Jurisprudentie

Hof formuleert vragen over registratie WAM-dekking na ongeval

  • Hof Den Haag
  • 27 juni 2017
  • ECLI:NL:GHDHA:2017:1721
  • 200.192.239/01

In een tweetal zaken waarin het Waarborgfonds is betrokken staat tussen partijen vast dat het ongeval plaatsvond voordat de verzekeraar om dekking werd gevraagd en verzekeraar registreerde bij de RDW. Het Waarborgfonds beroept zich op het hof Arnhem van 30 augustus 2011 ECLI:NL:GHARN:2011:BS1086 dat jegens benadeelde de dekking per 0:00 uur ingaat. Het hof stelt daarover prejudiciële vragen aan de Hoge Raad.

Lees verder

Jurisprudentie

Rb: wolven vallen bezoekers aan, letselschade valt niet onder dekking AVB

  • Rechtbank Noord-Nederland
  • 12 december 2016
  • ECLI:NL:RBNNE:2016:5555
  • C/19/115459 / HA RK 16-26

Moeder en kinderen van 5 en 8 lopen letsel op als zij worden aangevallen door wolven in kooi in familiepark/kinderboerderij Oikos. 1. De rechtbank acht het park als bezitter van de wolven (risico-)aansprakelijk voor eventuele schade die de wolven hebben toegebracht. 2. De rechtbank oordeelt dat de aansprakelijkheidsverzekeraar geen dekking behoeft te verlenen. De rechtbank stelt voorop dat het een verzekeraar vrijstaat om in de polisvoorwaarden de grenzen te omschrijven waarbinnen hij bereid is dekking te verlenen. Nergens is vermeld dat tot de verzekerde activiteiten tevens behoort het toelaten van bezoekers, waaronder kleine kinderen, tot een afgesloten gedeelte waar wolven leven. De rechtbank concludeert dat noch de bewoordingen van de polis, noch de wederzijds kenbare bedoeling van partijen een aanknopingspunt biedt voor de stelling dat het incident onder de dekking van de verzekering valt. 3. Kosten deelgeschil: € 6.003-.

Lees verder

Jurisprudentie

HR: regres WAM-verzekeraar op verzekerde na aanrijding onder invloed van alcohol, oordeel hof over opzetuitsluiting onbegrijpelijk

  • Hoge Raad
  • ECLI:NL:HR:2015:83
  • 13/06132

Regres WAM-verzekeraar op verzekerde na aanrijding onder invloed van alcohol. Verzekerde had gewoonte om met de auto naar de kroeg te gaan, daar 15-20 biertjes te drinken en met de auto naar huis te rijden. In de polisvoorwaarden is voorwaardelijk opzet uitgesloten van dekking; er is geen alcoholuitsluiting opgenomen. Het hof heeft verwezen naar Hoge Raad 13 januari 2006, ECLI:NL:HR:2006:AU3715, NJ 2006/282, waarin werd geoordeeld dat het algemene publiek dat een WAM-verzekering afsluit, niet geacht kan worden te weten, dat veelal in WAM-verzekeringen dekking is uitgesloten voor schade die is toegebracht onder invloed van alcohol. Het hof kwam tot het oordeel dat de verzekerde redelijkerwijs niet had hoeven te begrijpen dat de door hem veroorzaakte schade van dekking onder de WAM-verzekering was uitgesloten. Het hof oordeelde dat de WAM-verzekeraar derhalve geen beroep toekwam op de uitsluitingsclausule ter zake van voorwaardelijk opzet. De Hoge Raad vindt het oordeel van het hof onbegrijpelijk. De Hoge Raad oordeelt dat in deze zaak aan de orde is of verzekerde bij de totstandkoming van de verzekeringsovereenkomst heeft moeten begrijpen dat van dekking werd uitgesloten schade als gevolg van gedragingen zoals de onderhavige, te weten het besturen van de verzekerde auto na gebruik van een zeer aanzienlijke hoeveelheid alcohol, in samenhang met de gewoonte waarover verzekerde heeft verklaard. Het hof had moeten ingaan op de door de verzekeraar aangevoerde omstandigheden van het geval. Verwijzing naar een ander hof.

