Jurisprudentie

HR: huisarts op Curaçao niet aansprakelijk voor abces (art 81 RO)

  • Hoge Raad
  • 13 oktober 2017
  • ECLI:NL:HR:2017:2625
  • 16/05211

De Hoge Raad verwerpt zonder nadere motivering (art 81 RO)
het door benadeelde ingestelde cassatieberoep tegen de uitspraak van Het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba dat de huisarts niet aansprakelijk is voor de geleden schade. Benadeelde had zich in 2008 gemeld op de spoedeisende hulp van het ziekenhuis op Curaçao met aambeienklachten. Hij werd terugverwezen naar de huisarts. De dag daarna is hij naar Venezuela gereisd, waar hij herhaaldelijk is geopereerd vanwege een complex abces. De Hoge Raad volgt hiermee de conclusie van A.-G. T. Hartlief. Op 19 mei 2017 verwierp de Hoge Raad reeds het cassatieberoep in de procedure tegen het eveneens aansprakelijk gestelde ziekenhuis.

Lees verder

Jurisprudentie

Rb: ziekenhuis niet aansprakelijk voor hersenletsel baby

  • Rechtbank Midden-Nederland
  • 16 augustus 2017
  • ECLI:NL:RBMNE:2017:4172
  • C/16/428832 / HA ZA 16-926

Medische aansprakelijkheid. Baby (een van tweeling) heeft hersenletsel. De ouders stellen het ziekenhuis aansprakelijk wegens tekortschieten bij de bevalling. De rechtbank is –anders dan de ouders- van oordeel dat het rapport van de deskundige concludent is en dus tot uitgangspunt moet worden genomen bij de beoordeling. De rechtbank concludeert dat de kwaliteit van de CTG-registratie met enige regelmaat te wensen overliet en dat het baringsverslag wellicht ten onrechte niet naar de huisarts is gestuurd. Deze normschendingen zijn naar het oordeel van de deskundige kennelijk echter niet zodanig ernstig dat hij vindt dat de medische professionele standaard is geschonden. Van een tekortkoming in de nakoming van de behandelingsovereenkomst of onrechtmatig handelen is dus geen sprake.

Lees verder

Vaknieuws

Medisch Contact: Onbedoelde schade treft ook de arts

  • Medisch Contact
  • 13 september 2017
  • Simone Paauw

Een onderzoek onder ruim vijfduizend artsen en andere zorgverleners toont aan dat een veiligheidsincident ook – soms ernstige – gevolgen heeft voor de zorgverleners. Bij ernstige incidenten voelt één op de drie de behoefte om het werk tijdelijk neer te leggen. Het afgelopen jaar namen meer dan vijfduizend artsen, verpleegkundigen en paramedici uit negentien Nederlandse ziekenhuizen deel aan een onderzoek van het Leernetwerk Peer Support in de Zorg naar de impact van patiëntveiligheidsincidenten op de betrokken zorgverleners.

Lees verder

Jurisprudentie

Rb, deelgeschil: ziekenhuis en verzekeraar gehouden mee te werken aan deskundigenbericht buiten rechte

  • 22 juni 2016
  • ECLI:NL:RBGEL:2017:4179
  • C/05/301381 / HA RK 16-92

Benadeelde verwijt het ziekenhuis dat na constatering van carpaal tunnelsyndroom niet met spoed tot operatie is overgegaan en dat bij de operatie een zenuw is beschadigd. Hij verzoekt de rechtbank a. voor recht te verklaren dat het ziekenhuis/de verzekeraar aansprakelijk is en b. subsidiair dat het ziekenhuis mee dient te werken aan een deskundigenonderzoek. Verzoek a. wordt afgewezen. Door de tijd en kosten die met onderzoek zijn gemoeid leent het verzoek zich niet voor een deelgeschil. 2. Het verzoek om medewerking aan deskundigenbericht buiten rechte wordt toegewezen. Dat verzoeker ook een verzoek om een voorlopig deskundigenbericht kan doen doet hieraan niet af. De rechtbank oordeelt dat vanuit het algemene contractenrecht een medewerkingsplicht niet licht valt aan te nemen. De onderhavige kwestie is echter in meerdere opzichten bijzonder. Verplichtingen die de redelijkheid en billijkheid meebrengen bij de afhandeling van een claim als de onderhavige kunnen blijken uit de normen die voor deze afhandeling in de praktijk worden gehanteerd. In dat verband is relevant dat het ziekenhuis en de verzekeraar is aangesloten bij de GOMA. De rechtbank verwijst naar art 18 GOMA en oordeelt dat het ziekenhuis en de verzekeraar door de rechter gehouden kunnen worden aan onderzoek buiten rechte. Benadeelde en het ziekenhuis/verzekeraar dienen ieder de helft van de kosten te vergoeden. 3. Kosten deelgeschil: € 10.981,10 (uurtarief € 265,-).

