Jurisprudentie

Hof: bewijsnood benadeelde door vernietiging ongevalsladder leidt niet zonder meer tot toewijzing vordering

  • Hof Den Bosch
  • 10 januari 2017
  • ECLI:NL:GHSHE:2017:31
  • 200.170.709_02

Productaansprakelijkheid. Benadeelde valt in 2008 van geknikte uitschuifbare ladder en raakt arbeidsongeschikt. Zij stelt de producent aansprakelijk. Het hof stelt dat o.g.v. art 6:188 BW de benadeelde het gebrek, de schade en het causaal verband daartussen moet bewijzen. Wel geldt de zgn. res ipsa loquitur-leer (bij normaal gebruik wordt het product vermoed gebrekkig te zijn.) De producent kon volstaan met het ontzenuwen van het vermoeden dat de ongevalsladder gebrekkig was. Hierin is hij naar het oordeel van het hof geslaagd. Nu het gebrek in dit stadium niet is komen vast te staan, is het aan benadeelde om dat gebrek te bewijzen. De producent heeft de ongevalsladder echter vernietigd. Benadeelde is door toedoen van de producent in bewijsnood gebracht. Het feit dat contra-expertise door toedoen van de producent niet meer mogelijk is, voor rekening en risico van de producent. Dat leidt echter niet zonder meer tot toewijzing van de vorderingen. Het hof benoemt een deskundige die ter beantwoording van de vraag of, indien de ongevalsladder nog beschikbaar zou zijn geweest relevant onderzoek aan de ongevalsladder had en waartoe dit zou hebben geleid.

Lees verder

Jurisprudentie

Rb: comparitie en deskundigengericht in zaak MoM-heupprothese

  • Rechtbank Noord-Nederland
  • 2 november 2016
  • ECLI:NL:RBNNE:2016:4839
  • C/19/103908 / HA ZA 14-65

Benadeelde stelt orthopedisch chirurg en ziekenhuis aansprakelijk voor de schade als gevolg van de implantatie van MoM-heupprothese in 2003. Vanaf 2006 heeft de Nederlandse Orthopaedische Vereniging artsen gewaarschuwd voor de protheses. De rechtbank gaat er, vanuit dat de MoM-heupprothese een (hulp)zaak is als bedoeld in artikel 6:77 BW. Op grond van de hoofdregel van art. 150 Rv rust op benadeelde de bewijslast van de tekortkoming. Voor de vraag of de MoM‑heupprothese een gebrekkige zaak is en/of de vraag of de orthopedisch chirurg dit ten tijde van de operatie wist of kon weten, is de rechtbank voornemens een deskundige te benoemen. De rechtbank constateert dat deze vragen in meerdere geschillen bij verschillende rechtbank voorliggen. De rechtbank gelast een
comparitie, waarin onder meer de vraag aan de orde komt welke betekenis partijen toe kennen aan de procedures die bij andere rechtbanken spelen.

Lees verder

Vaknieuws

PIV-Bulletin 2016-4 Subrogatie en/of cessie; dat en waarom tijdig nadenken hierover kan lonen!

  • PIV-bulletin
  • 1 oktober 2016
  • mr. C. Banis en mr. L.K. de Haan van V&A Advocaten te Rotterdam

De aansprakelijkheidsverzekeraar komt nogal eens in beeld om te betalen wanneer zich een schadeveroorzakend evenement heeft voorgedaan. Denk bijvoorbeeld aan de AVB-verzekeraar die een bedrijf heeft verzekerd waar een arbeidsongeval plaatsvindt met letsel voor een werknemer tot gevolg. Als het betreffende bedrijf verzekeringsdekking heeft en de werknemer een claim indient bij zijn werkgever, zal de AVB-verzekeraar deze claim in behandeling nemen en, als aansprakelijkheid van het bedrijf gegeven is, de werknemer schadeloos stellen. Wat wij nu zien in de praktijk, is dat bij aansprakelijkheidsverzekeraars de focus pleegt te liggen op dit deel van het werk: de claimbehandeling en schadeafwikkeling. Wij begrijpen dat heel goed en willen aan deze praktijk ook zeker niet afdoen. Integendeel. Het kunnen compenseren van (letselschade)slachtoffers die aanspraak hebben op schadevergoeding, is juist een van de belangrijkste functies van de aansprakelijkheidsverzekering. Geld terughalen, waar mogelijk, is echter ook belangrijk. Soms is de daadwerkelijke boosdoener immers een andere partij of zijn er meerdere aansprakelijke partijen aan te wijzen, al dan niet naast de verzekerde. Over het terughalen van geld op deze andere partij(en), oftewel: het plegen van regres, gaat ons artikel. Meer specifiek, willen wij aandacht vragen voor de hierbij – tijdig! – te maken keuze tussen subrogatie en/of cessie. De ervaring leert ons namelijk dat de keuze voor het één en/of het ander het welslagen van regres kan maken of breken.

