Jurisprudentie

Hof: voldoende aannemelijk dat aanrijding in scene is gezet, vordering in kort geding afgewezen

  • Hof Den Haag, Ongepubl. jurisprudentie
  • 27 juni 2017
  • 200.202.319/01

Appellant vordert vergoeding van schade aan auto van casco-verzekeraar en WAM-verzekeraar. In deze zaak is in geschil of de door appellant gestelde schade het gevolg is van een authentieke (niet-geënsceneerde) aanrijding, zoals appellant heeft gesteld en verzekeraars hebben bestreden. 1. Het hof oordeelt dat de bewijslast dat t.a.v. de authenticiteit van de aanrijding op appellant rust. 2. Voor de uitkomst van dit kort geding – welke procedure zich niet leent voor bewijslevering-, is deze bewijslastverdeling overigens niet doorslaggevend. Het hof is van oordeel dat verzekeraars voldoende aannemelijk hebben gemaakt dat de aanrijding is geënsceneerd. Dit oordeel is gebaseerd op de volgende omstandigheden: appellant en betrokkene wonen vlak bij elkaar, terwijl de aanrijding elders heeft plaatsgevonden, betrokkene heeft zonder duidelijke reden een veel langere route gereden dan de kortste; de verklaring dat hij tijdens de rit niet heeft stilgestaan is niet in overeenstemming met de ritregistratie.

Lees verder

Jurisprudentie

Rb, deelgeschil: toedracht ongeval staat niet vast, geen aansprakelijkheid

  • Rechtbank Amsterdam
  • 1 juni 2017
  • ECLI:NL:RBAMS:2017:3760
  • C/13/613294 / HA RK 16-298

Botsing tussen scooter (verzoeker) en motorfiets (verweerder). 1. Naar het oordeel van de rechtbank is de door verzoeker gestelde toedracht van het ongeval niet vast komen te staan. Met verzoeker is de rechtbank van oordeel dat het een ernstig feit is dat verweerder tijdens het getuigenverhoor een onjuist beeld heeft geschetst over het eerste contact met de getuige. Dit betekent echter niet dat de verklaring van verweerder als ongeloofwaardig dient te worden beschouwd. De rechtbank kent geen doorslaggevende betekenis toe aan de verklaring van verzoeker, omdat hij partijgetuige is. Verzoek afgewezen. 2. Kosten deelgeschil vastgesteld op € 3.801,63.

Lees verder

Vaknieuws

SWOV: Europees onderzoek: automobilist is 10% van de rit afgeleid

  • SWOV
  • 1 juni 2017

Europese automobilisten besteden 10% van de rijtijd aan afleidende activiteiten, en 4% aan ‘hand-held’ mobiele telefoongebruik, zoals typen of bellen. Er is vooral een toename in telefoongebruik te zien als de auto stilstaat of langzaam rijdt. Vrachtautochauffeurs zijn tijdens het rijden langere tijd afgeleid: zij blijken bijna 20% van de rijtijd bezig te zijn met afleidende handelingen, veelal eten en telefoongebruik. Deze en ander gegevens zijn verzameld tijdens het Europese onderzoeksproject UDRIVE.

Lees verder

Vaknieuws

Aantal verkeersdoden gestegen, omgekomen autorijders vaak jong of oud

  • Centr. Bureau voor Statistiek
  • 2 mei 2017

In 2016 kwamen 629 mensen om in het verkeer. Dat zijn 8 personen meer dan in 2015, het jaar waarin het aantal verkeersdoden met 51 toenam. Onder bestuurders van personenauto’s vielen naar verhouding de meeste dodelijke verkeersslachtoffers (30 procent). Onder automobilisten van 18 tot 25 jaar en 75 jaar of ouder was het percentage dat verongelukte het grootst. Dat blijkt uit nieuwe cijfers van het CBS.