Lees verder

Jurisprudentie

Rb: aansprakelijkheid huisarts en waarnemend huisarts voor hersenvliesontsteking, bewijsopdracht

  • Rechtbank Gelderland
  • 12 juli 2017
  • ECLI:NL:RBGE L:2017:4198
  • C/05/295689 HA ZA 16-17

Benadeelde heeft (in 2002) waarnemend huisarts bezocht. Een dag later treft de waarnemer benadeelde tijdens huisbezoek met verlaagd bewustzijn aan. Bij spoedopname wordt hersenvliesontsteking geconstateerd. Benadeelde stelt de huisarts en de waarnemer aansprakelijk. 1. De ingeschakelde deskundige heeft geconcludeerd dat de huisarts onzorgvuldig heeft gehandeld, ervan uitgaande dat benadeelde heeft gemeld dat hij al maanden klachten had. Dat benadeelde deze informatie heeft verstrekt kan de deskundige niet (met 100% zekerheid) vaststellen. De rechtbank draagt aan (de erven van) benadeelde op te bewijzen feiten en omstandigheden waaruit volgt dat benadeelde aan de huisarts heeft gemeld dat hij al maanden vermoeid en beroerd was. 2. Vordering tegen waarnemer afgewezen. Niet kan worden vastgesteld dat de vertraging bij de waarnemer heeft geleid tot schade.

Lees verder

Jurisprudentie

Rb, deelgeschil: ziekenhuis moet meewerken aan voortzetting gezamenlijke expertise

  • Rechtbank Gelderland
  • 7 januari 2016
  • ECLI:NL:RBGEL:2016:7163
  • c/05/290461 HA RK 15-148

Na knieoperatie heeft benadeelde, die lijdt aan een ernstige botziekte, blijvende uitval van de nervus peroneus (kuitzenuw). Zij verzoekt de rechtbank voor recht te verklaren dat het ziekenhuis aansprakelijk is. De rechtbank komt tot het oordeel dat op basis van het expertiserapport van de op gezamenlijk verzoek ingeschakelde orthopeed (dr. Y) de aansprakelijkheid niet kan worden vastgesteld. Het primaire verzoek wordt afgewezen. 2. De rechtbank wijs het subsidiaire verzoek toe en bepaalt dat het ziekenhuis moet meewerken aan de verdere voortzetting en afronding van het gezamenlijk door partijen in gang gezette deskundigenonderzoek bij dr. Y. 3. Kosten deelgeschil: € 8.535,99.

Lees verder

Vaknieuws

Scriptieprijs Stichting Beer impuls voor scriptie ‘De zorgverlener als tweede slachtoffer’

  • 15 juni 2017

Stichting Beer impuls, een initiatief van zes Amsterdamse slachtofferadvocaten, heeft in 2016 net als in 2015 een landelijke scriptieprijs uitgeschreven. De vakjury bestaande uit prof. mr. C.C. van Dam, mr. dr. F.Th. Kremer en mr. J.M. Beer, heeft zich over de inzendingen gebogen en op 15 juni 2017 werd de scriptieprijs uitgereikt aan de winnares mr. ChiChi de Haan en de Vakgroep Privaatrecht van de UvA. Het onderwerp van haar scriptie ‘De zorgverlener als tweede slachtoffer’. Deze scriptie behandelt de vraag of een ziekenhuis o.g.v. art 7:658 BW jegens de zorgverlener de juridische plicht heeft om deze na een calamiteit of incident op te vangen, en bij gebreke daaraan aansprakelijk kan zijn voor daaruit voortvloeiende psychische gezondheidsschade.

Lees verder

Jurisprudentie

Rb: proportionele aansprakelijkheid ziekenhuis (60%) wegens overlijden patiënt na darmoperatie

  • Rechtbank Den Haag
  • 17 mei 2017
  • ECLI:NL:RBDHA:2017:5685
  • C/09/510494 / HA ZA 16-542

