Jurisprudentie

Hof: bezitter loslopende hond aansprakelijk voor letsel fietser, smartengeld € 1000,-

  • Hof Den Haag
  • 25 april 2017
  • ECLI:NL:GHDHA:2017:978
  • 200.179.055

Fietser (geïntimeerde) is in botsing gekomen met loslopende hond van appellant en loopt letsel op. 1. Nu appellant heeft afgezien van het leveren van tegenbewijs, moet het ervoor worden gehouden dat het ongeval is veroorzaakt doordat de hond van appellant ten tijde van het ongeval losliep op het fietspad. 2. Geen eigen schuld appellant. 3. Diverse schadeposten. 4. Smartengeld: € 1000,- – (letsel: sleutelbeenfractuur, scheurtje in schedelbot en een fractuur van jukboog).

Lees verder

Jurisprudentie

Rb, deelgeschil: manege voor 75% aansprakelijk voor letsel door val van paard

  • Rechtbank Gelderland
  • 13 oktober 2016
  • ECLI:NL:RBGEL:2016:5470
  • 301795 / HA RK 16-62

Verzoekster, destijds 14 jaar, valt tijdens paardrijles van paard, als het paard weigert over een hindernis te springen. De manege is aansprakelijk voor het opgelopen letsel ex art 6:179 jo 6:181 BW. 1. De rechtbank overweegt dat het enkele feit dat verzoekster vrijwillig krachtens een overeenkomst met toestemming van de eigenaar het paard heeft bereden, niet met zich brengt dat de uit artikel 6:179 BW voortvloeiende aansprakelijkheid geheel vervalt. 2. Eigen schuld. De rechtbank komt gezien de omstandigheden tot een causale weging 2/3-1/3. Na toepassing van de billijkheidscorrectie stelt de rechtbank de vergoedingsplicht van de manage op 75%. Relevante factoren zijn o.a. dat verzoekster geen ongevallenverzekering had en de manage wel een WA-verzekering en de ernst van het letsel (6% b.i.). 3. Kosten deelgeschil: € 4332,52.

Lees verder

Jurisprudentie

Rb: manege aansprakelijk voor van geschrokken paard, verdeling schade 50%-50%

  • Rechtbank Zeeland-West-Brabant
  • 13 juli 2016
  • ECLI:NL:RBZWB:2016:4351
  • C/02/298905 / HA ZA 15-309

Eiseres valt van paard dat schrikt van startende tractor. Het paard werd door de manege gebruikt in de uitoefening van haar manegebedrijf. 1. De rechtbank acht voldoende aannemelijk dat de val van eiseres werd veroorzaakt door een hoofdbeweging van het paard, waardoor eiseres, al dan niet direct, uit balans raakte. De rechtbank acht de manege aansprakelijk ex art 6:179 jo 181 lid 1 BW. 2. Eigen schuld (art 6:101 BW) . Het enkele feit dat de benadeelde het paard uit vrije wil berijdt krachtens een paardrijlesovereenkomst is niet voldoende om de conclusie te rechtvaardigen dat risicoaansprakelijkheid van de manegehouder geheel vervalt. Alles afwegende komt de rechtbank uit op een verdeling van de schade van 50% aan de zijde van de manege en 50% aan de zijde van eiseres.

Lees verder

Jurisprudentie

Rb: wolven vallen bezoekers aan, letselschade valt niet onder dekking AVB

  • Rechtbank Noord-Nederland
  • 12 december 2016
  • ECLI:NL:RBNNE:2016:5555
  • C/19/115459 / HA RK 16-26

Moeder en kinderen van 5 en 8 lopen letsel op als zij worden aangevallen door wolven in kooi in familiepark/kinderboerderij Oikos. 1. De rechtbank acht het park als bezitter van de wolven (risico-)aansprakelijk voor eventuele schade die de wolven hebben toegebracht. 2. De rechtbank oordeelt dat de aansprakelijkheidsverzekeraar geen dekking behoeft te verlenen. De rechtbank stelt voorop dat het een verzekeraar vrijstaat om in de polisvoorwaarden de grenzen te omschrijven waarbinnen hij bereid is dekking te verlenen. Nergens is vermeld dat tot de verzekerde activiteiten tevens behoort het toelaten van bezoekers, waaronder kleine kinderen, tot een afgesloten gedeelte waar wolven leven. De rechtbank concludeert dat noch de bewoordingen van de polis, noch de wederzijds kenbare bedoeling van partijen een aanknopingspunt biedt voor de stelling dat het incident onder de dekking van de verzekering valt. 3. Kosten deelgeschil: € 6.003-.

