Jurisprudentie

Rb: zwembadbeheerder aansprakelijk voor dwarslaesie op glijbaan, 25% eigen schuld na billijkheidscorrectie

  • Rechtbank Midden-Nederland
  • 21 juni 2017
  • ECLI:NL:RBMNE:2017:3055
  • C/16/398014 / HA ZA 15-683

Benadeelde (toen 16 jaar oud) loopt in 2011 hoge dwarslaesie op als hij op zijn knieën van de net geopende familieglijbaan in het zwembad afgaat en met zijn hoofd op de bodem komt. Hij stelt de beheerder van het zwembad aansprakelijk. De rechtbank overweegt dat zowel voor de vraag of de beheerder aansprakelijk is ex art 6:174 BW als ex art. 6:162 BW Kelderluikcriteria een rol spelen. Naar het oordeel van de rechtbank heeft de beheerder door enkel toezicht vanaf de toren te houden onvoldoende actief toezicht gehouden. Van haar mocht naar maatstaven van zorgvuldigheid worden verwacht dat zij toezicht hield bij de glijbaan, bij voorkeur op het platform, om bij gebruik op een wijze die niet volgens de instructies is de gebruikers direct aan te spreken en de gevolgen van een eventueel ongeval op de glijbaan te beperken. Door dit na te laten, voldoet het gebruik van de glijbaan niet aan de eisen die men daar in de gegeven omstandigheden aan mag stellen en heeft de beheerder in strijd gehandeld met de zorgvuldigheid en daarmee onrechtmatig. Dit betekent dat de beheerder aansprakelijk op grond van art. 6:174 en 6:162 BW. 2. Eigen schuld. De rechtbank oordeelt dat de schadevergoedingsplicht met de helft moet worden verminderd vanwege de gedraging van benadeelde. Billijkheidscorrectie vanwege de ernst van het letsel en het feit dat de beheerder verzekerd was, leidt 75% aansprakelijkheid.

Lees verder

Jurisprudentie

Rb, deelgeschil: gemeente niet aansprakelijk voor botsing bromfietser tegen door derden verplaatst dranghek

  • Rechtbank Gelderland
  • 2 maart 2016
  • ECLI:NL:RBGEL:2017:4128
  • c/05/294296 HA KR 15-190

Verzoekster wordt omver gelopen door de hond van gedaagde, die met zijn aan het spelen was en loopt letsel op. 1. De rechtbank acht verweer aansprakelijk ex art 6:179 BW. De rechtbank verwerpt het beroep op risicoaanvaarding. 2. De rechtbank oordeelt dat evenmin sprake is van eigen schuld. Gesteld noch gebleken is dat eiseres bekend was met het wilde gedrag van de hond. Gesteld is slechts dat gedaagde in algemene zin aan eiseres heeft aangegeven dat hond druk was, niet dat hij, eenmaal losgelaten, in volle vaart tegen personen kon aanrennen. Het loslaten van de hond en het niet uitwijken levert geen eigen schuld op. 3. Kosten deelgeschil afgewezen. Vast staat dat verzoekster is verzekerd tegen de kosten van rechtsbijstand en dat deze kosten ook daadwerkelijk worden gedragen door haar rechtsbijstandsverzekeraar. Niet valt dan in te zien waarom deze kosten voor verzoekster een schadepost vormen.

Lees verder

Jurisprudentie

Hof: bromfietser botst tegen boom, deskundigenbericht gelast ter vaststelling aansprakelijkheid wegbeheerder

  • Hof Den Bosch
  • 18 juli 2017
  • ECLI:NL:GHSHE:2017:3308
  • 200 191 699_01

Bromfietser botst in het donker na flauwe bocht op in de berm geplante boom en loopt letsel op. Hij stelt de provincie als wegbeheerder aansprakelijk. Het hof oordeelt dat noodzakelijk is dat duidelijk is wat voor de weggebruiker op het fietspad ter plaatse van het ongeval onder vergelijkbare (weers)omstandigheden waarneembaar is. Die duidelijkheid is er thans nog niet. Om te kunnen beoordelen of in het onderhavige geval sprake is van een gebrekkige opstal (artikel 6:174 BW) dan wel een onrechtmatige gevaarzetting (artikel 6:162 BW) acht het hof van belang op welke afstand, op zijn vroegst zichtbaar was dat het fietspad een bocht naar rechts maakt. Het hof acht in dit stadium, voordat verdere beslissingen worden genomen, op dit punt een deskundigenbericht noodzakelijk.