Lees verder

Jurisprudentie

HR: productenaansprakelijkheid art. 6:185 BW voor letselschade door gekantelde cabine vrachtwagen, cassatieberoep verworpen

  • Hoge Raad
  • 4 maart 2016
  • ECLI:NL:HR:2016:369
  • 15/01045

Bij een eenzijdig ongeval heeft de bestuurder van een vrachtwagen ernstig letsel opgelopen, doordat de kantelbare cabine van de vrachtwagen naar voren op het wegdek is geklapt. Rechtbank en hof kwamen tot het oordeel dat sprake was van een gebrek in de zin van art. 6:185 BW in het vergrendelmechanisme van de cabine van de vrachtwagen en achtten Volvo aansprakelijk voor het door benadeelde ten gevolge van het ongeval opgelopen letsel en de daaruit voortvloeiende schade. De Hoge Raad verwerpt de tegen dit oordeel ingestelde cassatiemiddelen.

Lees verder

Jurisprudentie

Rb: ziekenhuis niet aansprakelijk voor schade door MoM-heupprothese, geen gebrekkig product

  • Rechtbank Overijssel
  • 18 november 2015
  • ECLI:NL:RBOVE:2015:5058
  • C/08/156146 / HA ZA 14-263

Aansprakelijkheid ziekenhuis aansprakelijk wegens gebrekkig product of ondeugdelijke hulpzaak? De rechtbank overweegt dat de Nederlandse Orthopaedische Vereniging (NOV) sinds 2011 het gebruik van bepaalde MoM-heupprotheses afraadt, maar dat er is geen sprake van een algemene indicatie voor het vervangen van alle MoM-heupprothesen. De rechtbank concludeert vervolgens dat de problemen die eiser ondervond en die geleid hebben tot vervanging van de heupprothese werden veroorzaakt door de loszittende steel. Van een tekortkoming door een ondeugdelijke hulpzaak was dan ook geen sprake. Nu geconcludeerd moet worden dat de problemen werden veroorzaakt door de loszittende steel en de revisie ook in verband daarmee plaatsvond, is geen plaats voor het oordeel dat de MoM-heupprothese tot schade heeft geleid. De rechtbank wijst de vorderingen ex art. 6:77 BW en/of 6:185 BW af. Eiser heeft onvoldoende onderbouwd dat sprake is van een medische fout bij implantatie. Vordering afgewezen.

Lees verder

Jurisprudentie

Rb: schade aan wegdek, Staat heeft niet aangetoond dat auto gebrekkig was

  • Hof Arnhem-Leeuwarden
  • 24 februari 2015
  • ECLI:NL:GHARL:2015:1316
  • 200.140.607-01

Auto brandt uit op afrit van een snelweg. De Staat stelt de WAM-verzekeraar aansprakelijk voor de schade aan het wegdek. Hof wijst vordering van de Staat af voor zover die is gebaseerd op de grondslag dat de auto gebrekkig was in de zin van art. 6:173 BW. Het hof volgt de kantonrechter niet in zijn oordeel dat de auto gebrekkig werd op het moment dat het rode waarschuwingslampje ging branden. De Staat dient te bewijzen dat de bestuurder onzorgvuldig heeft gehandeld door de auto niet tijdig tot stilstand te brengen toen het waarschuwingslampje ging branden.

Lees verder

Jurisprudentie

Hof: autofabrikant aansprakelijk voor dwarslaesie door gebrek in vergrendelmechanisme cabine

  • Hof Arnhem-Leeuwarden
  • 18 november 2014
  • ECLI:NL:GHARL:2014:8902
  • 200.123.116

Bestuurder truck loopt dwarslaesie op als de cabine van zijn truck bij een eenzijdig ongeval naar voren kantelt. Het hof acht evenals de rechtbank Renault Trucks aansprakelijk ex art. 6:185 BW. Het hof oordeelt dat – met name uit het onderzoek van het KLPD- blijkt dat sprake is van een gebrek in het vergrendelmechanisme. Het hof oordeelt voorts dat sprake is van causaal verband tussen het gebrek en de gestelde schade. Daaraan doet niet af dat het ongeval het afbreken van de kantelcilinder teweeg heeft gebracht waarmee een veiligheidsfunctie is weggevallen.