Lees verder

Jurisprudentie

Rb: de benadeelde is gehouden medische informatie aan de medisch adviseur te geven

  • Rechtbank Gelderland
  • 2 november 2016
  • ECLI:NL:RBGEL:2016:6279
  • 284614

Voor de vaststelling van de omvang van de schade en het verband met de trap van het paard zijn de in het kader van een ongevallenverzekering opgestelde rapporten niet toereikend. De rapporten geven geen inzicht in de gezondheidssituatie voor het ongeval. Een deskundige moet worden benoemd.
De te benoemen deskundige bepaalt welke gegevens door partijen moeten worden verschaft. De benadeelde is in beginsel niet verplicht de aan de deskundige verschafte medische gegevens tegelijkertijd aan de wederpartij te verschaffen, wel aan de medisch adviseur van een verzekeraar. Weigert deze dit te doen, zonder daartoe gewichtige redenen als bedoeld in art. 22 Rv te hebben welke door de rechter gegrond zijn geoordeeld, dan zal de rechter uit die weigering de gevolgtrekking kunnen maken die hij geraden acht (vgl. Hoge Raad 22 februari 2008, ECLI:NL:HR:2008:BB3676).

Lees verder

Jurisprudentie

Rb, deelgeschil: val van paard niet veroorzaakt door eigen energie dier, maar door ruitersfout

  • Rechtbank Noord-Nederland
  • 19 oktober 2016
  • ECLI:NL:RBNNE:2016:4641
  • C/17/149241 / HA RK 16-44

Ongeval 2012, destijds 18-jarig meisje valt van pony tijdens paardrijles, als de pony weigert een hindernis te nemen. Zij stelt verweerders aansprakelijk ex art 6:179 BW.
1. Naar het oordeel van de rechtbank is sprake van een ruitersfout en is geen sprake van een onberekenbaar element dat in de eigen energie van het dier ligt opgesloten. Dat de pony voordat hij de hindernis nam langzamer ging lopen, onvoldoende sturing kreeg en vervolgens, vrij abrupt, tot stilstand kwam, is naar het oordeel van de rechtbank niet te beschouwen als een onberekenbaar gevolg van de eigen energie, maar als een te verwachten gedraging, veroorzaakt door de berijder. Geen aansprakelijkheid ex art 6:179 BW.
2. Kosten deelgeschil: € 8.037,05 (ruim 24 uur, uurtarief € 250,- ex 21% btw en 6% kantoorkosten).

Lees verder

Jurisprudentie

Hof: hond bijt kat dood, bezitter kat niet aansprakelijk voor kosten dierenarts hond

  • Hof Amsterdam
  • 2 augustus 2016
  • ECLI:NL:GHAMS:2016:3194
  • 200.181.421/01

Hond bijt kat dood. De bezitter van de hond is aansprakelijk ex art. 6:179 BW voor de schade aan de kat (dagwaarde kat € 150,-). De bezitter van de hond heeft op zijn beurt de eigenaar van de kat aansprakelijk gesteld voor de kosten van de dierenarts van de hond (€ 3.993,96). Het hof acht, evenals de kantonrechter, de bezitter van de kat niet aansprakelijk voor de kosten van de dierenarts, omdat er onvoldoende gesteld is dat de kat de hond heeft gekrabd of gebeten.

Lees verder

Jurisprudentie

Rb: geen eigen schuld wegens vastpakken loslopende hond in aanlijngebied

  • Rechtbank Amsterdam
  • 14 juli 2016
  • ECLI:NL:RBAMS:2016:4523
  • EA VERZ 16-542

Art 6:179 BW. Tijdens uitlaten van haar hond in een aanlijngebied wordt verzoekster geconfronteerd met een loslopende hond die haar hond probeert te benaderen. Om dit te voorkomen pakt verzoekster de halsband van de voor haar onbekende hond vast. Zij komt daarbij ten val en breekt haar heup heeft. De aansprakelijkheidsverzekeraar van de eigenaar van de loslopende hond erkent aansprakelijkheid maar heeft 50% eigen schuld aan verzoekster toegerekend. De kantonrechter overweegt dat het ongeluk is gebeurd in een aanlijngebied. Het ongeval is niet (mede) te wijten aan het gedrag van hond van verzoekster, maar enkel aan de omstandigheid dat de hond van verweerster niet was aangelijnd. De omstandigheid dat verzoekster de hond van verweerster bij zijn halsband heeft vastgepakt is een logische en geen roekeloze reactie en dus geen gedraging die aan haar kan worden toegerekend zoals bedoeld in art. 6:101 BW.