Lees verder

Jurisprudentie

Rb: toedracht niet bewezen, geen aansprakelijkheid voor afgevallen onderdeel van autohefbrug op voet

  • Rechtbank Limburg
  • 21 juni 2017
  • ECLI:NL:RBLIM:2017:5686

Eiser heeft gedaagde gevraagd om met behulp van de loader van gedaagde onderdelen van een autohefbrug uit zijn vrachtwagen te halen en deze op een pallet te plaatsen. Een onderdeel is daarbij op de voet van eiser terechtgekomen. 1. De rechtbank toetst aan de kelderluikcriteria en komt tot het oordeel dat indien de door eiser geschetste toedracht vast komt te staan, gedaagde hiervoor aansprakelijk is. De rechtbank heeft bij tussenvonnis eiser opgedragen te bewijzen dat gedaagde de lepels van de loader heeft gekanteld. Eiser is niet geslaagd in het bewijs. 2. De rechtbank heeft in het tussenvonnis het verweer dat er geen of minder snel aansprakelijkheid moet worden aangenomen omdat het ging om een vriendendienst.

Lees verder

Jurisprudentie

Rb: waterschap aansprakelijk voor door brug zakken paard, 70% eigen schuld

  • Rechtbank Limburg
  • 1 maart 2017
  • ECLI:NL:RBLIM:2017:1874
  • 04 5359801 CV16-8810

Eiser loopt met paard over voetgangersbruggetje. Het paard zakt met been door het bruggetje en loopt letsel op. De kantontrechter toets aan de criteria van het Kelderluikarrest en acht het waterschap aansprakelijk ex art 6:174 BW. Het waterschap heeft een gevaarlijke situatie in het leven geroepen. De kantonrechter concludeert dat het waterschap verzuimd heeft veiligheidsmaatregelen te treffen bij de brug waardoor de kans op het ongeval verkleind zou zijn. Dat valt het waterschap te verwijten en daarmee is het waterschap in beginsel aansprakelijk. 2. Eigen schuld ruiter 70% omdat hij ter plaatse niet mocht rijden.

Lees verder

Jurisprudentie

Hof: hoger beroep deelgeschil mogelijk, bewijs van gebrekkige gladde vloer voorshands geleverd

  • Hof Amsterdam
  • 7 februari 2017
  • ECLI:NL:GHAMS:2017:368
  • 200.180.061/01

Hoger beroep deelgeschil. Appellanten hebben beheerder winkelcentrum aansprakelijk gesteld voor val op gladde houten vloer. 1. In de bestreden deelgeschilbeschikking is het deelgeschil niet beslecht, omdat de zaak zich niet leende voor behandeling in deelgeschil. Dit is geen situatie waarvoor art. 1019cc Rv (rechter gebonden aan oordeel deelgeschillenrechter als bij eindbeslissing) is geschreven. Echter, nu de bodemrechter – die tevens de rechter was in het deelgeschil – zelf heeft overwogen dat bepaalde rechtsoverwegingen beschouwd moeten worden als beslissingen als bedoeld in art. 1019cc Rv, moet worden geconcludeerd dat zij zich kennelijk in de bodemprocedure aan deze overwegingen gebonden acht. Om die reden zijn appellaten dan ook ontvankelijk in het hoger beroep. 2. Het hof stelt voorop dat voor het antwoord op de vraag of de beheerder aansprakelijk is voor de gevolgen van de valpartijen niet van doorslaggevende betekenis is of deze aansprakelijkheid gebaseerd is op art. 6:174 BW of art. 6:162 BW. Deze maatstaven komen overeen met de Kelderluikcriteria. Het hof oordeelt dat appellanten o.g.v. de overgelegde rapportage, verklaringen en foto’s voorshands bewezen hebben dat de vloer ten tijde van de valpartijen niet voldeed aan de eisen die daaraan in de gegeven omstandigheden gesteld mochten worden. Tegenbewijs is mogelijk.