Lees verder

Jurisprudentie

Rb, deelgeschil: botsing auto met van rechts komende, te hard rijdende bus: 2/3-1/3

  • Rechtbank Midden-Nederland
  • 5 oktober 2016
  • ECLI:NL:RBMNE:2016:7596
  • C/16/398359 / HA RK 15-195

Verzoekster (inzittende) loopt letsel op bij botsing tussen auto die geen voorrang verleent n bus die te hard rijdt. De rechtbank concludeert op basis van getuigenverklaringen dat de bus 40 km/uur reed in een 30 kilometerzone, derhalve een substantiële overtreding.
De rechtbank oordeelt dat de verkeersfout van de bestuurder van de auto, het niet verlenen van voorrang aan van rechts komend verkeer, weegt zwaar. Daartegenover staat dat ook op het rijgedrag van de chauffeur van de lijnbus het een en ander valt aan te merken. De mate waarin de wijze waarop de bus aan het verkeer heeft deelgenomen, heeft bijgedragen aan het ontstaan van het ongeval stelt de rechtbank op basis van het voorgaande vast op 1/3. Kosten deelgeschil: 1/3 van € 5.590,52.

Lees verder

Jurisprudentie

Rb, deelgeschil: fietser niet aansprakelijk voor aanrijding met overstekende voetganger

  • Rechtbank Midden-Nederland
  • 23 maart 2016
  • ECLI:NL:RBMNE:2016:7441
  • C/16/402185 / HL RK 15-103

Voetganger, die fietspad oversteekt, wordt aangereden door fietser. 1. De rechtbank overweegt dat van een fietser in zijn algemeenheid mag worden verwacht dat deze anticipeert op voetgangers die het fietspad oversteken en dat hij daar zijn snelheid op aanpast. Maar de verkeersbeweging van de voetgang, die het fietspad overstak van achter een bloembak die voor de fietser het zicht op haar ontnam, terwijl het fietspad recht, overzichtelijk en vrij was, moet worden gezien als dusdanig onverwacht en ongebruikelijk dat hij daarop niet behoefde te anticiperen. Hieruit volgt dat de fietser niet in strijd heeft gehandeld met art. 19 RVV – namelijk dat de bestuurder in staat moet zijn zijn voertuig tot stilstand te brengen binnen de afstand waarover hij de weg kan overzien en waarover deze vrij is – en dat hij zich niet zodanig heeft gedragen dat hij gevaar op de weg heeft veroorzaakt als bedoeld in art. 5 WVW. 2. Kosten deelgeschil: € 4.685,- maar afgewezen.

Lees verder

Vaknieuws

Steun voor oproep Verbond tot Deltaplan verkeersveiligheid

  • Verbond van Verzekeraars
  • 11 november 2016

Alarmerende cijfers in de Risicomonitor Verkeer, die het Verbond op 31 oktober 2016 publiceerde. Hieruit blijkt dat het aantal aanrijdingen in 2015 flink is toegenomen. Reden voor het Verbond een volgend kabinet alvast op te roepen met een Deltaplan verkeersveiligheid te komen. Het pleidooi krijgt bijval uit verschillende hoeken. Veilig Verkeer Nederland, het Openbaar Ministerie, ANWB en SWOV betuigen hun steun.

Lees verder

Vaknieuws

SWOV: Langzamer rijden door Dick Bruna-borden

  • SWOV
  • 4 oktober 2016

Automobilisten zeggen dat zij circa 4 km/uur langzamer zouden rijden wanneer ze een Dick Bruna-bord zien langs de weg zien dan wanneer ze dezelfde situatie zien zonder Dick Bruna-bord. Ook verwachten zij een zelfde snelheidsverlaging bij andere automobilisten. Dit effect is nagenoeg gelijk voor 30- en 50km/uur-wegen. Een snelheidsverlagend effect van 4 km/uur is in verkeersveiligheidstermen een groot effect te noemen: in het echte verkeer zou een dergelijke verlaging van de gemiddelde snelheid op een weg binnen de bebouwde kom gepaard gaan met een reductie van 20% aan ongevallen. Dit blijkt uit het onderzoek Beïnvloeding van snelheidsgedrag door nudging dat SWOV in opdracht van de Metropoolregio Rotterdam Den Haag.

