de opstal aansprakelijk is op grond van artikel 6:174 BW, omdat het dak door verrotting gebrekkig was en het gevaar meebracht dat iemand daar doorheen zou zakken, ook als hij niet wist van de verrotte houtdelen en van het gevaar dat deze opleverden. 2. 60% eigen schuld benadeelde, omdat zij wist dat het dakleer al 20 jaar niet was vervangen dat verschillende lekkages waren geweest aan het dak en bovendien gewaarschuwd was. 3. De rechtbank vat de vordering zo op dat zij een verklaring voor recht wenst dat haar vader aansprakelijk was voor haar schade en dat zij in verband daarmee een vordering heeft op de boedel en wijst deze toe. 4. Kosten deelgeschil: van € 4.574,95 (gevorderd:€ 5.599,74).

Lees verder

Jurisprudentie

Rb, deelgeschil: geen causaal verband tussen whiplashklachten en ongeval met geringe snelheid

  • Ongepubl. jurisprudentie, Rechtbank Rotterdam
  • 13 november 2017
  • C/10/531771/HA RK 17-664

In november 2015 is benadeelde als passagier betrokken bij een achterop aanrijding. In februari 2016 meldt hij zich bij de huisarts met klachten aan hoofd, nek en schouder en psychische klachten. 1. De rechtbank stelt vast dat bij de botsing het snelheidsverschil tussen de bij het ongeval betrokken voertuigen zeer laag is geweest. Dat de impact van de botsing de oorzaak is van de klachten ligt niet zonder meer voor de hand, te meer nu benadeelde zich ruim drie maanden na het ongeval, bij zijn huisarts heeft gemeld. Zeer wel denkbaar is dat de klachten het gevolg waren van griep, waarvoor hij zich in die periode had ziek gemeld. De stelling dat de klachten het gevolg zijn van het ongeval worden niet ondersteund door medische rapportages. Ook de eigen medisch adviseur van benadeelde heeft niet tot een causaal verband tussen het ongeval en de klachten geconcludeerd. Verzoek afgewezen. Kosten deelgeschil begroot op € 2.726,36.

Lees verder

Jurisprudentie

Rb, deelgeschil: ziekenhuis aansprakelijk voor naadlekkage na operatie, BGK en omvang schade

  • Rechtbank Limburg
  • 17 november 2016
  • ECLI:NL:RBLIM:2016:11635
  • C/13/616866 / HA ZA 16-1044

Bij een operatie vanwege een darmtumor is een naadlekkage ontstaan, waardoor verzoeker buikvliesontsteking oploopt. Hij stelt het ziekenhuis aansprakelijk ex art 6:77 BW. 1. De deskundige noemt twee mogelijke oorzaken van opgetreden naadlekkage: falen van draad of falen van de arts. De rechtbank is van oordeel dat beide mogelijke oorzaken aan het ziekenhuis kunnen worden toegerekend. 2. Buitengerechtelijke kosten: € 14.737,62. Weliswaar dient er een redelijke verhouding te zijn tussen de BGK en de omvang van de schade, maar daaruit volgt niet dat de BGK niet begroot kunnen worden indien de omvang van de schade (nog) niet exact bekend is. Ook een redelijke verwachting omtrent de omvang van de schade kan dienen als aanknopingspunt. 3. Kosten deelgeschil: € 6.005,25. NB: tegen deze uitspraak is hoger beroep ingesteld.

