Jurisprudentie

Rb, deelgeschil: niet onrechtmatig noch disproportioneel gehandeld door agenten

  • Rechtbank Midden-Nederland
  • 23 november 2016
  • ECLI:NL:RBMNE:2016:7736
  • C/16/415812 / HA RK 16-101

Het breken van de arm van een ander is in beginsel onrechtmatig. De feiten en omstandigheden van het concrete geval kunnen dit echter anders maken. De verklaringen van agenten zijn in lijn met de direct na de aanhouding, opgemaakte processen-verbaal van bevindingen, die uitgebreid de feiten en omstandigheden rond de aanhouding beschrijven. Uit de verklaring van een omstander blijkt dat de politie vooraf heeft gewaarschuwd. Benadeelde hoefde niet mee naar het bureau maar moest dan wel direct weggaan, wat hij niet deed. Niet is komen vast te staan dat de politie bij de aanhouding onrechtmatig en disproportioneel heeft gehandeld, in die zin dat daarbij meer geweld is gebruikt dan nodig was.

Lees verder

Jurisprudentie

Rb, deelgeschil: school niet nalatig in toezicht

  • Rechtbank Midden-Nederland
  • 21 juni 2017
  • ECLI:NL:RBMNE:2017:3230
  • C/16/433420 / HA RK 17-40

Aan het einde van een dagje pretpark wil benadeelde een meisje dat door anderen belaagd wordt te helpen. Hij wordt geschopt en geslagen. De school voor kinderen met gedragsproblemen schond geen zorgvuldigheidsnorm door niet in te grijpen toen zij er achter kwam dat twee leerlingen voor het afgesproken tijdstip al naar de bus waren gegaan. Het verzameltijdstip van 15.30 uur had vooral tot doel ervoor te zorgen dat geen leerlingen zouden achterblijven. Een docent had ook een van deze leerlingen gebeld. De docenten hebben toen verder geen actie ondernomen, omdat zij samen met de andere leerlingen ook snel naar het parkeerterrein zouden lopen. De leerlingen stonden in het park ook niet voortdurend onder toezicht.

Lees verder

Jurisprudentie

HR en AG: geen beperking aanvullende bewijskracht partijgetuige

  • Hoge Raad
  • 7 juli 2017
  • ECLI:NL:HR:2017:1271
  • 16/02736

De HR volgt het parket zonder motivering met een beroep op art. 81 RV. De beperkte bewijskracht van een partijgetuigenverklaring bij een bewijsrisico voor die partij niet als deze strekt tot aanvulling van onvolledig bewijs, art. 164 lid 2 Rv. Dit is een uitzondering op de bewijsrechtelijke uitgangspunten dat bewijs kan worden geleverd door alle middelen (art. 152 lid 1 Rv) en dat de rechter vrij is in zijn bewijswaardering (art. 152 lid 2 Rv). Daaraan ligt de gedachte ten grondslag dat de waarheidsvinding zoveel mogelijk moet worden bevorderd en daarom terughoudendheid moet worden betracht bij het stellen van bewijsbelemmerende voorschriften. Het 2e cassatiemiddel ziet over het hoofd de eerste aansprakelijkheidspijler over het hoofd en wel de aansprakelijkheid van Ikea voor door Ikea en door haar ingeschakelde hulppersonen onvoldoende verrichte gladheidsbestrijding.

Lees verder

Jurisprudentie

CRvB: bestuursrecht sluit ook voor immateriële schadevergoeding aan bij civiel recht

  • Centrale Raad van Beroep
  • 23 juni 2017
  • ECLI:NL:CRVB:2017:2189
  • 15/1721 WIA

De Raad wijst de kosten ingevolge het Besluit proceskosten bestuursrecht toe daar UWV het beroep intrekt. De bestuursrechter is bevoegd een bestuursorgaan te veroordelen tot vergoeding van schade die de belanghebbende lijdt als gevolg van een onrechtmatig besluit. Volgens vaste rechtspraak moet zoveel mogelijk aansluiting worden gezocht bij het civielrechtelijke schadevergoedingsrecht. Bij art. 6:106 BW heeft de wetgever het oog gehad op ernstige inbreuken op de persoonlijke levenssfeer alsook op andere persoonlijkheidsrechten van de betrokkene. Voor vergoeding van immateriële schade is onvoldoende dat sprake is van min of meer sterk psychisch onbehagen en van zich gekwetst voelen door het onrechtmatig genomen besluit.

