Jurisprudentie

HR: bij aansprakelijkheid q.q. voor zoon, pro se belang bij proces

  • Hoge Raad
  • 21 april 2017
  • ECLI:NL:HR:2017:757
  • 16/01604

De destijds veertienjarige zoon van eisers heeft de toen vijftienjarige dochter van verweerster doodgestoken, opgehitst door anderen. De rechtbank achtte de ouders als vertegenwoordiger van de zoon en daarnaast voor zichzelf aansprakelijk. Het hof oordeelde in beroep dat deze geen belang hebben bij het beroep omdat zij hetzij als vertegenwoordiger hetzij voor zichzelf aansprakelijk zijn. Linksom of rechtsom moeten zij betalen terwijl; zij als zij voor zichzelf aansprakelijk zijn dekking vinden op hun AVP-polis. Dat is een onjuiste rechtsopvatting omdat het verzekerd zijn niet met zich meebrengt dat de ouders geen belang hebben. (Door veroordeling als vertegenwoordiger van de zoon heeft de benadeelde een vordering op het vermogen van de dader zelf, niet op dat van de ouders van de dader. Dat is anders als de ouders pro se aansprakelijk zijn).

Lees verder

Jurisprudentie

Hof: shaken baby syndroom: geen (voorwaardelijk) opzet, geen beroep op opzetclausule

  • Hof Den Haag
  • 17 november 2015
  • ECLI:NL:GHDHA:2015:3916
  • 200.142.796/01

Vader heeft zoontje van 5 maanden zodanig door elkaar geschud dat hij hersenletsel heeft opgelopen. De vader is door het hof (strafrechter) vrijgesproken, omdat geen sprake was van (voorwaardelijk) opzet. De moeder heeft (als wettelijk vertegenwoordiger van het kind) de vader en de AVP-verzekeraar van de vader (ex 7:954 BW) aansprakelijk gesteld. de AVP-verzekeraar heeft de schade afgewezen met beroep op de (nieuwe) opzetclausule. 1. Opzettelijk en wederrechtelijk handelen of nalaten, voorwaardelijk opzet daaronder begrepen, is van dekking uitgesloten. In de strafzaak heeft het hof de vader vrijgesproken van opzet en ook voorwaardelijk opzet niet aanwezig geacht en het handelen van de vader als aanmerkelijk onvoorzichtig is aangemerkt. Het hof oordeelt dat aanmerkelijk onvoorzichtig handelen geen opzet oplevert en niet van dekking is uitgesloten. Uit de verklaring van de vader kan niet worden afgeleid dat hij het opzet had zijn zoon te mishandelen. Integendeel, uit deze verklaring komt naar voren dat hij de intentie had het huilen van de baby te stoppen. Ook van voorwaardelijk opzet is geen sprake, nu niet vastgesteld kan worden dat hij de aanmerkelijke kans heeft aanvaard dat zijn zoontje door zijn handelen zou komen te overlijden of ernstig letsel zou oplopen. 2. AVP-verzekeraar heeft in kader van directe actie belang om verzekerde ook in hoger beroep betrokken te houden. 3. Voorschot € 20.000,- toegewezen.

Lees verder

Jurisprudentie

HR: regres WAM-verzekeraar op verzekerde na aanrijding onder invloed van alcohol, oordeel hof over opzetuitsluiting onbegrijpelijk