Lees verder

Jurisprudentie

Hof: aansprakelijkheid manegehouder ex 6:181 lid 1 BW als bedrijfsmatige gebruiker paard

  • Hof Den Bosch
  • 17 mei 2016
  • ECLI:NL:GHSHE:2016:1938
  • 200.162.571_01

Benadeelde valt tijdens een paardrijles van paard. Zij stelt op grond van art. 6:181 BW de manegehouder aansprakelijk. 1. Het hof acht art. 6:181 lid 1 BW (dier gebruikt in uitoefening van bedrijf) van toepassing. Het hof overweegt dat uit de parlementaire geschiedenis blijkt dat voor de toepasselijkheid van art. 6:181 BW noodzakelijk is dat de manegehouder moet worden aangemerkt als een bedrijfsmatige gebruiker; hiervoor is vereist dat sprake was van meer dan het enkel stallen van het paard. Het hof is van oordeel dat dit het geval is. Reeds het ter beschikking stellen van bij haar gestalde paarden en/of het verhuren van die paarden, aan derden heeft tot gevolg dat de manegehouder als bedrijfsmatige gebruiker moet worden aangemerkt. 2. Niet gebleken is dat de paardrij-instructeur als “die ander” zoals is bedoeld in het tweede lid van art. 6:181 BW moet worden aangemerkt. 3. Het hof oordeelt dat bij beroep op risico-aansprakelijkheid de klachtplicht van art 6:89 BW niet van toepassing is.

Lees verder

Vaknieuws

Het Hangmatarrest vervolgd; niet iedere ‘medebezitter’ hangt

  • PIV-bulletin
  • 1 april 2016
  • Mevrouw mr. L.K. de Haan en mr. C. Banis – V&A Advocaten

– De gebeten hond en het paard Imagine
Na het Hangmatarrest van de Hoge Raad uit 2010 was het natuurlijk wachten op de volgende zaken over de aansprakelijkheid tussen medebezitters onderling. Die zaken zijn er dus ook gekomen. Logisch, want als het één kan, is wellicht ook het ander mogelijk. Ongelukken zitten bovendien in een klein hoekje en pech past steeds minder in onze vocabulaire. Tel daarbij op dat er (gelukkig!) verzekeraars zijn en dat een claim snel is ingediend. Dat resulteert in buitengewoon boeiende juridische vraagstukken. Deze bijdrage gaat eerst en vooral over het vraagstuk rondom de onderlinge aansprakelijkheid van medebezitters van (huis)dieren, maar we maken ook een paar uitstapjes.

Lees verder

Jurisprudentie

HR: aansprakelijkheid voor dieren geldt niet jegens medebezitters

  • Hoge Raad
  • 29 januari 2016
  • ECLI:NL:HR:2016:162
  • 15/03541

Prejudiciële vragen. Benadeelde, die samen met haar man een manege exploiteert, loopt letsel op als een paard op hol slaat. Ze stelt haar echtgenoot voor 60% aansprakelijk ex art 6:179 en art 6:181 BW. 1. Art 6:179 BW. De Hoge Raad oordeelt dat de hangmatjurisprudentie (over art 6:174 BW (gebrekkig opstal)) niet van toepassing is tussen medebezitters van dieren. “Anders dan bij het gevaar voor schade dat uitgaat van een verborgen gebrek aan een opstal, is steeds kenbaar dat een dier – als levend wezen – beschikt over onberekenbare eigen energie waarmee het mogelijk schade kan toebrengen. Van de medebezitter die door toedoen van een dier schade lijdt, kan worden gezegd dat hij ook voor zichzelf een gevaar in het leven heeft geroepen of in stand heeft gehouden waarvan hij wordt geacht zich bewust te zijn.” De Hoge Raad overweegt voorts dat dit ook gevolgen heeft op het gebied van verzekering van het risico. Voor een medebezitter van een opstal is er geringe aanleiding zich te verzekeren tegen het risico van eigen schade ten gevolge van gebrekkigheid van die opstal; van de medebezitter van een dier kan, gezien de kenbaarheid van het mogelijke gevaar, eerder dan van de medebezitter van een gebouw, worden verwacht dat hij zich tegen het risico van – potentieel ernstige- schade verzekert. Alles afwegend komt de Hoge Raad tot het oordeel dat d risicoaansprakelijkheid van de bezitter niet geldt jegens medebezitters. 2. Art 6:181 BW Dezelfde argumenten gelden bij bedrijfsmatig gebruik van het dier. Art 6:181 BW schept geen aansprakelijkheid jegens bedrijfsmatige medegebruikers.