Lees verder

Jurisprudentie

Rb: exploitanten escape-room aansprakelijk voor val van trap, kelderluikcriteria

  • Rechtbank Zeeland-West-Brabant
  • 18 januari 2017
  • ECLI:NL:RBZWB:2017:244
  • C/02/314725 / HA ZA 16-305

Benadeelde (63 jaar) valt van trap tijdens personeelsuitje waarbij escape-roomspel wordt gespeeld en breekt zijn been. Benadeelde betrad de trap vanuit een ruimte waarin harde geluidseffecten te horen waren, bliksemschichten vertoond werden en mistwolken uit het te betreden trapgat te voorschijn kwamen. Hij stelt de exploitanten van de escape-room aansprakelijk. 1. De rechtbank toetst aan de Kelderluikcriteria en komt tot het oordeel dat de exploitanten onrechtmatig hebben gehandeld jegens benadeelde. De rechtbank acht het ongeval allerminst uitzonderlijk. De enkele bewering dat er voor en na het ongeval zeer veel deelnemers de trap zijn afgedaald zonder dat het risico van vallen zich heeft verwezenlijkt is daar toe niet voldoende. 2. Geen eigen schuld benadeelde.

Lees verder

Jurisprudentie

Rb, deelgeschil: geleideranden van een brug niet gevaarlijk

  • Rechtbank Den Haag
  • 22 november 2016
  • ECLI:NL:RBDHA:2016:14952
  • C/09/514112 / HA RK 16-335

Benadeelde is ten val gekomen bij het verlaten van een brug over door ijs gladde geleideranden die niet tot het brug- of wegdek behoorden. Voetgangers die dat doen moeten op extra gevaar bedacht zijn omdat kenbaar is dat de geleideranden niet voor op- of afstap van de brug naar de weg bestemd zijn. Een ander incident is niet bekend en de kans op ongevallen is klein. de Gemeente mocht verwachten dat voetgangers de voor het op- en afstappen vereiste oplettendheid en voorzichtigheid in acht zullen nemen, althans, bij gebruik van de randen dat doen voor hun eigen risico. Voor extra veiligheidsmaatregelen bestond, gegeven de inrichting van de brug, geen reden. Begroting kosten maar geen toewijzing daarvan.

Lees verder

Jurisprudentie

Hof: val chauffeur over gladde weegbrug, geen aansprakelijkheid eigenaar terrein na toetsing aan kelderluikcriteria

  • 1 november 2016
  • ECLI:NL:GHAMS:2016:4310
  • 200.172.118/01

Benadeelde zet bij winters weer zijn vrachtwagen op een weegbrug (een ijzeren plaat), stapt uit en loopt over de weegbrug en komt ten val. Hij stelt de eigenaar van het terrein aansprakelijk. Het hof acht de eigenaar niet aansprakelijk ex art 6:162 BW en art 6:174 BW. 1. Art 6:162 BW. Het hof stelt voorop dat de metalen weegplaat bij winterse omstandigheden glad kan worden. Het hof toetst aan de Kelderluikcriteria en komt tot het oordeel dat de door de eigenaar getroffen maatregelen, bestaande in het vegen en herhaaldelijk strooien van het terrein op winterse dagen in het algemeen als voldoende worden beschouwd ter voorkoming van het gevaar van vallen. 2. Het hof acht de eigenaar evenmin aansprakelijk ex art 6:174 BW. Als deze zaak beoordeeld zou worden langs de criteria van artikel 6:174 BW, dan leidt dit niet tot een andere uitkomst. Deze maatstaven komen overeen met de Kelderluikcriteria. (vgl. HR 7 oktober 2016, ECLI:NL:HR:2016:2283).

Lees verder

Jurisprudentie

Rb: loonwerkbedrijf (ex 7:658 lid 4 BW) en werkgever machinist (ex art 6:170 BW) aansprakelijk voor letsel ZZP’er met maïshakselaar

  • Rechtbank Midden-Nederland
  • 28 oktober 2016
  • ECLI:NL:RBMNE:2016:5708
  • 5351779, 5352002 en 5352082