Medische aansprakelijkheid. Patiënt overlijdt na operatie aan een ileus (verkleving van darm). Eiseres stelt het ziekenhuis hiervoor aansprakelijk. 1. Tuchtrechtelijke klachten zijn reeds gedeeltelijk gegrond verklaard; verhouding tussen tuchtrecht en civielrechtelijke norm. 2. De rechtbank oordeelt dat sprake is van een beroepsfout van de SEH arts door patiënt niet eerder op te nemen ter onderzoek en behandeling en van de chirurg door na de operatie en de uitslag van de CT-scan na te laten patiënt te laten opnemen op de IC-afdeling. 3. Proportionele aansprakelijkheid ziekenhuis. Nu onzeker is waardoor de patiënt is overleden, bestaat er causaliteitsonzekerheid. De rechtbank kan immers niet vaststellen of de patiënt is overleden als gevolg van het tekortschieten van de behandelend artsen, of dat zijn overlevingskansen als gevolg van dat handelen zijn verkleind. Gelet op de strekking van de door de artsen geschonden norm (het voorkomen van gezondheidsschade) en de aard van de normschending (het nalaten de patiënt tijdig op te nemen) ziet de rechtbank aanleiding voor toepassing van het leerstuk van de proportionele aansprakelijkheid (zie r.o. 4.52). De rechtbank bepaalt het attributieve risico (kans op gezondheidsschade met fout minus kans op gezondheidsschade zonder fout) gedeeld door kans op gezondheidsschade met fout x 100) op 60%.

Lees verder

Jurisprudentie

Rb, deelgeschil: beginsel hoor en wederhoor betekent niet dat arts zonder meer moet worden gehoord

  • 23 maart 2017
  • ECLI:NL:RBNHO:2017:2391
  • C/14/158417 / HA RK 14-155

Medische aansprakelijkheid, benadeelde acht ziekenhuis aansprakelijk wegens gemiste fractuur. Benadeelde verzoekt de rechtbank om te bepalen dat in het gezamenlijk verzoek aan de deskundige niet wordt opgenomen het verzoek om in het kader van hoor en wederhoor de betrokken arts te horen. 1. De rechtbank overweegt dat het aan de deskundige is om te bepalen op welke wijze hij zijn onderzoek inricht. Het staat de deskundige in dat kader vrij om, indien hij dat voor zijn onderzoek noodzakelijk of nuttig acht, de betrokken arts te horen. Dit is tot uitdrukking gebracht in de Leidraad deskundigen in civiele zaken. Het standpunt van de verzekeraar dat het beginsel van hoor en wederhoor er zonder meer toe noopt dat de betrokken arts wordt gehoord, onderschrijft de rechtbank niet. Aan dit beginsel wordt inhoud gegeven door beide partijen de gelegenheid te bieden om te reageren op het concept-rapport van de deskundige. De rechtbank wijst het verzoek toe en wijzigt de vraagstelling in “het staat u vrij de betrokken arts te horen indien u dat noodzakelijk acht (..) “. 2. Kosten deelgeschil: € 3.228,78.

Lees verder

Jurisprudentie

Rb: oogarts aansprakelijk voor letsel wegens niet uitvoeren halfjaarlijkse controles

  • Rechtbank Amsterdam
  • 19 april 2017
  • ECLI:NL:RBAMS:2017:3782
  • C/13/610412 / HA ZA 16-607

Bij benadeelde zijn in 2005 implantlenzen geplaatst. In 2007 zijn deze lenzen (tijdelijk) van de markt gehaald. De door de rechtbank ingeschakelde deskundige concludeert dat van de lenzen (in ieder geval vanaf 2007) bekend was dat deze ondeugdelijk waren en dat de oogarts benadeelde vanaf 2008 halfjaarlijks had behoren te controleren waarna hij de lenzen tijdig had kunnen verwijderen. Nu dit niet is gebeurd heeft de oogarts niet conform de medisch professionele standaard gehandeld. De rechtbank neemt de conclusies van de deskundige over en oordeelt dat e oogarts niet heeft gehandeld zoals van een redelijk bekwaam en redelijk handelend oogarts in vergelijkbare omstandigheden had mogen worden verwacht.

Lees verder

Jurisprudentie

Rb: ziekenhuis niet aansprakelijk voor gebruik gebrekkige PIP-borstimplantaten (1)

  • Rechtbank Amsterdam
  • 24 mei 2017
  • ECLI:NL:RBAMS:2017:3491
  • C/13/608373 / HA ZA 16-510

In 1999 heeft benadeelde borstvergrotende operatie ondergaan waarbij PIP-borstimplantaten zijn gebruikt. 1. De rechtbank overweegt dat de hoofdregel van art. 6:77 BW houdt in dat de door het gebruik van een ongeschikte hulpzaak ontstane tekortkoming wordt toegerekend aan de schuldenaar, tenzij dit onredelijk zou zijn. Een hulpverlener mag er in beginsel op vertrouwen dat het met een CE-keurmerk gecertificeerde hulpmiddel bewezen veilig is. De omstandigheid dat een hulpzaak is voorzien van een CE-keurmerk, vormt een argument dat pleit tegen toerekening van een gebrek aan de hulpzaak aan de hulpverlener. De arts kón niet vaststellen dat de hulpzaak gebrekkig was. 2. Informed consent aangenomen.