Lees verder

Jurisprudentie

Raad van Discipline: schorsing advocaat na excessief declareren in letselzaak

  • Raad van Discipline
  • 25 september 2017
  • ECLI:NL:TADRARL:2017:159
  • 16-1014

De Raad van Discipline oordeelt: Door aanspraak te maken op een resultaatgerelateerd honorarium van 30% van het behaalde resultaat, een ongelimiteerd urenhonorarium en op vergoeding van buitengerechtelijke kosten door de verzekeraar heeft de advocaat volgens eigen zeggen in deze zaak recht op een totaalbedrag van € 33.276,12. Door de verzekeraar is aan klaagster vergoed een bedrag van € 26.250,- aan schade. De vermeende aanspraken van de advocaat staan derhalve in geen verhouding tot het belang van de zaak en overstijgt het belang van de zaak dus ruimschoots: dit is circa 125 % van de schadevergoeding van € 26.250,-. De raad oordeelt dat deze wijze van declareren excessief is. In verhouding tot de door klaagster ontvangen schadevergoeding is dan geen sprake meer van een ‘redelijk salaris’ waarover Gedragsregel 25 spreekt. Naar het oordeel van de raad is een voorwaardelijke schorsing van 13 weken passend.

Lees verder

Vaknieuws

Van slachtoffer centraal naar mijn belang centraal?1

  • PIV-bulletin
  • 1 oktober 2017
  • Arjan Loonstra – Q-Consult Progress Partners

In februari 2016 schetst het programma De Monitor van de NCRV het beeld van een verhardende letselschadebranche. Het programma onderzocht de rol van verzekeraars in de afwikkeling van letselschade. Daaruit kwam naar voren dat verzekeraars meer claims afwijzen dan voorheen en de afwikkeling van letselzaken zouden traineren. Slachtofferadvocaten geven in het programma aan dat de houding van verzekeraars de laatste jaren verhardt. “Van goed overleg is al enkele jaren geen sprake meer”, stelt een advocaat. “Het is regelmatig matten.” Ter illustratie toont het programma een zaak waarin een verzekeraar een benadeelde laat observeren op verdenking van fraude.

Lees verder

Jurisprudentie

Rb, deelgeschil: whiplashklachten onvoldoende onderbouwd, mede gezien pre-existente klachten, BGK en kosten deelgeschil afgewezen

  • Rechtbank Oost-Brabant
  • 8 september 2017
  • ECLI:NL:RBOBR:2017:4869
  • C/01/318769 / EX RK 17-42

Ongeval 2008, whiplash, eerdere (whiplash)klachten in 2000. 1. Naar het oordeel van de rechtbank heeft benadeelde onvoldoende gesteld om te kunnen aannemen dat sprake is van een consistent, consequent en samenhangend patroon van klachten. Het door benadeelde overgelegde huisartsenjournaal loopt maar tot 2013. Daarnaast valt op dat benadeelde pas 10 dagen na het ongeval voor het eerst zijn huisarts raadpleegt. Er is geen sprake van een consequent en blijvend patroon van de gestelde klachten. Het gaat immers op het eerst gezicht niet steeds om dezelfde klachten. Het voorgaande klemt temeer, nu vaststaat dat benadeelde relevante pre-existente klachten kende en nog kent. 2. BGK doorstaan dubbele redelijkheidstoets niet. 3. Kosten deelgeschil niet begroot, deelgeschil volstrekt onnodig ingesteld.

Lees verder

Jurisprudentie

Rb, deelgeschil: ongeval te hard rijdende inhaler en verzoekster: 80%-20% na billijkheidscorrectie

  • Rechtbank Midden-Nederland
  • 9 augustus 2017
  • ECLI:NL:RBMNE:2017:4058
  • 5946625

Aanrijding tussen verzoekster die met auto voorrangsweg opreed en de bij verweerder verzekerde auto, die met hoge snelheid aan het inhalen was. 1. Vast staat dat de inhaler te hard heeft gereden. De rechtbank overweegt dat verzoekster onvoldoende heeft geanticipeerd op de mogelijkheid dat auto’s harder rijden dan is toegestaan. Oversteken had vermeden moeten worden. 2. De kantonrechter komt tot een causale weging van 60% voor de hardrijdende auto en 40% voor verzoekster. 3. Na toepassing van billijkheidscorrectie 80%-20%. De kantonrechter weegt hierbij mee de ernst van het letsel, de nog steeds aanwezige lichamelijke en psychische klachten en het feit dat verzoekster geen dienstbetrekking meer heeft en zij dus inkomensverlies lijdt. 4. Kosten deelgeschil: € 2.678,- (x 80%).