Eiser is als loonwerker (zzp’er) ingehuurd door loonwerkbedrijf om te helpen met het oogsten van van maïs. Het loonwerkbedrijf A had ook een maïshakselaar met machinist ingehuurd van bedrijf B. Eiser komt met zijn hand in de hakselaar. Hij stelt spreekt het loonwerkbedrijf A, bedrijf B, de machinist en hun verzekeraars aan. 1. De rechtbank acht loonwerkbedrijf A aansprakelijk ex art 7:658 lid 4 BW (Davelaar/Allspan (HR 23 maart 2012, ECLI:NL:HR:2012:BV0616). Eiser was voor de zorg van zijn veiligheid (mede) afhankelijk van loonwerkbedrijf A. A kan deze verantwoordelijkheid gelet op zijn centrale positie bij het uitvoeren van de werkzaamheden niet verleggen naar B. Het loonbedrijf dient te worden aangemerkt als ‘een persoon’ in de zin van art. 7:658 lid 4 BW en is aansprakelijk. 2. De rechtbank oordeelt dat de machinist onrechtmatig heeft gehandeld. Toetsing aan de criteria van het Kelderluikarrest. Vaststaat dat de machinist, in strijd met de gebruikershandleiding, de motor van de hakselaar niet heeft uitgezet toen hij de cabine verliet om op zoek te gaan naar de oorzaak van de storingsmelding. B is ex art 6:170 BW als werkgever van de machinist (hoofdelijk) aansprakelijk.
3. Eiser dient zich schriftelijk uit laten over zijn mate van eigen schuld in verhouding tot de hoofdelijke aansprakelijkheid van B.

Lees verder

HR: wegbeheerder niet aansprakelijk voor val over kabels, toetsing aan ‘kelderluikcriteria’ binnen art. 6:174 BW en art. 6:162 BW

  • Hoge Raad
  • 7 oktober 2016
  • ECLI:NL:HR:2016:2283
  • 15/02599

Benadeelde struikelt over elektriciteitskabels naar marktkramen en stelt de gemeente aansprakelijk ex art. 6:174 en 6:162 BW. 1. Aansprakelijkheid wegbeheerder ex art. 6:174 BW. Vooropgesteld wordt dat bij het antwoord op de vraag of de weg voldoet aan de eisen die daaraan mogen worden gesteld en dus niet gebrekkig is, moet worden getoetst aan de ‘Kelderluikcriteria’. De Hoge Raad oordeelt dat de aansprakelijkheid van de wegbeheerder ex art. 6:174 BW beperkt is tot gebreken die samenhangen met de verkeersfunctie van de openbare weg. De aanwezigheid op een openbare weg van een voorwerp dat niet behoort tot de weg valt in de zin van art. 6:174 BW valt derhalve niet onder art. 6:174 lid 1 BW. 2. 1. Aansprakelijkheid ex art. 6:162 BW. De Hoge Raad overweegt vervolgens dat de wegbeheerder echter ook, mede uit hoofde van zijn algemene zorgplicht ten aanzien van de veiligheid van weggebruikers, wel aansprakelijk kan zijn voor de aanwezigheid van voorwerpen op de weg o.g.v. art. 6:162 BW. Indien de wegbeheerder bekend is met de aanwezigheid van het voorwerp op de weg, zoals in deze zaak de Gemeente met de aanwezigheid van de elektriciteitskabels, zijn voor de beoordeling van zijn aansprakelijkheid voor schade die ontstaat door verwezenlijking van het gevaar dat van die aanwezigheid uitging, van belang in hoeverre niet-inachtneming van de vereiste oplettendheid en voorzichtigheid waarschijnlijk is, hoe groot de kans is dat daaruit ongevallen ontstaan, hoe ernstig de gevolgen kunnen zijn, en in hoeverre het nemen van veiligheidsmaatregelen bezwaarlijk is (de ‘kelderluikcriteria’). 3. De Hoge Raad verwerpt de cassatiemiddelen tegen het oordeel van het hof dat de gemeente niet aansprakelijk is.

Lees verder

Jurisprudentie

Hof: ziekenhuis aansprakelijk voor val patiënt van trolley op SEH

  • Hof Amsterdam
  • 29 mei 2016
  • ECLI:NL:GHAMS:2016:2005
  • 200.160.236/01

Onrustige patiënt valt op Spoedeisende Hulp van trolley (smal bed) en loopt letsel op. 1. Het hof toets aan de kelderluikcriteria (a. de mate van waarschijnlijkheid waarmee voor het ziekenhuis was te verwachten dat benadeelde niet de vereiste oplettendheid en voorzichtigheid zou betrachten, b. de hoegrootheid van de kans dat ongevallen zouden ontstaan; c. de mogelijke ernst van de gevolgen daarvan d. de mate van bezwaarlijkheid van de te nemen veiligheidsmaatregelen.) en concludeert dat het ziekenhuis, gelet op alle omstandigheden van het geval, is tekortgeschoten in de zorg die van haar jegens benadeelde kon worden gevergd. Het hof acht het ziekenhuis aansprakelijk voor de schade. 2. Kosten deelgeschil: Het hof acht het uurtarief van € 300,= (exclusief BTW en kantoorkosten) onredelijk hoog; uurtarief van € 250,- wordt toegewezen.