Lees verder

Jurisprudentie

Rb: de artsen behandelden bekwaam

  • Rechtbank Gelderland
  • 1 maart 2017
  • ECLI:NL:RBGEL:2017:2037
  • 273316

Cervicale myelopathie leidde tot letsel van een patiënte. Aan deskundigen wordt de vraag voorgelegd of het handelen van de neuroloog en de revalidatiearts voldeed aan de eisen die van een redelijk bekwaam en redelijk handelend vakgenoot onder dezelfde omstandigheden mocht worden verwacht. De deskundigenoordelen, de beantwoording van de aanvullende vragen en de gebezigde motiveringen, die inzichtelijk zijn en die mede gebaseerd zijn op bijzondere kennis en ervaring, komen overtuigend voor. De rechtbank komt tot het oordeel dat de artsen in de gegeven omstandigheden binnen de normen van een redelijk bekwaam redelijk handelend arts hebben gehandeld.

Lees verder

Jurisprudentie

Rb: geen gebrek aan ladder van sluis, geen verplichting tot maatregelen

  • Rechtbank Overijssel
  • 13 juli 2016
  • ECLI:NL:RBOVE:2016:4630
  • C/08/174012 / HA ZA 15-366

De duim van de benadeelde scheurde gedeeltelijk af doordat een ladder in een sluis verschoof. De loodzware ladder kon niet handmatig en zonder extra externe kracht verschoven worden. Volgens sluiswachters schoof de ladder vermoedelijk doordat met de boot van benadeelde gas werd gegeven en in de tegenovergestelde richting is gevaren dan de bedoeling was. Mogelijk is door de trekkracht van een andere boot de ladder verschoven. In ieder geval moet het ervoor worden gehouden dat de ladder is verschoven door de uitoefening van extra externe kracht. Bij gebreke aan een onderzoek naar de ladder neemt de rechtbank aan dat deze geen gebrek kende. Gesteld noch gebleken is dat de bezitter van de ladder op de hoogte was of had moeten zijn van de mogelijkheid van verschuiven. Geen andere ongevallen over 60 jaar zijn bekend. De bezitter was niet gehouden was tot het nemen van veiligheidsmaatregelen.

Lees verder

Jurisprudentie

Hof: vuurwerkhandelaar aansprakelijk voor letsel door te vroeg ontploft vuurwerk (behoudens tegenbewijs)

  • Hof Arnhem-Leeuwarden
  • 12 mei 2015
  • ECLI:NL:GHARL:2015:3437
  • 200.087.964-01

Vuurwerkhandelaar brengt een siervuurwerkpot mee naar oudejaarsfeest, waar het vuurwerk door benadeelde wordt aangestoken en onmiddellijk tot ontploffing komt, als gevolg waarvan benadeelde ernstig gewond raakt. Het hof oordeelt dat voorshands voldoende vaststaat dat het vuurwerk geen voldoende ontstekingsvertraging had en daardoor niet voldeed aan de geldende regelgeving. Het hof komt tot het oordeel, dat indien de vuurwerkhandelaar niet slaagt in het leveren van tegenbewijs, hij tekort is geschoten in de zorgvuldigheid die van hem kon worden gevergd en aansprakelijk is voor de schade. De vuurwerkhandelaar wordt toegelaten te bewijzen in welke mate de aan benadeelde toe te rekenen gedragingen tot het ontstaan van de schade hebben bijgedragen.

Lees verder

Jurisprudentie

Rb: letsel bij paragliding, benadeelde moet toedracht bewijzen

  • Rechtbank Overijssel
  • ECLI:NL:RBOVE:2014:6344
  • C/08/137428 HA ZA 13-147

Benadeelde loopt in 2003 zwaar letsel op tijdens een cursus paragliden in Frankrijk. Hij stelt de paraglidingschool en de instructeur aansprakelijk. Nederlands recht is van toepassing is. De rechtbank oordeelt dat benadeelde als voldoende ervaren piloot zelf als eerste verantwoordelijk voor de gang van zaken tijdens de start. Eiser stelt dat hij tijdens de start aarzelde en deze wilde afbreken, maar dat de instructeur dat door fysiek ingrijpen heeft verhinderd en hem -letterlijk dan wel figuurlijk- “over de rand heeft geduwd”. Dit wordt door gedaagden ontkend. De rechtbank draagt eiser op de door hem gestelde toedracht te bewijzen.