Lees verder

Jurisprudentie

Rb: arts en het ziekenhuis niet aansprakelijk voor lekkende borstprothese

  • Rechtbank Zeeland-West-Brabant
  • 15 januari 2014
  • ongepubliceerd
  • C/12/86475 / HA ZA 12-297

Benadeelde stelt de behandelend arts, het ziekenhuis en de fabrikant aansprakelijk voor de schade als gevolg van een lekkende borstprothese in 2004. 1. De rechtbank oordeelt dat voldoende vast staat dat de arts en het ziekenhuis de door benadeelde gestelde klachten als mogelijke gevolgen van een scheurend implantaat niet kenden en ook niet konden kennen. De rechtbank vraagt daarom geen deskundigenbericht en stelt vast dat de behandelend arts en het ziekenhuis niet op grond van het gebruik van een ondeugdelijke hulpzaak aansprakelijk zijn. 2. Ten aanzien van de aansprakelijkheid van de fabrikant acht de rechtbank een deskundigenbericht noodzakelijk.

Lees verder

Jurisprudentie

Rb, deelgeschil: ondeugdelijke remmen fiets niet aangetoond, deelgeschil onnodig ingesteld

  • Rechtbank Limburg
  • 16 december 2013
  • ongepubliceerd
  • 2368753 OV VERZ 13-3795

Benadeelde komt tijdens vakantie ten val met haar twee maanden oude fiets. 1. Zij stelt dat de remmen niet deugden en stelt de rijwielhandelaar aansprakelijk; zij stelt dat de fiets niet die eigenschappen die zij, als koper mocht verwachten, zodat sprake is van non-conformiteit zoals bedoeld in art. 7:17 BW. De rijwielhandelaar stelt dat uit het expertiserapport niet is gebleken dat de remmen van de fiets een gebrek vertoonden. De kantonrechter acht dit niet aangetoond. Verzoek afgewezen. 2. Kosten deelgeschil afgewezen; het deelgeschil is naar het oordeel van de kantonrechter onnodig en ten onrechte aanhangig gemaakt, aangezien het voor duidelijk had moeten zijn dat het expertiserapport geen grond voor de aansprakelijkheid bood.

Lees verder

Vaknieuws

De aansprakelijkheid voor de gebrekkige hulpzaak in het licht van de geneeskundige behandelingsovereenkomst

  • PIV-bulletin
  • 21 juni 2013
  • Mr. A.E. Santen

De aansprakelijkheid voor de gebrekkige hulpzaak in het licht van de geneeskundige behandelingsovereenkomst   Mr. A.E. Santen CentraMed Er is veel aandacht voor – verondersteld – gebrekkige implantaten en medische hulpmiddelen. Er was en is een hoop te doen omtrent de borstimplantaten van de Franse producent PIP, en zo hebben ook de Metaal-Op-Metaal-heupen (MOM-heupen) de […]

Lees verder

Jurisprudentie

Rb: ontplofte jerrycan: art 6:197 BW niet van toepassing op coulancebetaling regresnemende verzekeraar; geen gebrekkig product

  • Rechtbank Roermond
  • 5 oktober 2011
  • BW0302
  • 82394 / HA ZA 07-805

Meisje loopt letsel op door ontploffen jerrycan met brandjel tijdens gourmetten. AVP-verzekeraar van vader, die coulancehalve heeft uitgekeerd, neemt ex 6:175 en 6: 185 BW regres op slagerij die gourmetstel met jerrycan ter beschikking stelde. 1. Tijdelijke Wet Verhaalsrechten (art 6:197 BW) niet van toepassing. De rechtbank oordeelt dat verzekeraar de uitkering niet aan benadeelde als verzekerde in de zin van 7:945 BW gedaan. Dat betekent dat er geen sprake is van een vordering waarin verzekeraar gesubrogeerd wordt (ex art. 7:962, lid 1, BW) en waarvoor een subrogatieverbod geldt (artikel 6:197 BW). 2. De rechtbank oordeelt dat brandgel is een gevaarlijke stof is, maar dit gevaar inherent is aan die zaak en niet als een gebrekkig product worden beschouwd. Voor het gevaar van het product brandgel is in dit geval voldoende gewaarschuwd. Vordering afgewezen.

Lees verder