Lees verder

Jurisprudentie

Hof: beroep op aansprakelijkheidslimiet van € 137.000,- onaanvaardbaar voor zover geen rekening is gehouden met inflatiecorrectie

  • Hof Den Haag
  • 30 augustus 2016
  • ECLI:NL:GHDHA:2016:2510
  • 200.126.923-01

Benadeelde loopt in 2007 ernstig letsel op als tijdens een tocht met een zeilboot de giek afbreekt en op hem terecht komt. De verzekeraar heeft aan benadeelde € 137.000,- betaald, zijnde de aansprakelijkheidslimiet van art. 8:983 BW, die van toepassing is op personenvervoer over binnenwateren. 1. Het hof overweegt dat de aansprakelijkheidslimiet internationaal ter discussie staat en dat het aanpassen ervan in het domein van de wetgever ligt. Het hof oordeelt dat het feit dat de hoogte van de aansprakelijkheidslimiet van € 137.000,- in de loop der jaren ruimschoots is achterhaald door het ontbreken van (minimaal) enige inflatiecorrectie, terwijl andere aansprakelijkheidslimieten binnen het vervoersrecht wel zijn verhoogd, alsmede het ernstige letsel van benadeelde er geen sprake is van een “fair balance” tussen het algemeen belang bij het handhaven van deze limiet enerzijds en de bescherming van de individuele rechten van benadeelde anderzijds. Dit is geen reden om de limiet geheel terzijde te stellen; geen anticipatie op CLNI-verdrag 2012. Het hof is van oordeel dat het beroep op de limiet van € 137.000,- slechts naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar is voor zover de verzekeraar bij de toepassing van deze limiet geen rekening houdt met een aanpassing van dit bedrag aan de inflatiecorrectie per 2007. Het hof komt na aanpassing van het bedrag op basis van gegevens van CBS uit op een bedrag van € 198.787,-. 2. Peildatum wettelijke rente.

Lees verder

Jurisprudentie

Rb: ongeval afslaande auto en inhalende motor, 100% schuld automobilist na billijkheidscorrectie

  • Rechtbank Amsterdam
  • 26 mei 2016
  • ECLI:NL:RBAMS:2016:3557
  • HA RK 16-37

Ongeval tussen linksaf slaande auto, waarvan de bestuurder onder invloed van verdovende middelen verkeerde en (mogelijk hard rijdende,) inhalende motorfiets. De motorrijder loopt ernstig hersenletsel op. Door de verzekeraar van de auto is aansprakelijkheid erkend; het geschil draait om de eigen schuld van de motorrijder. De rechtbank is van oordeel dat het beroep op eigen schuld aan de zijde van de motorrijder faalt, omdat op grond van de causale verdeling 100% schuld ligt bij de automobilist. Zelfs indien de rechtbank enige schuld zou toerekenen aan de motorrijder vanwege het inhalen op of vlak voor een kruising met een snelheid van 80 km/uur, komt de rechtbank wegens de ernst van het letsel van op grond van de billijkheidscorrectie van art. 6:101 BW eveneens tot 100% schuld aan de zijde van de automobilist.

Lees verder

Jurisprudentie

Hof: bewijslevering, motorrijder had rekening moeten houden met grint op de weg

  • Hof Arnhem-Leeuwarden
  • 31 mei 2016
  • ECLI:NL:GHARL:2016:4282
  • 200.128.839/01

Beroepsaansprakelijk belangenbehartiger wegens laten verlopen van beroepstermijn; motorongeval in Schotland in 1992, waarbij passagier letsel opliep. Bij eerder tussenarrest was aan benadeelde onder meer opgedragen te bewijzen dat de weg waarop het ongeval plaats vond recent was voorzien van een nieuwe laag grind, althans dat ook elders op de weg dan in de bocht waarin het ongeval plaats vond los grind aanwezig was. Het hof acht benadeelde geslaagd in het bewijs door middel van getuigen; de bestuurder had derhalve rekening moeten houden met aanwezigheid grind. Hiermee staat de aansprakelijkheid van de echtgenoot van benadeelde vast. Het hof acht de belangenbehartiger aansprakelijk.