Lees verder

Jurisprudentie

Rb, deelgeschil: letselschadezaak tegen beter weten in in volle omvang voorgelegd: verzoek en kosten afgewezen

  • Ongepubl. jurisprudentie, Rechtbank Amsterdam
  • 22 augustus 2017
  • 5845783 EA VERZ 17-268 en 5876221 EA VERZ 17-310

Benadeelde verzoekt de kantonrechter een uitspraak te doen over het causaal verband en de klachten, de kosten van psychologische hulp, arbeidsdeskundige begeleiding, studievertraging etc. (in totaal 11 punten, A t/m K). De kantonrechter stelt vast dat van een onderhandelingstraject tussen partijen geen sprake meer is. Het verzoek van benadeelde strekt zich uit over het gehele geschil tussen partijen. De feiten, het causaal verband, de omvang van de schade en de buitengerechtelijke kosten staan ter discussie. Als op al deze punten moet worden beslist zoals benadeelde verzoekt, zou deze procedure het karakter van een bodemprocedure krijgen. De kantonrechter concludeert dat geen sprake is van een geschil dat zich leent voor een deelgeschilprocedure. 2. De kosten van het deelgeschil worden afgewezen. Nu op basis van hetzelfde geschil al eerder een verzoek bij de rechtbank Midden-Nederland is ingediend met dezelfde uitkomst, kan niet anders worden geoordeeld dan dat benadeelde onderhavige verzoeken onnodig en tegen beter weten in heeft ingediend.

Lees verder

Jurisprudentie

Rb: uurtarief € 255,- redelijk in complexe zaak; voor dit uurtarief mag efficiënt werken worden verwacht

  • Rechtbank Gelderland
  • 6 januari 2016
  • ECLI:NL:RBGEL:2016:7169
  • C/05/286435/HA RK 15-104

Benadeelde wordt tijdens evenement van in het water liggend luchtkussen gelanceerd en loopt een nekwervelfractuur op. Aansprakelijkheid wordt eerst afgewezen, maar na latere overlegging filmbeelden alsnog erkend. Benadeelde verzoekt om betaling van € 42.203,30, waarvan € 21.749,69 ter zake van BGK (66 uur a € 255,-). 1. BGK. De rechtbank acht het uurtarief van 255,- niet onredelijk, gezien de complexiteit en het belang van de zaak. Dit relatief hoge uurtarief betekent wel dat verwacht mag worden dat efficiënt is gewerkt. In dat verband is het volgende van belang. Hoewel onzeker is of aansprakelijkheid zou zijn erkend als de filmbeelden eerder waren overgelegd, ligt dit wel voor de hand. Anderzijds is niet in geschil dat de advocaat van benadeelde meerdere keren heeft gerappelleerd. Al met al acht de rechtbank ongeveer de helft van de kosten van werkzaamheden in de periode maart 2014 tot oktober 2014 niet in redelijkheid gemaakt (9 uur). 2. Studievertraging afgewezen, want geen ongevalsgevolg. 3. Voorschot van € 25.000,- afgewezen. 4. Kosten deelgeschil: € 6.611,-.

Lees verder

Jurisprudentie

Rb, deelgeschil: verzekeraar niet aansprakelijk voor pensioenschade na faillissement werkgever

  • Rechtbank Den Haag
  • 18 juli 2017
  • ECLI:NL:RBDHA:2017:8443
  • 5953842 EJ VERZ 17-84009

