Vaknieuws

Scriptieprijs Stichting Beer impuls voor scriptie ‘De zorgverlener als tweede slachtoffer’

  • 15 juni 2017

Stichting Beer impuls, een initiatief van zes Amsterdamse slachtofferadvocaten, heeft in 2016 net als in 2015 een landelijke scriptieprijs uitgeschreven. De vakjury bestaande uit prof. mr. C.C. van Dam, mr. dr. F.Th. Kremer en mr. J.M. Beer, heeft zich over de inzendingen gebogen en op 15 juni 2017 werd de scriptieprijs uitgereikt aan de winnares mr. ChiChi de Haan en de Vakgroep Privaatrecht van de UvA. Het onderwerp van haar scriptie ‘De zorgverlener als tweede slachtoffer’. Deze scriptie behandelt de vraag of een ziekenhuis o.g.v. art 7:658 BW jegens de zorgverlener de juridische plicht heeft om deze na een calamiteit of incident op te vangen, en bij gebreke daaraan aansprakelijk kan zijn voor daaruit voortvloeiende psychische gezondheidsschade.

Lees verder

Jurisprudentie

Rb: proportionele aansprakelijkheid ziekenhuis (60%) wegens overlijden patiënt na darmoperatie

  • Rechtbank Den Haag
  • 17 mei 2017
  • ECLI:NL:RBDHA:2017:5685
  • C/09/510494 / HA ZA 16-542

Medische aansprakelijkheid. Patiënt overlijdt na operatie aan een ileus (verkleving van darm). Eiseres stelt het ziekenhuis hiervoor aansprakelijk. 1. Tuchtrechtelijke klachten zijn reeds gedeeltelijk gegrond verklaard; verhouding tussen tuchtrecht en civielrechtelijke norm. 2. De rechtbank oordeelt dat sprake is van een beroepsfout van de SEH arts door patiënt niet eerder op te nemen ter onderzoek en behandeling en van de chirurg door na de operatie en de uitslag van de CT-scan na te laten patiënt te laten opnemen op de IC-afdeling. 3. Proportionele aansprakelijkheid ziekenhuis. Nu onzeker is waardoor de patiënt is overleden, bestaat er causaliteitsonzekerheid. De rechtbank kan immers niet vaststellen of de patiënt is overleden als gevolg van het tekortschieten van de behandelend artsen, of dat zijn overlevingskansen als gevolg van dat handelen zijn verkleind. Gelet op de strekking van de door de artsen geschonden norm (het voorkomen van gezondheidsschade) en de aard van de normschending (het nalaten de patiënt tijdig op te nemen) ziet de rechtbank aanleiding voor toepassing van het leerstuk van de proportionele aansprakelijkheid (zie r.o. 4.52). De rechtbank bepaalt het attributieve risico (kans op gezondheidsschade met fout minus kans op gezondheidsschade zonder fout) gedeeld door kans op gezondheidsschade met fout x 100) op 60%.

Lees verder

Jurisprudentie

Rb, deelgeschil: beginsel hoor en wederhoor betekent niet dat arts zonder meer moet worden gehoord

  • 23 maart 2017
  • ECLI:NL:RBNHO:2017:2391
  • C/14/158417 / HA RK 14-155

Medische aansprakelijkheid, benadeelde acht ziekenhuis aansprakelijk wegens gemiste fractuur. Benadeelde verzoekt de rechtbank om te bepalen dat in het gezamenlijk verzoek aan de deskundige niet wordt opgenomen het verzoek om in het kader van hoor en wederhoor de betrokken arts te horen. 1. De rechtbank overweegt dat het aan de deskundige is om te bepalen op welke wijze hij zijn onderzoek inricht. Het staat de deskundige in dat kader vrij om, indien hij dat voor zijn onderzoek noodzakelijk of nuttig acht, de betrokken arts te horen. Dit is tot uitdrukking gebracht in de Leidraad deskundigen in civiele zaken. Het standpunt van de verzekeraar dat het beginsel van hoor en wederhoor er zonder meer toe noopt dat de betrokken arts wordt gehoord, onderschrijft de rechtbank niet. Aan dit beginsel wordt inhoud gegeven door beide partijen de gelegenheid te bieden om te reageren op het concept-rapport van de deskundige. De rechtbank wijst het verzoek toe en wijzigt de vraagstelling in “het staat u vrij de betrokken arts te horen indien u dat noodzakelijk acht (..) “. 2. Kosten deelgeschil: € 3.228,78.