Lees verder

Jurisprudentie

Hof: kop-staartbotsing: vermoeden van schuld achterop rijder, geen bewijs van eigen schuld voorganger

  • Hof Amsterdam
  • 26 april 2016
  • ECLI:NL:GHAMS:2016:1720
  • 200.149.909/01

Kop-staartbotsing op 80 km/uur-weg. De verzekeraar van de achterop rijder is in appel gegaan van de uitspraak van de rechtbank, waarin de achterop rijder aansprakelijk werd geacht. Het hof oordeelt dat het feit dat de achterop rijder haar voertuig niet tijdig tot stilstand heeft weten brengen, in combinatie met de omstandigheid dat zij reed op minder dan een halve seconde afstand tot het oordeel dat zij in strijd met artikel 19 RVV (voldoende afstand) heeft gehandeld. Het betoog dat de achterop rijder geen onverwachte noodstop behoefde te verwachten brengt niet mee dat zij niet in strijd met artikel 19 RVV heeft gehandeld. Wel kan de omstandigheid dat de voorganger zonder noodzaak een noodstop heeft gemaakt eigen schuld opleveren (art. 6:101 BW). De verzekeraar van de achterop rijder is er niet in geslaagd te bewijzen dat de voorganger (mede) heeft geremd voor de overstekende eenden en aldus zonder noodzaak heeft geremd.

Lees verder

Jurisprudentie

Rb, deelgeschil: recht afslaande auto aansprakelijk voor schade recht doorgaande scooter, discrepantie in verklaringen

  • Rechtbank Den Haag
  • 28 april 2016
  • ECLI:NL:RBDHA:2016:4718
  • C/09/505796 / HA RK 16-88

Ongeval tussen rechtdoor gaande scooter (verzoeker) en rechts afslaande auto (verweerder). 1. De rechtbank constateert een discrepantie tussen de door verweerder tegenover de politie afgelegde verklaring en de verklaring die hij driekwart jaar ná het ongeval heeft afgelegd. Hiervoor is geen uitleg gegeven. De rechtbank stelt op grond van de verklaringen die verweerder en verzoeker direct na het ongeval tegenover de politie hebben afgelegd, en die in essentie gelijkluidend zijn, dat verweerder rechtsaf is geslagen zonder zich ervan te vergewissen of zich kruisend verkeer op het fietspad bevond en acht verweerder aansprakelijk. 2. Geen eigen schuld scooter. 3. Kosten deelgeschil: € 6.033,- (aantal uren teruggebracht van 28,5 tot 18; uurtarief € 250,-).

Lees verder

Jurisprudentie

Rb: rechtbank komt in bodemprocedure terug op eindbeslissing in deelgeschil, andere causaliteitsafweging

  • Rechtbank Den Haag
  • 6 april 2016
  • ECLI:NL:RBDHA:2016:4211
  • C/09/487461 / HA ZA 15-500

Bodemprocedure tussen benadeelde en verzekeraar/verzekerde na deelgeschil. Benadeelde stelt dat hij geschrokken is van auto die uit parkeervak reed en daardoor met zijn snorfiets ten val is gekomen. Door verzekeraar auto was aansprakelijkheid voor 50% erkend. In deelgeschil kwam de rechtbank tot een causaliteitsafweging van 35% (auto)- 65% (benadeelde) en een vergoedingsplicht van 50% na billijkheidscorrectie. Na deelgeschil heeft voorlopig getuigenverhoor plaatsgevonden. De Rechtbank in de bodemprocedure heeft hierna een gewijzigd beeld van toedracht ongeval. Op basis van de nieuwe feiten komt de rechtbank tot de conclusie dat de eindbeslissingen van de deelgeschillenrechter op onjuiste feitelijke grondslag berusten; de rechtbank komt terug op de eindbeslissing. De rechtbank komt tot een causaliteitsafweging van 60% (auto)-40% (benadeelde) en een vergoedingsplicht van 80% na billijkheidscorrectie..

Lees verder