Lees verder

Jurisprudentie

Rb: aansprakelijkheid voor val van pony bij proefrit, 33 1/3 % eigen schuld

  • Rechtbank Gelderland
  • 19 augustus 2015
  • ECLI:NL:RBGEL:2015:5316
  • C-05-281270 - HZ ZA 15-134

Eiseres, 15-jarige ervaren ponyrijdster, kampioen dressuur, valt tijdens proefrit bij aankoop van pony en loopt letsel op (diverse fracturen, klaplong, 2-3% b.i. ). 1. De rechtbank verwerpt het beroep op de exoneratiebeding. Niet vast staat dat eiseres borden met exoneratie heeft gezien; los daarvan wordt exoneratie vermoed onredelijk bezwarend te zijn. 2. De rechtbank acht de verkoper als bezitter aansprakelijk ex art 6:179 BW. 3. Eigen schuld: 33 1/3 %. Door de ervaring van eiseres kan niet worden gezegd dat eiseres niet op de hoogte was van de risico’s die verbonden zijn aan het rijden op een onervaren jonge pony. Deze omstandigheid rechtvaardigt dat het onberekenbare gedrag van de pony, dat immers niet onverwacht is, aan haar kan worden toegerekend, zodat de schade deels voor haar rekening moet blijven. Geen aanpassing op grond van billijkheidscorrectie wegens ernst letsel.

Lees verder

Jurisprudentie

Rb: prejudiciële vragen aan Hoge Raad over aansprakelijkheid bezitter dier jegens medebezitter

  • Ongepubl. jurisprudentie, Rechtbank Noord-Holland
  • 29 juli 2015
  • C14/150856/HA ZA 13-364

Benadeelde, die samen met haar echtgenoot een manege exploiteert, loopt letsel op als een van hun paarden haar omver loopt. Zij stelt haar echtgenoot als mede-bedrijfsmatige gebruiker van het paard ex art 6:181 BW jo art 6:179 BW voor 60% (naar rato winstverdeling) aansprakelijk. De verzekeraar stelt zich op het standpunt dat het beschermingsbereik van deze artikelen zich beperkt tot derden en dat de lijn uit het Hangmatarrest m.b.t. art 6:174 BW niet doorgetrokken kan worden naar artikel 6: 179 Boek 6 BW, omdat het profijt dat de bezitter van een dier heeft bij het houden van dat dier, terwijl hij hier bewust gevaar mee schept voor derden, niet rechtvaardigt dat de bezitter van dat dier ook aansprakelijk is jegens de medebezitter van dat dier die zelf als medebezitter verantwoordelijk is voor het ontstaan van dat gevaar. Partijen verzoeken gezamenlijk om prejudiciële vragen te stellen aan de Hoge Raad. De rechtbank wijst het verzoek toe en stelt (onder meer) de volgende vragen aan de Hoge Raad: 1. Vestigt artikel 6:179 BW uitsluitend een risicoaansprakelijkheid jegens derden, dat wil zeggen jegens personen die niet de hoedanigheid van (mede)bezitter van dat dier hebben. 2. Kan de toepasselijkheid van artikel 6:181 BW er toe leiden dat aansprakelijkheid wordt gevestigd jegens personen die de hoedanigheid hebben van (mede)bedrijfsmatig gebruiker van een dier?

Lees verder

Jurisprudentie

Hof: bezitter hond aansprakelijk voor doodbijten andere hond

  • Hof Den Bosch
  • 15 september 2015
  • ECLI:NL:GHSHE:2015:3578
  • HD 200.131.917_01

Het hof acht de bezitter van hond Ross (Amerikaanse stafford) aansprakelijk ex art 6:179 BW voor het doodbijten van teckel Gijs. Het hof overweegt dat de bezitter van Ross zich slechts kan disculperen indien hij zich met succes op de ‘tenzij-clausule’ kan beroepen (nl. dat aansprakelijkheid ex art 6:162 BW zou hebben ontbroken indien hij het dier in zijn macht zou hebben gehad). Beslissend is dus of de bezitter in de situatie dat hij het dier in zijn macht zou hebben gehad en bewust zou hebben toegelaten dat Ross in fysiek contact met Gijs zou komen, niet aansprakelijk zou zijn. De bezitter heeft onvoldoende onderbouwd dat een dergelijke situatie hier aan de orde is. Beroep op eigen schuld van artikel 6:101 BW, omdat Gijs niet was aangelijnd en daarmee het risico is genomen dat Gijs in een spelsituatie met andere honden zou geraken, wordt verworpen.

Lees verder

Jurisprudentie

Hof: kattenbeet, benadeelde niet geslaagd in bewijs eigendom kat

  • Hof Arnhem-Leeuwarden
  • 19 mei 2015
  • ECLI:NL:GHARL:2015:3542
  • 200.084.903/01

Benadeelde wordt in 2008 gebeten door kat en stelt buurman ex art. 6:174 BW aansprakelijk als bezitter van de kat. Naar het oordeel van het hof is appellant er niet in geslaagd te bewijzen dat de buurman bezitter was van de kat. In de verklaringen van twee getuigen kan weliswaar een begin van bewijs worden gevonden, maar hiertegenover staan de verklaringen van drie andere getuigen.

Lees verder