Lees verder

Jurisprudentie

Hof: tegenbewijs van te veel alcohol ten tijde van ongeval geleverd

  • ECLI:NL:GHARL:2014:9840
  • 200.124.049-01

Vordering verzekeraar na alcoholgebruik van appellante. Het hof heeft appellante toegelaten tot tegenbewijs van het voorshands vaststaande feit dat zij ten tijde van het ongeval te veel alcohol had gedronken om te mogen rijden. De verklaringen van de gehoorde getuigen komen het hof niet ongeloofwaardig voor, mede omdat ze niet onverenigbaar zijn met de uitkomst van de blaastest. Het is mogelijk dat appellante tijdens het bezoek aan een vriendin enkele glazen bier heeft gedronken. Zij verkeerde in een (labiele) geestelijke toestand die aan haar onzorgvuldige rijgedrag kan hebben bijgedragen. Het is onder die omstandigheden denkbaar dat zij direct na thuiskomst inderdaad in korte tijd een hoeveelheid bier met hoog alcoholgehalte heeft gedronken die de uitslag van de ademanalyse kan verklaren. Vordering afgewezen.

Lees verder

Jurisprudentie

Hof: brandstichting niet gedekt, verminderd toerekeningsvatbaar

  • Hof Amsterdam
  • ECLI:NL:GHAMS:2014:2493
  • 200.094.107/01

Voor een beroep op de oude opzetclausule is vereist dat de verzekerde de veroorzaakte schade heeft beoogd of zich ervan bewust was dat deze het gevolg van zijn handelen zou zijn. Dat kan worden afgeleid uit de gedragingen van de verzekerde. Uit hetgeen partijen hebben gesteld blijkt dat appellant het vooropgezette plan heeft opgevat brand te stichten en dat voornemen ook ten uitvoer heeft gelegd. Onvoldoende is gesteld dat appellant aan een zodanig ernstige stoornis van zijn geestvermogens leed dat op grond daarvan moet worden aangenomen dat hem van zijn handelen geen verwijt valt te maken. Daartoe is onvoldoende dat hij “enigszins verminderd toerekeningsvatbaar” was.

Lees verder

Vaknieuws

Persoonsgebonden budget (PGB) per 1 januari 2015 in zorgverzekering

  • Tweede Kamer
  • Min. VWS

Zorgverzekeraars worden per 1 januari 2015 verantwoordelijk voor de verzorging en verpleging van mensen met een persoonsgebonden budget.
Minister Schippers en staatssecretaris Van Rijn van het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport hebben dat op 25 maart 2014 ndinsdag toegezegd in een brief aan de Tweede Kamer. Vorige week gingen zorgverzekeraars al akkoord met de verankering van het PGB in de Zorgverzekeringswet.

Lees verder

Jurisprudentie

Hof: beraamde moord niet verijdeld, terecht beroep op opzetclausule door AVP-verzekeraar

  • Hof Arnhem-Leeuwarden
  • ECLI:NL:GHARL:2014:938
  • 200.094.085

Het hof acht –evenals de rechtbank- het beroep op opzetclausule door AVP-verzekeraar terecht. Appellante was op de hoogte van voornemen van daders om het slachtoffer te vermoorden, maar had dit niet bij de politie gemeld; zij was veroordeeld wegens dit opzettelijk nalaten. Appellante was hoofdelijk aansprakelijk geacht voor de schade door het overlijden van slachtoffer. De AVP-verzekeraar beroept zich op de opzetclausule. 1. Het hof stelt voorop dat de uitleg van de opzetclausule dient te geschieden aan de hand van de Haviltex-maatstaf. Het hof oordeelt dat sprake is van “opzettelijk en tegen een persoon of zaak gericht wederrechtelijk handelen of nalaten”, zoals bedoeld in de opzetclausule. Aan beide vereisten (“opzettelijk” en “tegen een persoon of zaak gericht” dient cumulatief te worden voldaan. Begrip “opzettelijk” dient niet te worden beperkt tot opzet als oogmerk en opzet als zekerheidsbewustzijn; ook voorwaardelijk opzet wordt hieronder begrepen. 2. Redelijkheid en billijkheid staan aan een beroep op de opzetclausule niet in de weg.