  • Hoge Raad
  • 16 januari 2015
  • ECLI:NL:HR:2015:83
  • 13/06132

Regres WAM-verzekeraar op verzekerde na aanrijding onder invloed van alcohol. Verzekerde had gewoonte om met de auto naar de kroeg te gaan, daar 15-20 biertjes te drinken en met de auto naar huis te rijden. In de polisvoorwaarden is voorwaardelijk opzet uitgesloten van dekking; er is geen alcoholuitsluiting opgenomen. Het hof heeft verwezen naar Hoge Raad 13 januari 2006, ECLI:NL:HR:2006:AU3715, NJ 2006/282, waarin werd geoordeeld dat het algemene publiek dat een WAM-verzekering afsluit, niet geacht kan worden te weten, dat veelal in WAM-verzekeringen dekking is uitgesloten voor schade die is toegebracht onder invloed van alcohol. Het hof kwam tot het oordeel dat de verzekerde redelijkerwijs niet had hoeven te begrijpen dat de door hem veroorzaakte schade van dekking onder de WAM-verzekering was uitgesloten. Het hof oordeelde dat de WAM-verzekeraar derhalve geen beroep toekwam op de uitsluitingsclausule ter zake van voorwaardelijk opzet. De Hoge Raad vindt het oordeel van het hof onbegrijpelijk. De Hoge Raad oordeelt dat in deze zaak aan de orde is of verzekerde bij de totstandkoming van de verzekeringsovereenkomst heeft moeten begrijpen dat van dekking werd uitgesloten schade als gevolg van gedragingen zoals de onderhavige, te weten het besturen van de verzekerde auto na gebruik van een zeer aanzienlijke hoeveelheid alcohol, in samenhang met de gewoonte waarover verzekerde heeft verklaard. Het hof had moeten ingaan op de door de verzekeraar aangevoerde omstandigheden van het geval. Verwijzing naar een ander hof.

Lees verder

Jurisprudentie

HR: WAM-schade met samenloop garage- en vervangende autoverzekeraar

  • 11 juli 2014
  • ECLI:NL:HR:2014:1678

Bij de beoordeling van de mate waarin verhaal tussen verzekeraars op de voet van art. 7:961 lid 3 BW mogelijk is moet acht geslagen worden op de verhouding tot de verzekerde. Van belang is of de aangesproken verzekeraar aan de regresnemende verzekeraar de uitsluitingen kan tegenwerpen die hij tegen zijn verzekerde kan inroepen.

Lees verder

Jurisprudentie

Hof: brandstichting niet gedekt, verminderd toerekeningsvatbaar

  • Hof Amsterdam
  • 8 april 2014
  • ECLI:NL:GHAMS:2014:2493
  • 200.094.107/01

Voor een beroep op de oude opzetclausule is vereist dat de verzekerde de veroorzaakte schade heeft beoogd of zich ervan bewust was dat deze het gevolg van zijn handelen zou zijn. Dat kan worden afgeleid uit de gedragingen van de verzekerde. Uit hetgeen partijen hebben gesteld blijkt dat appellant het vooropgezette plan heeft opgevat brand te stichten en dat voornemen ook ten uitvoer heeft gelegd. Onvoldoende is gesteld dat appellant aan een zodanig ernstige stoornis van zijn geestvermogens leed dat op grond daarvan moet worden aangenomen dat hem van zijn handelen geen verwijt valt te maken. Daartoe is onvoldoende dat hij “enigszins verminderd toerekeningsvatbaar” was.

Lees verder

Jurisprudentie

Hof: terecht beroep op opzetclausule ‘nieuwe stijl’ na brandstichting

  • Hof Arnhem-Leeuwarden
  • 17 december 2013
  • ECLI:NL:GHARL:2013:9641
  • 200.116.697-01

Appellant heeft brand gesticht op korenveld; hiervoor is hij strafrechtelijk veroordeeld. Kan AVP-verzekeraar een beroep op de opzetclausule ‘nieuwe stijl’ doen? Het hof oordeelt dat aan het in het strafvonnis bewezen verklaarde opzet niet de dwingende bewijskracht van artikel 161 Rv toekomt, nu de strafrechtelijke kwalificatie ‘opzet’ en het civielrechtelijk begrip ‘opzet’ een verschillende lading hebben. Het strafrechtelijk begrip ‘opzet’ neemt de gemiddeld normale mens tot uitgangspunt, terwijl het verzekeringsrecht een veel subjectievere invalshoek hanteert die noopt tot een grotere mate van terughoudendheid in het aanvaarden van opzet. Wel is het hof van oordeel dat uit de aard van de door appellant gepleegde handelingen, te weten het stichten van branden door met een aansteker koren respectievelijk een bank in een woning aan te steken, voorshands, behoudens tegenbewijs, het opzettelijk karakter van dit wederrechtelijk handelen volgt.

