Jurisprudentie

Hof: toedracht waterski-ongeval bewezen –behoudens tegenbewijs-, comparitie gelast

  • Hof Den Bosch
  • 23 mei 2017
  • ECLI:NL:GHSHE:2017:2271
  • 200.172.274/01

Benadeelde gaat op boot van buurman meevaren en waterskiën. Hij loopt –als onervaren waterskiër- ernstig letsel op als hij tijdens het waterskiën uit de bocht vliegt en op de stenen terecht komt. Benadeelde acht de buurman aansprakelijk, omdat hij onrechtmatig heeft gehandeld, door een gevaarlijke manoeuvre uit te halen door tijdens een grote ronde de waterkant te snel en te dicht te naderen, waardoor hij is ‘gekatapulteerd’. De buurman stelt dat het incident het gevolg is van een ongelukkige samenloop van omstandigheden en heeft plaatsgevonden in een – recreatieve – sport- en spelsituatie. 1. Het hof acht op grond van verklaringen voorshands – behoudends tegenbewijs – bewezen dat benadeelde letsel heeft opgelopen doordat hij met zijn lichaam op of tegen de waterkant is geklapt. 2. Het hof gelast, alvorens verder te oordelen, een comparitie om te spreken over eventueel tegenbewijs, de vraag of sprake is van een onrechtmatige daad of van een sport- en spelsituatie, eigen schuld en de schade.

Lees verder

Jurisprudentie

Hof: vrouw aansprakelijk voor letsel door negeren stoplicht op glijbaan in zwembad

  • Hof Den Haag
  • 5 juli 2016
  • ECLI:NL:GHDHA:2016:1844
  • ECLI:NL:GHDHA:2016:1844

Benadeelde loopt in 2008 letsel op in zwembad in bungalowpark als betrokkene (vrouw van 115 kg) van glijbaan boven op haar terecht komt. 1. Beroep AVP-op vervalbeding wegens late melding verworpen. 2. Naar het oordeel van het hof staat op basis van getuigenverklaringen vast dat betrokkene niet op groen licht heeft gewacht en benadeelde in het water heeft geraakt. Het hof oordeelt dat betrokkene onrechtmatig jegens benadeelde gehandeld, toen zij het rode licht bovenaan de glijbaan negeerde (althans niet wachtte tot het rode licht doofde, ging zitten en vervolgens uitgleed). Van een ongelukkige samenloop van omstandigheden kan in die situatie niet worden gesproken. Ook het sport- en spelargument gaat onder deze omstandigheden niet op, gezien het onmiskenbare belang van het opvolgen van de instructie omtrent het wachten op groen (althans oranje knipperend) licht en de aard en omvang van het gevaar bij schending daarvan. Betrokkene had zich – zeker gelet op haar gewicht – moeten realiseren, dat het negeren van een rood licht gevaarzettend was, welk gevaar zich heeft gerealiseerd.

Lees verder

Jurisprudentie

Hof: struikelen en daarbij benadeelde meenemen in val is niet onrechtmatig jegens benadeelde

  • Hof Den Bosch
  • 28 juni 2016
  • ECLI:NL:GHSHE:2016:2628
  • 200.178.845_01

Vriend van benadeelde (geïntimeerde) loopt vanaf terras naar binnen naar het privé-zwembad van benadeelde (appellant), struikelt, komt daarbij in botsing met benadeelde, die daardoor op de stenen vloer valt en letsel oploopt. 1. De rechtbank overweegt dat als iemand struikelt en daarbij een ander meeneemt, dat uiterst onaangenaam is voor beide betrokkenen, maar dat enkele gegeven niet met zich meebrengt dat de struikelaar aansprakelijk is voor de schade aan degene die hij mede onderuit heeft gehaald. Dit kan mogelijk anders zijn indien het gedrag van de struikelaar zo roekeloos is geweest dat ofwel hij heeft kunnen, en moeten, voorzien dat ook derden betrokken zouden kunnen raken. 2. Het hof acht de Kelderluikcriteria minder hanteerbaar, omdat die criteria zien op een potentieel onveilige of gevaarlijke situatie, terwijl in dit geval veeleer sprake is van een – gestelde – gevaarlijke gedraging. 3. Het hof concludeert dat het leven van alledag onwerkbaar wordt indien te allen tijde van iedereen de hoogste zorgvuldigheid en oplettendheid zou worden geëist. In het onderhavige geval ware het wenselijk geweest indien geïntimeerde een grotere mate van oplettendheid en behoedzaamheid in acht had genomen, maar dat hij dat niet heeft gedaan maakt zijn gedrag nog niet onrechtmatig jegens benadeelde.

Lees verder

Jurisprudentie

Rb: school niet aansprakelijk voor tik op oor bij gymles

  • Rechtbank Zeeland-West-Brabant
  • 18 november 2015
  • ECLI:NL:RBZWB:2015:8707
  • C/02/298846 / HA ZA 15-303

Bij een tikspel wilde een medeleerling eiser tikken. Eiser zakte door zijn knieën, waardoor hij door de hand van deze medeleerling tegen zijn oor werd geraakt. Niet is vast komen te staan dat de kans op een ongeval en/of letsel bij het onderhavige tikspel zo groot is, dat de gymdocent ter voldoening van zijn zorgplicht gehouden was om, naast de instructie om op het lichaam te tikken en niet te duwen, de door eiser gestelde specifieke instructies te geven dan wel het tikspel niet te laten plaatsvinden. Het tikspel wordt ook door kinderen in het basisonderwijs gespeeld en is een overzichtelijk, vrij onschuldig en gangbaar tikspel, waarbij weinig lichaamscontact plaatsvindt en geen hardhandige of wilde bewegingen worden gemaakt. Nu het een tikspel betreft, sprak het voor zich dat er niet op het hoofd mocht worden getikt. Bovendien is het een feit van algemene bekendheid dat kinderen reeds op jonge leeftijd en zonder enige instructie tikspelletjes spelen. Het vorenstaande brengt met zich dat het tikspel, gelet op de aard van dit spel, niet als gevaarlijk kan worden aangemerkt en dat de kans op ongevallen en letsel gering is, zodat de gymdocent niet gehouden was om extra veiligheidsmaatregelen te treffen. Er is geen sprake van risicoaansprakelijkheid.