Lees verder

Jurisprudentie

Rb: oogarts aansprakelijk voor letsel wegens niet uitvoeren halfjaarlijkse controles

  • Rechtbank Amsterdam
  • 19 april 2017
  • ECLI:NL:RBAMS:2017:3782
  • C/13/610412 / HA ZA 16-607

Bij benadeelde zijn in 2005 implantlenzen geplaatst. In 2007 zijn deze lenzen (tijdelijk) van de markt gehaald. De door de rechtbank ingeschakelde deskundige concludeert dat van de lenzen (in ieder geval vanaf 2007) bekend was dat deze ondeugdelijk waren en dat de oogarts benadeelde vanaf 2008 halfjaarlijks had behoren te controleren waarna hij de lenzen tijdig had kunnen verwijderen. Nu dit niet is gebeurd heeft de oogarts niet conform de medisch professionele standaard gehandeld. De rechtbank neemt de conclusies van de deskundige over en oordeelt dat e oogarts niet heeft gehandeld zoals van een redelijk bekwaam en redelijk handelend oogarts in vergelijkbare omstandigheden had mogen worden verwacht.

Lees verder

Jurisprudentie

Rb: ziekenhuis niet aansprakelijk voor gebruik gebrekkige PIP-borstimplantaten (1)

  • Rechtbank Amsterdam
  • 24 mei 2017
  • ECLI:NL:RBAMS:2017:3491
  • C/13/608373 / HA ZA 16-510

In 1999 heeft benadeelde borstvergrotende operatie ondergaan waarbij PIP-borstimplantaten zijn gebruikt. 1. De rechtbank overweegt dat de hoofdregel van art. 6:77 BW houdt in dat de door het gebruik van een ongeschikte hulpzaak ontstane tekortkoming wordt toegerekend aan de schuldenaar, tenzij dit onredelijk zou zijn. Een hulpverlener mag er in beginsel op vertrouwen dat het met een CE-keurmerk gecertificeerde hulpmiddel bewezen veilig is. De omstandigheid dat een hulpzaak is voorzien van een CE-keurmerk, vormt een argument dat pleit tegen toerekening van een gebrek aan de hulpzaak aan de hulpverlener. De arts kón niet vaststellen dat de hulpzaak gebrekkig was. 2. Informed consent aangenomen.

Lees verder

Jurisprudentie

HR: cassatieberoep in medische aansprakelijkheidszaak Curaçao afgewezen

  • Hoge Raad
  • 19 mei 2017
  • ECLI:NL:HR:2017:937
  • 16/00984

Benadeelde heeft zich in 2008 gemeld op de spoedeisende hulp van het ziekenhuis op Curaçao met aambeienklachten. Hij is terugverwezen naar de huisarts. De dag daarna is hij naar Venezuela gereisd, waar hij herhaaldelijk is geopereerd vanwege een complex abces. Hij heeft het ziekenhuis aansprakelijk gesteld. Het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba (GEA) heeft geoordeeld dat het ziekenhuis niet onzorgvuldig heeft gehandeld en dat causaal verband met de gestelde schade niet is komen vast te staan. De Hoge Raad verwerpt het tegen dit oordeel ingestelde cassatieberoep.

Lees verder

Jurisprudentie

Rb: de artsen behandelden bekwaam

  • Rechtbank Gelderland
  • 1 maart 2017
  • ECLI:NL:RBGEL:2017:2037
  • 273316

Cervicale myelopathie leidde tot letsel van een patiënte. Aan deskundigen wordt de vraag voorgelegd of het handelen van de neuroloog en de revalidatiearts voldeed aan de eisen die van een redelijk bekwaam en redelijk handelend vakgenoot onder dezelfde omstandigheden mocht worden verwacht. De deskundigenoordelen, de beantwoording van de aanvullende vragen en de gebezigde motiveringen, die inzichtelijk zijn en die mede gebaseerd zijn op bijzondere kennis en ervaring, komen overtuigend voor. De rechtbank komt tot het oordeel dat de artsen in de gegeven omstandigheden binnen de normen van een redelijk bekwaam redelijk handelend arts hebben gehandeld.

Lees verder

Jurisprudentie

Rb, deelgeschil: gemiste diagnose waardoor reële overlevingskans verloren is gegaan: smartengeld € 200.000,-

  • Rechtbank Rotterdam
  • 21 maart 2017
  • ECLI:NL:RBROT:2017:2139
  • C/10/513740 / HA RK 16-977

Uroloog heeft bij patiënte tumor in de nier niet onderkend. De aansprakelijkheid voor een verwijtbaar delay in de diagnose is erkend vanaf 2008. Door het verwijtbaar delay is de overlevingskans van 92% (2008) gedaald naar 13% (2013). In 2014 is patiënte aan de gevolgen van kanker overleden. Verzoekers vorderen € 500.000,- smartengeld. 1. De rechtbank wijst € 200.000,- toe. De rechtbank overweegt hierbij dat door het ernstig verwijtbaar medisch handelen heeft geleid tot een delay van vijf jaar waardoor de aanvankelijke reële kans op overleving verloren is gegaan. Dit heeft geresulteerd in een lijdensweg van dertien maanden waarin patiënte werd geconfronteerd met veel pijn, angst en verdriet totdat zij op de relatief jonge leeftijd van 50 jaar overleed. Niet in geschil is dat in andere landen in vergelijkbare gevallen door de rechter hogere bedragen worden toegekend dan in Nederland. Deze omstandigheid is echter van beperkt gewicht. De ontwikkeling van de maatschappelijke opvattingen over de hoogte van smartengeld in Nederland weegt zwaarder. Die maatschappelijke opvattingen zijn in de loop van de jaren gewijzigd. 2. BGK: verwijzing naar PIV-staffel. 3. Kosten deelgeschil: € 7.823,27.