Benadeelde is in 2009 volledig arbeidsongeschikt geraakt door ongeval waarvoor de werkgever aansprakelijk is. In 2010 gaat de werkgever failliet. Benadeelde claimt pensioenschade van verzekeraar. Verzekeraar betwist het causaal verband en stelt dat pensioenschade ontstaan door het faillissement en doordat benadeelde zelf geen gebruik heeft gemaakt van de mogelijkheid van vrijwillige voortzetting van de pensioenopbouw. 1. De kantonrechter stelt voorop dat een aansprakelijke partij op grond van de wet slechts gehouden is tot vergoeding van schade in de vorm van een geldsom. Benadeelde was gehouden om zelf tijdig de aanvraag te doen voor de vrijwillige voorzetting van het ouderdomspensioen en de daartoe verschuldigde premies te betalen. Wanneer hij daartoe financieel niet in staat was, had hij tijdig en uitdrukkelijk om een voorschot ten behoeve van de premiebetalingen moeten vragen. De kantonrechter acht de verzekeraar niet aansprakelijk voor de pensioenschade. 2. Kosten deelgeschil vastgesteld op , maar afgewezen, omdat werkgever niet aansprakelijk is voor de pensioenschade.

Lees verder

Jurisprudentie

Rb: deelgeschil over BGK heeft meer kenmerken van incassoprocedure dan van letselschadezaak: uurtarief hooguit € 100,-

  • Rechtbank Gelderland
  • 11 mei 2016
  • ECLI:NL:RBGEL:2016:7166
  • C/05/300965 / HA RK 16-89 / 167 / 512

Deelgeschil over BGK na eerder deelgeschil, waarin voorschot op BGK werd toegewezen. Verzekeraar verzet zich er in deze procedure tegen dat de deelgeschilprocedure wordt aangewend enkel om betaling van declaraties van de advocaat af te dwingen. Als verweer tegen het verzoek is dat bezwaar verworpen. Dit bezwaar is echter niet zonder belang in het kader van het te hanteren maximaal redelijke uurtarief bij de beoordeling in de zin van art. 1019aa Rv. Dit maximaal redelijke uurtarief hangt immers onder meer af van de aard van de procedure. De onderhavige procedure heeft meer kenmerken van een incassoprocedure dan van een letselschadezaak. Een voldoende rechtvaardiging voor het hanteren van een specialistentarief is er dan niet. De rechtbank acht daarom een uurtarief van hooguit € 100,00 exclusief 6% kantoorkosten en 21% nog redelijk. De rechtbank begroot de kosten van het deelgeschil op € 2.173,60 (€ 100,00 plus 6% plus 21% maal 10, plus € 15,00 plus € 876,00); gevorderd: € 9.635,03.

Lees verder

Jurisprudentie

Rb: gordelkwestie niet geschikt voor deelgeschil vanwege bewijslevering, kosten deelgeschil voor 100% toegewezen

  • Rechtbank Gelderland
  • 1 maart 2017
  • ECLI:NL:RBGEL:2017:4228
  • C/05/312030 / HA RK 16-244

Benadeelde verzoekt verklaring voor recht dat de verzekeraar volledige aansprakelijk is voor de gevolgen van het ongeval; verzekeraar beroep zich op eigen schuld wegens het niet dragen van de gordel. 1. De rechtbank oordeelt dit zonder bewijslevering niet is vast te stellen. Gezien de tijd en kosten die met bewijslevering gepaard zullen gaan zijn, is het verzoek niet geschikt voor een deelgeschil. 2. Indien de rechtbank ervan uitgaat dat verzoeker de gordel niet droeg, kan niet worden geoordeeld dat de billijkheid eist dat verzekeraar de schade toch volledig dient te vergoeden. Daarvoor vormt het niet dragen van de autogordel een te ernstig verwijt. 3. Kosten deelgeschil: € 7.534,69 (uurtarief € 270,- niet onredelijk). Kosten voor 100% toegewezen, ook al is mogelijk schade van eigen schuld. De rechtbank acht hierbij van belang dat de wetgever met art. 1019aa Rv heeft beoogd de financiële drempel voor de benadeelde te verlagen.