Lees verder

Jurisprudentie

Rb: discotheek aansprakelijk voor letsel door glas op vloer in discotheek

  • Rechtbank Overijssel
  • 7 september 2016
  • ECLI:NL:RBOVE:2016:3592
  • C/08/169740/ HA ZA 15-184

Benadeelde heeft letsel opgelopen door glas op vloer in discotheek. De vraag of sprake is van een onrechtmatige daad in een gevaarscheppende situatie dient beantwoord te worden aan de hand van door criteria van het Kelderluikarrest. De rechtbank is o.g.v. de afgelegde getuigenverklaringen van oordeel dat benadeelde in de bewijsopdracht is geslaagd. De discotheek had er op bedacht moeten zijn dat bezoekers niet altijd op glasscherven op de vloer bedacht zijn, niet op voorhand stevig schoeisel aan doen, en dat de kans op ook ernstig letsel door glasscherven reëel is. De discotheek had op betrekkelijk eenvoudige wijze voorzorgsmaatregelen kunnen nemen door in plaats van glazen, plastic te gebruiken en haar personeel te instrueren dat zij met regelmaat de vloeren adequaat schoonmaken.

Lees verder

Jurisprudentie

Hof: letsel bij zaalvoetbal in sporthal, deskundigenbericht gelast

  • Hof Arnhem-Leeuwarden
  • 26 april 2016
  • ECLI:NL:GHARL:2016:3429
  • 200.153.590

Benadeelde loopt tijdens vriendschappelijke zaalvoetbalwedstrijd tegen muur van sporthal en loopt letsel op. Hij stelt de sporthalexploitant en de gemeente aansprakelijk; hij stelt hierbij dat de uitloopruimte rondom het speelveld van één meter gevaarlijk klein en in strijd met KNVB-voorschriften was. Het hof zal toetsen aan de hand van de Kelderluikcriteria of de exploitant en/of de gemeente door de aanleg in de sporthal van een zaalvoetbalveld van 40 x 20 meter en de instandhouding daarvan, een situatie in het leven hebben geroepen of hebben laten voortbestaan die voor anderen, en met name voor deelnemers aan een zaalvoetbalwedstrijd, bij niet-inachtneming van de vereiste oplettendheid en voorzichtigheid gevaarlijk was. Het hof heeft behoefte aan deskundige voorlichting en gelast een deskundigenbericht.

Lees verder

Jurisprudentie

Rb: winkel aansprakelijk voor val klant over losliggend materiaal op vloer

  • Rechtbank Midden-Nederland
  • 30 december 2015
  • ECLI:NL:RBMNE:2015:9661
  • C/16/401328 / HA RK 15-231 MAR

Verzoekster komt ten val in een winkel van Kruidvat; zij stelt Kruidvat aansprakelijk ex art 6:162 BW. De rechtbank komt op basis van getuigenverklaringen tot het oordeel dat verzoekster voldoende aannemelijk heeft gemaakt dat zij is gestruikeld over een stripje, dat behoort tot de winkel(inventaris). De rechtbank overweegt dat de vraag of aansprakelijkheid bestaat op grond van artikel 6:162 BW als gevolg van het in het leven roepen of laten voortbestaan van een situatie die voor anderen gevaar oplevert, beantwoord dient te worden aan de hand van criteria van het Kelderluik-arrest van de Hoge Raad van 5 november 1965 (NJ 1966/136). De enkele aanwezigheid van een voorwerp op de winkelvloer maakt naar het oordeel van de rechtbank nog niet dat sprake is van zodanige gevaarzetting dat Kruidvat op grond van onrechtmatige daad aansprakelijk is. Dat is anders als, zoals door
verzoekster gesteld, het gaat om voorwerpen van Kruidvat zelf, die regelmatig op de grond terechtkomen en daarmee een gevaar vormen voor (onoplettende) klanten. Verzoekster heeft met foto’s onderbouwd dat er regelmatig klapbarkers en/of kartonnen strips op de grond liggen in dit filiaal van Kruidvat en dat het – kennelijk – gaat om strips die makkelijk losschieten en vallen. De rechtbank acht Kruidvat aansprakelijk. 2.Kosten deelgeschil: € 4850,-.

Lees verder