Lees verder

Jurisprudentie

Rb: verzoek om prejudiciële vraag aan Hoge Raad over PIP-implantaten afgewezen

  • Rechtbank Oost-Brabant
  • 4 januari 2017
  • ECLI:NL:RBOBR:2017:42
  • C/01/311082 / HA ZA 16-515

Benadeelde heeft het ziekenhuis aansprakelijk gesteld voor de schade die zij heeft opgelopen door PIP-implantaten. Zij wil een prejudiciële vraag aan de Hoge Raad voorleggen, nl.: ‘Kan de zorgverlener (in casu het ziekenhuis) aansprakelijk worden gehouden voor het gebruik van gebrekkige hulpzaken?’ De rechtbank wijst het verzoek af. De rechtbank oordeelt dat deze algemene vraagstelling zoals voorgelegd niet kan bijdragen aan een beslissing op de eis van benadeelde.

Lees verder

Jurisprudentie

Hof (kort geding): immateriële belang vader bij indienen klacht onvoldoende voor inzage in medisch dossier

  • Hof Den Bosch
  • 7 maart 2017
  • ECLI:NL:GHSHE:2017:942
  • 200.204.157_01

Vader vraagt inzage in medisch dossier van dochter die zelfmoord heeft gepleegd in psychiatrische instelling ter voorbereiding van een klacht tegen de behandelend psychiater.
Het hof is voorshands van oordeel dat als regel nabestaanden van een overleden patiënt er een rechtens te respecteren belang bij hebben om een klacht te kunnen indienen tegen een behandelaar van de overleden patiënt, wegens een vermeend door die behandelaar gemaakte medische fout. In dit geval speelt daarbij geen materieel belang nu de vergoeding van de overlijdensschade minnelijk tussen partijen is geregeld. Het immateriële, emotionele, belang van de vader bij het kunnen indienen van een klacht vormt geen dusdanig zwaarwegend belang voor inzage in het medisch dossier, dat daarvoor het – algemeen maatschappelijke – belang van geheimhouding zou moeten wijken.

Lees verder

Jurisprudentie

Rb: aansprakelijkheidsvraag sprong psychiatrische patiënt niet geschikt voor deelgeschil

  • Rechtbank Oost-Brabant
  • 2 maart 2017
  • ECLI:NL:RBOBR:2017:1280
  • C/01/312529 / EX RK 16-165

Psychiatrische patiënt op gesloten afdeling springt van balkon en loopt dwarslaesie op. Hij stelt de inrichting aansprakelijk.1. De rechtbank verwerpt het verweer dat nu geen buitengerechtelijke onderhandelingen hebben plaatsgevonden reeds daarom niet is voldaan aan de voorwaarden voor het instellen van een deelgeschilprocedure. Gelet op de opstelling van de verzekeraar, is het verzoeker niet kwalijk te nemen dat hij de weg van het deelgeschil heeft gekozen. 2. De rechtbank oordeelt dat de aansprakelijkheidsvraag nog niet beantwoord kan worden omdat nader onderzoek nodig is. Daarvoor leent de deelgeschilprocedure zich niet. 3. Kosten deelgeschil begroot op € 4.135,80 (gevorderd: € 13.346,93).

Lees verder

Jurisprudentie

Hof: ziekenhuis heeft niet voldaan aan verzwaarde motiveringsplicht en is aansprakelijk voor mislukte oorreconstructie (behoudens tegenbewijs)

  • Hof Arnhem-Leeuwarden
  • 28 februari 2017
  • ECLI:NL:GHARL:2017:1676
  • 200.111.788/01

Reconstructie van oor is mislukt. Het hof overweegt dat benadeelde moet stellen en zo nodig te bewijzen dat niet lege artis is gehandeld. Op het ziekenhuis rust verzwaarde motiveringsplicht, die meebrengt dat het ziekenhuis benadeelde voldoende feitelijke gegevens en aanknopingspunten verschaft ten aanzien van de mogelijke oorzaken van het niet bereiken van het beoogde resultaat. Het hof heeft niet voldaan de verzwaarde motiveringsplicht. Het medisch dossier en de verklaring van de arts bieden geen inzicht in het handelen en de keuzes van de chirurgen die benadeelde hebben geopereerd, noch kan daaruit worden afgeleid wat de (mogelijke) oorzaken zijn van het teleurstellende resultaat van de operaties. Het hof acht dan ook voorshands bewezen dat de plastisch chirurgen niet lege artis hebben gehandeld. Het ziekenhuis wordt toegelaten tot het leveren van tegenbewijs. (NB: uitspraak heeft al eerder op Kennisnet gestaan, nog niet eerder in de nieuwsbrief).