Lees verder

Jurisprudentie

Hof: saunabedrijf niet aansprakelijk voor brandwonden door hete vloer

  • Hof Arnhem-Leeuwarden
  • ECLI:NL:GHARL:2014:751
  • 200.095.373-01

Benadeelde stelt dat hij in de sauna brandwonden heeft opgelopen aan zijn voet door een te hete vloer en stelt het saunabedrijf aansprakelijk. Het hof wijst de vordering af na een deskundigenbericht, waaruit volgt dat vloer op de plaats waar klant zijn voet zou hebben gebrand niet heter was dan op andere plaatsen. De feitelijke grondslag van vordering – dat vloer ter plaatse veel heter was vanwege het ontbreken van beschermende matten – is daarmee niet komen vast te staan.

Lees verder

Jurisprudentie

Rb: val in liftschacht is ongelukkige samenloop van omstandigheden

  • Rechtbank Zeeland-West-Brabant
  • ECLI:NL:RBZWB:2014:1973
  • C/02/273046 / HA ZA 13-892

Benadeelde valt in liftschacht, in een poging een hondje te redden dat klem was komen te zitten met zijn hondenriem. Uit technisch onderzoek is gebleken is dat de lift geen technische gebreken had en voldeed aan de veiligheidsvoorschriften; het Liftinstituut concludeerde dat het niet anders kan dan dat benadeelde in de schacht is kunnen vallen doordat de deur door handkracht/externe kracht open is gemaakt en gehouden. De rechtbank oordeelt dat de gebeurtenis een droevige samenloop van omstandigheden is, die redelijkerwijze niet voorzienbaar was. Ook geen aansprakelijkheid ex art. 6:174 BW; nu niet gezegd kan worden dat de lift niet voldeed aan de eisen die men in de gegeven omstandigheden aan de lift mocht stellen. De rechtbank acht de woningstichting niet aansprakelijk.

Lees verder

Jurisprudentie

Rb, deelgeschil: bewoonster huis niet aansprakelijk voor letsel brandweerman door ontploffende gasflessen

  • Rechtbank Oost-Brabant
  • ECLI:NL:RBOBR:2014:721
  • C/01/271866

Benadeelde, hoofd brandwacht bij de vrijwillige brandweer, verliest zijn been als bij bluswerkzaamheden in een schuurtje bij een huis gasflessen exploderen. Hij verzoekt om verklaring voor recht dat de bewoonster van het huis aansprakelijk is, omdat zij onrechtmatig heeft gehandeld door ontkennend te antwoorden op vragen van de brandweer omtrent de aanwezigheid van gasflessen in de brandende schuur. De rechtbank oordeelt dat met de verklaringen in het voorlopig getuigenverhoor de gestelde toedracht niet is vast komen te staan. De rechtbank merkt daarbij op dat als de toedracht wél zou zijn komen vast te staan, dat nog niet zonder meer tot de conclusie zou hebben geleid dat de bewoonster onzorgvuldig zou hebben gehandeld. De mogelijke aanwezigheid van gasflessen in een schuur in het buitengebied geldt als een bij de brandweer bekend risico en de brandweer dient er rekening mee te houden dat een burger tijdens een brand– met alle emoties van dien – niet steeds de juiste informatie geeft.