Lees verder

Jurisprudentie

Hof: terecht beroep op opzetclausule ‘nieuwe stijl’ na brandstichting

  • Hof Arnhem-Leeuwarden
  • ECLI:NL:GHARL:2013:9641
  • 200.116.697-01

Appellant heeft brand gesticht op korenveld; hiervoor is hij strafrechtelijk veroordeeld. Kan AVP-verzekeraar een beroep op de opzetclausule ‘nieuwe stijl’ doen? Het hof oordeelt dat aan het in het strafvonnis bewezen verklaarde opzet niet de dwingende bewijskracht van artikel 161 Rv toekomt, nu de strafrechtelijke kwalificatie ‘opzet’ en het civielrechtelijk begrip ‘opzet’ een verschillende lading hebben. Het strafrechtelijk begrip ‘opzet’ neemt de gemiddeld normale mens tot uitgangspunt, terwijl het verzekeringsrecht een veel subjectievere invalshoek hanteert die noopt tot een grotere mate van terughoudendheid in het aanvaarden van opzet. Wel is het hof van oordeel dat uit de aard van de door appellant gepleegde handelingen, te weten het stichten van branden door met een aansteker koren respectievelijk een bank in een woning aan te steken, voorshands, behoudens tegenbewijs, het opzettelijk karakter van dit wederrechtelijk handelen volgt.

Lees verder

Jurisprudentie

Hof: verzwijging strafrechtelijk verleden, beroep op verzwijging slaagt

  • Hof Arnhem-Leeuwarden
  • ECLI:NL:GHARL:2013:5158
  • 200.102.820-01

Appellant is door het hof te Leeuwarden in 1996 veroordeeld tot een boete wegens opzetheling en door de politierechter te Leeuwarden tot een boete voor het mede plegen van valsheid in geschrifte. Op het aanvraagformulier van verzekeraar stond een vraag naar strafrechtelijk verleden met nee ingevuld. Verzekeraar wees in het formulier op de gevolgen van art. 251 K oud.
Voor een geslaagd beroep op verzwijging moet zijn voldaan aan een viertal vereisten. Het gaat om het kennisvereiste, het kenbaarheidsvereiste, het relevantievereiste en het verschoonbaarheidvereiste. Daaraan is voldaan. Dat er geen oorzakelijk verband zou bestaan tussen de verzwegen feiten en de brandschade is onvoldoende om te concluderen dat het beroep op verzwijging onaanvaardbaar zou zijn. Het hof tekent aan dat de huidige regeling van art. 7:930 lid 2 BW (zoals begrensd door het bepaalde in het vierde en vijfde lid) onder het hier toepasselijke oude recht nog geen gelding had.

Lees verder

Jurisprudentie

Hof: dochtermaatschappijen op polis holding niet verzekerd

  • Hof Den Haag
  • ECLI:NL:GHDHA:2013:1047
  • 200.087.914-01

Dat de holding de exploitatie van koelhuizen beëindigde duidt op zichzelf geenszins op een aan de verzekeraar kenbare bedoeling om ook de activiteiten van haar dochtermaatschappijen te verzekeren.
Er waren geen omstandigheden waardoor verzekeraar ervan had dienen uit te gaan dat de werkzaamheden van de holding feitelijk werden verricht door haar dochtervennootschappen.
Niet is gebleken dat verzekeraar zich zodanig heeft gedragen dat de verzekeringnemer daaruit mocht begrijpen dat ook dochterondernemingen als verzekerden golden. Dat verzekeraar de premie heeft berekend op basis van de jaarlijks verstrekte omzetcijfers van alle vennootschappen is onvoldoende, nu niet is komen vast te staan dat de holding deze omzetcijfers per (dochter)maatschappij aan verzekeraar heeft verstrekt. Evenmin is komen vast te staan dat het verzekeraar duidelijk was dat de opgegeven loonsom geen betrekking had op de holding maar op de dochter. Niet van belang is dat verzekeraar zich na het ongeval er niet tegen verzette om ook voor de dochters dekking te verlenen zonder premieverhoging.

Lees verder

Jurisprudentie

Hof: opzetclausule: geen beperkende werking van redelijkheid en billijkheid

  • Hof Amsterdam
  • BZ9780
  • 200.097.141

17-jarig meisje gooit in café glas in oog van man die haar lastig valt, die daardoor oogletsel oploopt. Rechtbank oordeelde dat beroep op opzetclausule door de AVP-verzekeraar in strijd is met redelijkheid en billijkheid. Het hof oordeelt dat de onderhavige aansprakelijkheid van de verzekerde onder het bereik van de opzetclausule valt. Als, zoals hier, vaststaat dat een bepaalde aansprakelijkheid voor schade niet is gedekt door de primaire omschrijving van de dekking, dan kan een beroep op de redelijkheid en billijkheid daarin geen verandering brengen. Het hof acht het beroep op de opzetclausule terecht. Ook een 17-jarige moet beseffen dat het van dichtbij gooien van een glas ernstige gevolgen kan hebben.