Lees verder

Jurisprudentie

Hof: ziekenhuis heeft niet voldaan aan verzwaarde motiveringsplicht en is aansprakelijk voor mislukte oorreconstructie (behoudens tegenbewijs)

  • Hof Arnhem-Leeuwarden
  • 28 februari 2017
  • ECLI:NL:GHARL:2017:1676
  • 200.111.788/01

Reconstructie van oor is mislukt. Het hof overweegt dat benadeelde moet stellen en zo nodig te bewijzen dat niet lege artis is gehandeld. Op het ziekenhuis rust verzwaarde motiveringsplicht, die meebrengt dat het ziekenhuis benadeelde voldoende feitelijke gegevens en aanknopingspunten verschaft ten aanzien van de mogelijke oorzaken van het niet bereiken van het beoogde resultaat. Het hof heeft niet voldaan de verzwaarde motiveringsplicht. Het medisch dossier en de verklaring van de arts bieden geen inzicht in het handelen en de keuzes van de chirurgen die benadeelde hebben geopereerd, noch kan daaruit worden afgeleid wat de (mogelijke) oorzaken zijn van het teleurstellende resultaat van de operaties. Het hof acht dan ook voorshands bewezen dat de plastisch chirurgen niet lege artis hebben gehandeld. Het ziekenhuis wordt toegelaten tot het leveren van tegenbewijs.

Lees verder

Jurisprudentie

Rb, deelgeschil: integriteitsschade wegens niet melden van veelvoorkomende complicatie afgewezen

  • Rechtbank Zeeland-West-Brabant
  • 9 februari 2017
  • ECLI:NL:RBZWB:2017:851
  • 5483643 OV VERZ 16-7840

Benadeelde stelt arts aansprakelijk voor integriteitsschade (€ 10.000,- ) na prostaatoperatie. Door arts was veel voorkomende complicatie (verlies van uitwendige ejaculatie; komt in 70-80% gevallen voor) niet gemeld; hiervoor is hij tuchtrechtelijk veroordeeld. De kantonrechter overweegt dat hij zich zelfstandig een oordeel dient te vormen, waarbij een eventueel afwijkend oordeel van de tuchtrechter gemotiveerd moet worden. De “omkeringsregel” met betrekking tot de bewijslast geldt bij de inlichtingenplicht niet. De kantonrechter ziet geen aanleiding benadeelde het bewijs van zijn stelling dat hij onvoldoende is ingelicht op te dragen. Naar het oordeel van de kantonrechter heeft benadeelde onvoldoende onderbouwd gesteld dat hij als redelijk handelende patiënt niet voor de behandeling had gekozen als hij voldoende was geïnformeerd. Dat benadeelde van de ingreep zou hebben afgezien ligt niet voor de hand. 2. De kantonrechter acht onvoldoende onderbouwd dat, als komt vast te staan dat de informatieplicht is geschonden, daardoor sprake is van een zodanig ernstige schending van de persoonlijke levenssfeer dat die moet worden aangemerkt als een persoonsaantasting in de zin van artikel 6:106 lid 1 sub b BW. 3. Kosten deelgeschil: € 4.365,25.

Lees verder

Jurisprudentie

Rb: niet melden zeer zeldzame bijwerking medicijn is geen beroepsfout

  • Rechtbank Rotterdam
  • 1 februari 2017
  • ECLI:NL:RBROT:2017:793
  • C/10/497238 / HA ZA 16-257

Benadeelde heeft evenwichtsproblemen na gebruik van medicijn. 1. Indien benadeelde de evenwichtsproblemen heeft gemeld, zouden nacontroles noodzakelijk geweest zijn.. Benadeelde dient te bewijzen dat hij de evenwichtsproblemen heeft gemeld. Omkeringsregel niet van toepassing. 2. Schending informatieplicht door ziekenhuis? Voor het antwoord op de vraag over welke bekende risico’s de hulpverlener de patiënt dient voor te lichten, is onder meer van belang de grootte van de kans dat een bepaald risico zich zal realiseren, alsmede de aard en ernst van dat risico. Het risico op schade aan het evenwichts- en/of gehoororgaan bij gebruik van Gentamicine is 0,01%. De rechtbank oordeelt dat het niet melden van deze zeer zeldzame bijwerking geen beroepsfout is.

Lees verder