Lees verder

Jurisprudentie

Rb, deelgeschil: feiten omtrent gymongeval staan niet vast, zaak niet geschikt voor deelgeschilprocedure

  • Rechtbank Den Haag
  • ECLI:NL:RBDHA:2014:9931
  • C-09-463184- HA RK 14-164

11-jarige jongen komt bij klimoefening tijdens de gymles ten val en loopt armletsel op. Is school aansprakelijk? De rechtbank oordeelt dat het enkele feit dat geen onderhandelingen hebben plaatsgevonden onvoldoende is voor het oordeel dat het geschil niet geschikt is voor een deelgeschilprocedure. Echter, de rechtbank oordeelt dat de zaak zich niet leent voor een deelgeschilprocedure, omdat de relevante feiten niet vast staan. Partijen verschillen o.a. van mening over de vraag op welke wijze de klimoefening door de jongen werd uitgevoerd en of de leraar instructies en/of waarschuwingen had gegeven. Kosten deelgeschil begroot op € 2.758,80.

Lees verder

Jurisprudentie

Rb: achterop de fiets springen door man (90 kg) is onrechtmatig

  • ECLI:NL:RBNNE:2013:6961
  • C/18/140389 / HA ZA 13-107

Gedaagde springt na cafébezoek bij benadeelde achterop haar fiets, waardoor zij ten val komt en letsel oploopt. De rechtbank
merkt het achterop een fiets springen aan als gevaarscheppend. De rechtbank oordeelt dat het gevaarscheppende gedrag onrechtmatig is nu de mate van waarschijnlijkheid van een ongeval zo groot was, dat gedaagde zich naar maatstaven van zorgvuldigheid van dat gedrag had behoren te onthouden (beiden hadden gedronken; gedaagde is 90 kilo en 1,90 m lang). Indien benadeelde gedaagde tevoren toestemming heeft gegeven om achterop te springen, is mogelijk sprake van eigen schuld van benadeelde. Gedaagde wordt toegelaten te bewijzen dat benadeelde toestemming had verleend.

Lees verder

Jurisprudentie

Rb: geen aansprakelijkheid voor letsel tijdens partijtje waterpolo in hotelzwembad

  • C/03/157259 / HA ZA 10-1397

Sport en spelrisico, Spaans recht. Benadeelde stelt dat gedaagde tijdens een partijtje waterpolo in een hotel op Mallorca op zijn rug is gesprongen, waardoor hij een dwarslaesie heeft opgelopen. Gedaagde heeft een andere lezing en voert (naast een beroep op verjaring) aan dat er sprake is van een ongelukkige samenloop van omstandigheden en van een sport- en/ of spelsituatie. Het Spaans recht komt op dit punt overeen met het Nederlands recht. De rechtbank oordeelt dat op grond van de getuigenverklaringen niet komen vast te staan dat gedaagde eenzijdig op benadeelde is (aan)gesprongen. Bovendien is niet gebleken van roekeloos en/ of buitenproportioneel gedrag, dat de grenzen van hetgeen in een sport- en spelsituatie gebruikelijk en aanvaardbaar is, overschrijdt en daarom als onrechtmatig moet worden aangemerkt.

Lees verder

Jurisprudentie

RB: val bij tankstation, ongelukkige samenloop van omstandigheden

  • Rechtbank Leeuwarden
  • ongepubliceerd
  • C/17/121851 / HA ZA 12-266

Ongeval bij tankstation. Benadeelde is gevallen bij de ingang van het tankstation en heeft armletsel opgelopen. Tussen partijen staat niet ter discussie dat het morsen van brandstoffen bij een tankstation het gevaar in het leven roept dat klanten kunnen uitglijden. Exploitant moet met het oog daarop veiligheidsmaatregelen treffen. De exploitant heeft gesteld dat zij maatregelen heeft getroffen, waardoor de kans dat gladheid schade veroorzaakt is verkleind. Benadeelde heeft deze maatregelen niet betwist, zodat de rechtbank van de stelling van de exploitant uitgaat. Zelfs indien wordt uitgegaan van de juiste toedracht volgens benadeelde, dan heeft de exploitant naar het oordeel van de rechtbank niet onzorgvuldig gehandeld. Het is van algemene bekendheid dat bij tankstations gladheid als gevolg van morsen van brandstoffen kan ontstaan. Van benadeelde mag verwacht worden dat zij als bezoeker hier rekening mee houdt. Hoewel de rechtbank het met benadeelde eens is dat de exploitant meer / andere voorzorgsmaatregelen had kunnen nemen, kan dat enkele feit niet leiden tot het oordeel dat de exploitant onzorgvuldig heeft gehandeld. Het ongeval is te wijten aan een ongelukkige samenloop van omstandigheden.

Lees verder