Lees verder

Jurisprudentie

Hof: dekking op AVB-polis voor aansprakelijkheid ex 7:611 BW; verwachtingen van verzekerden in het algemeen bepalend

  • Hof Amsterdam
  • BZ8563
  • 200.109.797/01

Vervolg op HR 30 maart 2012, LJN BV1295 (aansprakelijkheid ex art 7:611 BW onder AVB-verzekeringt). Het hof oordeelt dat de AVB-verzekeraar dekking moet verlenen en verwerpt het verweer van de AVB-verzekeraar dat de werkgever, nu hij zelf ook schadeverzekeraar was, er niet op mocht vertrouwen dat de schade onder de dekking viel. De hoedanigheid van de werkgever als verzekeraar en haar wetenschap, kennis, deskundigheid en gedragingen op het gebied van aansprakelijkheidsverzekeringen leggen onvoldoende gewicht in de schaal om van de uitleg van de polisvoorwaarden af te wijken. De Hoge Raad heeft in zijn arrest niet verwezen naar de verwachtingen van de betrokken verzekerde, maar naar de verwachtingen van verzekerden in het algemeen, gebaseerd op de functie die een AVB-polis in het maatschappelijk verkeer vervult.

Lees verder

Jurisprudentie

HR: geen beroep op opzetclausule bij seksueel misbruik, cassatieberoep verworpen (art 81 RO) (2)

  • Hoge Raad
  • BY6783
  • 11/05408

De Hoge Raad verwerpt zonder nadere motivering (art 81 RO) het cassatieberoep tegen het oordeel van het hof. Verweerder in cassatie was veroordeeld tot gevangenisstraf wegens seksueel misbruik van drie meisjes en deed een beroep op zijn AVP-verzekering . Het hof oordeelde de AVP-verzekeraar geen beroep kon doen op de opzetclausule (“Niet gedekt is de aansprakelijkheid van een verzekerde voor schade die voor hem het beoogde of zekere gevolg is van zijn handelen”) en derhalve gehouden was uitkering te doen onder de polis. (A.-G. Spier stelt in zijn conclusie dat alle klachten in cassatie stuklopen op het onjuiste perspectief waarop ze zijn gebaseerd. Het gaat volgens Spier om de band tussen de opzet van de verzekerde/dader en de schade en hierop hebben de klachten geen betrekking.).

Lees verder

Jurisprudentie

HR: geen beroep op opzetclausule bij seksueel misbruik, cassatieberoep verworpen (art 81 RO) (1)

  • Hoge Raad
  • BY6786
  • 11/05488

De Hoge Raad verwerpt zonder nadere motivering (art 81 RO) het cassatieberoep tegen het oordeel van het hof. Verweerder in cassatie was veroordeeld tot gevangenisstraf wegens seksueel misbruik van meisje en deed een beroep op zijn AVP-verzekering . Het hof oordeelde de AVP-verzekeraar geen beroep kon doen op de opzetclausule (“Niet gedekt is de aansprakelijkheid van een verzekerde voor schade die voor hem het beoogde of zekere gevolg is van zijn handelen”) en derhalve gehouden was uitkering te doen onder de polis. (A.-G. Spier stelt in zijn conclusie dat alle klachten in cassatie stuklopen op het onjuiste perspectief waarop ze zijn gebaseerd. Het gaat volgens Spier om de band tussen de opzet van de verzekerde/dader en de schade en hierop hebben de klachten geen betrekking. ) .

Lees verder

Jurisprudentie

Hof: na-risico; nieuwe WAM-verzekering afgesloten vlak na ongeval? Nieuwe WAM-verzekeraar loopt gehele dag risico

  • Hof Arnhem
  • 20 augustus 2011
  • ECLI:NL:GHARN:2011:BS1086
  • 200.046.841

Na-risico. Ongeval vond plaats in narisico-periode van WAM-verzekeraar (London), op de dag dat de nieuwe WAM-verzekeraar (RVS) de verzekering aan de RDW meldt. Regres London op RVS. Het hof gaat er veronderstellenderwijs van uit dat RVS pas ná de aanrijding melding heeft gekregen van beëindiging van de schorsing van de eerder bij haar gesloten WAM-verzekering. Het hof oordeelt dat art. 13 lid 7 WAM meebrengt dat de benadeelde als regel mag uitgaan van de juistheid van de in het register opgenomen informatie over de WAM-verzekeraar. (vervolg)

Lees verder