Lees verder

Jurisprudentie

Rb, deelgeschil: letselschade van bestuurder valt ook in na-risico-periode onder uitsluiting van art. 4 lid 1 WAM

  • Rechtbank Rotterdam
  • 26 juni 2013
  • ongepubliceerd

Benadeelde heeft als bestuurder zwaar letsel opgelopen, toen zijn auto na het tanken van LPG ontplofte; het ongeval ontstond doordat LPG in de kofferruimte terecht was gekomen. Benadeelde heeft verzekeraar als laatst aangemelde WAM-verzekeraar o.g.v. art. 13 lid 4 WAM in het kader van het na-risico door benadeelde aansprakelijk. Verzekeraar heeft zich beroepen op de uitsluiting van art. 4 lid 1 WAM (aansprakelijk voor schade aan bestuurder zelf). De rechtbank oordeelt dat het feit dat de WAM-verzekering inmiddels was geëindigd, er niet toe leidt dat op verzekeraar (in het kader van het na-risico) meer verplichtingen rusten dan tijdens de looptijd van de verzekering het geval was. Verzoek afgewezen. Kosten deelgeschil vastgesteld op € 4531,61, maar afgewezen.

Lees verder

Jurisprudentie

Hof: opzetclausule: geen beperkende werking van redelijkheid en billijkheid

  • Hof Amsterdam
  • 9 mei 2013
  • BZ9780
  • 200.097.141

17-jarig meisje gooit in café glas in oog van man die haar lastig valt, die daardoor oogletsel oploopt. Rechtbank oordeelde dat beroep op opzetclausule door de AVP-verzekeraar in strijd is met redelijkheid en billijkheid. Het hof oordeelt dat de onderhavige aansprakelijkheid van de verzekerde onder het bereik van de opzetclausule valt. Als, zoals hier, vaststaat dat een bepaalde aansprakelijkheid voor schade niet is gedekt door de primaire omschrijving van de dekking, dan kan een beroep op de redelijkheid en billijkheid daarin geen verandering brengen. Het hof acht het beroep op de opzetclausule terecht. Ook een 17-jarige moet beseffen dat het van dichtbij gooien van een glas ernstige gevolgen kan hebben.

Lees verder

Jurisprudentie

Rb: SVI-verzekeraar moet BGK boven de verzekerde som vergoeden

  • Rechtbank Breda
  • 27 maart 2013
  • BZ6469,
  • C/02/249431 / HA ZA 12-354

Ongeval directeur klusbedrijf; verzekerde som SVI overschreden. De rechtbank oordeelt dat, gezien de strekking van artikel 7:959 lid 1 BW (= kosten tot vaststelling schade boven verzekerde som) en de aansluiting van de wetgever bij de formulering van art. 6:96 lid 2 aanhef en sub b, er geen reden bestaat om advocaatkosten uit te zonderen van de ‘kosten ter vaststelling van de schade’ als bedoeld in lid 1 BW. Hieraan doet niet af dat BGK als vermogensschade worden aangemerkt. Van deze bepaling mag ten opzichte van niet-natuurlijke persoon worden afgeweken. De rechtbank oordeelt echter op basis van de Haviltex-maatstaf dat de bepaling in de polis hierover voor de gemiddelde verzekeringnemer onvoldoende duidelijk was. Wettelijke rente niet verschuldigd over periodieke schade, want er is geen ingebrekestelling verstuurd, wel over BGK.

Lees verder

Jurisprudentie

Rb: verzekeringsbedrog leidt tot verval van recht op uitkering

  • Rechtbank Alkmaar
  • 29 juni 2011
  • BR3801
  • 125299

Schending informatieplicht met het opzet de verzekeraar te misleiden. Volgens artikel 7:941 lid 5 BW leidt verzekeringsbedrog in beginsel tot algeheel verval op schade-uitkering. Gesteld noch gebleken is in dit geval dat sprake is van bijzondere omstandigheden op grond waarvan moet worden geoordeeld dat het verval van het recht op uitkering niet gerechtvaardigd is.

Lees verder