Lees verder

Jurisprudentie

Rb, deelgeschil: ondeugdelijke remmen fiets niet aangetoond, deelgeschil onnodig ingesteld

  • Rechtbank Limburg
  • ongepubliceerd
  • 2368753 OV VERZ 13-3795

Benadeelde komt tijdens vakantie ten val met haar twee maanden oude fiets. 1. Zij stelt dat de remmen niet deugden en stelt de rijwielhandelaar aansprakelijk; zij stelt dat de fiets niet die eigenschappen die zij, als koper mocht verwachten, zodat sprake is van non-conformiteit zoals bedoeld in art. 7:17 BW. De rijwielhandelaar stelt dat uit het expertiserapport niet is gebleken dat de remmen van de fiets een gebrek vertoonden. De kantonrechter acht dit niet aangetoond. Verzoek afgewezen. 2. Kosten deelgeschil afgewezen; het deelgeschil is naar het oordeel van de kantonrechter onnodig en ten onrechte aanhangig gemaakt, aangezien het voor duidelijk had moeten zijn dat het expertiserapport geen grond voor de aansprakelijkheid bood.

Lees verder

Jurisprudentie

Rb, deelgeschil: vorkheftruckchauffeur aansprakelijk voor letsel door achteruit rijden; 50% eigen schuld, 100% vergoeding na billijkheidscorrectie

  • Rechtbank Rotterdam
  • CA1271
  • C/11/98527 / HA RK 12-2026

Benadeelde (vrachtwagenchauffeur) loopt letsel op tijdens loswerkzaamheden. Ter vaststelling van de toedracht wordt tijdens de mondelinge behandeling van het deelgeschil een descente gelast. 1. De rechtbank oordeelt op basis van verklaringen uit eerder gehouden voorlopig getuigenverhoor , de bevindingen tijdens de descente en tijdens de mondelinge behandeling afgelegde verklaringen dat heftruckchauffeur achteruit is gereden, zonder uit te kijken en acht de heftruckchauffeur aansprakelijk. 2. De rechtbank acht de werkgever van vorkheftruckchauffeur eveneens aansprakelijk ex art. 6:170 BW. 3. 50% eigen schuld benadeelde, omdat hij zich niet aan de instructies heeft gehouden, maar vergoedingsplicht blijft op grond van de billijkheid volledig in stand vanwege de uiteenlopende ernst van de gemaakte fouten.

Lees verder

Jurisprudentie

Hof: beenletsel door gehuurde verticuteermachine,beroep op omkeringsregel afgewezen

  • Hof Arnhem-Leeuwarden
  • ongepubliceerd
  • 200.091.750/01

Benadeelde bewerkt met een gehuurde verticuteermachine zijn gazon en raakt hierbij ernstig gewond aan zijn linkerbeen. Hij stelt de verhuurder aansprakelijk,omdat hij hem een gevaarlijke machine ter beschikking heeft gesteld, zonder de bijbehorende veiligheidsvoorschriften. Het hof wijst het beroep op de omkeringsregel af. Niet voldoende is dat benadeelde letselschade heeft opgelopen tijdens het gebruik van de machine; vereist dat de geschonden normen bescherming bieden tegen dat (gestelde) specifieke gevaar. Hiervan is geen sprake. Nu benadeelde zijn stellingen over het veroorzaken van trillingen door de onvoldoende heeft onderbouwd en is hij tekortgeschoten in de op hem rustende stelplicht, zodat hij niet wordt togelaten tot het leveren van bewijs.

Lees verder

Jurisprudentie

Hof: smartengeld na onrechtmatige inval FIOD, schade door PTSS afgewezen

  • Hof Arnhem
  • BZ2050
  • 200.093.740

FIOD doet inval en doorzoekt huis van benadeelden zonder machtiging. 1. Het hof oordeelt dat de Staat door de inval een ernstige inbreuk is gemaakt op de integriteit van de persoon van benadeelden, zodat zij ex 6:106 lid 1 sub b BW (“of op andere wijze in zijn persoon is aangetast”) recht hebben op smartengeld. Daarvoor is niet nodig dat ook psychische schade is vastgesteld. Smartengeld: € 4.500,-. 2. Schadevergoeding wegens PTTS wordt afgewezen. Benadeelden hebben onvoldoende onderbouwd dat het gestelde psychische letsel een erkend psychiatrisch ziektebeeld oplevert. Uit de verklaring van de psycho-sociaal hulpverlener blijkt weliswaar welke klachten benadeelde heeft ondervonden, maar hieruit blijkt niet of zij daadwerkelijk lijdt aan PTSS en of behandelingen heeft moeten ondergaan.

Lees verder