Lees verder

Jurisprudentie

Rb, deelgeschil: aansprakelijkheidsvraag gemeente voor val fietser niet geschikt voor deelgeschil vanwege bewijslevering

  • Rechtbank Gelderland
  • 16 januari 2017

Ter hoogte van varkensruggen (betonnen stootranden) komt fietser ten val. Zij stelt de gemeente ex art. 6:174 BW aansprakelijk. De rechtbank oordeelt dat de aanwezigheid van varkensruggen op het wegdek nog niet betekent dat de weg niet voldoet aan de eisen die men aan de weg mag stellen in de zin van art. 6:174 BW. Voor aansprakelijkheid is vereist dat vastgesteld kan worden dat het ongeval het gevolg is van de slechte zichtbaarheid van de varkensruggen en het onvoldoende waarschuwen voor het gevaar van de varkensruggen voor fietsers. De rechtbank kan niet tot een beslissing komen zonder bewijsopdracht en het horen van getuigen. De met dergelijke instructie gepaard gaande tijd en moeite staan naar het oordeel van de rechtbank niet in verhouding tot de kans dat een vaststellingsovereenkomst tot stand zal komen. Ook als de omkeringsregel van toepassing zou zijn, zou dit de noodzaak van bewijslevering niet wegnemen, maar slechts verleggen naar de gemeente. Verzoek afgewezen. 2. Kosten deelgeschil vastgesteld op: € 2.103,00 (uurtarief € 150,-).

Lees verder

Jurisprudentie

Rb, deelgeschil: aansprakelijk kwekerij voor val afgewezen; aantal uren deels tegen uurtarief van € 100,- redelijk

  • Rechtbank Gelderland
  • 13 januari 2016
  • ECLI:NL:RBGEL:2016:7170
  • C/05/286211 / HA RK 15-97

Benadeelde valt op het erf van een azaleakwekerij. Zij stelt de kwekerij aansprakelijk ex art 6:174 BW. 1. De rechtbank overweegt dat vast moet komen te staan dat verzoekster is gevallen door gladheid van de plaat waarop zij toen liep als gevolg van het ontbreken van ribbels of reliëf op die plaat. De rechtbank oordeelt dat benadeelde de toedracht onvoldoende heeft toegelicht. Verzoek afgewezen. 2. Kosten deelgeschil begroot op € 3.927,10: Uurtarief voor gedeelte van de uren: € 250,-; de rechtbank acht het aantal uren niet onredelijk te noemen, zeker niet in aanmerking genomen dat meer dan een derde van deze uren is gedeclareerd tegen € 100,00 per uur.

Lees verder

Jurisprudentie

Rb, deelgeschil: bezitter aansprakelijk voor letsel door onstuimige hond, geen eigen schuld

  • Rechtbank Gelderland
  • 11 oktober 2016
  • ECLI:NL:RBGEL:2016:7165
  • C/05/300449 / HA RK 16-80

Verzoekster wordt omver gelopen door de hond van gedaagde, die met zijn aan het spelen was en loopt letsel op. 1. De rechtbank acht verweer aansprakelijk ex art 6:179 BW. De rechtbank verwerpt het beroep op risicoaanvaarding. 2. De rechtbank oordeelt dat evenmin sprake is van eigen schuld. Gesteld noch gebleken is dat eiseres bekend was met het wilde gedrag van de hond. Gesteld is slechts dat gedaagde in algemene zin aan eiseres heeft aangegeven dat hond druk was, niet dat hij, eenmaal losgelaten, in volle vaart tegen personen kon aanrennen. Het loslaten van de hond en het niet uitwijken levert geen eigen schuld op. 3. Kosten deelgeschil afgewezen. Vast staat dat verzoekster is verzekerd tegen de kosten van rechtsbijstand en dat deze kosten ook daadwerkelijk worden gedragen door haar rechtsbijstandsverzekeraar. Niet valt dan in te zien waarom deze kosten voor verzoekster een schadepost vormen.

Lees verder