Lees verder

Jurisprudentie

HR: cassatieberoep in medische aansprakelijkheidszaak Curaçao afgewezen

  • Hoge Raad
  • 19 mei 2017
  • ECLI:NL:HR:2017:937
  • 16/00984

Benadeelde heeft zich in 2008 gemeld op de spoedeisende hulp van het ziekenhuis op Curaçao met aambeienklachten. Hij is terugverwezen naar de huisarts. De dag daarna is hij naar Venezuela gereisd, waar hij herhaaldelijk is geopereerd vanwege een complex abces. Hij heeft het ziekenhuis aansprakelijk gesteld. Het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba (GEA) heeft geoordeeld dat het ziekenhuis niet onzorgvuldig heeft gehandeld en dat causaal verband met de gestelde schade niet is komen vast te staan. De Hoge Raad verwerpt het tegen dit oordeel ingestelde cassatieberoep.

Lees verder

Jurisprudentie

Rb: de artsen behandelden bekwaam

  • Rechtbank Gelderland
  • 1 maart 2017
  • ECLI:NL:RBGEL:2017:2037
  • 273316

Cervicale myelopathie leidde tot letsel van een patiënte. Aan deskundigen wordt de vraag voorgelegd of het handelen van de neuroloog en de revalidatiearts voldeed aan de eisen die van een redelijk bekwaam en redelijk handelend vakgenoot onder dezelfde omstandigheden mocht worden verwacht. De deskundigenoordelen, de beantwoording van de aanvullende vragen en de gebezigde motiveringen, die inzichtelijk zijn en die mede gebaseerd zijn op bijzondere kennis en ervaring, komen overtuigend voor. De rechtbank komt tot het oordeel dat de artsen in de gegeven omstandigheden binnen de normen van een redelijk bekwaam redelijk handelend arts hebben gehandeld.

Lees verder

Jurisprudentie

Rb, deelgeschil: gemiste diagnose waardoor reële overlevingskans verloren is gegaan: smartengeld € 200.000,-

  • Rechtbank Rotterdam
  • 21 maart 2017
  • ECLI:NL:RBROT:2017:2139
  • C/10/513740 / HA RK 16-977

Uroloog heeft bij patiënte tumor in de nier niet onderkend. De aansprakelijkheid voor een verwijtbaar delay in de diagnose is erkend vanaf 2008. Door het verwijtbaar delay is de overlevingskans van 92% (2008) gedaald naar 13% (2013). In 2014 is patiënte aan de gevolgen van kanker overleden. Verzoekers vorderen € 500.000,- smartengeld. 1. De rechtbank wijst € 200.000,- toe. De rechtbank overweegt hierbij dat door het ernstig verwijtbaar medisch handelen heeft geleid tot een delay van vijf jaar waardoor de aanvankelijke reële kans op overleving verloren is gegaan. Dit heeft geresulteerd in een lijdensweg van dertien maanden waarin patiënte werd geconfronteerd met veel pijn, angst en verdriet totdat zij op de relatief jonge leeftijd van 50 jaar overleed. Niet in geschil is dat in andere landen in vergelijkbare gevallen door de rechter hogere bedragen worden toegekend dan in Nederland. Deze omstandigheid is echter van beperkt gewicht. De ontwikkeling van de maatschappelijke opvattingen over de hoogte van smartengeld in Nederland weegt zwaarder. Die maatschappelijke opvattingen zijn in de loop van de jaren gewijzigd. 2. BGK: verwijzing naar PIV-staffel. 3. Kosten deelgeschil: € 7.823,27.

Lees verder

Jurisprudentie

Rb: verzoek om prejudiciële vraag aan Hoge Raad over PIP-implantaten afgewezen

  • Rechtbank Oost-Brabant
  • 4 januari 2017
  • ECLI:NL:RBOBR:2017:42
  • C/01/311082 / HA ZA 16-515

Benadeelde heeft het ziekenhuis aansprakelijk gesteld voor de schade die zij heeft opgelopen door PIP-implantaten. Zij wil een prejudiciële vraag aan de Hoge Raad voorleggen, nl.: ‘Kan de zorgverlener (in casu het ziekenhuis) aansprakelijk worden gehouden voor het gebruik van gebrekkige hulpzaken?’ De rechtbank wijst het verzoek af. De rechtbank oordeelt dat deze algemene vraagstelling zoals voorgelegd niet kan bijdragen aan een beslissing op de eis van benadeelde.

Lees verder